zondag 24 september 2023

Beginnen bij het begin – Minehead – South West Coast Path (34)

Bij het monument aan het begin van het pad. Nog 1014 kilometer te gaan.

'Dit is dus zo'n plek waar je nooit meer terugkomt.'
'Dat weet je niet.'
'Ja, maar dit is toch wel een plek vol emotie. Waarvan je lang gedacht hebt wanneer het ooit zover zou zijn dat je daar zou beginnen, aan het begin van het South West Coast Path. En nu zijn we er.'
'Ja, dat is wel zo. En hoe gemakkelijk je er eigenlijk naartoe kan reizen.'

'Nou, daar gaan we!'

En zo gingen we op zaterdag 16 september op pad vanuit Minehead. Volgens de tekst op het monument aan de boulevard vanaf daar nog 1014 kilometer te gaan. Volgens onszelf nog 441,5 kilometer. Omdat we er al 572,5 kilometer van gelopen hebben. En het gekke was dat niemand dat aan ons zag.

Het monument aan het begin van het South West Coast Path, bedacht en
ontworpen door Sarah Ward en uitgevoerd in brons door Owen Cunningham.


Detail: de kaart met de route van Minehead tot Poole.

Wat was het druk op deze eerste etappe, tot Porlock Weir, met wandelaars. Veel drukker dan eerder deze zomer in het gedeelte tussen Wembury en Beer, in het zuiden, waar op een gegeven moment de Jurassic Coast begint. Beer, zo'n 180 kilometer voor het einde, voor Poole. Je vraagt je dan af, wat gebeurt er met al die mensen die in Minehead beginnen? Die officieel in Minehead beginnen, en niet zoals wij, na vier stukken kustpad, vanaf Newquay tot Beer, nog eens aan het begin beginnen, het begin ervoor plakken, zogezegd. Hoeveel haken er onderweg af? Er zijn er in ieder geval maar weinig die de volle 1014 kilometer in acht weken uitlopen. Volgens de 52 day itinerary van de South West Coast Path Association. Of sneller, volgens de 45 stages in het boekje van Paddy Dillon, van gemiddeld 22,5 kilometer per dag. Zoals die Duitser die we vorig jaar tegenkwamen, met volle bepakking, en misschien nog wat hele sterke en stoere types. Wat een prestatie. De meesten zullen het doen zoals wij, jonge mensen, wat oudere mensen, in de tijd dat ze vakantie hebben, steeds weer een gedeelte.

De plaquette op de kademuur.

Newquay was 15 jaar geleden. We gingen gewoon een stukje langs de zee lopen, zonder te beseffen dat dit het beroemde en beruchte South West Coast Path was. Tussendoor liepen we de West Highland Way, een makkie, liepen we in Noord-Ierland met Co en Yvonne, in Madeira langs de levadas en door de Cotswolds. Tot we weer eens langs de zee wilden lopen, vorig jaar. Want dan kun je omkijken naar wat je gelopen hebt. Dat kan niet in een bos of in de bergen. Dat is het mooie van de kust. Tussendoor verscheen ook nog Het zoutpad, het boek van Raynor Winn, waarvan ze nu een film aan het maken zijn. (Ik zou eerst nog even gauw het boek lezen, voordat de film uitkomt.) Maar dat was niet de reden om na 14 jaar het SWCP weer op te pakken. Misschien was het wel de zee, het omkijken wat je gelopen hebt, maar ook het vooruitkijken wat je nog te gaan hebt. Waren het de klimmetjes en afdalingen, een stuk langs een klif, een stuk door een bos (toch ook), een stroompje dat je moet oversteken, een vuurtoren hier en daar en al die gezellige dorpjes waar je langs komt, of al die aardige wandelaars onderweg waarmee je een praatje maakt. Daar doe je het voor. Of zoals dat kamermeisje het zei toen we uit The Old Ship Aground in Minehead vertrokken: 'Enjoy the Way!'

De eerste B&B, The Old Ship Aground.

Al 400 meter gelopen.

donderdag 14 september 2023

Babbacombe – South West Coast Path (33)

Bovenaan het klif. De Babbacombe Cliff Railway werd gebouwd in 1926.

In Babbacombe werden we compleet overrompeld door de funicular die je daar hebt, de Babbacombe Cliff Railway, een baan met treintjes die heen en weer gaan tussen het klif en het strand. Thuis hadden we al ontdekt dat die treinbaan (of kabelspoorweg) daar ergens moest zijn, maar dat je er dan met je neus bovenop komt te staan terwijl je net je eerste schreden op een nieuw stuk pad wilt zetten, dat is wel een verrassing.

Eigenlijk kwam het door de postbode die ons de weg wees – we konden het begin van dat nieuwe stuk pad niet zo gauw vinden – de postbode, waardoor we ook al zo overrompeld werden. Iemand die fluitend en met een blij gemoed zijn brieven rondbracht met twee kleuren sokken aan, een blauwe en een rode, de een links en de ander rechts. Je kon wel zien dat hij hier al een tijdje rondliep, zo stellig wees hij ons de weg. Het was duidelijk geen invaller, en om zijn werk als bekende dorpspostbode nog wat te veraangenamen trok hij 's ochtends twee verschillende sokken aan. Maar misschien had het ook iets met de systematiek van het vak te maken, dat hij brieven had voor de kant van de weg die met blauw werd aangeduid, en brieven voor de andere kant die rood genoemd werd en dat de sokken dienden als geheugensteuntje. Je wist het niet. Stuur- en bakboord haalde je er in ieder geval niet uit, uit de blauwe en rode sok.

Maar nu stonden we bij de treinbaan. Eerst was het plan om, na de drukte van Torquay overgeslagen te hebben, het pad weer op te pakken bij Labrador Bay. Maar dan waren we deze attractie nooit tegengekomen. Erin konden we nog niet, helaas, wat wel de bedoeling geweest was, want ze hadden nog een extra week uitstel genomen om de boel weer op te starten. Veiligheid voor alles. In september 2022 namelijk was er bij de restauratie van de treinbaan iemand verongelukt. Je hoorde dat er mannetjes bezig waren om te testen. Straks ging het allemaal weer rijden. Maar niet voor ons. In Engeland zijn ze dol op dit soort bouwwerken. Zo zie je langs de kust ook wel af en toe nog een oude wandelpier en aan het begin van het South West Coast Path, tussen Lynmouth en Lynton gaan ook van die kabeltreintjes heen en weer, maar daar worden ze met waterkracht aangedreven.

Babbacombe, alleen de naam al is overrompelend. Die verzin je niet.* Niet vreemd dat er ook nog een schrijver gewoond heeft, niemand minder dan Oscar Wilde. In de winter van 1892-1893. Voor één zo'n winter krijg je als schrijver dan gelijk al zo'n bordje. Dat doen die Engelsen goed.


* Babbacombe betekent 'vallei van een man genaamd Babba'. Het woorddeel 'combe' kom je in meer plaatsnamen tegen.

zaterdag 9 september 2023

En misten – South West Coast Path (32)

Het pad naar Sharp Tor, voor Salcombe, is nog net te zien. 30 juni 2023.

En misten, kan het ook, op het South West Coast Path. Dat levert fraaie plaatjes op. Van rotsen in de mist, een zee die in de wolken verdwijnt, of schapen die daaruit tevoorschijn komen.

Of een gloednieuwe Mini, een auto, die daar zomaar in het veld staat ineens. Met niemand erin tussen de heideplanten. Er bestaat helaas geen foto van, dus je moet het geloven. Alsof je in de beginscène van de film Local Hero terechtgekomen bent.

Local Hero, waarover we het nog eens apart moeten hebben, de plek waar het opgenomen is, Pennan, aan de noordkust van Aberdeenshire, in het noordoosten van Schotland, zo'n beetje de koudste plek aan het water, waar de noordenwinden vrij spel hebben, met huisjes die met hun rug naar de zee staan, zoveel kou komt daar vandaan. Met die telefooncel aan de haven, die een centrale rol speelt in de film, daar voor de film was neergezet, weggehaald nadat de film was opgenomen, maar daar weer teruggeplaatst moest worden, met een echt werkende telefoon, zo iconisch was die telefooncel op die plek geworden door de film. Local Hero, toch wel de beste film die ik ken, met dat fantastische gitaarspel van Mark Knopfler. Hier te horen.


Maar we hadden het over mist. Mist waar de zon doorheen breekt, zoals we meemaakten voorbij het zuidelijkste puntje van Groot-Brittannië, Lizard Point, dat is zo mooi!

Lloyd's Signal Station, net voorbij Lizard Point, in de mist...

... en uit de mist. 17 juni 2022.

zaterdag 2 september 2023

Het kan ook regenen – South West Coast Path (31)

24 juni 2022, onderweg naar Polperro.

Het kan ook regenen, op het South West Coast Path. De paadjes worden glibberig. Vooral met afdalen is het uitkijken. Dat je niet uitglijdt in de blubber. Dat vergt uiterste concentratie. Goed kijken. Van waar zet ik m'n voet. Op dat hogere stukje, net naast het modderige middenstuk, die graspol die geen graspol meer is, die steen die nog een beetje ruw is, m'n stok, waar zet ik die, iets naar voren, maar niet voor m'n voeten, dat ik niet struikel maar wel opgevangen word als ik ga. Regen. De profielen onder je schoenen raken vol slik en voor je het weet heb je geen enkele grip meer, zijn die zolen gewoon spekglad. Met klimmen let je natuurlijk ook op, vooral als je trappen op moet, dat je niet wegglijdt met de voorkant van je schoen en voorovervalt en in het ergste geval op je tanden terechtkomt, op zo'n traprand.

Regen, het mag de pret niet drukken.

Iets anders is dat je schoenen vol water kunnen raken. Dat hebben we toen naar Polperro meegemaakt. Binnen een paar minuten was het gebeurd. Voor onze laatste tocht hebben we daar wat op gevonden. Dit keer waren goed voorbereid, met van die schoenhoezen die over de bovenkant van je schoenen gaan. Ja, je moet wat meetorsen als je uit wandelen gaat. Ik kan ze Raynor Winn van harte aanbevelen, die schoenhoezen. In haar derde boek, Landlijnen, lees ik dat ze nog steeds in schoenen loopt waarbij als het regent het water er van binnen uit overheen golft. Daardoor heeft ze continu – chronisch – blaren. Een paar van die schoenhoezen, wat zal het wegen, 200 gram? Moth, haar man, hoor je er ook niet over, maar tijdens hun uitgebreide bezoek – van wel een uur! – aan de grote outdoorwinkel in Fort William zullen ze ze toch wel tegengekomen zijn. Waarom lijden als het niet nodig is?

Al moet je natuurlijk ook een beetje geluk hebben bij het wandelen. Je kan dat geluk ook een beetje regelen of maken ('afdwingen' vind ik een te groot woord). Door altijd een regenjas mee te nemen bijvoorbeeld. Hoewel, bij een stralende zon... Maar twijfel je maar een moment, neem dan die regenjas toch maar mee. Zoals die keer dat we 's ochtends uit het slaapkamerraam keken en boven land dikke wolken zagen en boven zee een stralende zon. Volgens de eigenaresse van de B&B werd het in zo'n geval aan zee altijd een prachtige en zonnige dag, waarop je geen regen kreeg. Nooit. Dat was altijd zo. Ze was daar heel stellig in. Gelukkig hebben we niet naar haar geluisterd en gaven de wolken op dat moment de doorslag. Want het ging me toch regenen die dag, aan zee.

Regen, je kan er diepe filosofieën over ophangen, maar die zijn er niet.

dinsdag 22 augustus 2023

Katwijks woordenboek – de derde, herziene en vermeerderde druk! Nu te koop!

De auteurs van het Katwijks woordenboek, vanmiddag bij de presentatie van de derde druk.
                                                                                                               Foto: Evelyn de Regt.

Vers van de pers! Vanmiddag mochten we de nieuwe uitgave van het woordenboek voor het eerst in handen houden.

De derde, herziene en vermeerderde druk van het Katwijks woordenboek bevat veel nieuwe woorden en uitdrukkingen die in de vorige drukken niet te vinden zijn. Bovendien is een aantal bestaande lemma's nog eens tegen het licht gehouden en verbeterd. Nieuw zijn onder andere het kroedebakje en een auwe tui. Verder ontbraken nog de vreugdepeuk en 'n kael en 'n dròòg sneetje. En uitdrukkingen als 'n slinger doen en de kachel op de ròòie skrap zette. Of wat je Katwijkers de hele dag hoort zeggen: alles goed. Met deze en nog vele andere aanvullingen is de derde druk de meest complete versie van het Katwijks woordenboek.

Wie volledig wil zijn met het Katwijkse dialect, moet de laatste druk hebben.

Te koop in de boekwinkel of via de uitgever voor slechts € 19,50.

vrijdag 18 augustus 2023

Katwijks woordenboek – de derde, herziene en vermeerderde druk!

Nog even – volgende week al! – en dan verschijnt de derde, herziene en vermeerderde druk van ons onvolprezen Katwijks woordenboek. Met tal van nieuwe woorden en uitdrukkingen, die ons en anderen nog te binnen schoten in de tijd nadat de tweede druk verschenen was. Ze staan er allemaal in! En daarmee wordt de derde, herziene en vermeerderde druk de meest volledige versie van het woordenboek. Zo misten we onder andere nog het kroedebakje en een auwe tui, en ontbraken nog de vreugdepeuk en 'n kael en 'n dròòg sneetje. En uitdrukkingen als 'n slinger doen en de kachel op de ròòie skrap zette. Of wat je Katwijkers de hele dag hoort zeggen: alles goed. En nog heel veel meer! We hebben opnieuw ons best gedaan er iets moois van te maken.

Wie volledig wil zijn met het Katwijkse dialect, moet de laatste druk hebben.

Te koop in de boekwinkel of via de uitgever. Binnenkort dus.

zaterdag 12 augustus 2023

Linnenmeisje

'Leuk hè, dat ik dat nu weer tegenkom in de krant, de linnenkamer op het Zeehos. Daar heb ik toen ook gewerkt.' M'n moeder over een personeelsadvertentie van het Rotterdamsch Zeehospitium in de rubriek 'Oud nieuws' in De Katwijksche Post van 11 augustus 2023.

Soms komen dingen op een mooie manier samen. Of terug.

zondag 30 juli 2023

Al gelopen en nog te lopen – South West Coast Path (30)

Op de eerste wandeldag van dit jaar, 28 juni, nadat we opnieuw de Yealm Pool zijn
overgestoken. Op de achtergrond The Great Mew Stone, voor de kust van Wembury.

Beer was de laatste halteplaats van het vierde deel van het South West Coast Path. Het eerste deel, van Newquay tot Penzance, liepen we vijftien jaar geleden. Dat was zo'n 128 kilometer. Het tweede deel, van Penzance tot Portwrinkle, liepen we vorig jaar juni, zo'n 207 kilometer, het derde deel, van Portwrinkle tot Wembury, in september van dat jaar, ongeveer 40 kilometer. En nu, dit jaar, het vierde deel, van Wembury tot Beer, van 28 juni tot en met 8 juli, 193 kilometer. Eigenlijk liepen we nog een stukje verder, 3,5 kilometer, tot Seaton, op 9 juli, onze laatste en tevens rustdag in Beer, om af te kicken van de langere wandelingen in de dagen daarvoor. Waarmee de 193 kilometer van Wembury tot Beer kon worden aangevuld tot 197,5 kilometer.

Zo zag het eruit op de tweede wandeldag dit jaar, 29 juni.

Met ergens onderweg naar beneden, daar bij die inham
op de vorige foto, waar je even een bochtje maakt, dit bordje.

In totaal komen we nu, als we de vier delen van Newquay tot Seaton bij elkaar optellen, op 128 + 207 + 40 + 197,5 = 572,5 kilometer.

Voorbij Perranporth, 18 juni 2008.

Penzance. Hier pakten we vorig jaar op 16 juni na veertien jaar de draad weer op.

Daar gaan nog wat kilometers af die we niet gelopen hebben: van Land's End tot Porthgwarra: 5,6 kilometer, en van Polperro tot Looe: 5,5 kilometer. In totaal 11,1 kilometer. In het vierde deel hebben we van Man Sands tot Brixham een route binnendoor genomen, wat misschien wel net zo zwaar was als langs de kust, maar het laatste stuk, van ongeveer 3 kilometer, hebben we gelift. Omdat we niet langs de hoge heggen langs de grote weg konden lopen; in de bochten was het levensgevaarlijk! We hebben ook gelift voorbij Lizard Point naar het plaatsje Cadgwith, toen we ons helemaal op de afstand hadden verkeken en verdwaald zijn langs de kust – zelfs daar kun je verdwalen. Dat zal ook zo'n drie kilometer geweest zijn. Dus 11,1 + 3 + 3 = 17,1 kilometer die we niet gelopen hebben.*

Vijftien jaar geleden liepen we nog met volle bepakking,
hier op het zware stuk tussen St Ives en Zennor, op 22 juni 2008.


Maar we hebben ook nog kilometers over of extra, ik noemde dat eerder 'strafkilometers' maar dat is geen goede term. Die extra gelopen kilometers liepen we van Wembury naar Plymouth, toen we terug naar die stad moesten om van daaruit de volgende dag de trein naar huis te kunnen nemen. Dat was13 kilometer. En van Seaton naar Beer terug, is opnieuw 3,5 kilometer, is in totaal 16,5. Dat betekent dat er nog ergens 0,6 kilometer gevonden moet worden, maar dat maken we ruimschoots goed als we de volgende keer weer in Beer starten, omdat dat zo'n mooi plaatsje is, veel en veel mooier dan het lelijke Seaton, dus lopen we dan sowieso 3,5 kilometer extra, waarmee we dus juist weer 2,9 kilometer overhebben: 3,5 minus 0,6. 

Het Minack Theatre in Porthcurno, gemetseld in de rotsen, waar we op
de avond van 25 juni 2008 een voorstelling van Pinokkio bijwoonden,
terwijl de boot van de Scilly-eilanden langsvoer terug naar Penzance.

Hier heeft het landschap wel wat weg van een lp-hoes van Pink Floyd.
Tussen Plymouth en Wembury, 23 september 2022.

Sharp Tor, de rots met het kijkgat, voordat je Salcombe in loopt. 30 juni 2023.

Maar we hebben nog meer over, want die bus van Land's End tot Porthgwarra ging eigenlijk tot Porthcurno, dus wat verder, en van Porthcurno zijn we teruggelopen naar Porthgwarra en weer terug en dat is ruim twee kilometer extra, waarmee we 4,9 kilometer overhebben.

Wilma in gesprek met Elisabeth, de 84-jarige wandelaar uit London. Ze had alleen een
fluitje bij zich voor als haar iets zou overkomen op het langeafstandspad. 26 juni 2008.

En nu ik erover nadenk, ook het stuk van Penzance naar Marazion, de plaats recht tegenover St Michael's Mount, hebben we twee keer gelopen, één keer vijftien jaar geleden toen we geëindigd waren in Penzance, en één keer toen we in Penzance de draad weer oppakten. Dat is 2,5 mijl, zie ik op de foto, dus 4 kilometer. We komen nu in totaal op 8,9 kilometer over.

Porthgwarra, 25 juni 2008.

Dit is het uitzicht daar.

Er zijn er meer die daarvan genieten. Op de vorige foto zie je ze links zitten.

Als we die bijna negen kilometer die we overhebben even buiten beschouwing laten, moeten we om het hele kustpad gedaan te hebben, dus nog lopen: 1014 minus 572,5 = 441,5 kilometer. Dat zijn de gedeelten van Minehead tot Newquay en van Seaton tot Poole, het begin en het eind. Om het een beetje in perspectief te plaatsen wat we nu gelopen hebben: 572,5 kilometer is ongeveer anderhalf keer het Pieterpad en al bijna de afstand van Groningen naar Maastrict en weer terug.

Soms kom je op de meest wonderlijke plekken. Dit was vorig jaar, op 22 juni.

En is de overkant ook al zo bijzonder, met St Anthony-in-Meneage, naast Helford Passage.

Over wonderlijke plekken gesproken. Dit bewoonde eilandje ligt voor de kust van Newquay.

* Ook het verstedelijkte gebied van Torquay hebben we overgeslagen, maar dat hadden we sowieso niet meegeteld.

zondag 23 juli 2023

Beer (Devon) – South West Coast Path (29)

Beer is als een Engels schoolboekje uit de jaren vijftig, of twintig, van de vorige eeuw. Als een plaatsje uit een Engels schoolboekje, bedoel ik natuurlijk. Aan de hele Fore Street is geen nieuwbouw te ontdekken. Hier en daar is er wat opgeknapt aan de huizen, maar ze zien er nog precies zo uit als toen ze werden gebouwd. In traditioneel Engelse stijl. Je voelt je er meteen op je gemak. Je zou hier wel altijd willen blijven.


Ergens in het midden staat de kerk, een telefooncel, de brievenbus ernaast, er is een bakker, geen groenteboer of slager, maar wel een kruidenier en een hele kleine supermarkt. Er zijn wat huizen met rieten daken, er is een B&B in art-decostijl en een tweelinghuis met hoge schoorstenen, ook art deco denk ik, maar dan zijn we al op het pleintje achterin, waar de bus stopt.


Je waant je hier toch zeker minstens een eeuw geleden. Wat daar nog aan meewerkt, dat gevoel, is de re-enactmentgroep die hier de afgelopen dag is neergestreken. Er zitten er ook een paar in ons hotel, we zagen ze al bij het ontbijt, maar nu lopen ze opeens in kleren van voor de oorlog. Ze doen niet anders dan op het terras zitten en een beetje heen en weer lopen – flaneren, de hele dag spelen ze toeristen uit een andere tijd en als ik het goed hoor, spreken ze ook vooroorlogs Engels met elkaar, als uit een oud Engels schoolboekje.


maandag 17 juli 2023

Het strand van Beer – South West Coast Path (28)

De belangrijkste straat die door het dorp loopt is Fore Street. Als je die volgt, kom je bij het strand, bij de enige strandafgang die er is. Het is een strand met kiezels. De strandafgang ligt in het midden. Met aan weerszijden de krijtrotsen, als hoge, witte muren in een halve boog. Daarbinnen ligt het strand, waar alles gebeurt. Je kan er niet af zonder de strandopgang te gebruiken. Zo heet de strandafgang andersom. Ook met eb kun je niet om de krijtrotsen heen. Door de straat loopt een riviertje, dat langs de strandafgang naar zee stroomt.

Recht voor de strandafgang, aan de vloedlijn, liggen de vissersboten. Als oudste en voornaamste bedrijfstak, op de meest prominente plek van het strand. Er zijn er nog een paar over, van wat er, naar ik aanneem, in de tijden hiervoor veel meer moeten zijn geweest. Ik tel er nog zo'n vijf, zes, zeven. Ze hebben mooie namen. Op een van de boten kun je mee om op makrelen te vissen. Toch al een vorm van toerisme, want de visser is hier stuurman geworden. Maar misschien dat-ie ook nog wel een hengeltje uitwerpt.

De boten liggen aan stalen kabels die naar de lieren leiden die staan opgesteld bij de strandopgang. Zo worden ze na de visvangst aan land getrokken. Tussen de lieren en de boten liggen korven en boeien. De boeien zien eruit als grote dobbers. Met de korven worden krabben gevangen. Het hele midden van het strand is in gebruik bij de visserij.

Op het kleine strand heeft alles zijn plek, misschien kun je zelfs zeggen: zijn historische plek. Want eerst was er de visserij en toen het toerisme. Dat moet vanzelf zo gegroeid zijn.

Aan weerszijden van de boten heb je de strandstoelen, de deckchairs. Aan de linkerkant met kappen tegen de zon. Je kan ze naar voren klappen als je erin gaat zitten. Tot twee uur kosten ze £2 en daarna nog eens £2. Een halve pond voor de kap, want de strandstoelen aan de rechterkant missen zo'n kap en kosten voor een halve dag £1,50. Ze staan er keurig opgesteld, maar niemand die erin gaat zitten. 's Avonds, als je niet meer hoeft te betalen, zitten er nog wel een paar mensen, te luisteren naar het omslaan van de golven. Dat klinkt heel prettig, op het schuine talud van de kiezels, een loom geluid, dat zich niet-ritmisch blijft herhalen. Aan de linkerkant is het wat ordelozer. Er zitten ook meer mensen, die de stoelen bij elkaar getrokken hebben. Het is niet voor de kappen dat ze daar zijn gaan zitten, want die hangen achteloos achterover. Ik denk dat het de zon is, die hier aan de oostkant van het strand wat langer schijnt, vanuit het westen over de krijtrotsen. Je zou denken dat er in de ochtend meer mensen op het westelijke gedeelte van het strand zitten, als de zon vanuit het oosten schijnt, maar dat is niet zo. Er wordt niet veel verdiend aan die stoelen.

Anders is het met de twee strandtenten waar drankjes en broodjes verkocht worden, tegen de onderkant van de krijtrotsen. Bij de westelijke tent, waar de strandstoelen het goedkoopst zijn, maar niemand zit, kost een sandwich met krab £13,50, bij de oostelijke, bij die met de kappen, die goed bezet zijn, kost zo'n zelfde sandwich £10. Een groot verschil.

Aan beide kanten heb je ook nog, tegen de rotsen aan, de beach huts, die typisch Engelse strandhuisjes, in alle kleuren van de regenboog. Je kan zo'n huisje huren maar in Beer duurt het zes tot tien jaar voordat er eentje beschikbaar komt.

Een vol strand, zou je zeggen, maar zo oogt het helemaal niet. Als je het van bovenaf bekijkt is het een overzichtelijk en symmetrisch geheel. Daar zijn vast afspraken over gemaakt. En met al die spullen die er liggen blijft er is nog ruimte genoeg om over het strand te banjeren, op zoek naar mooie kiezels.