woensdag 17 juni 2026

IJswagens – South West Coast Path (83)

Fife Coastal Path, 9 september 2004.

Je vindt ze door het hele Verenigd Koninkrijk, maar voornamelijk aan de kust: ijswagens. In het Engels ice cream vans genoemd. Ze staan er op de boulevards en bij de stranden, maar vooral ook óp het strand, meestal is dat dan een mooi vlak strand van hard zand. In Katwijk noemen ze dat 't harde strand. In tegenstelling tot het zachte strand met het mulle zand, meer tegen de duinrand aan. Ze hebben een typerende vorm, die Engelse ijswagens, wat je aan de jaren vijftig doet denken en nostalgische gevoelens oproept – het ijs smaakt er lekkerder door. De kleur waarin de wagens geschilderd zijn doet je aan vanille-ijs denken,* met daarop dan in van die sierlijke Coca-Cola-letters wat ze te bieden hebben. En ze hebben schuiframen, wat natuurlijk handig is bij een straffe wind. Ze zien er allemaal zo'n beetje hetzelfde uit. Misschien omdat ze bijna allemaal uit dezelfde fabriek komen, die van Whitby Morrison in Cheshire. Wat mooi is, is dat de Engelsen, net als bij de bus en andere plekken waar dat gebruikelijk is, ook bij ijswagens keurig in de rij staan. Dat levert mooie plaatjes op op een bijna leeg strand. En is wel even wat anders dan wat er op zomerse dagen gebeurt bij de kraampjes op de boulevard van Katwijk, waar de ijsliefhebbers zich zowat allemaal tegelijk lijken te verdringen onder de luifel.

Instow, 27 juni 2024.

Maar, we hebben dat al eerder gezien, het South West Coast Path is niet zonder risico. Dat geldt ook voor de ijsverkopers. Toen we aan de westkust liepen hebben we het net niet meegemaakt maar hoorden het wel toen we er net langs waren gelopen dezelfde dag, dat er een ijswagen met ijsverkoper en al door de opkomende vloed bijna in de golven verdwenen was. Ze konden nog net gered worden.** Stond de ijsverkoper op zo'n verlaten stuk strand dat hij of zij door de weinige klandizie in slaap gevallen was, met dat mooie weer?

Toen we erlangs kwamen viel die ijswagen ons niet eens speciaal op. Het was een aardig attribuut zo in de hoek van de foto van het strand, maar meer ook niet. Maar later, toen we 'm in dat filmpje zagen, dachten we: verrek, die hebben we gezien. 

Maar later, toen we 'm in dat filmpje zagen, dachten we: verrek, die hebben we gezien.

* Er zijn er ook in andere kleuren.
** Door de mensen van de RNLI, de Royal National Lifeboat Institution. Het was op 8 juli 2024 op Harlyn Bay Beach in Cornwall.

vrijdag 12 juni 2026

Dit moet dat veldje geweest zijn – de Cotswolds (11)

Ergens onderweg op 8 september 2019, de dag dat we van Winchcombe naar Broadway lopen.

Dit moet dat veldje geweest zijn waar Shirley zingend doorheen liep. Als ik haar erover mail, over het zingen van de Cow-song, herinnert ze zich het nog goed: 'I so remember that time when we crossed the cow pasture. I was familiar with cows growing up as we did in the State of Wyoming. I just made up the little song to calm us – cows and humans. It worked and we continued on our trek.'

zaterdag 6 juni 2026

Muze in het museum – 'Liggend naakt' van Isaac Israels

Isaac Israels, Liggend naakt (Sjaantje van Ingen), circa 1894-1900, olieverf op doek, 40 x 65 cm.

In 2009 werd het door het tijdschrift Oog van het Rijksmuseum uitgeroepen tot mooiste naakt uit de Nederlandse schilderkunst. Nu hangt het in het Katwijks Museum: Liggend naakt (Sjaantje van Ingen) van Isaac Israels. Adri van Beelen schreef er een boek over – Sjaantje. De muze van Isaac Israels – en André Groeneveld ontdekte het, bij toeval, boven een bed in een slaapkamer in Amsterdam. 

Te zien van 7 juni tot 4 oktober 2026, de expositie De muze van...

maandag 1 juni 2026

Hier konden we niet langs – South West Coast Path (82)

De dag nadat we op The Undercliff geweest zijn, voorbij Lyme Regis, is het dat we bij dat hek aankomen, verstopt in een hoek met bosjes en bomen, we zien het eerst niet – onze ogen moeten wennen aan het licht, omdat we door een zonnig veld zijn komen aanlopen, huppelend bijna, zou je kunnen zeggen, over een karrenspoor, met tussen het hoge gras overal bloemen, in alle kleuren –, maar daar staan ze, in de schaduw, runderen met hun jonkies, koeien en kalveren, je wordt er overal voor gewaarschuwd op handgeschreven bordjes, en misschien ook nog wel een stier, in een grote groep, altijd in de hoek van een veld, bij een hek dat je moet passeren, met meteen daarachter ook nog eens een laag koeienstront met een diameter van ongeveer drie meter, de breedte van het hek en dan nog wat breder, zo'n twaalf meter in omtrek, waar je doorheen moet.


Je duwt ze niet zomaar opzij, die beesten, en we zijn er bang voor, na die keer in de Cotswolds, de eerste dag dat we daar liepen, toen er bij iedere doorgang van een veld, één enkel veld, het eerste waar we doorheen kwamen, en hoeveel zouden er nog volgen, zo'n groep stond, alsof ze het expres deden, en we om van dat veld af te komen in allerijl over het prikkeldraad geklommen zijn, om langs dat prikkeldraad om het veld te lopen, maar vast kwamen te zitten in een bos met doornig struikgewas. Waardoor we weer terug moesten over dat prikkeldraad en door dat veld met die stieren. We herinneren het ons allemaal nog goed. En ook deze keer durven we er niet langs. 

Maar dan is er een vrouw met een hond, zij liep ons al achterop in dat zonnige veld, met al die bloemen, en moet ook die kant op, door dat hek. Zij lijkt ons te komen helpen, [ze komt als geroepen, als een geschenk uit de hemel,] zoekt een stok en begint te schreeuwen, tegen die runderen, allerlei klanken, als van een rodeo, en met de stok geeft ze hier en daar een tik, op hun achterlijven, en begint de langzame groep van dieren een beetje te bewegen, maar ook weer niet echt, en dan loopt ze er zo tussendoor, met haar hond. Zomaar. Tussen die logge lijven. Ja, kom maar, roept ze. Ze wil ons helpen. Wij kunnen er nu ook door, maar we staan als aan de grond genageld, veilig achter het hek. Nee, dat doen we niet. Nee hoor... Geen haar op ons hoofd. Ja, sorry. We lopen terug door dat zonnige veld en zoeken een andere route, die gelukkig gauw gevonden is, een omweg, maar wat maakt dat uit, met dat heerlijke weer.

Nu ik dit allemaal opschrijf, moet ik denken aan dat liedje dat Shirley zong, toen we met onze vier Amerikaanse vrienden door een veld moesten in de Cotswolds, ergens tussen Winchcombe en Broadway, een veld vol jonge zwarte stieren. Ik zie dat veld nog voor me, een veldje maar eigenlijk, en hoe we daar met z'n zessen doorheen durfden. Omdat Shirley dat liedje zong:

    Bossy cow-cow,
    Bonnie bee-bee,
    Oleo-margarine,
    Oleo-butterine,
    Alfalfa-Hay!!!

    (meerdere keren herhalen)

Het is een beetje een nonsensliedje. Don, die ons gefotografeerd heeft op de Broadway Tower, een foto die achter op onze trouwkaart terecht is gekomen, vertelde dat hij en Lenore het zongen toen ze jong waren en nog studeerden, bij sportevenementen op de universiteit van California.* De stieren gingen er in ieder geval wel door op de loop. Maar of die logge groep hier bij dat hek op The Undercliff erdoor in beweging gekomen was, ik weet het niet.

* Het is het clublied van de UC Davis, de campus van de University of California. Het werd voor het eerst gezongen in 1926 bij een (American) football-wedstrijd tegen de College of the Pacific. Het lied is een aangepaste versie van een lied dat gezongen werd door de UC Berkeley, weer een andere campus van de University of California.