dinsdag 21 juli 2026

De prelude – Coast to Coast (5)

Wij gaan iets heel anders doen, de middag van aankomst. Als we onze kamer op mogen, na eerst een lekkere ale – die hebben we wel verdiend na de lange reis –, frissen we ons wat op en trekken onze regenjassen aan. Het zal die middag voor het laatst regenen. We lopen de straat uit, langs het stationnetje waar we om 14.28 uur zijn aangekomen, een weiland en het pad waar de honden worden uitgelaten, naar het kerkje van St Bees. Het kerkje dat gewijd is aan de heilige Mary en Bega. Twee heiligen. En oeroud is. Oorspronkelijk was het onderdeel van een klooster, een priorij, vandaar de benaming St Bees Priory. 12e-eeuws, maar de geschiedenis van deze plek gaat nog verder terug, tot de 9e eeuw, wat ook te zien is aan het beeldhouwwerk rond de kerkdeuren, dat door regen en westenwinden in al die tijd vrijwel onherkenbaar is geworden. Maar het is er nog. Zoals ook de binnenkant van het kerkje, waar alles er juist nog heel herkenbaar is. Want hier waait en regent het niet. Een vrouw en een man zijn er aan het schoonmaken. Voor de dienst die zondag gehouden wordt. De man is aan het stofzuigen. Als hij ons ziet zet hij de stofzuiger uit. En vertelt met zachte stem.


Over het koor dat zo bijzonder is – met een voorhangsel alsof het van filigraan gemaakt is, zo licht – en de rest van het interieur. We luisteren aandachtig. Dan begint hij – met een zekere geheimzinnigheid, want hij gaat nog zachter praten – over wat hier in 1981 gevonden is: de 'St Bees Man'. Daar komen de mensen hier voor. In een vervallen zijbeuk van het koor troffen archeologen van de universiteit van Leicester in dat jaar een loden kist aan met daarin het in een lijkwade gewikkelde lichaam van een middeleeuwse ridder die hier in de 15e eeuw begraven was. Het lichaam was na al die eeuwen nog vrijwel intact. De man wijst ons op een vitrine in de hoek waar alles over de vondst te vinden is. We moeten er maar even gaan kijken. Voorzichtig lopen we ernaartoe. Maar of we hier nou trek in hebben, zo aan het begin van onze vakantie? Straks gaan we er nog over dromen. In de vitrine liggen foto's van de kist en wat daarin zit, de lijkwade en het uitgepakte lijk, een bijna zwart geworden gezicht met een open mond en holle ogen, gelukkig niet het lijk zelf, dat zullen ze wel weer begraven hebben, maar wel nog een pluk haar van de ridder. 'Ik hoef hier geen foto's van,' zeg ik. Die kunnen de lezers van Huize Zeezicht later wel zien met een linkje naar de site erover. Eigenlijk moet daar dan nog een waarschuwing bij, bij dat linkje. Hoewel... je weet het als je dit land bezoekt of erover leest, al die gruwelverhalen.

We kijken nog wat rond en ontdekken een gigantisch orgel opzij van het koor. De man van de stofzuiger vertelt dat het bijna 2000 pijpen heeft. Een Father Willis-orgel uit 1899. Qua grootte hoort het eigenlijk in een kathedraal thuis. 'Dat zou ik weleens willen horen,' opper ik, 'maar jammer dat we morgen alweer verder moeten.' 'Nou,' zegt de man en hij begint te glimlachen, 'het toeval wil dat ik de organist ben. Ik kan wel wat laten horen.' Hij kruipt achter het orgel, zoekt wat tussen de partituren en begint te spelen. Het bezorgt ons kippenvel. Dit privéconcert door de organist en koorleider van St Bees Priory. Frank Bowler, want zo heet de organist, speelt een gedeelte uit de prelude uit de 1e Symphonie pour Grand Orgue van de Franse componist Louis Vierne. De klanken schallen door de ruimte van het kerkje aan de Ierse Zee. Waarmee die enge vitrine gelukkig gauw vergeten is. Na afloop van zijn optreden wenst de organist ons een mooie wandeling en raadt ons nog een pub aan voor als we in Ennerdale Bridge aankomen: The Fox and Hounds Inn.

Frank Bowler, organist en koorleider van St Bees Priory.

De muziek galmt nog na, als we de volgende dag onze schoenen aandoen voor het eerste gedeelte van de kilometerslange tocht dwars door Engeland. Een prelude... een mooier begin van onze wandeltocht kunnen we ons niet voorstellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten