vrijdag 12 juli 2024

We did it! – South West Coast Path (50)

Op dinsdag 9 juli liepen we het laatste gaatje dicht, van de westkant van het South West Coast Path, van Portcothan naar Padstow. Twee dagen daarvoor hadden we onze prefinish al beleefd in Newquay. De plaats waar we ooit begonnen waren, in 2008. Maar Padstow is mooier om te finishen. Een toeristisch gat, dat wel, maar ook een living community, waar iedereen elkaar kent, met, zo is ons verteld, een postbode die nog alle kaarten leest, voordat ze ze op de bus doet. Wil je iemand in Padstow een kaartje sturen, zet er dan gerust ook een boodschap voor Rosie op.

Stepper Point.

Een levende gemeenschap, zolang Rick Stein niet het halve dorp opkoopt, met prijsopdrijving en een jongere generatie die nergens een huis kan vinden tot gevolg. Maar dat is overal in Cornwall. Aan de overkant van de River Camel, in Rock, woont nog zo'n tv-kok, Gordon Ramsay, in een van al z'n huizen.

Ergens aan de rechterkant, buiten beeld, ga je het strand op en dan loop je helemaal
tot aan die punt in de verte tot je om de hoek het haventje van Padstow in loopt.

De overkant.

Met de River Camel, die bij eb bijna helemaal droogvalt. Waardoor je er, als je voorbij het torentje van Stepper Point bent, en de aanwijzingen van de kustwacht negeert, die daar om de hoek in z'n lookout zit – die wilde ons weer helemaal de andere kant op laten lopen – gewoon over het strand het dorp kan binnenlopen.

Terugkijkend over het strand bij eb. In de verte de doorgang van de River Camel naar zee.

zaterdag 22 juni 2024

Zennor – de dichtbundel en de reisadaptor – South West Coast Path (49)

In Zennor logeren we in een barn, bij een huis op een klif, niet helemaal op de rand, maar het steekt wel ver vooruit. Met de zee aan drie kanten. Op een foto zie ik hoe het heet: Rosmorva.

De barn.

Van de man en vrouw die er wonen, is de laatste schrijver, van poëzie en kinderboeken: Jenny Hamlett. Na het ontbijt kopen we van haar een dichtbundel: Watching the Sea Four Times. Van hem krijgen we een reisadaptor, moeilijk woord voor een stekker voor een Engels stopcontact waar Nederlandse pootjes in passen. De onze zijn we in de vorige B&B vergeten uit het stopcontact te halen.

Rosmorva.

Haar naam weten we nog, door de dichtbundel, zijn naam weten we niet meer – wie schrijft die blijft –, maar de adaptor is ons even dierbaar als de bundel. Iedere reis opnieuw, gaat hij weer mee naar het eiland van onze dromen. Het is er een met een zekering, een hele luxe. Ik zie die man nog binnenkomen op 22 juni 2008, in die barn, met die stekker. We mogen hem houden. De B&B bestaat niet meer, daar aan het klif, maar de dichtbundel en de adaptor hebben we nog. Beide brengen, op hun manier, licht in de duisternis.

Moge dit een pleidooi zijn om van iedereen die je tegenkomt op je reis de naam te noteren, en zeker als het van die vriendelijke en behulpzame Engelsen zijn.

vrijdag 14 juni 2024

Zomer in het Vondelpark

Niek van der Plas, Zomer in het Vondelpark. Olieverf op paneel, 30 x 50 cm.

De grote vijver met daarachter het gebouw waar vroeger het Filmmuseum was. Nu is het een restaurant en wordt er vanuit een zaaltje iedere zondag een tv-programma uitgezonden. Officieel heet het het Vondelparkpaviljoen. Gebouwd door architect W. Hamer tussen 1874 en 1881 'in Italiaanse renaissancistische stijl en voorzien van gecanneleerde Ionische halfzuilen, rondboogvormige vensters en gekoepelde torentjes', lees ik op Wikipedia. Het is vooral wit. Net als de wolken erboven. En dat contrasteert mooi met alles eromheen: het groen van de bomen, de kleurige parasols op het terras aan de voorkant, waaronder al die mensen zitten. Aan de linkerkant zien we nog meer licht, met groepjes mensen in het gras. We zien dat sprankelende licht ook op de paden die naar achteren verdwijnen, met nog meer mensen, de kleurige stipjes in de verte. Dat maakt het spannend. Je kan wel zien dat het zomer is en dat de schilder, Niek van der Plas, ervan genoten heeft dit fijne kunstwerk te maken. In het Vondelpark, waar altijd de zon schijnt.

woensdag 5 juni 2024

Klauteren en klimmen – South West Coast Path (48)

Na St Ives komt een rotsig parcours. We hadden er 16 jaar geleden ook rekening mee gehouden, weet ik nog, bij het uitstippelen van de route: hier niet te veel kilometers inplannen. Ik dacht dat het er zes waren, tot Zennor. Zes kilometer klauteren en klimmen, alle kanten op, je weg zoeken tussen de rotsblokken. Alsof ze door een reuzenhand zijn uitgestrooid. Je moet er omheen of overheen.

vrijdag 31 mei 2024

Een praatje over het kustpad in het Duna-atelier

Met de nieuwe voorzitter, Eric Westhoek.

Afgelopen dinsdag was het zover, m'n praatje in het Duna-atelier. Met alleen maar aardige mensen, die allemaal de regen hadden getrotseerd om te komen luisteren. Tussen de schilderijen op de planken vloer. Nergens vind je zo'n prettig zaaltje. En ook nog aan zee! Een toepasselijker plek om over een Engels kustpad te mogen vertellen, kun je bijna niet bedenken. Met al die plaatjes en ook nog een film, op het grote doek.

Alle aanwezigen en alle mensen die dit mogelijk hebben gemaakt, heel hartelijk bedankt! 

Op het grote doek: de pony's van Rame Head.

Bear Paddington was erbij.

Met dank aan Maarten van Rijn voor de mooie foto's.

dinsdag 21 mei 2024

Wandelen langs het South West Coast Path – lezing op dinsdag 28 mei in het Duna-atelier

Altijd al eens langs de mooie kust van Zuidwest-Engeland willen wandelen? Sinds het boek Het zoutpad van Raynor Winn verschenen is, heeft iedereen er wel over gehoord: het South West Coast Path. Het is het bekendste en uitdagendste langeafstandspad dat er bestaat. Meer den duizend (1014) kilometer tussen Minehead en Poole.

Wilma Overdevest en Leendert de Vink liepen er in de afgelopen jaren al zo'n 700 kilometer van. Hun belevenissen en observaties lezen we op Huize Zeezicht. Over de meest idyllische plekken tot stukken waar het echt afzien is, met alle typisch Engelse eigenaardigheden daartussendoor. Dat wordt een avond heerlijk genieten van prachtige reisverhalen. Grote kans dat u ook wordt aangestoken om dit pad te gaan lopen.

Tijd en plaats: dinsdag 28 mei om 20.00 uur in het Duna-atelier in Katwijk, tegenover de vuurtoren. Ga naar de website van het Duna-atelier voor alle details.

Kom op tijd als je erbij wil zijn!

zondag 12 mei 2024

St Ives – South West Coast Path (47)

Dit moet geweest zijn in St Ives. In 2008. Je hebt hier een heel bijzonder licht, waar schilders op afkomen. Er is ook een filiaal van de Tate Gallery. Vanwege diezelfde schilders. De hoofdvestiging is in Londen. Dit is op de hoek, die huizen. Je zal er wonen. Een schilderij op zich.



Je passeert het als je naar het museum gaat. Daar hebben we boven op het terras nog koffie gedronken. We hebben er foto's genomen in wat je vroeger noemde een 'high-key'-effect. Maar volgens mij zijn ze gewoon overbelicht. Een combinatie van veel zon en wit.

Voor de hoek heb je het haventje. Waar het nu eb is. Het zand is geel, in St Ives.* Het is een mooi oud stadje. Met leuke straatjes met galeries. En hier en daar een pub. Maar er wonen ook veel mensen. Dat zie je al iets buiten het centrum, aan de lange rijen huizen.

* 'Knalgeel', schreef ik in 2011, maar laten we het op 'geel' houden, dat is al behoorlijk geel, voor zand.

vrijdag 3 mei 2024

De kaart, de lijn en het potlood – South West Coast Path (46)

Dat was nog wat, die lijn. Die lijn trekken. Een kaart die je helemaal uit Engeland hebt laten komen, om daar zomaar met een rode stift op te gaan zitten stiften, zoals ik in een vorig bericht nog schreef. Wat als de inkt uitliep of erger, je hand uitschoot, dan kon je dat nooit meer herstellen, en moest er weer een hele nieuwe kaart uit Engeland komen, met alle rompslomp die dat gaf, van inreisbeperkingen bij de douane en zo meer. Maar we hadden nog een potlood, een rood potlood, van toen we waren wezen stemmen, de la lag er zo onderdehand vol mee, van alle democratische verkiezingen die we achter de rug hadden, in het schoolgebouw dichtbij, en de laatste jaren de gymzaal naast de school. Verkiezingen die steeds grimmiger werden en eindigden in Zwarte Woensdag 22 november. Ook dit potlood had toen zijn werk gedaan, zijn burgerplicht. Het had een rondje rood gemaakt. Een mooi rood rondje was het geworden. En daarna mocht het mee naar huis. Je kon er trots op zijn. Het was niet bezoedeld geraakt. Zoals alle potloden in de la dat niet waren. Het had geen rondje rood gemaakt voor een haatprediker, of een van zijn vele meelopers, binnen en buiten de partij, een haatprediker die ons als belastingbetaler al miljoenen had gekost, en nog kostte en ging kosten, en die de hele cultuur en alles wat daarbij hoorde om zeep zou helpen. Een haatprediker die vond dat hij alles maar tegen iedereen kon zeggen. Maar andersom kon dat niet. Dan was het een en al zelfbeklag. Dit potlood bleef daar verre van. Het was niet bezoedeld, niet misbruikt, het had goed werk geleverd, gekozen voor een open samenleving, waarin iedereen, niemand uitgezonderd, in vrede met elkaar kon leven én wandelen! Als we zo'n 'stempotlood' nou eens zouden omdopen in 'bestemmingspotlood', en daarmee een nieuwe functie gaven. Dan mocht je daarmee, als er een rondje mee gezet was, ook een lijn trekken, dunkt me. En de bestemming was dan het kustpad, het South West Coast Path.

vrijdag 26 april 2024

Honfleur – die andere muurreclame


Blijft over de nogal vage muurreclame met de drie zich herhalende figuren, links naast die van het tafelzout. Na enig googelen in mijn klompenfrans op zoektermen als 'ancienne publicité murale trois figures' kom ik bij dit plaatje uit:


Er staat zoiets als RIPO en daaronder PEINTURE LAQU. Dat laatste moet LAQUE zijn, 'verf'. Als je daarop zoekt kom je al snel de merknaam Ripolin tegen, en nu zie ik dat LIN opeens ook doorschemeren op het plaatje. Met deze woorden combineer ik weer mijn Frans voor oude muurreclames: 'ancienne publicité murale ripolin peintre laque' en krijg ik een duidelijke afbeelding te zien:


De zich herhalende figuren zijn drie schilders met strooien hoedjes op en stofjassen aan. Twee schrijven een tekst op de rug van hun voorganger, de achterste en de middelste, de voorste schrijft vervolgens op de muur. Ze maken reclame voor het merk Ripolin, een lakverf die kan worden gebruikt op metaal, gips, hout en cement, zo maken we op uit wat de laatste opschrijft. In Frankrijk staan de drie bekend onder de van de merknaam afgeleide namen Riri, Polo en Lino. In  oktober1898 figureerden ze in de eerste Franse reclamefilm, waarvan alleen wat foto's bewaard zijn gebleven:


Een echt Frans merk, zou je denken, met die Franse reclameplaat en de strooien hoedjes die de schilders daarop ophebben. En ook de merknaam zelf klinkt helemaal Frans. Toch is Ripolin van oorsprong een Nederlands merk. Op de Franse Wikipedia-pagina lees ik – met behulp van Google Translate – dat een Nederlandse scheikundige van Pruisische afkomst, Carl Julius Ferdinand Riep (1835-1898), in 1887 een proces uitvond om vernissen op olieverfbasis te maken die snel droogden en die hij de naam 'Riepolin' gaf. Hij werkte voor de NV Nederlandsche Stoomverffabriek in Haarlem. Na drie jaar werd de fabricage van de vernis overgenomen door koopman en financier Otto Wilhelm G. Briegleb, die zich met Riep en zijn zoon Fritz Johannes Wilhelm Julius Riep (1867-1957) in Amsterdam vestigde. Vervolgens opende Briegleb een fabriek in Hilversum, die hij aanzienlijk kon uitbreiden door samen te werken met andere verfproducenten in Europa, voornamelijk in Londen en Parijs. De fabriek in Hilversum produceerde in 1901 bijna 450 liter verf per dag.
In 1897 werd over een licentie onderhandeld met de Franse firma Lefranc & Cie (het latere Lefranc & Bourgeois) die 'Riepolin' verfranste tot 'Ripolin'. Zij produceerden al lak- en vernisproducten voor kunstenaars en ambachtslieden. Op de Engelse Wikipedia-pagina lezen we dat Picasso en Le Corbusier verf van Ripolin gebruikten.
De fabriek in Hilversum heeft tot 1975 bestaan. Daarna kwam alle verf van Ripolin uit België en Frankrijk. Sinds 2011 is het merk in Amerikaanse handen.

Egbert Pelgrim schreef een uitgebreid en zeer lezenswaardig artikel over de geschiedenis van de verffabriek. Hij schrijft onder andere dat je voor het woorddeel 'lin' aan het Franse huile de lin kan denken, dat 'lijnolie' betekent. Maar toen de naam bedacht werd, in het begin nog geschreven als Riepolin, bestond het merk nog niet in Frankrijk. Er is daarom nog een andere verklaring mogelijk, en misschien dat die meer voor de hand ligt, namelijk dat de merknaam ontstaan is uit samenvoeging van de naam Riep en 'Lina', de roepnaam van Carl Rieps vrouw Caroline.

Het is in ieder geval wel zo dat in 1902, wanneer het tafelzout van Cérébos zijn intrede doet op de Franse markt, de verf van Ripolin daar al vijf jaar gemaakt en verkocht wordt. Verf waarmee ook kunstenaars aan de slag gingen, waarmee de cirkel rond is en we weer uitkomen bij dat schilderij van Niek van der Plas van het haventje van Honfleur met de zon op het gele pannendak van de visafslag. De visafslag waarop destijds die muurreclames te zien waren.

Niek van der Plas, Haven van Honfleur. Olieverf op paneel, 30 x 50 cm.

vrijdag 19 april 2024

Honfleur – een boekje dateren, of hoe een reclame voor zout je alvast een beetje op weg helpt

Van de visafslag op het schilderij van Niek van der Plas kwam ik een zwart-witfoto tegen in een boekje over Honfleur. Een groter contrast bestaat niet, tussen de kleuren van de schilder en die foto. In het boekje trof ik ook nog een foto van de Église Sainte Catherine, de houten kerk waarom de vissersplaats bekend is.

Het is een oud boekje, een reisgids met wat er allemaal te zien is aan cultuurgoed. Het staat in de Leidse universiteitsbibliotheek en het is onbekend in welk jaar het is uitgegeven. In de catalogus staat '19..'. Wie het weet mag het zeggen.

De foto van de visafslag bestaat ook als ansichtkaart. Die is iets scherper dan de foto in het boekje. Op het gebouw zijn muurreclames aangebracht. Naast een nogal vage reclame met drie zich herhalende figuren zien we er een met letters.


Als je de foto een beetje vergroot zie je dat er Cerebo staat. De mast van het schip dat ervoor in de haven ligt, gaat door de laatste letter, want als je het woord googelt kom je uit bij de merknaam Cérebos. De kleinere woorden die erboven staan heb je dan ook meteen te pakken: Sel de table. Tafelzout van Cérebos.


Het merk bestaat nog steeds en depuis 1902, sinds 1902, zoals je op de moderne etiketten en op hun website leest.

Waarmee het raadsel van wanneer het boekje is uitgegeven alvast een beetje is opgelost. Het moet van 1902 zijn of daarna. Daarmee kunnen de gegevens in de catalogus worden aangevuld.

vrijdag 12 april 2024

Het haventje van Honfleur

Niek van der Plas, Haven van Honfleur. Olieverf op paneel, 30 x 50 cm.

De pakhuizen aan de kade, smal en hoog, in tinten grijs en beige, de boten met hun witte en roodbruine zeilen, weerspiegeld in het water, een schip dat opvalt door zijn rood-wit-rode boeg, voor het gebouw van de visafslag, dat eruit springt door de zon op het gele pannendak. Het haventje van Honfleur. In een Frankrijk dat niet meer bestaat. Het Frankrijk van de muurreclames, van DUBONNET en BYRRH en MICHELIN. Waar op de kade een bar-tabac geweest zal zijn. Met pakjes Galoises, hoog opgetast achter de toog, zonder filter. Waar je onder de luifels, in rood, geel en blauw, daar links vooraan, een bol glaasje witte wijn kon bestellen, aangelengd met limonade – grenadine –, dan werd het rood,* bij wijze van aperitief – zou het nog bestaan? Doen ze dat nog, de Fransen, voor het avondeten? Of als het warm is, tussen de middag, aan een tafeltje, een Ricard, aangelengd met water. Dit moet zo'n zomerse dag geweest zijn, de bomen vol in 't blad, een paar wolkjes rustig aangedreven vanuit zee, maar verder helemaal zonder wind. Zoel. De perfecte dag voor de perfecte compositie, met links die slanke torenspits** boven de huizen, subtiel maar wel belangrijk, de daken aflopend naar rechts, als in een golf, nog even omhoog, bij dat hoge gebouw naast de visafslag, en dan naar achteren, voor nog meer dieptewerking. En overal tussendoor, mensen.

De Haven van Honfleur is een echte Niek van der Plas. Ga naar zijn website voor nog meer moois.

* Het kan ook bier met limonade geweest zijn, maar wel in een klein bol glaasje. Knalgroene menthollimonade drinken ze ook.
** Van de Église Sainte Catherine, de grootste houten kerk van Frankrijk, gebouwd in de 15e eeuw.

dinsdag 2 april 2024

De kaart – South West Coast Path (45)

 

Een kaart waarop je kan bijhouden wat je gelopen hebt. In oktober bestelden we hem bij de South West Coast Path Association. Na enig oponthoud bij de douane – omdat er nog even inklaringskosten betaald moesten worden* – arriveerde hij in een stevige koker, netjes opgerold. Alle tijd daarna, die hele lange winter met veel regen, lag de plaat zo'n beetje half uitgerold op tafel. Tot we bedacht hadden hoe we er een lijst omheen zouden maken.

Het leek zo makkelijk, een poster van 59,4 x 84 centimeter, A1, de grootte van een uitgevouwen krant van vroeger. In dat formaat zijn er genoeg kant-en-klare lijsten te vinden. Er was alleen één probleem: de teksten bij de foto's onder aan de poster die op ongeveer twee millimeter van de rand staan. Een lijst heeft ongeveer een halve centimeter overslag, om het glas erin te houden (en alles wat daarachter zit). Binnen die halve centimeter zouden de teksten wegvallen. De oplossing was misschien een randloze lijst, een contradictio in terminis voor een glasplaat met van die ijzertjes. Een beetje armoedig wel. Daar hadden we die plaat niet helemaal voor uit Engeland laten komen. We konden ook een lijstenmaker een lijst laten maken met wat meer ruimte langs de rand, maar dat konden we natuurlijk ook zelf. En zo geschiedde. Het vergde het nog wel enig denkwerk, maar algauw werden er latjes bij de bouwmarkt gehaald, zaagden we ze in verstek, om ze vervolgens op een speciale, bijna geheime manier, met elkaar te verbinden. Want het moest allemaal wel een beetje smal blijven, bij zo'n moderne plaat, en op de hoeken mocht het niet zomaar loslaten.

De lijst is nu bijna klaar. Alleen nog verven in de kleur warm eiken van Rambo – bomschuitjesverf, de kleur waarmee m'n opa z'n bootjes schilderde. En dan nog een uv-werende plexiglasplaat ervoor. En... dat zouden we bijna vergeten, waar alles uiteindelijk om te doen was: het inkleuren van de wandelroute, voor zover gelopen. De rode stift ligt klaar, dat wordt nog een precisiewerkje. Er is daarover nog uitgebreid advies ingewonnen bij een bekende illustrator in Katwijk. Ja, we moeten een beetje opschieten. Want de lezing dient zich weldra aan. Dan moet-ie mee.

* Blijkbaar bestaat er verschil tussen papier dat plat in een envelop zit, en waarover geen inklaringskosten betaald hoeven te worden, en papier dat opgerold in een koker zit en dus volume heeft.

zondag 17 maart 2024

Oerbos – South West Coast Path (44)

Het oerbos bij Porlock Weir.

Op de kliffen bij Minehead, waar het South West Coast Path begint (of eindigt als je het pad van de andere kant gelopen hebt) hebben ze onlangs de versteende resten van het oudste bos ter wereld gevonden van 390 miljoen jaar geleden. Dat was in het tijdperk dat ze het devoon noemen, genoemd naar het Engelse graafschap Devon (of andersom). Het stond op teletekst en op nos.nl.

Verder lezen we dat het gebied waar nu Minehead ligt nog niet verbonden was met Engeland en meer naar het zuiden in de buurt van België lag. Dichter bij waar we nu wonen en maar een klein stukje reizen. Toch ben ik wel blij dat het uiteindelijk aan Engeland is vast komen te zitten. En niet meer in de buurt ligt van nu zo overbevolkte Europese kust.

Let op voorbij dit bord: 'This Marsh Is A Site Of Special Scientific Interest
At All Times. Stay On Paths. Keep Dogs On Lead. Thankyou.'

Toen we in september 2023 vanuit Minehead het eerste stuk van het kustpad liepen kwamen we voor we in Porlock Weir aankwamen de fossiele resten van een ander oerbos tegen. Oorspronkelijk lag het op de bodem van de zee. Nu staan de bomen in een soort van kwelder of moeras, dat bij hoogwater overstroomt. Die bomen zijn pas zo'n 6000 jaar oud.

Porlock.