zaterdag 28 september 2019

Ringen


Vandaag hebben we de ringen uitgezocht. Bij Parlevliet in de Badstraat. We werden er zo vriendelijk geholpen. In witgoud. Die van haar met briljanten. Dat hadden onze ouders allemaal niet.


zondag 22 september 2019

Kalksteen – de Cotswolds 2


De huizen zijn van kalksteen, limestone. Dat is de steen die hier voorhanden is. De steen waarvan de aarde gemaakt is, waaruit de wereld hier bestaat. Een wereld waarin alles met alles samenhangt, al eeuwen, dezelfde steen, dezelfde kleur. In het noorden en oosten wat meer naar de kleur van honing, in het midden en zuiden wat meer naar de kleur van goud. Dan weet je waar je bent. Wij bevonden ons in het honingkleurige gebied, met plaatsen als Stanton, Naunton, Broadway en Chipping Campden.


dinsdag 17 september 2019

Bijbels – de Cotswolds 1


Bijbels, is het landschap van de Cotswolds. Arcadisch kun je het ook noemen. Het licht waarin deze lammeren bijeenliggen.


Er knapte een takje toen we voorbijliepen. Snel een paar foto's, voordat ze allemaal zouden zijn weggelopen, uit dit oude tafereel.

woensdag 28 augustus 2019

Dag lieve Louca

Louca in de duinen in april 2013.

Gisteren is onze lieve Louca naar de hondenhemel gegaan.

Het stukje hieronder schreef ik afgelopen december, toen ze de eerste problemen met haar hoofd kreeg. Ze heeft het nog lang volgehouden daarna.

Lieve Louca,

Als je er niet meer bent, straks, wat zal het leeg zijn zonder jou. Je lieve kop, die ons zo kon aankijken, 's ochtends vroeg al, bij het goedemorgenritueel: 'Goedemorgen Louca, goedemorgen! O, je ligt nog te slapen...' Maar als je dan wakker was, gek doen met je kop in je kussen, en later op de dag, in het zonnetje, zonnebadend op je rug, met je pootjes dromerig fietsend in de lucht. Je ogen die alles volgden, je oren die precies hoorden wanneer het vrouwtje thuiskwam. Hoe blij, hoe superblij je dan was. En dan lekker gek doen.
Hoe je rende toen je jong was, dat we je niet bij konden houden, dat je je in de duinen verstopte in de struiken en we daar wel twee volle uren omheen liepen en je riepen om je eruit te krijgen, terwijl jij daar doodgemoedereerd en uitgeteld van al die konijnengeuren om je heen heerlijk ergens middenin op het mos lag. Kleine boef. Hoe je blafte tegen de meeuwen op het strand en de tocht daarnaartoe al een hele belevenis was, van het vertrek bij de voordeur, met 'Hé Louca, ga je mee naar de zee?' – dat hoefde je trouwens maar één keer te zeggen – tot we Katwijk zo'n beetje binnenreden. Daar, aan het begin van de Boslaan kon jij de zee al ruiken. Dat was goed te horen achter in de wagen.
Over avonturen gesproken. Weet je nog dat je een keer bent mee geweest naar het Vondelpark, in de trein en in de tram en dan wandelen over het Museumplein, als een echt stadshondje uit Jip en Janneke.
Ach, je was zo'n lieverd, met alle kinderen in de straat, rollen op de stoep, je lekker aan laten halen, met alle hondjes in de buurt, rollen in het gras, altijd lief, zelfs met de poezen, die je met verbazing aankeken als je langs ze liep. En als het vrouwtje of baasje de ene kant op wilde, koos jij de andere kant. Lekker eigenwijs. Altijd verrassend.

We gaan je missen, Louca, heel erg missen, lieve Louca, lieve gekke speelse Louca, voor altijd, altijd in ons hart.

vrijdag 2 augustus 2019

Bloesembomen in het Amsterdamse Bos

Niek van der Plas, Bloesembomen in het Amsterdamse Bos,
Amsterdam, 2018. Olieverf op paneel, 54 x 64 cm.

Nieuw leven en de vergankelijkheid ervan. Dat symboliseert dit bos in het Amsterdamse Bos. Een bos met vierhonderd Japanse kersenbomen. Met allemaal een naam. Tweehonderd met Japanse vrouwennamen en tweehonderd met Nederlandse vrouwennamen. Als het voorjaar is, gaan we er beslist naartoe. Dan komt iedereen daar samen, Japanse mensen en Nederlandse mensen en mensen uit alle andere landen van de wereld, om het nieuwe leven te vieren, en ook stil te staan bij de vergankelijkheid ervan. Als het voorjaar is. Maar wij mogen er nu al van genieten, het hele jaar rond, met deze prachtige nieuwe Niek van der Plas. Onvergankelijk!

Klik op de foto om het schilderij groter te zien.

woensdag 24 juli 2019

Floris dood


Jeugdheld Floris is dood. Spannende tv op de vroege zondagavond. Met die fantastische intro, met muziek van Julius Steffaro (pseudoniem voor Jan Stoeckart) uitgevoerd door het Promenade Orkest onder leiding van Gijsbert Nieuwland.

vrijdag 19 juli 2019

'Pavillon de la Fontaine' van Niek van der Plas

Niek van der Plas, 'Pavillon de la Fontaine', Jardin du Luxembourg, Parijs, 2017.
Olieverf op paneel, 46 x 58 cm.

'Maar dat hang je toch niet op zolder!'
'Maar als het daar nou zo mooi staat, bij die schelpen uit Portugal en dat zeilbootje op de kast.'
'Ja, het staat daar wel heel mooi.'
'Voor mijn part hangen we het hele huis vol met Niek van der Plas. Dan beginnen we een museum. Langs de gevel hangen we dan een banier, hoe noem je dat, zo'n vlag langs de gevel? Nou, je weet wel wat ik bedoel.'
'En dan in de lengte, van boven naar beneden, alleen die vier letters: N I E K. Staat wel artistiek.'
'Gaan we om beurten suppoosten.'


Pavillon de la Fontaine van Niek van der Plas is gevat in een originele handgesneden lijst. Een Fránse handgesneden lijst. Dat betekent dat het schilderij een typisch Frans formaat heeft. De lijst is 'over de hoek', zoals Niek ons dat heeft uitgelegd. Dat betekent dat je geen kepen ziet, geen zaagsneden. De lijst loopt door, zonder einde en zonder begin.

Adri van Beelen, die niet alleen verstand heeft van muziek maar ook van alle andere kunst, wat zeg ik, cultuur in de ruimste zin van het woord, vindt het schilderij wel wat weg hebben van Max Liebermann, met die lichtvlekken overal. Ik ben eens gaan zoeken. Er is zo'n schilderij.

Max Liebermann, 'De Oude Vink', restaurant in Leiden, 1905. Olieverf op doek. Kunsthaus, Zürich.

Ook met van die lindegroene stoeltjes onder de bomen bij een paviljoen. We hebben ze ook in de tuin staan. De kleding is in een eeuw tijd wel wat luchtiger geworden en er worden geen hoeden meer gedragen, alleen nog bij speciale gelegenheden. Op het schilderij van Van der Plas ontwaren we zelfs een laptop, op het tafeltje rechts vooraan bij het uitklapbord. Stilletjes hoop ik dat dit attribuut van de moderne tijd een menukaart is. Je weet het niet hè, wat de het schildersoog gezien heeft, hoe de schilder het interpreteert, hoe de impressie bij hem is overgekomen, en vervolgens bij ons zal overkomen.

Je moet het zien, en er soms op gewezen worden door de schilder zelf, want kijk eens wat er allemaal gebeurt achter het terras en paviljoen in het Jardin du Luxembourg, al dat licht. Dat wil naar voren, maar je oog wil er ook naartoe. Hetzelfde zien we bij dat schilderij van een eeuw geleden. Dat licht in de achtergrond, dat naar je toe wil.

vrijdag 12 juli 2019

Heimwee en verlangen


Vanochtend op de fiets, al voor de tweede keer, gisteren ook al, dat liedje van 'Danny Boy'. Liedje vol heimwee en verlangen. Nu m'n ouders zo oud en breekbaar zijn. Een liedje, als ik het neurie, denk ik terug aan die dagen op het strand, dat ik met m'n zusje, we waren twaalf en acht, alvast het schermpje* gingen opzetten, dan hadden we een plekje, acht uur in de ochtend, misschien nog vroeger. Terwijl m'n moeder het ontbijt voor de badgasten maakte, de bedden deed. We lieten het schermpje staan en gingen terug naar huis. Als m'n moeder klaar was, gingen we weer terug naar strand, met een thermosfles met thee en broodjes en koeken en snoepjes. Het zou een warme dag worden. 's Middags kregen we een ijsje uit de strandtent. We schepten dammen in de zwin en zwommen in de zee. Daar ergens voer m'n vader.


Het was altijd zomer en we zouden nooit oud worden.


* Van het schermpje opzetten zijn geen foto's. Je nam geen fototoestel mee naar het strand zo 's ochtends vroeg en zeker niet om foto's te maken van het opzetten van een schermpje. Het was van blauwe of oranje stof. Op de foto's hierboven zijn mijn zus en ik tweeënhalf en zesenhalf jaar oud.
Er zijn veel uitvoeringen van 'Danny Boy'. De tekst is van Frederic Weatherly op de melodie van een oud Iers volksliedje. Adri van Beelen stuurde mij al deze informatie na het herkennen van mijn geneurie. Alles in een appje. Er is een mooie uitvoering van van Johnny Cash:


En ook nog eentje uit zijn laatste levensjaar, met een decent orgeltje:

zondag 30 juni 2019

Willy Zuid


Soms kwamen we er een heel jaar niet. Ik moet zeggen: een heel seizoen. Want Willy Zuid staat er alleen in de zomer. Als enige. Begin oktober wordt de tent weer opgeborgen in de winteropslag om er in maart weer uit tevoorschijn te komen. Zoals dat hoort met strandtenten. In de winter hoort het strand leeg te zijn. Is het van de elementen, van storm en kou en striemende regenvlagen.


Willy Zuid, de enige strandtent die nog een beetje normaal is. En goed toeven. We waren er vandaag, voor de eerste keer weer deze zomer. Laat al, maar het is nog juni. Nog wel. De laatste dag van de maand en dan is het alweer juli. Maar toch, nog drie maanden om hier iedere dag te kunnen neerstrijken. Na een prettige wandeling naar de Wassenaarse Slag, zoals ze in Katwijk zeggen. (Met dat de dus; klein verschilletje met het Nederlands, maar wat een effect!) Je moet een doel hebben.


Het was eb. Een vlak strand toen we weggingen. Lekker uitwaaien. Niet blijven hangen in de 'kermis' van het Wassenaarse strand, maar gelijk omkeren en naar Willy Zuid, geen stap verder, om niet noordwaarts in de Katwijkse 'kermis' terecht te komen, die het strand daar tegenwoordig geworden is, met al die vaste bebouwing. In oktober moet je weg zijn, in maart mag je weer terug. Zo was het, en had het altijd moeten blijven.

donderdag 20 juni 2019

Echte souvenirs 4 – een steen uit Bretagne


Deze steen komt van waar het allemaal begonnen is: Le Croisic. Nog altijd is het voor mij een paradijs, zoals ik mijn eerste blogbericht noemde. Een kleine plaats in Bretagne waar hogesnelheidstreinen aankomen uit Parijs. Omdat dat vroeger ook al zo was met langzame treinen. Wat Zandvoort was voor de Amsterdammers, was Le Croisic voor de Parijzenaars. Sommige hadden er zo'n mooi groot huis aan het strand, waar ze een paar maanden in het jaar verbleven en wat verder leegstond. Ze komen er nog steeds, Parijzenaars. Naast ons appartement met uitzicht op zee hadden we een stel. Ik vertelde erover in hetzelfde jaar waarin ik mijn eerste bericht hier opschreef. Met hem ging ik oesters van de rotsen bikken en zij beschilderde kiezelstenen. Aardige mensen. Hoe ze heten weten we niet. We hebben ook geen adres. Maar ze kwamen uit Parijs. En toen we afscheid namen, kregen we die steen.

Wilma met de mevrouw en meneer uit Parijs (26 mei 2007).

zaterdag 25 mei 2019

Een echte Niek van der Plas


Gisteren toen ik met mijn moeder naar De Ster geweest was – ze moest een blouse en een vest hebben – viel mijn oog er al op, door het spiegelende raam, op de hoek van de Princestraat. Allemaal kleurige parasols en wolkjes in de lucht. Vooral die wolkjes maakten me blij. De parasols waren vanzelf al blij. De wolkjes kreeg je er gewoon bij.
's Avonds vertelde ik dat aan Wilma, een beetje terloops, dat mijn oog op een schilderij gevallen was in de etalage bij Barnhoorn. Ja, het was wel wat, geloof ik, een rij parasols op het strand in vrolijke kleuren, heel licht, veel licht, en die wolkjes. Die waren zo prettig. 'Nou, zoals jij dat nu vertelt, wil ik dat wel zien. Is het niet wat in plaats van die plaat achter de deur?'


Ik maakte nog een schetsje van wat ik ongeveer gezien had. 'Kijk, dit is het idee. Rijtje parasols, wolkjes.'
'Dan moeten we morgenochtend maar gelijk gaan kijken. Anders is het weg.'
'Ja, ik werd er wel blij van.'
En zo waren we vanochtend binnen in de zaak van Barnhoorn, er werd een ladder bij gepakt, het schilderij van de muur gehaald. De spiegelende ruit had me niet bedrogen. Want hier vielen wij allebei voor. Ons eerste en enige, echte schilderij, een echte Niek van der Plas.

vrijdag 24 mei 2019

De grens loopt daar, bij die sloot

De grens.

Pas sprak ik Cornelis die op de Boulevard van Oegstgeest woont. Tenminste, dat riep ik naar hem. 'Jij woont hier mooi, op de Boulevard van Oegstgeest.' Hij hield me staande. Ik kom er iedere dag langs. Van de week zag ik hier nog een zwaan met haar jongen, wel zeven. Het zal wel door dat weiland komen, die associatie met Oegstgeest: weiland – groen – natuur – veel groen – nog een boomgroep ook – Oegstgeest. Maar het was natuurlijk Leiden, de Boulevard van Leiden, want de Nachtegaallaan met dat grandioze grootse uitzicht op dat weiland, met runderen, schapen, ganzen en een ooievaarsnest op een paal, is nog helemaal Leiden. En ik dacht dat de grens daar liep, in de lengterichting over de straat. Maar dat was niet zo. 'Nee, kijk,' zei Cornelis, 'de grens loopt daar, bij die sloot.'

woensdag 15 mei 2019

Echte souvenirs 3 – drijvers van Culatra


Ronin heeft nog scherpe ogen. Op Culatra op het strandje bij de haven vond hij deze drijvers. Om het net omhoog te houden in de zee. Net voor de veerpont ons weer naar Olhão zou brengen. Soort van samengeperste kurk of kunststof. Mocht ze zomaar van hem hebben. Daar ben je opa voor. Mooie herinnering aan een puur en prachtig eiland.


Met vissershuisjes in het zand.


Als in Afrika.


Of aan de Hollandse kust in de achttiende eeuw.


Als we de antennes en schotels wegdenken.