Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen

zaterdag 6 juni 2026

Muze in het museum – 'Liggend naakt' van Isaac Israels

Isaac Israels, Liggend naakt (Sjaantje van Ingen), circa 1894-1900, olieverf op doek, 40 x 65 cm.

In 2009 werd het door het tijdschrift Oog van het Rijksmuseum uitgeroepen tot mooiste naakt uit de Nederlandse schilderkunst. Nu hangt het in het Katwijks Museum: Liggend naakt (Sjaantje van Ingen) van Isaac Israels. Adri van Beelen schreef er een boek over – Sjaantje. De muze van Isaac Israels – en André Groeneveld ontdekte het, bij toeval, boven een bed in een slaapkamer in Amsterdam. 

Te zien van 7 juni tot 4 oktober 2026, de expositie De muze van...

vrijdag 27 maart 2026

Hotel Noordzee wordt gesloopt. Nee toch?

Als je als kind een hotel aan zee moest tekenen, tekende je dit hotel. Met een vooruitstekende gevel met panoramarestaurant en daarboven hoog in de lucht op de twee hoeken twee lange stokken met rood-wit-blauwe vlaggen. Vlaggen die altijd het land in waaiden. Want de wind die kwam uit zee. Je wist het precies in je kinderverbeelding. Zoals je een boom of een huis tekende, of een auto, zo tekende je ook een hotel aan zee.

De zijkanten van dat hotel had je dan nog niet ontdekt, met letters over de hele gevel, een hoge H met lange stokken, die eigenlijk ook weer het hotel verbeeldden, met de rechterstok, net als de gevel, iets schuin naar voren – een soort van droste-effect maar dan anders – en de dwarsstok van de H die doorliep, als een dak boven het woord NOORDZEE, want daar lag het hotel nu immers aan, waarbij je opnieuw aan het vooruitstekende panoramarestaurant moest denken.

Als je er uit eten ging met een feestelijk gezelschap, probeerde je daar ook altijd te zitten, vooraan bij het raam, met dat iconische uitzicht. En het gekke was, het lukte ook altijd, als je belde om te reserveren. Toch zaten er als je dan op de afgesproken tijd binnenkwam, ook altijd mensen meer de zaal in. Hoe deden ze dat?

Het restaurant werd aan de onderkant met pilaren gestut,* maar eigenlijk zag je die niet, ze vielen niet op als je eronderdoor liep. Het was net of die hele bak, dat hele balkon van een restaurant, hoe moet je het noemen, in de lucht zweefde. Wat naar achteren en daarbovenop had je dan die naar voren hellende gevel met hotelkamers, drie etages maar liefst de hoogte in, met bij allemaal een balkon. Die had je ook over de lange hoge gevel die de Voorstraat in liep, maar daar waren ze een stuk kleiner. Kleine, repeterende, zichzelf herhalende, balkonnetjes. Nadat je die muur met letters had gehad. Hoe verzin je het allemaal! Welke architect had hiervoor getekend! Een hotel dat eigenlijk omgekeerd, tegen de zee en de wind in gebouwd was, met z'n hele gevel en vlaggen en wat dies meer zij. En als die vlaggen bij oostenwind ook nog eris naar zee waaiden, was het helemaal de omgekeerde wereld.

Het hele hotel ademde hotel. En zoals je een huis aan zee Huize Zeezicht noemde, zo noemde je een hotel aan de Noordzee natuurlijk Hotel Noordzee. Mislopen kon je het niet, onmogelijk, door die vooruitstekende gevel en die letters hemelhoog. En vlaggen. Je hoefde maar te wijzen als een argeloze toerist je de weg vroeg.

Vissers die langs de kust voeren herkenden hun dorp heel gemakkelijk aan de glooiende daklijn van de huizen van na de oorlog, met daartussen als opvallende uitschieters de vuurtoren, de Oude Kerk en Hotel Noordzee. 

Veel Katwijkers hebben het nog zien bouwen. Dat begon met het graven van een groot gat in de grond – niemand had dat nog gezien in Katwijk in de tijd waarover we spreken. Daar kwamen de kelders, het souterrain, en toen dat klaar was, kwam daar telkens weer een laag bovenop en ging dat helemaal de lucht in, totdat het vijfhoog was. Dit was nog nooit vertoond.

Van de vele Katwijkers die het toen hebben zien bouwen zijn er nog enkele over die het straks zullen zien afgebroken worden. Een hotel uit de jaren vijftig, dat net als de Christelijke Opleidingsschool, allang wel de monumentenstatus had mogen hebben. Als ik het wel heb, is de hele boulevard van Katwijk ook een naoorlogs beschermd dorpsgezicht. Laten we dat toch maar even gezegd hebben, of in ieder geval genoteerd.

Hotel Noordzee wordt gesloopt. Je gelooft het niet als je het leest. En je hoopt maar dat het niet waar is wat er staat.

* In de tijd dat de ruimte onder het panoramarestaurant nog niet was opgevuld met bebouwing.

donderdag 19 maart 2026

Schoenen

V.l.n.r. Hanwag Tatra II GTX Wide, Salomon Quest 4 GTX,
Meindl Vakuum Ultra GTX en Meindl Vakuum III GTX.

'We zijn nu bezig met de schoenen,' zeg ik tegen Eric Westhoek op de Katwijkse schrijversavond. We maken een afspraak dat ik weer eens een verhaal kom vertellen in het DunaAtelier. Een vervolg op m'n vorige praatje, over het South West Coast Path. 'Ik denk dat dat nog wel de grootste stress oplevert als je een eind moet gaan wandelen: wat voor schoenen je aan moet.'

Niet een trein die je mogelijk zal missen. Maar de schoenen. Zo'n trein hebben we meegemaakt. Het valt in het niet bij wat er allemaal met schoenen kan gebeuren. Of een vliegtuig dat de verkeerde kant op vliegt. Ook dat hebben we meegemaakt. Ook dat valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren. Hopelijk maken we het nooit mee.

We hebben het meegemaakt dat we in een TGV zaten die voorbij Rotterdam opeens langzamer ging rijden, langzaam langzamer, en daarna zelfs helemaal stil kwam te staan. De verwarring onder de passagiers die daarbij kwam, iedereen om zich heen kijkend – wat moeten we doen als we straks in Brussel aankomen? Goed luisteren naar wat er door de intercom verteld wordt, eerst dat maar, de intercom waaruit op dat moment verhaspeld Engels en Frans klinkt. Het komt erop neer dat je straks de eerstvolgende Eurostar kan nemen, ná de Eurostar die je eigenlijk had moeten hebben. Waarvoor je voor dat je daarin mag, eerst met z'n allen in een lange rij mag gaan staan. Om je ticket om te boeken. Waarna het nog langere wachten begint, op die eerstvolgende trein. We doden de tijd met een puzzelboekje en bellen naar het hotel in Southampton dat het wat later kan worden en of we dan nog op tijd zijn voor het avondeten. De keuken is tot tien uur open, wordt er aan de andere kant van de lijn geroepen. De trein gaat weer rijden en we gaan de tunnel door en uiteindelijk zitten we met vijf uur vertraging toch nog om kwart voor tien aan tafel. Southampton is maar een tussenstop. De volgende dag reizen we volkomen uitgerust en bijgekomen van ons Brusselse avontuur – we zijn het alweer vergeten; zo gaat dat – met nog een paar tussenstops door naar Penzance. Zonder stress. 

Het valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren.

We hebben het meegemaakt dat een vliegtuig dat voor ons bestemd was door een fout van de verkeerstoren in plaats van in Amsterdam in Rotterdam ging landen. Het is nog vroeg in de ochtend als dat gebeurt. We wandelen naar de gate en zien het zo van het scherm verdwijnen. Zomaar. Weg. Foetsie. Want het is er niet, niet hier in ieder geval. De radeloosheid die zich dan van je meester maakt. Onder dat bord waarop het vliegtuig dat je moest hebben, niet meer vermeld wordt. Een vrouw roept dat we terug moeten naar de vertrekhal. Die heeft het eerder meegemaakt en weet wat ons te doen staat. We staan er uren in de rij om om te boeken, voor de volgende dag, moeten met een bus een heel eind over de terreinen rond de luchthaven, niemandsland, naar een wezensvreemd hotel, waar we een hele dag en nacht mogen vertoeven – een gevangenis is er niets bij vergeleken – tot we in een vliegtuig stappen dat er wel is de volgende dag. Uiteindelijk missen we van onze wandelreis door de Cotswolds alleen de eerste nacht in Moreton-in-Marsh. Als we in het plaatsje aankomen, uit Londen met de trein, moeten we die middag meteen gaan lopen naar Stow-on-the-Wold. Wat een overgang. Gelukkig is het maar 6,4 mijl, zo'n 10 kilometer, een lachertje, denken we later, als we aan de afstanden van het South West Coast Path gewend raken. De nacht in het romantische Moreton-in-Marsh is een nacht in de verlaten wereld rond Schiphol geworden, maar we hebben niets van de wandeling gemist. Onze koffers worden de middag van de wandeling alsnog netjes afgeleverd in de plaats waar we aankomen. Zonder stress.

Het valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren.

Want je moet er toch niet aan denken dat je net een paar dagen gelopen hebt en je zolen vallen eraf. Met nog honderden kilometer voor de boeg en geen schoenwinkel in de buurt. Gelukkig is het ons nog nooit overkomen. Maar ik weet van schoenen die we op Marktplaats hadden verkocht, alleen omdat ze te klein waren, maar nog hagelnieuw, want nauwelijks op gelopen, dat toen ze in Limburg arriveerden en een mevrouw er daar op ging lopen, dat we toen per kerende post foto's kregen te zien van diezelfde schoenen met zolen die er zo ongeveer naast lagen. Ver was ze er niet mee gekomen. En het waren nog maar liefst Meindl's. Van Lowa's weet je dat je ze niet moet kopen. Die hebben de naam, staan erom bekend. Maar Meindl's... Nou zitten Lowa's mij ook niet lekker, dus ik zal ze sowieso niet aanschaffen. Waar het hem in zit, bij al die wandelschoenen tegenwoordig, is de tussenzool, de zool die moet dempen en de schokken opvangt. Ieder jaar als je weer aan een grote tocht begint te denken, kijk je daar eens naar. Het jaar ervoor hebben je schoenen het 200 kilometer volgehouden, maar gaan ze dat nog een tweede keer doen? Want hoe is het ondertussen met de tussenzool? Is-ie niet verpulverd? Waardoor de onderste zool eraf kan vallen, zomaar. Een verkoper heeft me eens verteld dat er vroeger PFAS in de zolen verwerkt was, waardoor ze lekker stevig waren. Schoenen gingen met gemak tien jaar mee. Maar PFAS mag niet meer en er is niets stevigs voor in de plaats gekomen. Wat er nu tussen zit is schuim met de naam EVA, ethyleenvinylacetaat, een synthetisch goedje dat op rubber lijkt, met duizenden kleine luchtbelletjes, waardoor het materiaal superlicht en flexibel is. Je hebt ook PU-schuim, polyurethaan, wat zo'n beetje op hetzelfde neerkomt, maar het is allebei niet te vertrouwen. Om in schoenentermen te spreken: trap er niet in! Die vering, dat opvangen van de schokken, verdwijnt als je er een tijdje op gelopen hebt. De zool wordt hard en droogt uit. Je ziet dan aan de zijkant van de schoen vouwen in de tussenzool verschijnen. Vouwen die niet meer uit de plooi gaan. Scheurtjes moeten er helemaal niet in komen, dan kunnen er van buitenaf zuren in terechtkomen als je door de mest loopt. Bij het hek van een weiland waar runderen altijd samenscholen, heb je dat al gauw als je daarlangs moet. Aan het eind van een wandeldag moet je je schoenen daarom altijd goed schoonmaken, afspuiten. Wat je kan doen om die verdroging tegen te gaan, vertelde de verkoper, is je zolen af en toe 'pesten'. Dat doe je door je schoenen iedere maand een keer aan te trekken en er een stuk op te gaan lopen. Toch vertrouw ik dat allemaal niet en bestel ik iedere keer weer nieuwe schoenen, waardoor er zo langzamerhand een rij van hier tot Tokyo ontstaat. En om die schoenen allemaal een beetje in topconditie te houden, moet ik ze om en om en door elkaar dragen, om de zolen te pesten, van al die schoenen.

De laatste jaren liep ik op Meindl's Vakuum Ultra Gore-Tex (ook wel afgekort als GTX). En het laatste jaar op Salomon's Quest 4 GTX. Grote namen, maar wat stelt het voor. De laatste zijn lekker licht en liepen dat ook. Lekker verend. Maar ook van deze schoenen wordt de tussenzool hard en plat. Hij droogt uit. Dan ga je steentjes voelen, en dat willen je oude voeten niet. Daarom heb ik nu voor Hanwag's Tatra II GTX Wide gekozen. 'Wide' omdat ik brede voeten heb. Ook dat nog. Deze schoenen zijn van het B/C type, je kan er bergen mee bedwingen en dus hebben ze van zichzelf al een harde zool, waardoor je geen steentjes voelt. Ze zijn wat zwaarder, maar dat geeft niet. Als je dan dikke sokken aandoet, heb je vanzelf je demping weer. Sokken, tja, dat is ook nog wat. Neem een mix met als belangrijkste ingrediënt heel veel wol. Die blijven lekker droog en schoon. Ja, droog moeten de schoenen ook blijven, vanbinnen. Wilma heeft dat helemaal niet, dat ze iedere keer weer andere schoenen wil. Die loopt al jaren op dezelfde Meindl's Vakuum III GTX, schoenen van de B-categorie, dus met harde zolen. Misschien omdat ze ze al lang heeft, zit daar nog PFAS in, want ze zijn onverslijtbaar.

Voor de zekerheid nemen we altijd een tubetje Bison Kit mee.

donderdag 5 maart 2026

Wat je allemaal gemist hebt als je niet bij de Katwijkse schrijversavond was

Foto: Agnes Korebrits
Vooraf ontstond er al een soort van huiskamergesprek rond het Katwijks woordenboek, allemaal mensen om het tafeltje van Jaap van der Marel en mij die in gesprek raakten over de betekenis van woorden en uitdrukkingen in het Katwijks. Zoals de uitdrukking je mot 'm dun skille. Wat betekent dat nu precies? Waarbij meteen het idee geboren was om dat eens wat groter aan te pakken, die huiskamer. Oud-klasgenoot Peter van Duijvenboden was er. Dat is altijd een warm weerzien. Ook hij werkt nog een dag of drie voor een baas en doet daarnaast alleen maar leuke dingen. Als je in dezelfde klas gezeten hebt, ga je gelijk op, nietwaar? Naast ons zat de jongste schrijver van de schrijversavond, Tim Rigter, met zijn moeder Arianne, die al een boek geschreven had, Egg-land, met illustraties. Hoe knap! Mark van Dijk was er, die alles van Dickens weet en verzamelt en veel boeken over de grote schrijver gepubliceerd heeft en daarmee ook al eens in Met het oog op morgen geweest is! Er was een college van Robert Haasnoot over hoe je kan schrijven, intuïtief of structureel, maar dat je het wel allemaal moet opschrijven op een gegeven moment wat je te binnen schiet. Anders gaat het voorbij. Er was een verhaal van Piet Rovers over een koning en een kostbare ring en een paard, heel geheimzinnig verteld. De winnaar van de verhalenwedstrijd was Sofia Pellegrino. Zij kon er niet bij zijn vanwege lessen die zij ergens moest geven. Toen zij over de eerste prijs gebeld werd konden we allemaal meeluisteren en horen hoe de studenten juichten in de klas. Leo Stilma droeg het winnende gedicht voor, over ouderdom. Het was leuk om iedereen weer te zien, dat mag vaker gebeuren, en Agnes Korebrits hield goed overzicht over het programma.

Wat je allemaal gemist hebt als je niet bij de Katwijkse schrijversavond was. Warme woorden, lieve woorden, applaus!

maandag 2 maart 2026

Unieke kans!

Heeft u al een gesigneerd exemplaar van het boekje Een omgekeerde borstrok van Nel van Duijn? Kom dan naar de Katwijkse schrijversavond op woensdag 4 maart in de bibliotheek aan de Schelpendam. Er zijn nog meer schrijvers om te ontmoeten. Dat maak je niet vaak mee, dus ik zou zeker komen. Dit wordt een avond om nooit te vergeten. Blij en gelukkig gaat u weer huiswaarts.

zondag 22 juni 2025

Zennor – de zeemeermin – South West Coast Path (67)

Nog even terug naar Zennor, van een aantal berichten geleden: South West Coast Path (49).

Zennor is Cornish voor Senara, de naam van de plaatselijke heilige. De parochiekerk, St Senara's Church, uit 1150 is naar haar genoemd. De naam Senara op haar beurt komt van de legendarisch Bretonse prinses Asenora, die van Ierland naar Bretagne reisde in de tijd dat het Keltische christendom zich over Cornwall verspreidde.

Met de kerk is de legende van de Mermaid of Zennor verbonden. De legende vertelt het verhaal van een mysterieuze vrouw die af en toe de kerk bezoekt. Ze valt op door haar mooie stem. Ze raakt verliefd op een jongeman, Matthew Trewhella, die bekendstaat als de beste zanger van de parochie. Op een dag volgt hij haar naar huis en daarna wordt geen van beiden meer gezien. De dorpelingen vragen zich af wat er met de twee gebeurd is, totdat op een zondag een schip op ongeveer een mijl van Pendour Cove voor anker gaat. Kort daarna verschijnt er een zeemeermin die de kapitein vraagt het anker op te halen omdat een van de vloeien (driehoekige zijbladen) op de deur van haar huis rust en ze haar kinderen niet meer kan bereiken. De matrozen halen het anker op en vertrekken gauw, in de overtuiging dat de zeemeermin een slecht voorteken is. Als de dorpelingen hiervan horen, komen ze tot de conclusie dat de zeemeermin dezelfde dame is die hun kerk al zo lang bezoekt en dat ze Matthew Trewhella heeft verleid om bij haar te komen wonen.

Dit is een van de vele versies die er van dit volksverhaal circuleren, bijeengeraapt van Wikipedia. Op de vroegere website van de St Senara's Church was ooit misschien nog wel de mooiste versie te vinden, mooi vooral ook door de gebruikte belettering die aan de middeleeuwen doet denken.

De versie van het verhaal van de website van St Senara's Church.
Klik op het plaatje voor een vergroting.

In de kerk staat ook een bank waarin in het zijpaneel een zeemeermin is uitgesneden. Ze houdt een spiegel in haar hand. De uitsnede is meer dan 500 jaar oud. Sommigen denken dat de legende van na de uitsnede dateert, maar het kan ook heel goed dat ze van voor die tijd is en dat ze diende om het verhaal te onthouden als waarschuwing tegen de verleiding van schoonheid. Het beeldhouwwerk heeft de legende waarschijnlijk versterkt en bijgedragen aan de populariteit ervan.

Van de folkloreverteller William Bottrell (1816-1881) bestaat een langere versie van het verhaal. Hij tekende het op toen hij in 1873 Zennor bezocht. Ik kwam het tegen in Treasures of Cornwall, een bundel verhalen en gedichten van schrijvers die allemaal iets met Cornwall hebben.

zondag 8 juni 2025

Westward Ho! – South West Coast Path (65)

De wegwijzers van het South West Coast Path zijn hier in het voetpad verwerkt.

Het is een beetje een vreemde plaatsnaam, genoemd naar een boek van Charles Kingsley (1819-1875): Westward Ho! Te vertalen als: 'Naar het westen!' Het boek verscheen in 1855, de plaats werd tien jaar later gesticht, in 1865. Het is de enige plaats met een uitroepteken in de naam. Maar met het boek, de inhoud ervan, heeft ze niets te maken.

Greysands Beach.

Wel met de plek. Die ligt nogal naar het westen. Nog niet zo ver als Hartland Point, maar wel ver weg ten opzichte van alles wat zich ten oosten ervan bevindt. Zoals het plaatsje Appledore waar je doorheen komt.

Na Appledore ga je, via een omweg over het strand, een open vlakte over, van golfterreinen die zich uitstrekken over het Northam Burrows Country Park, en duinen die reiken tot Greysands Beach. Heel weids allemaal. Er grazen schapen en daartussen wordt dan een balletje geslagen. Wij vonden er weer een voor onze verzameling!

De golfterreinen met Appledore in de verte.

Vanuit de duinen en golfterreinen loop je vervolgens zo Westward Ho! binnen. Je merkt gelijk dat het niet heel oud is hier, een nog jonge nederzetting, zoals IJmuiden dat is voor Nederland, al zijn de huizen hier wel in wat vrolijker kleuren geschilderd, tussen verder vooral weer lelijke nieuwbouw. Alles wat een moderne badplaats is en waar je liever niet wil wezen. Maar we moeten er wel doorheen.

Straat in Westward Ho!

En... hebben er na lang zoeken, heel lekker gegeten. Dat moet gezegd. Bij County Cousins. Iets wat we nog nooit gezien hadden, of moet je zeggen: meegemaakt hadden? Nee, geproefd natuurlijk. Een zogenaamde carvery. Dat is een buffet van aardappelen, groenten, vlees of vegetarisch, en een toetje toe.

Dat laatste was nog een heel ritueel voordat het op tafel stond. Om ons te kunnen laten kiezen, werden alle taarten, bavarois en plumpuddingen uit een vitrine op een karretje gehesen. Dat werd naar onze tafel gereden, en nadat we iets uitgekozen hadden, werden al die taarten, bavarois en plumpuddingen weer teruggereden en in de vitrine gezet. Zo ging dat iedere keer opnieuw, voor iedere tafel met gasten die aan hun toetje toe waren. In het midden van de zaak stond de baas, die het allemaal in de gaten hield en dirigeerde, heel erg jaren vijftig. Je krijgt het er allemaal gratis en voor niks bij in Engeland, dit theater, of je nou een pub binnenstapt uit de dertiende eeuw of zo'n carvery uit het midden van de vorige eeuw. Een beetje nog de sfeer van het oude hotel Savoy in Katwijk, of hotel Riche, of de Orion voor mijn part. Hoewel County Cousins toch pas sinds 1986 bestaat, lezen we op hun website. Alles wat goed is, blijft hier natuurlijk wat langer bestaan. Je zou er zo weer gaan eten. In Westward Ho!

*In zijn boek Westward Ho! beschrijft Kingsley Appledore als een 'little white fishing village', maar daar is weinig van over.

zondag 1 december 2024

Coleridge en de 'Person on business from Porlock'

Ash Farm

Coleridge was 'the last person who knows everything', zegt John, die we spreken in The Bottom Ship Inn. Daarna is het met onze parate kennis hard achteruitgegaan. Samual Taylor Coleridge (1772-1834) was een soort wandelende encyclopedie, begrijp ik.

Coleridge

Op onze wandeling op zoek naar de ruïnes van Ashley Combe House komen we langs Ash Farm. In de zomer van 1797 heeft Coleridge daar zijn intrek genomen. Vanwege zijn zwakke gezondheid krijgt hij opium voorgeschreven. De opium zorgt ervoor dat hij in zijn stoel in slaap valt, net op het moment dat hij in Samual Purchas' (ca. 1577-1626) Pilgrimage de volgende zin leest: 'Here the Khan Kubla commanded a palace to be built, and a stately garden thereunto. And thus ten miles of fertile ground were inclosed with a wall.' Het gaat hier over het zomerpaleis van Koeblai Khan, heerser van het Mongoolse Rijk en keizer van China in de dertiende eeuw. Het is een verhaal dat via Marco Polo naar Europa gekomen is.
Coleridge slaapt ongeveer drie uur, waarin hem in een droom een gedicht wordt doorgegeven van zo'n twee- tot driehonderd regels. Het gedicht gaat door op de zin waarbij hij in slaap gevallen is. Als hij wakker wordt, begint hij de regels meteen op te schrijven. Maar midden in het schrijfproces wordt hij weggeroepen door een vreemdeling die aan de deur staat, iemand uit Porlock die langskomt voor zaken, door wie hij ruim een uur wordt opgehouden. Als hij terugkeert aan zijn schrijftafel heeft hij alleen nog wat vage herinneringen aan de droom maar is de rest van de tekst kwijt. Het gedicht, Kubla Khan, strandt bij regel 54.

De weg die langs Ash Farm loopt, wordt tegenwoordig de Coleridge Way genoemd.

Coleridge brengt hierover verslag uit, in de derde persoon, bij de eerste publicatie van het gedicht: 'On awakening he appeared to himself to have a distinct recollection of the whole, and taking his pen, ink, and paper, instantly and eagerly wrote down the lines that are here preserved. At this moment he was unfortunately called out by a person on business from Porlock, and detained by him above an hour, and on his return to his room, found, to his no small surprise and mortification, that though he still retained some vague and dim recollection of the general purport of the vision, yet, with the exception of some eight or ten scattered lines and images, all the rest had passed away like the image on the surface of a stream into which a stone has been cast, but, alas! without the after restoration of the latter!'

Maar het kan ook een andere boerderij geweest zijn, zoals Parsonage Farm.

En ook waar het gebeurde: 'This fragment with a good deal more, not recoverable, composed, in a sort of Reverie bought on by two grains [d.i. 130 mg] of Opium taken to check dysentery, at a Farm House between Porlock & Linton, a quarter of a mile from Culbone Church, in the fall of the year, 1797.' Een kwart mijl van Culbone Church. Ash Farm ligt inderdaad zo'n vierhonderd meter van het kerkje. Maar het kan ook een andere boerderij geweest zijn, zoals Parsonage Farm. Daar is discussie over.

Naar Culbone Church is rechtsaf.

De 'person on business from Porlock' kan een arts geweest zijn die Coleridge verse opium bracht. Ook daar is discussie over. Het is de vraag of de persoon waardoor de dichter gestoord werd wel werkelijk bestaan heeft, of dat hij deze verzonnen heeft en als excuus gebruikt heeft omdat hij zou zijn vastgelopen in de tekst. Hilary Mantel schrijft daarover. Maar waarom zou je dat doen? Je kan ook stoppen bij 54 regels. Dat is de tekst die we kennen, van de rest weten we niets. Ook al houdt Coleridge het erbij dat het gedicht maar een fragment is, zoals hij erboven zet.


Kubla Khan

Or, a vision in a dream. A Fragment.

In Xanadu did Kubla Khan
A stately pleasure-dome decree:
Where Alph, the sacred river, ran
Through caverns measureless to man
    Down to a sunless sea.
So twice five miles of fertile ground
With walls and towers were girdled round;
And there were gardens bright with sinuous rills,
Where blossomed many an incense-bearing tree;
And here were forests ancient as the hills,
Enfolding sunny spots of greenery.

But oh! that deep romantic chasm which slanted
Down the green hill athwart a cedarn cover!
A savage place! as holy and enchanted
As e'er beneath a waning moon was haunted
By woman wailing for her demon-lover!
And from this chasm, with ceaseless turmoil seething,
As if this earth in fast thick pants were breathing,
A mighty fountain momently was forced:
Amid whose swift half-intermitted burst
Huge fragments vaulted like rebounding hail,
Or chaffy grain beneath the thresher's flail:
And mid these dancing rocks at once and ever
It flung up momently the sacred river.
Five miles meandering with a mazy motion
Through wood and dale the sacred river ran,
Then reached the caverns measureless to man,
And sank in tumult to a lifeless ocean;
And 'mid this tumult Kubla heard from far
Ancestral voices prophesying war!
    The shadow of the dome of pleasure
    Floated midway on the waves;
    Where was heard the mingled measure
    From the fountain and the caves.
It was a miracle of rare device,
A sunny pleasure-dome with caves of ice!

    A damsel with a dulcimer
    In a vision once I saw:
    It was an Abyssinian maid
    And on her dulcimer she played,
    Singing of Mount Abora.
    Could I revive within me
    Her symphony and song,
    To such a deep delight 'twould win me,
That with music loud and long,
I would build that dome in air,
That sunny dome! those caves of ice!
And all who heard should see them there,
And all should cry, Beware! Beware!
His flashing eyes, his floating hair!
Weave a circle round him thrice,
And close your eyes with holy dread
For he on honey-dew hath fed,
And drunk the milk of Paradise.


Het aardige aan het ontstaan van het gedicht, dat met geheimzinnigheid omgeven is, ook omdat het al zo lang geleden is, is dat het Engels er een gevleugelde uitdrukking aan overgehouden heeft. En wat voor een! Een 'person on business from Porlock' of kortweg 'person from Porlock' of 'man from Porlock' of nog korter 'Porlock' staat voor iemand (of iets) die (of dat) een (geïnspireerd) creatief proces verstoort. Een uitdrukking die makkelijk te onthouden is, met dank aan de alliteratie bij de eerste varianten.

De route door het bos naar Culbone Church.

Ik merk dat ik 'm ook af en toe al gebruik. Misschien kunnen we de betekenis daarbij wat breder trekken en is het niet alleen een persoon die je stoort in je creatieve proces maar dat doet in heel je doen en laten. Was het misschien ook die vrouw die ons een onbekende route door Porlock voorspelde met de bus, terwijl de bus al jaren recht tegenover haar huis stopt aan de overkant van de weg? Of kan het de elektricien geweest zijn die ons bij het installeren van de nieuwe keuken alsnog de close-in-boiler uit het hoofd wilde praten, waar we tevoren al lang en breed over nagedacht hadden? Een boiler die meteen heet water geeft en je niet een minuut of wat op opgestookt water uit de gasketel op zolder laat wachten. 'Waarom zou je dat doen, zo'n boiler in je keukenkastje! Je hebt toch gas!' was de opmerking van de elektricien, waardoor we helemaal van ons à propos raakten. 'Persons from Porlock', je komt ze iedere dag tegen, waar je ook bent, op het werk en in het maatschappelijk leven.

PS Ik dank Jenny de Roode, die mij als eerste opmerkzaam maakte op de gevleugelde uitdrukking in het Engels, en Martine van Rhijn, die mij wees op het gedicht 'The Rime of the Ancient Mariner' ('De ballade van de oude zeeman'), opgenomen in de bundel Lyrical Ballads, die Coleridge en William Wordsworth in 1798 uitgaven. Coleridge en Wordsworth trokken vaak samen op door het gebied rond Ash Farm.

zaterdag 5 oktober 2024

Bij Dickens in Bath

Dickens' Corner in de Sarecen's Head, met bier met theesmaak, wat niet te drinken is.

Een goede kennis van Ada Lovelace is Charles Dickens. Zij kunnen elkaar ontmoet hebben in Londen, maar ook in Bath, waar de schrijver in de lente van 1835 verblijft. Hij huurt er een kamer in de Sarecen's Head in Broad Street.*

Hij is hier dan als jong parlementair verslaggever maar begint er ook aan het schrijven van zijn eerste roman The Pickwick Papers, Nieuw is dat de roman verschijnt in maandelijkse afleveringen, vanaf 31 maart 1836.

De andere hoek van de Dickens' Corner.

Ook na 1835 komt Dickens nog vaak in Bath, onder andere in 1840 wanneer hij zijn vriend Walter Savage Landor bezoekt op 35 St James's Square. Een gevelsteen herinnert daaraan.

Het hoofdpersonage in The Pickwick Papers zou geïnspireerd zijn op Moses Pickwick, een koetsier van een postkoets op de route Londen-Bath, die later de eigenaar wordt van de pub Hare & Hounds in het dorp Pickwick vlak bij Bath. De pub, uit de 17e eeuw, bestaat nog steeds. Moses Pickwick uit Pickwick... dan vraag je je af: wie of wat was er eerder? De postkoets is hét vervoermiddel in die dagen en Dickens maakt er vaak gebruik van.

Ook op de pakjes Pickwick-thee van Douwe Egberts staat een postkoets afgebeeld. Hoe komt dat zo? De thee bestaat vanaf 1937. De vrouw van de toenmalige directeur was erg gesteld op het werk van Charles Dickens en vooral op zijn eerste roman The Pickwick Papers. Na het lezen van dat boek stelde ze de naam Pickwick voor als merknaam voor de thee. Een koets uit het boek van Dickens werd daarbij verkozen tot beeldmerk.

* Het is de oudste pub van de stad, gebouwd in 1713.

donderdag 14 september 2023

Babbacombe – South West Coast Path (33)

Bovenaan het klif. De Babbacombe Cliff Railway werd gebouwd in 1926.

In Babbacombe werden we compleet overrompeld door de funicular die je daar hebt, de Babbacombe Cliff Railway, een baan met treintjes die heen en weer gaan tussen het klif en het strand. Thuis hadden we al ontdekt dat die treinbaan (of kabelspoorweg) daar ergens moest zijn, maar dat je er dan met je neus bovenop komt te staan terwijl je net je eerste schreden op een nieuw stuk pad wilt zetten, dat is wel een verrassing.

Eigenlijk kwam het door de postbode die ons de weg wees – we konden het begin van dat nieuwe stuk pad niet zo gauw vinden – de postbode zelf, waardoor we ook al zo overrompeld werden. Iemand die fluitend en met een blij gemoed zijn brieven rondbracht met twee kleuren sokken aan, een blauwe en een rode, de een links en de ander rechts. Je kon wel zien dat hij hier al een tijdje rondliep, zo stellig wees hij ons de weg. Het was duidelijk geen invaller, en om zijn werk als bekende dorpspostbode nog wat te veraangenamen trok hij 's morgens twee verschillende sokken aan. Maar misschien had het ook iets met de systematiek van het vak te maken, dat hij brieven had voor de kant van de weg die met blauw werd aangeduid, en brieven voor de andere kant die rood genoemd werd en dat de sokken dienden als geheugensteuntje. Je wist het niet. Stuur- en bakboord haalde je er in ieder geval niet uit, uit de blauwe en rode sok.

Maar nu stonden we bij de treinbaan. Eerst was het plan om, na de drukte van Torquay overgeslagen te hebben, het pad weer op te pakken bij Labrador Bay. Maar dan waren we deze attractie nooit tegengekomen. Erin konden we nog niet, helaas, wat wel de bedoeling geweest was, want ze hadden nog een extra week uitstel genomen om de boel weer op te starten. Veiligheid voor alles. In september 2022 namelijk was er bij de restauratie van de treinbaan iemand verongelukt. Je hoorde dat er mannetjes bezig waren om te testen. Straks ging het allemaal weer rijden. Maar niet voor ons. In Engeland zijn ze dol op dit soort bouwwerken. Zo zie je langs de kust ook wel af en toe nog een oude wandelpier en aan het begin van het South West Coast Path, tussen Lynmouth en Lynton gaan ook van die kabeltreintjes heen en weer, maar daar worden ze met waterkracht aangedreven.

Babbacombe, alleen de naam al is overrompelend. Die verzin je niet.* Niet vreemd dat er ook nog een schrijver gewoond heeft, niemand minder dan Oscar Wilde. In de winter van 1892-1893. Voor één zo'n winter krijg je als schrijver dan gelijk al zo'n bordje. Dat doen die Engelsen goed.


* Babbacombe betekent 'vallei van een man genaamd Babba'. Het woorddeel 'combe' kom je in meer plaatsnamen tegen.