Posts tonen met het label Den Haag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Den Haag. Alle posts tonen

zaterdag 27 december 2025

Vaste gewoontes

Vrijdag 5 december om 14.59 uur op de Dr. Lelylaan in Leiden.

In de uitzending van Pauw & De Wit van 15 december vertelde journalist en parlementair verslaggever Ron Fresen dat Mark Rutte iemand is van vaste gewoontes. Zo meldt hij zich iedere week op zondagmorgen bij een sportschool in Den Haag. Alleen omdat de koffie daar zo goed is. Op hetzelfde moment is Fresen daar dan aan het sporten. Rutte spreekt er af met vrienden, altijd dezelfde vrienden, en als Fresen dan bezweet weer tevoorschijn komt mag hij aanschuiven, dat vindt Rutte leuk. Vaste gewoontes. Zou het dan ook zo zijn dat onze NAVO-baas iedere vrijdag om iets voor drieën van zijn fietst stapt achter de benzinepomp aan de Dr. Lelylaan in Leiden om er op zijn telefoon te kijken en een appje te versturen? Of daar rond hetzelfde tijdstip gewoon langsfietst? Donderdag 11 december was hij alweer in Berlijn.

zaterdag 2 november 2024

Een haas halen – de queeste van het schilderij met de springende haas

Anne Mortimer, Leaping Hare (2018). Giclee Fine Art Print on 310gms Hahnemuhle Photo
Rag Paper, individually finished in gold leaf, 34 x 54 cm. Limited edition, no. 21/95.

Het was een haas, een schilderij met een springende haas, waarvoor we nog eens helemaal zijn teruggegaan naar Porlock Weir. Teruggereisd, kun je beter zeggen. Want wat een reis! We hadden 'm ook kunnen laten opsturen, de print, opgerold in een koker, maar de lijst die eromheen zat was wel heel bijpassend, had precies de juiste kleur. Die wilden we erbij. Alleen, dan paste-die niet meer in de koffer, dat zou een handkoffer zijn,* want in het ruim van een vliegtuig wilde je 'm ook niet achterlaten, omdat er in de lijst glas zat. Het beste was dus om 'm te gaan halen, de haas, met de trein.
    Heen zijn we nog wel gevlogen. Ook al een reis van zo'n acht uur, met auto, vliegtuig, bus, trein en nog twee keer een bus. Dat zijn zes vervoermiddelen. Maar dan ben je er ook echt, in Porlock Weir, en sta je een paar minuten later bij de galerie.
    Hannah Norman, de nieuwe eigenaar van het optrekje – zij is vooral gespecialiseerd in het portretteren van honden –,** laat het ons zien. Daar staat het, in de hoek achter de deur. Ze tovert er een Engelse glimlach bij als ze het ons overhandigt. Ingepakt. Anne Mortimer mailde het al, de zondag voor ons vertrek, dat haar Leaping Hare klaarstond in de Real Exmoor Studio, 'all wrapped ready for your collection'. Het schilderij zit zo mooi verpakt, met bubbeltjesplastic en dik pakpapier met breed papieren plakband, dat het niet verstandig lijkt het voor de reis naar huis nog even uit te pakken. Hannah verzekert ons dat erin zit wat erin moet zitten en daarmee zijn we gerustgesteld. Anne Mortimer zien we niet meer, zij is in augustus met pensioen gegaan. Wat ze heeft ingepakt, hebben we 25 juni voor het laatst gezien.

Met het schilderij voor de Real Exmoor Studio in Porlock Weir.

Dit is de queeste van het schilderij met de springende haas.
Je krijgt het niet zomaar.

We staan bij de bushalte voor het Visitor Centre annex Library van Porlock. Die zitten samen in één gebouw. De bibliotheek bestaat tien jaar. Dat werd gisteren gevierd, op 10 oktober – drie tienen –, toen we toevallig bij het informatiecentrum waren voor een wandelkaart, met allerlei zelfgebakken Engelse cakes en thee – ik heb een plakje genomen. Vandaag is het vrijdag 11 oktober.
    We zijn op tijd uit bed gestapt en hebben vroeg ontbeten, om maar niet de bus te missen. Daarom staan we er wel een kwartier te vroeg, bij de bushalte. Toch zijn we niet de eersten. Er staat al een man met een hoed op en een rugzak om, een wandelaar. Wij zijn de tweede en de derde die erbij komen in de cue. We mogen er wel van uitgaan dat we een plekje hebben in de bus. Vlak na ons komen er nog vier mensen in de rij staan.
    We moeten naar Minehead, met het schilderij en twee koffertjes. Maandag hebben we het kunstwerk opgehaald bij de galerie in Porlock Weir. We verblijven er twee nachten in The Bottom Ship Inn. En plakken er nog twee nachten aan vast in The Top Ship Inn in Porlock. Daar staan we nu bij de bushalte. Het busje (met nummer 10 – de vierde tien in dit verhaal) waar we straks in zullen stappen, is onze eerste rit op weg naar huis. 

Daar is het al, het stopt aan de andere kant van de weg, het busje dat er pas om 9.40 uur had moeten zijn. Toch is het niet te vroeg, want het moet eerst nog naar Porlock Weir. Dat is de eindhalte, aan zee. We kunnen gewoon wachten tot het terugkomt naar Porlock en stopt bij deze halte... Laten we dat doen, wachten tot het terugkomt en dan instappen... Maar dan begint een vrouw van een huis aan de overkant naar ons te roepen dat het beter is als we nu al instappen, omdat het busje via een andere route door Porlock terugkomt. Dat is vreemd, want aan de kant waar we nu staan is de bushalte waar we woensdag zijn uitgestapt, toen we uit Porlock Weir kwamen om onze intrek in The Top Ship Inn te nemen. Daar kun je dan ook weer instappen om verder te gaan naar Minehead, zou je denken. De vijf mensen, de wandelaar en de vier die er later bij kwamen, verplaatsen zich ondertussen naar de overkant van de straat, waar het busje wacht. Moeten wij dan ook maar instappen? We raken lichtelijk in paniek en stappen gauw in. Dan maar eerst naar Porlock Weir en van daaruit naar Minehead, via de door de vrouw aangekondigde onbekende route door Porlock. Omdat de andere vijf mensen al zijn ingestapt, stappen wij nu als laatste in en komen daardoor achter in de bus terecht, op de een-na-laatste bank. In Porlock Weir stappen de vijf uit en draait het busje om om terug te rijden naar Porlock, waar we gewoon weer stoppen voor de bibliotheek en het informatiecentrum. Wel heb je ooit!

We rijden Porlock uit over de buitenwegen. De bushaltes zijn er goed verstopt tussen de bomen en het struikgewas maar de buschauffeur weet ze allemaal te vinden. Het busje raakt al aardig vol als er een oude man instapt die we nog kennen van onze vorige reis. Het is de autistische boer die zo geweldig naar urine stonk, net als nu, en altijd achterin ging zitten, net als nu, waar wij ook al zitten, waar we terecht zijn gekomen door de vijf overstekende passagiers in Porlock. Opeens stonden we niet meer ergens vooraan in de cue, op de plaatsen twee en drie, maar was er van een cue helemaal geen sprake meer.
    We hadden het kunnen weten, dat hij nog ooit een keer zou kunnen instappen, en we wisten dat je daarom altijd voorin moest gaan zitten. dat was ons gezegd, maar nu is het te laat en komt hij de bus in. Hij heeft een mandje met eieren aan zijn arm. Onderweg naar achteren probeert hij die te slijten aan zijn medepassagiers. Een voor een spreekt hij ze aan – het is een heel gebeuren, de buschauffeur wacht –, maar allemaal deinzen ze achteruit. Ook wij. Bij de volgende halte komen er twee vrouwen binnen. Een gaat er voorin zitten. Naast ons, aan de andere kant van het pad, is nog een plekje vrij voor de andere vrouw. De oude man nodigt haar uit om naast hém te komen zitten, op de achterbank is immers nog voldoende plaats, maar terwijl zij hem groet met de woorden 'Good morning, Andrew', slaat zij zijn aanbod vriendelijk af. Als ze zit, maakt ze een lichte beweging met haar neus. De boer heeft nu ook een naam. We zullen hem nooit vergeten. De bus is gelukkig wat beter geventileerd dan die van de vorige keer, maar de lucht van plas, en ook poep, vestigt zich voor de duur van de reis toch stevig in onze neusgaten.

De queeste is nog niet voorbij. In Minehead stappen we over op bus 28, een wat groter exemplaar dan het busje waar we uit komen, maar overvol, met scholieren en andere reizigers. Achterin zijn gelukkig nog een paar plaatsen. Voorzichtig wurmen we ons ernaartoe, met de koffertjes en het schilderij. Niet stoten. Onze tweede rit naar huis, het is half elf in de ochtend. Schuin voor ons zit een jongeman met een plastic colaflesje, waarin een andere vloeistof zit dan je zou verwachten. Bier. Handig bedacht, want zo'n flesje kun je dichtdraaien als je er een paar slokken uit genomen hebt, maar met ook nog de telefoon in zijn handen lijkt hij dat niet helemaal onder controle te hebben. Gedurende de reis valt hij meermalen in slaap, voorover op de hoofdsteun van de passagier die voor hem zit en glijdt het flesje zonder dop erop steeds weer uit zijn handen. Van de drank die hij op deze manier al is kwijtgeraakt, loopt een kleverig spoor onder de stoelen door naar voren. De bus doet er lang over, een uur en twintig minuten. We stoppen in Taunton, een halte te ver, en moeten een heel stuk teruglopen om bij het station te komen. Het hoort er allemaal bij, bij het vervoer van een kunstwerk.

Taunton Station.

London Paddington wordt de volgende stop. We boeken onze kaartjes om naar een vroeger tijdstip: in plaats van de trein van 14.07 uur nemen we die van 12.07 uur. Zo hebben we meer speling bij het nemen van de metro naar London St Pancras en komen we niet in de drukke avondspits terecht. Met een lijst waar glas in zit is dat niet handig. De trein van Taunton naar Londen is de derde rit naar huis. We kruiswoordpuzzelen wat en eten een broodje en kijken naar het landschap dat voorbij komt en weemoedig maakt. Het schilderij ligt veilig boven onze hoofden in het bagagerek.

Paddington Station.

Om 14.16 uur komen we aan in Londen. Nu wordt het spannend. In de stationshal moeten we even helemaal stilstaan, met de koffertjes, het schilderij en onszelf. We vormen een eiland waar een dikke stroom mensen omheen loopt. Als een stromende rivier. Als de stroom wat dunner wordt, lukt het ons eruit te stappen. We lopen door de smalle gangen van de Underground, er moet nu niemand de hoek om komen en tegen ons opbotsen. Het blijft ingewikkeld, de ondergrondse, maar na één overstap zitten we in de metro die ons naar St Pancras brengt. Het spannendste gedeelte zit erop, de vierde rit naar huis.

In de Underground.

Dan begint het lange wachten op de Eurostar. Hoe krijgen we het schilderij heelhuids door de bagagecontrole? Gelukkig past het in zo'n bak. Voor de zekerheid zeggen we het er nog maar even bij dat het om een print in een lijst met glas gaat. De dinsdag na de aankoop zijn we nog teruggegaan naar de galerie, voor een bonnetje voor als de douane moeilijk gaat doen. Voor de zekerheid doet Hannah er ook nog een visitekaartje bij van Anne Mortimer, met daarop nog een keer de gegevens. Maar het gaat allemaal even soepel, er wordt nergens naar gevraagd. Daarvoor is het ook veel te druk met al die mensen die hierdoor moeten.

Twintig minuten later dan gepland, om 18.24 uur, vertrekt de trein. Onder het Kanaal door, via Lille en Brussel naar Rotterdam, waar we omstreeks 23.05 aankomen. Een lange reis. De vijfde rit naar huis.

Tussen Rotterdam en Leiden zijn deze avond en nacht werkzaamheden aan het spoor. De conducteur van de Eurostar raadt ons aan de metro naar Den Haag te nemen, naar Laan van NOI. Die vertrekt om 23.16 uur. Het is vrijdagavond en de wagons zitten vol uitgaanspubliek. Het is hier drukker dan in de Londense metro. Dit is de zesde rit naar huis.

Op het station in Den Haag nemen we rond 23.45 uur de trein naar Leiden. De zevende rit naar huis.

Om 00.08 uur komen we daar aan en brengt schoonzoon Vincent ons naar huis. Dat is de achtste rit naar huis.

Daar kunnen we het schilderij, de gicleeprint achter glas, eindelijk zien. Van de haas en al die planten en sprieten en stippen. Op de print zijn hier en daar spatten bladgoud aangebracht. Die springen eruit als het licht er onder een bepaalde hoek op valt. Wat we die nacht te zien krijgen voldoet geheel aan onze verwachtingen. Het is de week wachten en de reis van veertien uur helemaal waard geweest. Of eigenlijk nog langer, want we hadden het natuurlijk op 25 juni voor het laatst gezien. Toen we de plaat niet mee konden nemen, omdat we nog dat hele stuk van het South West Coast Path moesten wandelen. En dat we daar moesten zijn, in Porlock Weir, en die galerie in liepen, was ook niet zomaar. Dat hadden we te danken aan het onweer en de regenbuien van 17 september het jaar ervoor. Waardoor we toen dat stuk tussen Porlock Weir en Lynmouth niet konden lopen en dat in juni alsnog gingen doen. We hebben er allemaal geen spijt van. Want ook het ophalen van het schilderij, nu in oktober, leverde ons weer drie mooie wandelingen op, rondom Porlock en Porlock Weir, met veel nieuwe ervaringen en ontmoetingen. Een queeste met nogal wat zijpaden, zou je kunnen zeggen. 

We zullen er altijd met veel genoegen aan blijven terugdenken.

De lichtgroene deur helemaal rechts is die van de Real Exmore Studio.
Het het is zo klein, het raam erna hoort er al niet meer bij.

* De lijst meet 39 x 60 cm. Dat is net 4 cm te breed en 5 cm te lang voor wat de KLM als maximale afmetingen voor handbagage hanteert. En daar komt ook nog de verpakking bij.
** Dit is Engeland in optima forma. Hondenbezitters laten hier hun viervoeter portretteren. De kunstenares heeft het er druk mee. Ze doet er zo'n zes in de maand, vertelde ze ons. 

donderdag 3 november 2022

Bear Paddington – South West Coast Path (14)


De Official Paddington Store op Paddington Station was dicht die maandag de 19de september,* dus moesten we iets anders bedenken om aan onze toekomstige Engelse huisgenoot te komen. Jayne, de vriendin van Phil van Wembury Bay B&B, was zo lief de beer voor ons op te snorren en op te sturen. Verrassend snel was hij vervolgens door de Engelse douane, maar bij de Nederlandse douane bleef hij steken. Dat duurde wel drie weken, zijn verblijf aan de Loire 1 in Den Haag, in een groot gebouw van de afdeling Inklaring van het International Mail and E-commerce Center (IMEC) van PostNL. Zo dichtbij maar tegelijkertijd zo ver weg.** We dachten veel aan hem. Hoe hij daar op slechts zo'n 15 kilometer bij ons vandaan in een doos tussen de andere dozen lag. Dozen met Engelse zeep en dozen met Engelse theekopjes, met Engelse drop en bolhoeden, dozen met zuurstokken en potten met curry en cheddarkaas en marmelade. Marmelade... Gelukkig in dit soort situaties dat Bear Paddington altijd een sandwich met marmelade bij zich draagt, onder zijn hoed.

* De dag van de begrafenis van Queen Elizabeth II.

** PostNL stuurde ons een brief, gedateerd 14 oktober, met de vraag wat er in het pakje zat dat in Den Haag was aangekomen. In de brief staat dat dit via de website moet, en als dat niet lukt, dat je dan moet bellen, maar een telefoonnummer wordt niet gegeven. Via de website, met behulp van de track-and-tracecode, werkte het inderdaad niet. Dat was misschien ook al een beetje te voorspellen. De site van PostNL kan internationale track-and-tracecodes niet aan. Dan ga je op zoek naar het telefoonnummer, en dat is heel goed verstopt. Het bedrijf PostNL dat in Nederland over communicatie gaat, wil zelf het liefst vooral niet communiceren. Want tja, al die lastige klanten... Maar als je het telefoonnummer eenmaal hebt, ga je bellen.*** De mevrouw die je na dertig minuten te woord staat, vertelt je dan dat je een brief moet sturen naar de afdeling Inklaring van het IMEC waarin je aangeeft dat het hier een 'geschenkzending' betreft en dat de inhoud van het pakket 'een beertje Paddington (een teddybeer)' is. De brief ging 20 oktober de deur uit. Daarna krijg je nog twee keer (!) dezelfde brief die je al op 14 oktober al hebt gehad. Ja, PostNL houdt zijn postbodes wel aan het werk! En vervolgens hoor je niets. Track-and-tracecodes halen niets uit. Je moet bellen, om te vragen of de brief die je verstuurd hebt is aangekomen en waar het pakje nu toch blijft. Tot het vandaag op 3 november opeens bezorgd wordt. En wat blijkt dan... dat PostNL of de douane in Nederland helemaal niet leest (of niet kán lezen). Want wat staat er op de op het pakje geplakte CUSTOM DECLARATION onder 'Description of contents'?


*** Het telefoon nummer is 088-8686868. Kies vervolgens voor 'zakelijk', want kies je voor 'particulier', dan word je er alsnog uit gegooid.

vrijdag 30 april 2021

Met een draaiorgel van 1100 kilo helemaal uit Leiden gelopen

Koninginnedag 1953.*

Onlangs kreeg ik een leuke reactie van de firma G. Perlee over de foto met het draaiorgel op mijn blog van 3 september 2016. We kunnen die foto nu heel precies dateren: Koninginnedag 1953.** Een orgelman uit Leiden had het draaiorgel voor die dag gehuurd en kwam er met zijn medewerkers helemaal mee naar Katwijk lopen, 'ca. 1100 kg niet-aangedreven of geremd gewicht. Sterke hardwerkende mensen. En dan nog met de hand draaien.'

Op Wikipedia vinden we dat het draaiorgel op de foto in 1918 gebouwd is bij Joseph Bursens in Hoboken (België) en dat het De Vierenvijftig Bursens*** heette, naar het aantal 'toetsen' en de bouwer.**** Het orgel speelde jarenlang in de Amsterdamse Jordaan en is nog altijd eigendom van de familie Perlee. Na 1958 moet het orgel zijn overgeschilderd. Dan beginnen de tv-uitzendingen van Pipo de Clown, van wie een afbeelding op het onderpaneel kwam en die het draaiorgel de naam De Pipo bezorgde. Voor het open gedeelte kwamen twee poppen en op de zijpanelen werd Corry Brokken afgebeeld. 

Hoe het draaiorgel geklonken moet hebben in 1953 horen we hier:


Tot slot nog een foto van het draaiorgel van juli 1945 tijdens de Bevrijdingsfeesten in Amsterdam:

Bevrijdingsfeesten. Kinderen rond het draaiorgel 'De Vierenvijftig Bursens' ofwel
de 'IJskast' van Perlee, later bekend als 'De Pipo'. Juli 1945. Stadsarchief Amsterdam.

Zo'n draaiorgel, je geeft er een draai aan en er gaat een wereld voor je open.

* De oorspronkelijke foto is in zwart-wit.
** Koningin Juliana, regerend vorstin van 1948 tot en met 1980, was op 30 april jarig.
*** Wellicht dat er meer draaiorgels bestonden onder deze naam. Het kan een soort- of typeaanduiding zijn, vanwege de verwijzing naar het aantal 'toetsen'. Hier zien we hoe dat werkt, met die toetsen.
**** De naam Bursens wordt in de digitale archieven meestal als Burssens gespeld. Ik hou hier de naam van de orgelbouwer aan.

maandag 7 december 2015

Soeboer


Gisteren hebben we, alvast voor mijn verjaardag, bij Soeboer gegeten, waar ook de minister-president van alle Nederlanders iedere week komt eten, maar op welke dag, dat zeggen ze niet. Vandaag ben ik gewoon jarig, net als onze toekomstige vorstin. Net als iedere Nederlander moet zij gewoon naar school, en ik aan het werk. Het is maandag.

Schoon op.

maandag 13 april 2015

Op het schrijversstrand (10) – Bilderdijk


Hier, aan de rechteroever van de Oude Rijn, woonde de dichter Willem Bilderdijk. Dat is op 't Zand. Heel vroeger had er in dit gebied een kasteel gestaan met die naam. Daaraan herinnert nog de Sandtlaan. Het kasteel was waar nu het fietspad is, voor het oude tolhuis dat er nog staat.

Het oude tolhuis.

Huize Bijdorp, met in de verte de poort naar de tuin.

In de tijd dat Bilderdijk er woonde, was hier een groot buiten: huize Bijdorp. Het huis zelf stond aan de Oude Rijn, aan een straat die, ook nu nog, de Overrijn heet. Daarachter was er een enorme tuin, bijna tot waar het kasteel gestaan had, 'een tuin als een lusthof (...), waarin ook het koetshuis stond, met stalling voor zes paarden, hooizolder en tuinmanswoning (...), met vijvers, een eendenkom, een perceel bos, een moestuin, een boomgaard met exquise vruchtbomen en zelfs een druivenkas'.* In deze tuin stond het huis waar Bilderdijk en zijn gezin in januari 1808 hun intrek namen. Maar het verblijf zou van korte duur zijn. Begin mei waren ze alweer weg. Want Bilderdijk had het er niet naar zijn zin, in Katwijk.

De poort naar de tuin.

Hij zit er dan ook niet vrijwillig. Door de ramp met het kruitschip aan het Leidse Steenschuur op 12 januari 1807 is zijn huis aan de Hogewoerd ontzet en staat op instorten. Bilderdijk en zijn gezin vinden onderdak in Den Haag. Maar in die stad houdt hij het niet uit, door de verstikkende moerasdampen en de volkse drukte op straat. Hij wil weer naar Leiden. Maar daar kan hij door de ramp voorlopig geen woning krijgen. Zodoende zit hij noodgedwongen in Katwijk. In een brief van 27 januari 1808 aan Hendrik Willem Tydeman schrijft hij: 'In Leyden geen woning kunnende krijgen, en in de Haag niet wetende uit te houden van wegens de lucht en 't gewoel, ben ik thands in Katwijk. Niet uit verkiezing, maar uit nood, daar ik nergens een intrek wist te vinden.'

Willem Bilderdijk aan Hendrik Willem Tydeman, brieffragment 27 januari 1808,
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. LTK 1099.

En dat huis in die tuin in Katwijk is ook al niks. In een brief van 19 februari 1808 aan Matthijs Siegenbeek beschrijft hij het als 'een doorvochtig, uitgewoond, en in allen opzichte onbewoonbaar gat van een huis, daar men zich nergens voor wind en kou bewaren kan'.

Willem Bilderdijk aan Matthijs Siegenbeek, brieffragment 19 februari 1808,
Erfgoed Leiden en Omstreken, archiefblok familie (Siegenbeek) Van Heukelom.

In het gedicht 'Mijn buitenverblijf' (Katwijk, 1808) vraagt Bilderdijk zich hardop af wat hij er zoekt, op het platteland van Katwijk:

Mijn Vrienden, 't mag zoo zijn. Ik ben de Haag ontvlucht.
Ik adem, vrij van stank, gewoel, en straatgerucht,
En Haagsche beestlijkheên die voor beleefdheid gelden,
En ruilde 't walglijkst hol voor ruime en frissche velden.
Voorzeker dit 's een goed! wie twijfelt of 't dit zij?
Maar ach! genot van 't Land, is dat gemaakt voor mij?**

Gelukkig, nog voor de zomer kan hij alweer terug naar Leiden, de stad die hij roemt om zijn zuivere lucht.

Willem Bilderdijk, door Charles Howard Hodges, olieverf
op doek, 79 x 63 cm, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Bronnen:
*W.A. Poort, De droom van de dokter. Hij stond aan de wieg van een badplaats. Katwijk, Van der Lee, 1979, p. 6.
**Willem Bilderdijk, 'Mijn buitenververblijf'. In: De dichtwerken van Bilderdijk. Twaalfde deel. Haarlem, A.C. Kruseman, 1858, p. 104-108. Het fragment staat op p. 104.
Peter van Zonneveld, '"Een verkwikkende wijkplaats". Het Hollandse buitenleven in de Nederlandse literatuur'. In: Rob van der Laarse & Yme Kuiper (red.), Beelden van de buitenplaats. Elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw. Hilversum, Verloren, 2005, pp. 212-213.
Rick Honings & Peter van Zonneveld, m.m.v. Marinus van Hattum, De gefnuikte arend. Het leven Willem Bilderdijk (1756-1831). Amsterdam, Prometheus - Bert Bakker, 2013, pp. 266-273.
Wap, Bilderdijk. Eene bijdrage tot zijn leven en werken. Leiden, E.J. Brill, 1874, p. 92.

Met dank aan Gerard Brouwer, Dik Parlevliet en Rick Honings.

woensdag 11 april 2012

Betoverend


Panorama Mesdag. Je komt er misschien drie keer in je leven. En iedere keer is het weer even betoverend. Tenminste, ik denk dat ik er nu drie keer geweest ben. Weer dat donkere trapje op, en dan... die ruimte, vol licht. Licht dat telkens weer verandert, terwijl je niet ziet waar het vandaan komt. Wat je ziet is een doek, een schilderij, van reusachtige afmetingen, helemaal rondom, zonder lijst en zonder einde. Met uitzicht naar alle kanten. En dat licht dat verandert, komt via het raam in het dak, op dat doek, dat telkens weer verandert, alsof het leeft.


Op zo'n dag als vandaag, met een zonnetje en wat losse wolken, kun je er gerust naartoe gaan. Dan is het doek één groot, bewegend spektakel. Een lust voor het oog!


Panorama Mesdag is Scheveningen in 1880 gezien vanaf het Seinpostduin. Het werd in slechts vier maanden geschilderd door H.W. Mesdag, bijgestaan door zijn vrouw S. Mesdag-van Houten, voor het dorp Scheveningen, Th. de Bock, voor de lucht en de duinen, en G.H. Breitner, voor de cavalerie en artillerie. De doorsnede van het panorama is 35 meter, de afstand van de leuning tot het doek is 14 meter, de hoogte van het doek is 14 meter, de omtrek 120 meter en de oppervlakte 1680 vierkante meter.

Alles over het grootste schilderij van Nederland op panorama-mesdag.com.

zaterdag 3 maart 2012

KLM-huisjes (2)


Kijk, de Brenninkmeijertjes, op nummer 755, hebben de Lamborghini van Mariska de la Fuente overgenomen. Ze reed er al nauwelijks meer in. Maar of de Brenninkmeijertjes er nu zoveel in rijden... Heel anders is het met de Van Veurst tot Veurtjes. Ze zijn op de thee bij Jo ten Cate. Voor elke meter die ze bewegen pakken ze hun rode Ferrari. Verder hoor ik dat de Van Dammetjes in scheiding liggen. Zij is bij Coen Lammers ingetrokken en hij is voor het laatst met Sarah Voorslag op Long Island gesignaleerd. Ze moeten nummer 87 verkopen. En die architect op nummer 514 vindt het zeker wel kek om in die oude eend te blijven doortuffen.





En zo hadden we in nog geen week 44 van de 92* huisjes bij elkaar verzameld. Trapgevels, halsgevels, klokgevels, tuitgevels, puntgevels, lijstgevels, alles waar Holland groot mee is geworden, in een notendop bijeen.

Ik doe daar niet geheimzinnig over, over de huizen die ik bezit. Afgelopen woensdag al mocht ik mij de gelukkige eigenaar noemen van de volgende panden**:

1. Restaurant d'Vijff Vlieghen, Spuistraat 294, Amsterdam (2)
2. Oudezijds Voorburgwal 18a-18b, Amsterdam (8)
3. De Gecroonde Raep, Oudezijds Voorburgwal 57, Amsterdam (10)
4. D' Gekroonde Bije-korf, Kamp 10, Amersfoort (13)
5. Houtmark 17, Haarlem (16)
6. Markt 47, Delft (21)
7. Spieringstraat 1-3, Gouda (25)
8. Nieuwe Uitleg 16, Den Haag (26)
9. Het Gulden Tonneke, Wijnhaven 16, Delft (34)
10. Oude Delft 39, Delft (35)
11. Hippolytusbuurt 8, Delft (36)
12. Bank van Lening, Oudezijds Voorburgwal 300, Amsterdam (37)
13. Herengracht 607, Amsterdam (38)
14. Nieuweweg 12, Hindeloopen (39)
15. De Rode Hoed, Keizersgracht 104, Amsterdam (40)
16. Prinsengracht 514, Amsterdam (42)
17. Prinsengracht 516, Amsterdam (43)
18. Hooglandse Kerkgracht 19, Leiden (44)
19. Rozengracht 106, Amsterdam (50)
20. Voorstraat 49, Franeker (51)
21. Herengracht 203, Amsterdam (53)
22. Pakhuis Frankfort, Prinsengracht 773, Amsterdam (54)
23. Zakkendragershuisje, Oude Sluis 19, Schiedam (55)
24. Herengracht 64, Amsterdam (56)
25. Herengracht 101, Amsterdam (58)
26. Herengracht 314, Amsterdam (60)
27. Keizersgracht 439, Amsterdam (61)
28. Keizersgracht 755, Amsterdam (64)
29. Pakhuis De Sparrenboom, Keizersgracht 487, Amsterdam (65)
30. Pakhuis Maarseveen, Keizersgracht 403, Amsterdam (66)
31. Prinsengracht 721, Amsterdam (67)
32. Prinsengracht 969, Amsterdam (68)
33. Keizersgracht 319, Amsterdam (69)
34. Koningsstraat 4, Alkmaar (70)
35. Singel 81, Amsterdam (71)
36. Singel 87, Amsterdam (72)
37. Reguliersgracht 7, Amsterdam (74)
38. Hofweg 9-11, Den Haag (75)
39. Leidsegracht 51, Amsterdam (78)
40. Jenevermuseum, Lange Haven 74-76, Schiedam (79)
41. De Drie Fleschjes, Gravenstraat 18, Amsterdam (80)
42. Goudkantoor, Waagplein 1, Groningen (81)
43. Museum Van Loon, Keizersgracht 672, Amsterdam (83)
44. Antillenhuis, Badhuisweg 175, Den Haag (91)


* Dit veronderstelt dat ik nog net niet op de helft ben. Echter, trekken van de in totaal 92 uitgebrachte huisjes de niet in de werkelijkheid bestaande fantasiehuisjes af, dat zijn er 10, en ook een heel lelijk huisje, nummer 49, dat staat in Coevorden, dan blijven er 81 huisjes over en ben ik al ruim over de helft.
** Achter de adressen staan tussen haakjes de nummers van de corresponderende KLM-huisjes.