Posts tonen met het label bloemen en planten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloemen en planten. Alle posts tonen

maandag 1 juni 2026

Hier konden we niet langs – South West Coast Path (82)

De dag nadat we op The Undercliff geweest zijn, voorbij Lyme Regis, is het dat we bij dat hek aankomen, verstopt in een hoek met bosjes en bomen, we zien het eerst niet – onze ogen moeten wennen aan het licht, omdat we door een zonnig veld zijn komen aanlopen, huppelend bijna, zou je kunnen zeggen, over een karrenspoor, met tussen het hoge gras overal bloemen, in alle kleuren –, maar daar staan ze, in de schaduw, runderen met hun jonkies, koeien en kalveren, je wordt er overal voor gewaarschuwd op handgeschreven bordjes, en misschien ook nog wel een stier, in een grote groep, altijd in de hoek van een veld, bij een hek dat je moet passeren, met meteen daarachter ook nog eens een laag koeienstront met een diameter van ongeveer drie meter, de breedte van het hek en dan nog wat breder, zo'n twaalf meter in omtrek, waar je doorheen moet.


Je duwt ze niet zomaar opzij, die beesten, en we zijn er bang voor, na die keer in de Cotswolds, de eerste dag dat we daar liepen, toen er bij iedere doorgang van een veld, één enkel veld, het eerste waar we doorheen kwamen, en hoeveel zouden er nog volgen, zo'n groep stond, alsof ze het expres deden, en we om van dat veld af te komen in allerijl over het prikkeldraad geklommen zijn, om langs dat prikkeldraad om het veld te lopen, maar vast kwamen te zitten in een bos met doornig struikgewas. Waardoor we weer terug moesten over dat prikkeldraad en door dat veld met die stieren. We herinneren het ons allemaal nog goed. En ook deze keer durven we er niet langs. 

Maar dan is er een vrouw met een hond, zij liep ons al achterop in dat zonnige veld, met al die bloemen, en moet ook die kant op, door dat hek. Zij lijkt ons te komen helpen, [ze komt als geroepen, als een geschenk uit de hemel,] zoekt een stok en begint te schreeuwen, tegen die runderen, allerlei klanken, als van een rodeo, en met de stok geeft ze hier en daar een tik, op hun achterlijven, en begint de langzame groep van dieren een beetje te bewegen, maar ook weer niet echt, en dan loopt ze er zo tussendoor, met haar hond. Zomaar. Tussen die logge lijven. Ja, kom maar, roept ze. Ze wil ons helpen. Wij kunnen er nu ook door, maar we staan als aan de grond genageld, veilig achter het hek. Nee, dat doen we niet. Nee hoor... Geen haar op ons hoofd. Ja, sorry. We lopen terug door dat zonnige veld en zoeken een andere route, die gelukkig gauw gevonden is, een omweg, maar wat maakt dat uit, met dat heerlijke weer.

Nu ik dit allemaal opschrijf, moet ik denken aan dat liedje dat Shirley zong, toen we met onze vier Amerikaanse vrienden door een veld moesten in de Cotswolds, ergens tussen Winchcombe en Broadway, een veld vol jonge zwarte stieren. Ik zie dat veld nog voor me, een veldje maar eigenlijk, en hoe we daar met z'n zessen doorheen durfden. Omdat Shirley dat liedje zong:

    Bossy cow-cow,
    Bonnie bee-bee,
    Oleo-margarine,
    Oleo-butterine,
    Alfalfa-Hay!!!

    (meerdere keren herhalen)

Het is een beetje een nonsensliedje. Don, die ons gefotografeerd heeft op de Broadway Tower, een foto die achter op onze trouwkaart terecht is gekomen, vertelde dat hij en Lenore het zongen toen ze jong waren en nog studeerden, bij sportevenementen op de universiteit van California.* De stieren gingen er in ieder geval wel door op de loop. Maar of die logge groep hier bij dat hek op The Undercliff erdoor in beweging gekomen was, ik weet het niet.

* Het is het clublied van de UC Davis, de campus van de University of California. Het werd voor het eerst gezongen in 1926 bij een (American) football-wedstrijd tegen de College of the Pacific. Het lied is een aangepaste versie van een lied dat gezongen werd door de UC Berkeley, weer een andere campus van de University of California.

donderdag 21 mei 2026

The Undercliff – South West Coast Path (81)

Voorbij Beer, waar we aan de laatste honderdvijftig tot tweehonderd kilometer van het South West Coast Path begonnen zijn, komen we als we Seaton gepasseerd zijn al gauw op The Undercliff terecht. Hier is bijna twee eeuwen geleden een stuk klif de zee in gezakt, na hevige regenval op eerste kerstdag 1839. De regen drong in een strook zachte krijtrotsbodem die verzadigd raakte van het water en zo het stuk grond ervoor, gelegen op een gladde kleilaag, naar zee duwde. Het losgeraakte stuk grond kreeg de naam Goat Island.

De aardverschuiving trok veel bekijks. Tijdens een festival ter ere van de gebeurtenis werd een achtergebleven tarweveld op het eiland alsnog ceremonieel geoogst, koningin Victoria kwam langs op haar jacht en op een passerende raderboot met toeristen die de aardverschuiving vanaf zee bekeken werd een voor de gelegenheid gecomponeerd muziekstuk ten gehore gebracht, de Landslip Quadrille. In gedachten zie je die boot langsvaren, met dat orkestje erop. Engeland in optima forma!


Wij zijn vooral verrast door de overweldigende natuur die hier ontstaan is. Als je de kloof naar Goat Island oversteekt, of eigenlijk doorsteekt, merk je dat het pad omlaag gaat, kronkelend via allerlei trappen. Het is een heerlijk maar ook uitdagend parcours. Je moet goed kijken waar je je voeten zet en je stok en niet struikelen over de trapranden. In het filmpje dat we ervan hebben kunnen we het nog eens meemaken. Het lijkt het oerwoud van de Amazone wel, met al dat groen en al die soorten van lianen en al dat licht met overal van die doorkijkjes waar weer ander licht doorheen schijnt. Betoverend. Dit gaat zo 5 mijl door (7,6 kilometer), tot je bij Lyme Regis bent.

Het filmpje waarin we The Undercliff betreden.

Van de aardverschuiving werden vlak daarna tekeningen gemaakt.

De kloof en Goat Island, gezien vanuit het westen, getekend enkele dagen na de aardverschuiving
door Mary Buckland in december 1839 (plaat V in Conybeare et al., 1840).*

De aardverschuiving, gezien vanuit het oosten.

En dit is geologische schets van een doorsnede door het centrale deel van de aardverschuiving. 


Een kijkje achterom vanaf The Undercliff omhoog naar de krijtrotsen van het vasteland.

* W.D. Conybeare, W. Dawson, M. Buckland & W. Buckland, Ten Plates, comprising a plan, sections, and views, representing the changes produced on the Coast of East Devon, between Axmouth and Lyme Regis, by the Subsidence of the Land and Elevation of the bottom of the Sea, on the 26th December, 1839, and 3rd February, 1840. Londen: Oblong, 1840.

zondag 12 juni 2022

De tuin (1)

Pioenroos.

De dikformaten die we aan de voorkant hebben, hebben we nu ook achter liggen. Deze klinkers brengen rust in de tuin. En kleur. Want grijs is de hele wereld al. Ze voelen vertrouwd aan, als een oude strandopgang.


Heel blij zijn we met de border, die aan het eind, of aan het begin, het is maar van welke kant je het bekijkt, een verrassend ronde vorm heeft. Je moet maar durven. Zo'n cirkel breekt het terras ook mooi. En omdat de meeste bomen en bloemen ook niet vierkant zijn, versterkt die ronde vorm hun weelderigheid nog extra. Een feest om naar te staren, vanuit de lage stoelen. Een Engelse tuin, bijna.

En wat een bloemen! Het is juni. Terwijl mei toch de bloeimaand genoemd wordt. Maar dan begint het natuurlijk al, dat bloeien. Dat het een lieve lust is. Met de campanula, waarop twee bijen zoemen. De petunia, met al die witte klokken, die zwaar over de pot hangen.

De klokken van de petunia.

Kattenkruid, ik ben de Latijnse naam even kwijt –  katten snuffelen er even aan, gaan er niet in liggen, wat je zou verwachten, of als je de verhalen  moet geloven. Wij krijgen iedere dag een kat op bezoek en die doet dat niet. Hij maakt wel koprollen. Het is een lieverd. Een lapjeskat.

Kattenkruid.

De sering is al een tijdje uitgebloeid, waardoor we heel lang de lucht van geurige zeep om ons heen hadden. Niet normaal meer gewoon. Zelfs de strater viel het op. Een ruwe bonk van een kerel, die daar neus voor heeft. De sering heeft zich overigens wel keurig aan de officiële periode van de bloeimaand gehouden.

Salie, in de overgangsfase tussen rozerood en wit.

Dan de salie, waarvan de bloemen rozerood zijn en daarna wit kleuren, via een officieel gemengd stadium van rozerood en wit. Eetbaar ook natuurlijk, de blaadjes in ieder geval en misschien ook wel de bloemen. De lavendel, die in geen tuin mag ontbreken, vanwege de perfecte kleur van blad en bloem en het oproepen van een compleet zuidelijke leefwereld. En sinds dit jaar, ter nagedachtenis aan Laurenne, hebben we prikneuzen in de tuin, van een onooglijk bosje grijsgroene bladeren uitgegroeid tot een fiere plant met heel veel lichte bloemen. 

Prikneuzen.

Normaal ben ik nooit zo van de planten en de plantennamen geweest. Maar het schijnt de ouderdom te zijn dat je daar voor gaat interesseren. Het is leuk om iedere dag even een rondje langs de border te maken. Als je dan heel oud bent, komt daar een wandelstok bij of een rollator, maar het blijft te overzien.

zaterdag 8 januari 2022

Penelope Lively: Leven in de tuin

Leven in de tuin van Penelope Lively levert weer heel wat aantekeningen op voor m'n aantekenboekje, allerlei om na te gaan, verder te lezen of om bij aan te sluiten, het opmerkelijke te onthouden... opdat wij niet vergeten.

Penelope Lively, alleen de naam al, schreef met Leven in de tuin een boek zo gevarieerd als de tuin zelf, een genot om te lezen, iedere dag een stukje, twee bladzijden, misschien drie, zoveel als een stukje spitten, een beetje snoeien, een bloem zien opkomen in al zijn pracht, maar wel, zo Engels als het maar zijn kan, en waarom niet, Groot-Brittannië en tuinen, het zijn bijna synoniemen van elkaar.

maandag 3 januari 2022

Bougainvillea

Bougainvillea op het eiland Farol, 7 november 2021.

Bougainvillea. Mooi woord. Ik las het voor het eerst in Braziliaanse brieven van August Willemsen. Ik moest het opzoeken, bougainvillea. Dit jaar komt er van het boek een herdruk, dan ga ik het weer lezen. Bougainvillea, uitbundig woord, voor een uitbundige bloemenpracht. In november bloeit de bougainvillea nog volop, in Brazilë en ook in de Algarve, waar deze foto is genomen.

Bougainvillea, Brazilaanse brieven, allemaal letters b, de b ook van bureaucratie, door de Braziliaanse autoriteiten in het boek, de b van een boot die niet aan land mag, een boot vol passagiers, op de Amazone. Want er gaan geruchten dat er ziektes aan boord zijn. Zo'n boot, die maar blijft dobberen, midden op de rivier, en het drinkwater dat opraakt, het wachten. Later maakt een vriend van me precies zo'n zelfde verhaal mee, op zo'n zelfde boot, als hij een indianentaal wil onderzoeken, in het oerwoud, waardoor de rivier stroomt, een indianentaal waarvan toen nog 25 sprekers leefden, het Kwaza. Toen. In een oerwoud dat met houtkap bedreigd wordt. Dezelfde Braziliaanse bureaucratie. Dezelfde bureaucratie van niet aan land mogen, want de geruchten gaan, er zouden ziektes heersen, aan boord.

Bougainvillea, wat zo'n woord allemaal oproept.