Posts tonen met het label Wat ik mis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wat ik mis. Alle posts tonen

zondag 20 februari 2022

Een visje bakken

Het hoorde bij de zomer, gebakken vis, op zaterdag. Zooitjesvis. Sliptong. Altijd veel en overdadig. M'n vader had z'n adresjes, of het 'schoolschip'*, waar hij ze vandaan had. En andere vis. Soms een wolf, en schol natuurlijk, in de tijd dat ze lekker dik waren, en rooie poon. Die werden ook gekookt. En ook een keer een rog. Dat werd dan allemaal weer doorverkocht, een heel notitieboekje hield hij bij, allemaal telefoonnummers. Z'n handeltje op zaterdagochtend. Maar wij hadden de sliptong, of de kabeljauw. Later in de middag.

Van de sliptong plakte hij er twee op elkaar. Omdat ze zo klein waren. Dan bleven de binnenkanten lekker sappig. En dan had hij door de tijd uitgevonden dat je ze het beste in arachideolie kon bakken. Dat had een neutrale smaak en stonk ook niet zo in de schuur. In een grote platte pan op de vlinder** op een veel te klein krukje. Om en om, een paar minuten op de ene kant en op de andere kant. Zout erover, klaar. Met een spaan werden ze uit de pan geschept en ging er weer een nieuwe lading in. M'n vader had er een lange stofjas bij aan, lichtblauw. Tegen de spatten. En dan maar eten. Honderden hebben we er op. Familie kwam ervoor over. Schaaltjes gingen de straat door, naar oude mensen die ook wel een visje lusten. En m'n moeder zette er altijd thee bij. En een sneetje jam toe. Al die olie in je lijf moest ook weer tot rust komen.

Zo'n sliptongetje at makkelijk weg. Zowat alles van zo'n visje kon je opeten, de kantgraatjes, het staartje, alles. Allemaal kalk, goed voor je botten. Als je nieuw was aan tafel, deed m'n vader voor hoe dat moest, zo'n visje verorberen, mét die kantgraatjes, en dat staartje.*** Tussendoor wees hij dan aan welke je toch zeker wel van de schaal moest pakken: 'Lee, neem jij deze, en Pee, dit is een mooie voor jou. Wil, kijk, dit is een lekkere. Nee, deze.' Helemaal leuk vond hij het toen hij ontdekte dat hij een achterkleinkind had dat 'gek was van vis'. Indy. En dat is ze nog.

Op het laatst had hij nog een speciaal recept uitgevonden voor kabeljauw, om er kibbelingen van te maken. Daar was hij flink mee aan het experimenteren, welk papje het lekkerste en dunste korstje eromheen gaf. Grote brokken. Of karbonades van kabeljauw, nog groter. Niet zoals je die haalt bij de vistent. Helemaal niet.

Met het ouder worden verdwijnt dat allemaal, en zonder dat je er erg in hebt. Zaterdagse gewoontes. Mag ik zeggen: Katwijkse zaterdagse gewoontes? Want je ruikt het nergens meer, achter op de plaatsjes, op die dag dat er vroeger overal vis gebakken werd in het dorp aan zee.

* Een opleidingsschip voor de vissers.
** Katwijks voor 'los gastoestel voor een grote, platte bakpan om vis in te bakken' (Katwijks woordenboek, 2020, p. 250). Voor het visbakken had m'n vader destijds speciaal een gasleiding laten aanleggen, onder de plaats door naar de schuur.
*** Durfde je als nieuweling de kantgraatjes en het staartje niet op te eten, dan kloof m'n vader ze voor je af.

vrijdag 12 juli 2019

Heimwee en verlangen


Vanochtend op de fiets, al voor de tweede keer, gisteren ook al, dat liedje van 'Danny Boy'. Liedje vol heimwee en verlangen. Nu m'n ouders zo oud en breekbaar zijn. Een liedje, als ik het neurie, denk ik terug aan die dagen op het strand, dat ik met m'n zusje, we waren twaalf en acht, alvast het schermpje* gingen opzetten, dan hadden we een plekje, acht uur in de ochtend, misschien nog vroeger. Terwijl m'n moeder het ontbijt voor de badgasten maakte, de bedden deed. We lieten het schermpje staan en gingen terug naar huis. Als m'n moeder klaar was, gingen we weer terug naar strand, met een thermosfles met thee en broodjes en koeken en snoepjes. Het zou een warme dag worden. 's Middags kregen we een ijsje uit de strandtent. We schepten dammen in de zwin en zwommen in de zee. Daar ergens voer m'n vader.


Het was altijd zomer en we zouden nooit oud worden.


* Van het schermpje opzetten zijn geen foto's. Je nam geen fototoestel mee naar het strand zo 's ochtends vroeg en zeker niet om foto's te maken van het opzetten van een schermpje. Het was van blauwe of oranje stof. Op de foto's hierboven zijn mijn zus en ik tweeënhalf en zesenhalf jaar oud.
Er zijn veel uitvoeringen van 'Danny Boy'. De tekst is van Frederic Weatherly op de melodie van een oud Iers volksliedje. Adri van Beelen stuurde mij al deze informatie na het herkennen van mijn geneurie. Alles in een appje. Er is een mooie uitvoering van van Johnny Cash:


En ook nog eentje uit zijn laatste levensjaar, met een decent orgeltje:

zondag 30 juni 2019

Willy Zuid


Soms kwamen we er een heel jaar niet. Ik moet zeggen: een heel seizoen. Want Willy Zuid staat er alleen in de zomer. Als enige. Begin oktober wordt de tent weer opgeborgen in de winteropslag om er in maart weer uit tevoorschijn te komen. Zoals dat hoort met strandtenten. In de winter hoort het strand leeg te zijn. Is het van de elementen, van storm en kou en striemende regenvlagen.


Willy Zuid, de enige strandtent die nog een beetje normaal is. En goed toeven. We waren er vandaag, voor de eerste keer weer deze zomer. Laat al, maar het is nog juni. Nog wel. De laatste dag van de maand en dan is het alweer juli. Maar toch, nog drie maanden om hier iedere dag te kunnen neerstrijken. Na een prettige wandeling naar de Wassenaarse Slag, zoals ze in Katwijk zeggen. (Met dat de dus; klein verschilletje met het Nederlands, maar wat een effect!) Je moet een doel hebben.


Het was eb. Een vlak strand toen we weggingen. Lekker uitwaaien. Niet blijven hangen in de 'kermis' van het Wassenaarse strand, maar gelijk omkeren en naar Willy Zuid, geen stap verder, om niet noordwaarts in de Katwijkse 'kermis' terecht te komen, die het strand daar tegenwoordig geworden is, met al die vaste bebouwing. In oktober moet je weg zijn, in maart mag je weer terug. Zo was het, en had het altijd moeten blijven.

woensdag 18 juli 2018

'Ons prinsesje' – De Voorstraat (17)


Aan het begin van de Hogeweg, alias de Heilige Berg, staat het huis met de naam 'Ons prinsesje'. Het werd in 1902 in opdracht van Jan Toorop ontworpen door architect Hendrik Jesse. Willem Wassenaar, een leerling van Toorop, ging er wonen.*

Jan Toorop.

De naam 'Ons prinsesje' kreeg het huis pas in 1909. Hiermee is Juliana bedoeld, die in dat jaar op 30 april het levenslicht zag. Een prinsesje waar lang naar uitgezien was, omdat zij het koningshuis moest redden.

Prinses Juliana met koningin Wilhelmina in 1914.

* Joyce Hoogeveen-Brink, H.J. Jesse, architect 1860-1943. Rotterdam, 1997, p. 40.


vrijdag 13 juli 2018

De Heilige Berg – De Voorstraat (16)


Dit is 'de Heilige Berg'. Zo genoemd om de dominees en de huisartsen die er woonden (en wonen). In de ogen van de Katwijkers waren (zijn) dat natuurlijk heiligen. In ieder geval halve heiligen.* Of dat nog zo is, weet ik niet.

De Heilige Berg is de bijnaam voor de Hogeweg, die aan het einde van de Voorstraat parallel daaraan als een ventweg omhoogloopt en voorbij de splitsing met de Zeeweg weer omlaag gaat.

* Huisartsen en dominees beschikken immers over lichaam en geest. Er woonden (en wonen) ook notarissen, aannemers, architecten en andere notabelen. Katwijkers zeggen notabélen.

woensdag 11 juli 2018

Tandarts Mast – De Voorstraat (15)


Naast bakker Den Dulk,* aan de andere kant van het plantsoen, zat tandarts Mast. Dat was een deftig huis met een hoge hal. De hal was achter de voordeur die wat meer naar achteren lag rechts naast het huis, nogal verstopt. Op de foto hierboven achter de rechterboom. Later verhuisde de tandarts naar de Boulevard, naar een van de witte huizen bij de vuurtoren.** Als je in de tandartsstoel zat, keek je zo op zee. Als je er de kans voor kreeg. Ik weet nog dat ik daar iedere twee weken voor mijn beugel heen moest. Mijn moeder ging dan met me mee. De tandarts bewoog dan even met zijn hand, waaraan een tangetje vastzat waarmee de metaaldraadjes van mijn beugel verbogen werden, en klaar was hij. Het klusje duurde ongeveer een minuut. 20 gulden betaalde mijn moeder daarvoor. Iedere keer weer. Het kan ook 12 gulden geweest zijn, laat ik niet overdrijven, in ieder geval een heel bedrag in de tijd dat een huis op de Boulevard nog een ton kostte. Ik weet niet precies meer hoe oud ik was, toen ik voor mijn beugel langs moest, ik ben van 1961, maar ik weet nog wel dat het een enorme beul was, tandarts Mast. Van schrik heb ik hem een keer, toen ik mijn mond niet ver genoeg opendeed, dat zal het geweest zijn, denk ik, een klap in zijn gezicht gegeven.*** Daarna hoefde ik nooit meer terug te komen.****

* Van de slogan 'Wie heeft zulk, alleen T. den Dulk'.
** Officieel horen deze huizen niet wit te zijn, zoals het huidige appartementencomplexje Seinpost op de hoek Boulevard-Seinpoststraat.
*** Misschien dat ik een jaar of negen geweest ben toen het gebeurde plaatsvond, en ik denk dat die klap meer een afwerende duw geweest is.
**** Met mijn tanden die scheef stonden, is het vanzelf goed gekomen.

vrijdag 16 februari 2018

Een Voorstraatje – De Voorstraat (14)

Deze is van bakkerij C. Guijt in de Roest van Limburgstraat. Foto: Jan van der Luijt.

Deze foto stuurde Jan mij vanmiddag via de app: 'Om in het thema te blijven... je weet dat dit een Voorstraetje wordt genoemd?' Zo werd een mergpijp genoemd. Jan is bij zijn moeder op visite met het gebak en zo komen de herinneringen bovendrijven. 'Bakker Van Egmond op de Voorstraat zeewaarts van het oude postkantoor gesitueerd verkocht ze.' Bakker Van Egmond, 't Melkbeertje werd hij genoemd, vertelt Jan mij, 'geëmigreerd naar Canada en daar vlot en kinderloos overleden'. Dat is te mooi voor het verhaal misschien, het maakt het extra dramatisch, maar kinderloos was hij niet. Mijn moeder, bij wie ik toevallig op hetzelfde moment op visite ben, weet te vertellen dat behalve zijn vrouw ook zijn dochter in de winkel stond en zijn moeder. Want behalve Voorstraatjes verkocht hij nog meer lekkers. Daarom stond het winkeltje altijd vol. Dat winkeltje was naast een steegje – een 'slopje', zeggen we in Katwijk – naast het oude postkantoor, waar later de meubelzaak van Haasnoot in gekomen is. Een heel smal winkeltje met schuin op de hoek de winkeldeur, die altijd openstond. Zo warm was het van al die klanten binnen. Die altijd in de rij stonden. 'Maar ze verkochten dan ook goeie spullen,' vertelt mijn moeder. 'En ook heerlijk cakebrood met rozijnen, klein formaat, heerlijk mals! We wulle 't recept!' appt Jan terug in het Katwijks. Jan vertelt dat er een vrouwtje met grijs haar en kringen onder de ogen achter de toonbank stond en dat de omschrijving van de winkel door zijn moeder aan de andere kant van de lijn 'met veel jae-jae's' wordt beaamd. Mijn moeder vertelt op haar beurt weer dat de bakker 'alle booskoppe nog met een fies met een mand erop' deed, 'later een auwtootje'. Hij had een dikke buik en een groot hoofd en liep altijd te roken. Die dikke buik kwam van het snoepen in z'n winkeltje, wat hij de hele dag deed. Het was ook allemaal zo lekker! De mensen waarschuwden hem er ook voor, vertelt ze. En ze gaat verder: 'Als m'n moeder een keer trek had in lekkere koekies, moest ik ze dáár gaan halen. Ze hadden ook heel lekker brood. Echt lux.' En toen gingen ze opeens emigreren. Ja, dat weet ik ook nog wel, zeg ik tegen mijn moeder. Dat was een hele schok.

Foto: Jan van der Luijt.

Maar mooi dat die bakkerswinkel van Van Egmond en Van Egmond zelf, via de beide moeders, die van Jan en die van mij, en via de app, weer even helemaal tot leven kwamen, als een plaatje uit een boek van Anton Pieck.

Met dank aan Dicky van der Luijt-de Jong, Jan van der Luijt en Nel de Vink-van Duijn.

woensdag 14 februari 2018

Onderweg naar Den Dulk – De Voorstraat (13)

Nu.

Onderweg naar Den Dulk, om de gevulde koeken, midden in de nacht, na het kapen van die vlag, kwam je langs een van de grootste aanfluitingen van Katwijk, tegenover de Nieuwe Kerk: de nieuwe bejaardenwoningen, die voor het gast- en weeshuis in de plaats gekomen waren. Hoe durfden ze die het Gasthuishof te noemen! En hoe hadden ze die beelden van die weesjongen en dat weesmeisje daar zomaar in die muren kunnen metselen! Schaamrood, schaamrood zou je ervan op je wangen moeten krijgen!

Voor de zekerheid, en vooral om het er nog even flink in te wrijven bij de heren politici en kerkrentmeesters van destijds,* voor zover ze nog in leven zijn natuurlijk, laat ik nog even zien hoe mooi het was.

Toen.

Ik kan er nog altijd zo boos om worden. Domme lui. Dat ze bestaan hebben. Een blijvende en eeuwigdurende schande voor ons ooit zo mooie dorp.

* In Katwijk hebben we daar een prachtig woord voor, voor zo'n clubje notabelen dat zich belangrijk voelt en voor iedereen de dienst uitmaakt: 't sanhedrin. Het is een woord uit de Bijbel. Oorspronkelijk was het sanhedrin de Hoge Raad der Israëlieten, die als besturende vergadering het toezicht had over de uiterlijke eredienst. Samen met de bank uit het vorige bericht en een grote bouwonderneming maakten de kerkrentmeesters (de kerkvoogdij) en een paar wethouders de dienst uit in het dorp, wisten zij wat goed voor ons was, vormden zij 't sanhedrin. In 1976 werden het gast- en weeshuis van architect H.J. Jesse gesloopt.

vrijdag 9 februari 2018

De Rabobank – De Voorstraat (12)

De pastorie aan de Voorstraat.

Naast het politiebureau, op de hoek van de Voorstraat en het Noordeinde had je de Raiffeisenbank, later, na de fusie met de Boerenleenbank, Rabobank geheten. In de tijd dat ik jong was, liet ik er nog m'n spaarpotje legen. Toen ik wat ouder werd, ben ik er gauw bij weggegaan.
Rijk geworden van al die hypotheken voor al die Katwijkse koophuizen wilden ze op een gegeven moment wel uitbreiden. Ze hadden hun oog laten vallen op het politiebureau, het oude pand van Meerburg, waarin nu het Katwijks Museum gehuisvest is. Gelukkig ging dat niet door. De sloop van nog een pand van Jesse hadden de Katwijkers waarschijnlijk niet meer getrokken, na de vernietiging van het gast- en weeshuis aan de Voorstraat en het oude politiebureau met het torentje aan de Tramstraat. Maar wel moeten slikken. Want de bank ging onverdroten verder. Als ze het pand van Meerburg niet konden krijgen, gingen ze gewoon naar de overkant, waar de ijzerhandel van Oudshoorn zat, met daarnaast de pastorie waar dominee Vink nog gewoond had. Dat was een dubbel huis met in de hal in het midden een prachtige trap. Dan dat maar slopen. Zo kwam de bank tegenover het museum terecht. Na een paar jaar gingen ze er, nog rijker geworden, alweer uit en kwam er een supermarkt in. Nu togen ze naar een plek bij de jachthaven, waar een oude nettenschuur eraan moest geloven. Ze bouwden er het lelijkste gebouw van Katwijk, met roltrappen. Hoe megalomaan! Een gebouw, compleet detonerend met de omgeving,* waar ze nu ook alweer uit gaan, nu omdat ze moeten krimpen. Hetzelfde geintje als in Katwijk aan Zee flikten ze in Katwijk-Binnen, aan het einde van Rijnstraat, waar mooie panden moesten wijken voor een nieuwbakken bankpand. Ook daar gingen ze uit. De Rabobank, die ooit de Museumjaarkaart uitgaf, maar in Katwijk een spoor van vernieling achterliet.

De Rabobank toen ze nog op de plek zat waar mijn spaarpotje geleegd werd.
Aan de overkant de ijzerhandel van Oudshoorn. Voor de zijmuur waar je
tegenaan kijkt, stond meer naar achteren de pastorie.

* Waar je het ook zou neerzetten, het detoneert altijd, compleet. Dat komt omdat het zo oerlelijk is.

dinsdag 6 februari 2018

Een gezellige straat – De Voorstraat (11)


Behalve kerken, een gast- en weeshuis en pastorieën – wel drie: die naast de Nieuwe Kerk, naast de Vredeskerk en nog een losse tegenover het politiebureau –, waren er de winkels en cafés. Er zat een koetsier, er waren boerderijen. Die van Haasnoot, naast de dam van Taat en nog eentje tegenover het oude gasthuis waarin later de de Openbare Christelijke Bibliotheek en Leeszaal gevestigd was. Daar haalde je je eerste boeken.

De Voorstraat. Tegenwoordig hangen er beveiligingscamera's en kun je er parkeren voor twee euro per uur, omgerekend, want dat doe je dan toch wel even: 4,40 gulden! Zo'n beetje het tarief dat Amsterdam had, toen in Katwijk de eerste parkeermeters kwamen.

vrijdag 2 februari 2018

Een sfeervolle straat – De Voorstraat (10)

Mijn overgrootmoeder Pietje van Rijn-Guijt (± 46 jaar), met haar kinderen,
op het muurtje van de Nieuwe Kerk van links naar rechts Agaath (± 5 jaar),
Teun (± 8 jaar) en Maartje (± 19 jaar), tegen het muurtje links Lena (± 15 jaar)
en rechts waarschijnlijk Mien (± 10 jaar). De foto is ongeveer uit 1935.

De Voorstraat was een sfeervolle straat, lommerrijk, door alle bomen die er stonden. Sjiek, door alle deftige gebouwen die er stonden: schuin tegenover het politiebureau het postkantoor, met hoge ramen en een hoge brievenbus ervoor, waar ik opgetild door mijn vader of mijn moeder nog wel eens een brief in mocht doen, het Jeugdhuis, om de christelijke jeugd- en jongerenverenigingen een dak te bieden, daarnaast, op de plaats waar nu Hervormd Kerkelijk Centrum 'Het Anker' gevestigd is, de Kapel van de Nederlandse Hervormde Kerk, ook wel de Zael genoemd, twee kerken, de Nieuwe Kerk en de Vredeskerk – die zijn er gelukkig nog –, en verder veel winkels, een bakker en nog een bakker en nog een, van de betere soort welteverstaan, een groenteboer, een kaasboer, sigarenhandels, een boekhandel, schoenenzaken, Jamin, De Gruyter, noem maar op. Alles was er te krijgen, in de Voorstraat, de P.C. Hooft van Katwijk, met hier en daar nog een oude rederswoning, met een uitbouwtje aan de straatzijde. Je kon er heerlijk wandelen, zo onder het geboomte.


In de Hongerwinter van 1944-1945 zijn veel bomen omgezaagd. Dat zie je aan deze foto's. Ze zijn van voor de oorlog. Toen de bomen er niet meer waren, bleef het nog wel een tijdje sjiek, of harmonieus, zoals iemand opmerkte, zeker toen het gast- en weeshuis er nog waren, tegenover de Nieuwe Kerk, met de pastorie ernaast.

zaterdag 27 januari 2018

Een belangrijke straat – De Voorstraat (9)


De Voorstraat was een belangrijke straat. 75 jaar voor ik die vlag bij de firma Haasnoot van de gevel plukte, gingen er nog bomschuiten door deze straat, van de werf van Taat naar het strand. Ook van eikenhout. Met een beetje geluk kon je dat in 1982 nog meegemaakt hebben, op je eikenhouten bankstel van meubelfabriek Oisterwijk, gekocht bij Haasnoot.


Ze kwamen tot aan de dakrand, die schuiten. Die had ik best door de straat willen zien gaan, die grote dingen, toen ik daar op de hoek van de Voorstraat en de Badstraat woonde. Wat een spektakel!

dinsdag 28 november 2017

De tricolore – De Voorstraat (8)

De tricolore van Haasnoot.

Vlak voor het politiebureau had je, en heb je, aan dezelfde kant van de straat, de firma Haasnoot, met een meubelzaak.* Aan de overkant van de straat, in het oude postkantoor, hadden ze, en hebben ze, ook een meubelzaak. Ze verkochten er al die eikenhouten kasten en bankstellen die toen in Katwijk in de mode waren.** Uit balorigheid hebben we er een keer de Franse vlag van de gevel gehaald. Die moeten ze wel gemist hebben, want er hing een hele rij vlaggen, van allerlei landen, en deze hing aan het begin, gezien vanuit het oosten, dus vlak naast het politiebureau. Het hoorde natuurlijk niet, en het valt niet goed te praten, een vlag van de gevel plukken. Maar je was jong, in een dorp, waar verder niet veel te beleven viel. En het was midden in de nacht, na het stappen, onderweg naar Den Dulk, voor een paar gevulde koeken, warm, die ze voor de zaterdagochtend aan het bakken waren.
Die vlag hing best wel hoog, en niet aan de gevel, wat ik zojuist nog wel beweerde, maar aan de rand van een overkapping, wel anderhalve meter van die gevel af, dus stond je als een vriend van je je met zijn handen een voetje*** gaf, flink in een onbalans. Als je op die handen stapte, moest je gelijk zijn schouders grijpen en dan in één beweging omhoog en dan meteen de rand van de overkapping pakken om direct daarachteraan de vlag uit z'n houder te halen. Je duwde hem als het ware nog wat verder de lucht in. De tricolore! De tricolore... ligt nog altijd netjes opgevouwen in m'n kast.

* Op de plek waar in het vorige bericht links van het politiebureau dat huis en die paar schuren stonden.
** Geloogd massief eiken uit Oisterwijk. Waarvan verhalen rondgingen dat er beton in zat, zo zwaar was dat.
*** Ik denk dat we zo'n voetje een handje noemden: 'Geef effe 'n handje!' was het.

woensdag 22 november 2017

Proefrijbewijs – De Voorstraat (7)

Het vroegere politiebureau aan de Voorstraat, nu Katwijks Museum.*

Wat verderop in de Voorstraat zat het politiebureau, in wat nu het museum is. In een kamer voor in het gebouw, met ronde ramen, ik bedoel ramen van gebogen glas, zaten tegenover elkaar twee agenten. Daar haalde ik m'n proefrijbewijs voor m'n scooter op waarmee ik met een blauw bordje met een witte L achterop door het dorp mocht rijden om te oefenen. Tot je echt af moest rijden. Ik denk dat ik in Katwijk in 1982 de enige met een motorscooter was. Voordat het een politiebureau was, was het het huis en kantoor van reder Meerburg. Door een zijraam kregen de vissers hun loon uitbetaald. Dan bleef de boel netjes.

* Er is veel te zien op de foto van het politiebureau: de dienders met hun degelijke fietsen, klaar om aan hun ronde te beginnen, de spelende kinderen op de stoep, een vrouw die net haar fiets neerzet of weer weg wil gaan bij de ingang en onder het raam waar de vissers hun loon kregen uitbetaald, de muur van de erfafscheiding die opnieuw is opgemetseld en behalve de klimop ook nog twee vriendelijke plantenbakken bij de ingang. Links naast het bureau staat een huis en daarachter een paar schuren. Op die plek staat nu de meubelzaak van Haasnoot.

zondag 19 november 2017

Wonen – De Voorstraat (6)


Wonen in de Voorstraat had bepaald wel sfeer. Zo'n winkelstraat, vooral op zaterdag. Dan kon je als je uit je raam keek, bijna op de hoofden lopen. Zo druk was het. Maar om vijf uur, als de winkels dichtgingen, was het in één klap uitgestorven. Een gans lege straat. Iedere week weer een hele bijzondere ervaring.

Ook het opstarten van zo'n straat en opengaan van de winkels 's ochtends vroeg was mooi om te zien. Deuren die van het slot af gingen, borden die buiten gezet werden, hier en daar nog een winkelruit die gezeemd werd, een stoepje geveegd. Laat maar komen, die klanten.

Bij het Valutahuis, dat was de sigarenboer, zag je altijd als eerste de mensen naar binnen gaan, vooral mannen, om een krant en om shag. Voor de deur stond soms nog een brommer te draaien.


Jammer dat ik er maar zo kort heb gewoond, aan de ene kant, aan de andere kant ook niet erg, want Jamin was weg en al die andere mooie panden die er aan de overkant van de Badstraat gestaan hadden. Dan zou je dat vreselijke badcentrum voor je neus krijgen.

woensdag 15 november 2017

Hofnar – De Voorstraat (5)


Als je van de kant van de Boulevard de Voorstraat in kwam, kon je 'm niet ontlopen, na de winkel van Van der Velden, de banketbakker,* dat zijraam van het Valutahuis, helemaal gevuld met die vent met die gemene kop. Waar is die ruit gebleven?

Dit is wat ik vind op internet. Maar de ruit had een zwarte achtergrond en er stond in plaats van HOFNAR waarschijnlijk WILLEM II.

En dat is wel weer frappant. Ook deze kop leek ook weer erg op dat hoofd van de sigarenboer** die in de winkel stond. Net als die Meneer Jamin van schuin aan de overkant op de hoek met de Badstraat die op Ton van Duinhoven leek. Zou het zo zijn dat winkeliers gaan lijken op de meneer of mevrouw in de reclame voor wat ze verkopen? Zoals baasjes vaak op hun hond of paard lijken.

* Waar later Krijn Verdoes in gekomen is. Die zat eerst waar nu boekhandel Het Baken zit, op de hoek van de Secr. Varkevisserstraat en de Drieplassenweg.
** Jaap van Rijn.

zaterdag 11 november 2017

Meneer Jamin – De Voorstraat (4)


Bij Jamin werkte destijds, toen het pand nog fier overeind stond, een dove of doofstomme man, ik denk dat hij er de baas was. Het gekke was dat hij verdacht veel op Ton van Duinhoven leek. Zouden dat expres gedaan hebben, iemand die eruitzag als Meneer Jamin van de reclame in zo'n winkel zetten? Zou dat in het hele land zo zijn, bij alle vestigingen, overal lookalikes van Meneer Jamin?

Hieronder twee reclamefilmpjes met Meneer Jamin uit 1972.


dinsdag 31 oktober 2017

De sloop – De Voorstraat (3)


Je kon het voorspellen. Met het pand van Jamin en Den Hollander's Kruiderij ging het hetzelfde als met al die andere panden in Katwijk. De ene dag een brandje, wel of niet aangestoken, de volgende dag de sloop. Het kan ook een paar dagen later geweest zijn dat ze gingen slopen. En er was niet altijd een brandje voor nodig om te slopen. Maar wat zullen ze in hun handen gewreven hebben, de wethouders, de projectontwikkelaars. Ze konden door. Het hart was eruit. Dat mooie, kloppende hart van Katwijk, dat plaats moest maken voor foeilelijke, nietszeggende jarentachtigarchitectuur.

zaterdag 28 oktober 2017

De brand – De Voorstraat (2)


Om de sloop een beetje te helpen gingen panden in Katwijk meestal vooraf nog gauw even in brand. Tenminste, zo werd erover gesproken in het dorp. Een slooppand kon heel lang leegstaan, maar als de jeugd zich er eenmaal toegang toe had verschaft en er brand ontstond, werd het vaak de volgende dag nog afgebroken. Het was alsof die jeugd gestuurd werd, maar door wie? De wethouders, die de sloop van al die mooie panden maar al te graag wilden bespoedigen? De projectontwikkelaars, de aannemers? Weg is weg, dachten ze. Dan kunnen we bouwen. Je kunt ook wat anders denken na het zinnetje 'Weg is weg': al dat moois, het komt nooit meer terug!



Zo ging het die avond in 1982 ook met het pand van Jamin en Den Hollander's Kruiderij. Er was rook. Er waren zwaailichten. Slangen werden uitgerold. Daar was de brandweer. Ik kon het allemaal zien. Eerste rang. Drukte. Beweging. Oploop. Een ladderwagen. Zo voor mijn raam, het raam aan de Badstraatkant van mijn hoekkamer. Jamin en Den Hollander's Kruiderij stonden in de fik.


woensdag 25 oktober 2017

De Voorstraat (1)

Het straatnaambord dat alles gezien heeft. We zijn er vroeger heel vaak langs en onderdoor gelopen.

Ooit woonde ik in de Voorstraat. Net als Willem Duinen en Anna Boomakkers, de dochter van de groenteboer uit De familie Duinen. Eigenlijk moet ik zeggen dat ik op de hoek van de Voorstraat en de Badstraat woonde. Want ik betrok er een hoekkamer. Boven de kledingzaak van Henny's Rits, waar voor mijn tijd De Gruyter zat. De ingang van het pand bevond zich in de Badstraat. Verderop in die straat was het portiek waar Willem en Anna elkaar voor het eerst kusten.*

Ik heb er veel meegemaakt. Het nieuwe winkelcentrum** rukte op. In de zanderige vlakte met hier en daar wat losse stenen puin stond alleen het pand van Jamin nog overeind, met daarnaast een soort van drogist onder de naam Den Hollander's Kruiderij. Weldra, als ook deze panden gesloopt zouden zijn, zou ik uitzicht op zee hebben. Net als op de derde verdieping van mijn ouderlijk huis. Daarvoor hoefde je niet op de boulevard te wonen. Mijn ouderlijk huis bevond zich in de Zuidstraat, bijna even ver van zee als waar ik nu woonde.

Het pand van Jamin was aan de Badstraatkant. Aan de Voorstraatkant van mijn kamer had ik uitzicht op een makelaardij met daarnaast een Albert Heijn. Handig als je trek kreeg. Onder de overkapping van de supermarkt stonden iedere avond mannen elkaar sterke verhalen te vertellen, te roken en op de grond te spugen. Dikke fluimen. Vooral als ze de tabak pruimden. Om een uur of negen gingen ze uit elkaar om naar hun huizen te gaan.

In de tijd van de sloop van al de panden in de Badstraat is ook het straatnaambord VOORSTRAAT van de muur gevallen, de muur van de makelaardij. Een straatnaambord dat alles gezien heeft. Het hangt bij mij in de hal, als herinnering aan een voorbije tijd.

* Adri van Beelen, De familie Duinen. Kroniek van Katwijk, Leiden, Primavera Pers, 2017, p. 38.
** Het wordt ook wel badcentrum genoemd, al weet ik niet of dat een officiële naam is.