Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen

woensdag 29 april 2026

West Bay (2) – South West Coast Path (80)


In de haven liggen nog een paar vissersboten. Ze zijn er een aan het lossen. De kratten worden uit het ruim getakeld en op de kade getrokken. Als rest van een eeuwenlange bedrijvigheid. Het te aanschouwen voelt als een déjà vu van vakanties lang, heel lang geleden, aan de Bretonse kust. Toen die bedrijvigheid groter was. En hotelkamers daar nog 70, hooguit 80 franc* kostten, voor twee personen, inclusief ontbijt.

Na de haven kom je in het diepe mulle zand en stuit je op dat klif waar je niet overheen mag.

* We hebben het hier over begin jaren 80. Een Franse franc was destijds 33 cent in guldens, zo'n 15 cent in euro's. Dus reken maar uit.

zaterdag 29 mei 2021

10 jaar Huize Zeezicht

Batz-sur-Mer - Le Croisic, september 2007.

Vandaag is het feest! 🎉🎈🍰 Want Huize Zeezicht bestaat 10 jaar!

Ooit zomaar begonnen, met een kort bericht: 'Een paradijs', op 29 mei 2011. De foto bij dat bericht werd meteen ook de achtergrond bij Huize Zeezicht en is dat altijd gebleven.

Een foto met een verhaaltje. Dat is een blogbericht. Al ken ik ze ook zonder foto's. Nooit gedacht dat zoveel lezers mijn blog zouden weten te vinden. En te waarderen, merk ik soms. Ja, ik ben er best trots op. Tien jaar hetzelfde toontje. Hou dat maar eens vol. 🎺

🎻

Vroeger had ik graag trompet leren spelen. Maar er was geen trompet, en het was een tijd dat je zo'n instrument niet zomaar van je ouders kreeg. Ben jij gek! Of architect willen worden, van magistrale huizen aan zee, of grote gebouwen in de Franse of Zwitserse Alpen. Soms zie ik zo'n blad langskomen, met échte architectuur, Novum heet het, vol met innovatieve oplossingen. Ik ben daar voor. Maar blijf met je klauwen van de échte architectuur van vroeger af. Trouwens... die trompet kan nog. Architect ook nog wel. Wie weet.

🐈

Huize Zeezicht is als de zee. Je kijkt erop uit. Soms glad, soms grauw, of blauw, met een zinderend zonnetje aan de horizon. Als je het niks vindt, lees je het niet.

📯

Ik zie dat ik dat eerste bericht tien jaar geleden pas om 23.58 uur geplaatst* heb. Blijkbaar heb ik die avond nog lang zitten stoeien met het programma. De dagen ervoor ben ik ook nog lang bezig geweest met die andere grote provider, waarvan ik de naam niet noemen zal, maar als weldenkende digibeet kwam ik uiteindelijk toch bij Blogger van de firma Google uit. Want uiteindelijk gaat het toch om de inhoud. Al wil het oog ook wat.

🌞

Dat je emoticons in een blogbericht kan gebruiken, heb ik pas kortgeleden ontdekt. Of je het moet doen, weet ik niet. Mijn kleinkinderen sturen me wel eens appjes met alleen maar emoticons.

🐱🐭🐓🐕🐖🐌🌻🍭🎂💃🍳🎨🎪🎄😘

Laat de zomer nu maar komen!

😎

* Blogpost en posten vind ik vreselijke woorden. Daarom gebruik ik er andere woorden voor. Helaas ontkom je niet aan het woord blog, waarvoor je ook nog eens twee lidwoorden mag zetten, de en het. Je moet daar dan wel uit kiezen. Dat zegt wel iets, over zo'n leenwoord. Ik houd me aanbevolen voor goede, bruikbare Nederlandstalige alternatieven voor blog, blogpost, en posten.

donderdag 20 juni 2019

Echte souvenirs 4 – een steen uit Bretagne


Deze steen komt van waar het allemaal begonnen is: Le Croisic. Nog altijd is het voor mij een paradijs, zoals ik mijn eerste blogbericht noemde. Een kleine plaats in Bretagne waar hogesnelheidstreinen aankomen uit Parijs. Omdat dat vroeger ook al zo was met langzame treinen. Wat Zandvoort was voor de Amsterdammers, was Le Croisic voor de Parijzenaars. Sommige hadden er zo'n mooi groot huis aan het strand, waar ze een paar maanden in het jaar verbleven en wat verder leegstond. Ze komen er nog steeds, Parijzenaars. Naast ons appartement met uitzicht op zee hadden we een stel. Ik vertelde erover in hetzelfde jaar waarin ik mijn eerste bericht hier opschreef. Met hem ging ik oesters van de rotsen bikken en zij beschilderde kiezelstenen. Aardige mensen. Hoe ze heten weten we niet. We hebben ook geen adres. Maar ze kwamen uit Parijs. En toen we afscheid namen, kregen we die steen.

Wilma met de mevrouw en meneer uit Parijs (26 mei 2007).

donderdag 29 mei 2014

donderdag 22 mei 2014

Baie de la Bonne Vierge


Zoals wij ons ooit neervleiden op een van die intieme rotsstrandjes van de Côte Sauvage, de 'Wilde Kust', om precies te zijn in de Baie de la Bonne Vierge, de 'Baai van de Goede Maagd', een klein eindje fietsen van Valentin Plage. Intiem, omdat we dat strandje helemaal voor ons alleen hadden en niemand ons kon zien... dachten we.

Baie de la Bonne Vierge (Bretagne)

We lagen er nog maar net, toen er een hele klas Franse schoolkindertjes het strand op kwam, botaniseertrommeltjes om de schouder. Ik denk dat het de eerste schoolweek was. Op nog geen paar meter van onze handdoeken stapten ze voorbij, druk kwetterend, hamertjes en houweeltjes in de aanslag, de leraar géographie, met baard, ertussenin en erbovenuit. Een hele klas met van die scholiertjes van het type Le Petit Nicolas, zo weggelopen uit een boekje van René Goscinny en Jean-Jacques Sempé. Recht op de rotswanden af die ons omringden. Bloedheet was het er, want geen zuchtje wind. Augustus voorbij. De scholen waren weer begonnen.


1

vrijdag 1 november 2013

woensdag 24 juli 2013

Schilder op zee


In Guérande in een of ander achterafstraatje zit een kunstenaar met z'n winkeltje. Zes jaar geleden was het dicht. De deur zat nu weer op slot, maar het verschil met zes jaar terug was dat het licht brandde. Een winkeltje zo klein als een kijkdoos. Een kijkdoos met allemaal zeekaarten langs de wanden waarop bootjes geschilderd staan. Zes jaar geleden zat die poster ook al op de deur.


We wandelen het plaatsje nog wat rond, tot we het op een gegeven moment wel gezien hebben. 'Als we nou onze fietsen pakken en dan nog eens langs dat zaakje fietsen.' We zijn er nu toch...


De deur is open nu. Als ik de kijkdoos binnenstap, komt de kunstenaar in de hoek naast de deur een trapje af. Ik weet niet wat-ie op de zolder van z'n kijkdoos zat te doen, maar er moet een fles staan met een of ander sterk spul. Of hij dat affiche – het Franse woord voor poster schiet me meteen te binnen – ook heeft, van op de deur. Hij haalt een map tevoorschijn met platen. En hij begint te vertellen. Ik kan hem volgen. Mijn Frans is toereikend. Dat hij altijd schildert op zeekaarten. Hij gaat met een bootje de zee op en daar schildert-ie dan. Ahh oui. Hoe hij dat affiche nou moet inpakken voor mij? Nee, papier heeft hij niet. Want zie je, die zeekaarten zijn om op te schilderen. Een stukje keukenrol dan maar. Met schildersplakband.

Zo stapte ik de kijkdoos uit, met m'n affiche, gesigneerd en wel, met ergens in de lucht ook nog twee vogels (meeuwen?) erbij getekend, en ik weet waar! Soms moet je zes jaar wachten... O ja, en of ik zijn website nog bekend wil maken. Mais oui. Ja, iedereen moet dit zien, iedereen moet naar Guérande, stad van het zout, voor die bootjes, op die zeekaarten, op zee erop gezet, op zee.

Die website kan ik niet vinden, maar dit is de blog van François Verrimst!

zaterdag 29 juni 2013

Het zand van het strand van Monsieur Hulot


Ergens opzij vond ik nog een stil plekje, op het strand van Monsieur Hulot. Maar dwars door de muziek over het weer in Parijs zijn toch nog vaag de luidsprekers te horen van het handbaltoernooi in de verte. Want zonder zand voor m'n verzameling kon ik dit strand toch niet verlaten. Het is een beetje grijzig, met zwarte en witte korrels, als de kleur van een film uit de jaren vijftig.

dinsdag 25 juni 2013

Het strand van Monsieur Hulot

Plage de Monsieur Hulot

Dat had ik toch niet kunnen bedenken, in m'n allereerste blogberichtje, dat het echte strand van Monsieur Hulot zo dichtbij lag. Vlak voor we op reis gingen ontdekte ik het in een oude gids over Bretagne. Van Valentin Plage naar Saint-Marc-sur-Mer* was het maar zo'n 30 kilometer rijden. Op de fiets nog een heel eindje. In Saint-Marc-sur-Mer vonden in de zomer van 1951** de filmopnames plaats van Les vacances de Monsieur Hulot. Ik wilde die plek wel eens zien.


Dus gingen we op weg. Heen en terug 60 kilometer fietsen op Franse fietsjes. Dat zijn kleine, lage fietsjes, met ook nog zachte banden. Soms lijkt het wel een lachfilm waarin we zijn terechtgekomen. Als je ermee omhoog trapt, zitten je knieën in je nek. Op het laatste stuk, voor Saint-Marc, wordt het nog behoorlijk steil, en ga je bergafwaarts, dan is het soms net of je door je achterwiel wordt ingehaald, zeker als je een beetje bijremt met die zachte banden, zo slip je. Ik moet steeds denken aan die autootjes in de film die elkaar passeren en hou het verkeer van alle kanten, maar vooral ook de berm, goed in de gaten.
Als we in het plaatsje aankomen, rijden we eigenlijk als vanzelf het strand van Monsieur Hulot op, naast het hotel. Alsof alle wegen daarnaartoe leiden. Het brengt een lichte siddering teweeg. Net of je even in de film zit. Want dit is de plek, rechts van het hotel, waar ruim zestig jaar geleden ook het autootje van die beroemde vakantieganger stilhoudt. Waarna hij het hotel binnenstapt en alles begint te waaien wat maar waaien kan, papieren, snorren en de straal van de thee die wordt ingeschonken.


We staan daar niet alleen, naast het hotel. Want wat een herrie komt er van het strand! Honderden kinderen doen er mee aan een handbaltoernooi. Overal zijn handbalveldjes gemaakt met over het zand gespannen linten als belijning en opgeblazen doelen. Daartussen handdoeken en hopen met kleren en nog heel veel meer kinderen en hun ouders en begeleiders. Ook de rotsen in zee zitten er vol mee. Er worden halsbrekende toeren op uitgehaald. Dat we vooral niet denken dat we het strand van meneer Hulot alleen voor onszelf hebben op deze zondagmiddag. Boven het geschreeuw en geren uit is er nog, zó Frans, het onverstaanbare geschetter uit de tientallen luidsprekers die staan opgesteld, als op het station in de film, waar drommen toeristen steeds weer van perron moeten wisselen, trap op trap af. Dat hebben ze erin gehouden, de Fransen, want wat er uit de luidsprekers van Franse stations komt is anno 2013 nog steeds niet te verstaan.


Zestig jaar na dato is het in Saint-Marc nog net zo'n gekkenhuis als toen. Een in brons gegoten Monsieur Hulot ziet het aan. Met op de achtergrond het hotel. Daar zijn we natuurlijk nog even naar binnen geweest, al was het alleen maar om te plassen. Aan de buitenkant zijn de contouren van het hotel nog duidelijk herkenbaar, maar de rechtervleugel, met de twee bovenramen, is er later bij gebouwd. De stenen borstwering aan de zijkant onder het terras is inmiddels witgeverfd – 'even aanraken' –, daarboven is de muur trendy grijsblauw geschilderd. Het gedeelte met de zijingang, waar Hulot naar binnen gaat, bestaat niet. Het was speciaal voor de film aan het hotel gebouwd. Binnen herinnert niets meer aan het interieur van de houten lambriseringen van destijds. Achter de bar hangen nog wel wat foto's in glimmend gepoetste lijsten, maar voor een ansichtkaart worden we naar de bar-tabac gestuurd, een stukje terug in de straat. Monsieur Hulot zal er vast zijn langsgeraasd met z'n karretje.


Saint-Marc gedenkt de acteur en cineast met ere: de figuur in brons kijkt naar het strand dat zijn naam draagt, en het gemeentehuis is aan de Place Jacques Tati gevestigd. Daar is deze zomer van 6 juli tot 1 september naar aanleiding van het zestigjarig bestaan van de film een tentoonstelling te zien.


* In verband met foto boven: Saint-Marc-sur-Mer valt bestuurlijk onder Saint-Nazaire.
** De website van de gemeente Saint-Marc vermeldt dat Jacques Tati voor het maken van de film eind juni 1951 in het plaatsje neerstreek. De professionele acteurs die meespeelden, waren op de vingers van één hand te tellen. Alle anderen die een rol hadden, waren inwoners uit Saint-Marc. Tati had de locatie uitgekozen aan de hand van een ansichtkaart. In Saint-Marc vond hij zo'n beetje alle ingrediënten die nodig waren om de film te maken: de zee, de rotsen, het strand, het hotel en de vakantiekolonies. De film ging draaien vanaf 25 februari 1953.

zondag 23 juni 2013

Terug in het paradijs


We waren weer even terug in het paradijs, kijken hoe Huize Zeezicht erbij ligt.

De zee, het strand, de huizen, de grote losse huizen. Als in die film van Jacques Tati: Les vacances de Monsieur Hulot. De zeilschool. Alles nog precies hetzelfde. Dezelfde foto van toen met een andere camera genomen. Met toch een verschil. Het witgeverfde stenen hek van voor de oorlog is vervangen door een houten.
Zijn er nog meer verschillen? Ja. We zijn een huisje – zo noemen we ons appartement – opgeschoven. Als we over de schutting kijken, zien we dat er andere mensen in ons huisje zitten. Daarmee bedoelen we dus ons oude huisje. Ons nieuwe huisje is groter, weten wij, omdat we ons oude huisje kennen. En we hoeven niet meer de bank uit te klappen om te kunnen slapen. Want in ons nieuwe huisje hebben we een echt bed, met een harde matras. Die bank is aan één kant doorgezakt, weten we. Daar rolde je 's ochtends altijd gebroken, maar gelukkig dat de nacht weer voorbij was, vanaf.

zaterdag 2 februari 2013

Le chant des Sardinières – Wat ik mis (9)


Ik heb er eens kort wat van gehoord, van hoe ze zongen, de Sardinières. In Bretagne. Waar had ik dat eerder gehoord? Toen ik goed luisterde, wist ik het weer. Het kwam uit de haringschuren, als je door de Tramstraat liep. Van de boetzolders. Psalmen en gezangen. Gedragen. Met lange uithalen. Slepend. Wat voor vis je daarbij ving, gaf niet.

Wat ik hoorde staat op een cd die bij het filmpje hierboven hoort, van de met de in 2007 met de Prix Charles Cros bekroonde voorstelling van Marie-Aline Lagadic en Klervi Rivière.

donderdag 13 oktober 2011

Opinel

Frankrijk, zomer 1985. Zoveel sardines heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Het water zit er vol mee. Hele scholen zwemmen door elkaar heen. Het is het water van de haven van Douarnenez, in het uiterste westen van Bretagne. Langs de kade rijen hengelaars, mannetje aan mannetje. Achter ze, in de schaduw, tegen de muren van de pakhuizen en de conservenfabriek, bakken met vissenkoppen, kabeljauwkoppen. Daar snijden ze het aas uit, kleine plukjes, om de sardines mee te vangen. Plukje aan het haakje, uitwerpen en... beet! Achter elkaar. Je hoeft de lijn alleen maar in zo'n school te mikken.
Bijna allemaal gebruiken ze hetzelfde mes, een zakmes met een houten heft. Wat een mooi mes! Zo'n mes wil ik ook!



Die middag koop ik een Opinel No. 8. De meest gangbare maat. Het merkteken op het lemmet bestaat uit een hand met een kroon erboven: 'la main couronnée'. De Opinel is een eenvoudig herdersmes, voor het snijden van brood en kaas en wat niet al.


Op het uiteinde van het heft zit een kleine uitstulping, waarmee je, als het mes nog nieuw is en niet zoveel gebruikt, een tik op de tafel kan geven, waardoor het lemmet een beetje naar buiten komt en je het daarna verder uit kan trekken. Knap gevonden. Nog zo'n knappe vinding is het 'virobloc', waarmee je het lemmet blokkeert. Als het mes nieuw is, heb je dat eigenlijk nog niet nodig. Maar als je je Opinel inmiddels 26 jaren in je bezit hebt, is die blokkering wel belangrijk. Het lemmet gaat dan wat losser in het heft zitten. Goed beschouwd heb je de uitstulping dus vooral in de eerste jaren nodig en het virobloc in de jaren die volgen.


In al die jaren heeft het mes me goede diensten bewezen en is het overal mee naartoe geweest, op alle reizen, waar ook ter wereld, ook al is het op en top Frans. Net als de Laguiole, dat mes met een insect op het heft waarvan de angel doorloopt op de bovenkant van het lemmet. Toppunt van elegantie, die Laguiole, in vele varianten te koop, met heften gemaakt uit de mooiste soorten hout (walnoot, palisander, olijf, jeneverbes, buxus, eiken, pistache, enz.) of hoorn of been en altijd een roestvrijstalen lemmet.
Dat roestvrijstalen lemmet kreeg je pas veel later ook bij Opinel. Maar ik prefereer van dit eenvoudige mes nog de originele variant, die kan roesten. Want het mooie namelijk is, dat dat niet gebeurt. Als je het maar de juiste behandeling geeft. Het enige waar het mes om vraagt, is dat je er af en toe eens knoflook mee snijdt, of een vette Franse kaas of worst. Al dat snijden van al die, uiteraard ook weer Franse producten levert een mooi patinalaagje op. En door er steeds maar weer mee te snijden, scherpt het mes zichzelf, slijp je er steeds een microscopisch dun laagje ijzer af. Als je het goed gebruikt, op een houten snijplank, hoef je het nooit te slijpen. Een roestvrijstalen mes wordt bot, maar mijn mes is al 26 jaar ongeslepen scherp!

Meer lezen? Ga dan naar www.opinel.com of www.laguiole.com.

zaterdag 13 augustus 2011

Regen (1)

Maar het kan ook regenen tijdens de vakantie. Dat je dagen in je huisje naar buiten zit te kijken. Naar het wonderlijke schouwspel van de waterdruppels die vlak na elkaar naar beneden vallen, geheel overeenkomstig de wet van de zwaartekracht. En dat het zo lang duurt dat je soms begint te denken dat het al lichter wordt, maar dat dat niet zo is, en alleen maar zo lijkt, want het blijft maar doorgaan, met regenen.
Wat doe je dan? Je leest een boek, je doet eens een spelletje, je kijkt naar de weerberichten op de televisie, of daar verandering in te bespeuren valt. Vooruit, je zet de deur nog maar eens op een kier, want het is toch zomer, voor een beetje frisse lucht in de bedompte omgeving waarin je vertoeft. En ondertussen blijft er de drang om naar buiten te gaan. Je bent tenslotte op vakantie.
Op een gegeven moment kom je op een punt dat je bedenkt dat er niets anders op zit dan dan toch maar naar buiten te gaan. Je trekt je regenpak aan en zet je paraplu op. Een wandeling dan maar. Maar het strand, met het zand, is nat. Dan het bos, of nog beter, een dorpje in de regen. Niemand op straat, de lampen aan, in de huizen, in de winkels, in de cafés. Aah, lekker, een bak koffie, een biertje, een borrel, wat te eten. Een krantje wellicht. Even in een andere omgeving. Gezellig, al die druipende jassen om je heen en, en dat is bijna standaard, om het plaatje compleet te maken, ergens tussen de tafels en stoelen een grote, natte hond, die toch uitgelaten moest worden, lang en breed uitgespreid over de tegelvloer, als een reusachtige dweil. Je kan er niet omheen. Pontificaal. De lucht van de vochtige vacht die ligt uit te dampen. Nattigheid, vettigheid..., gezelligheid, als je erop terugkijkt. De druilerigheid van een vissersplaatsje in Bretagne. Je vergeet dat nooit meer. Badplaatsenweer. Natuurlijk, de zon maakt alles duizendmaal mooier en prachtiger, maar dit vergeet je nooit.
Ik ken mensen die niet zo lang geleden met de computer de zonnigste plek in Europa hadden uitgekozen voor een vakantie. Ze hebben alle weken binnen gezeten. Die plek was op Sicilië.


Regen, natuurlijk, de wereld vergaat er niet door, maar voor een vakantie reken je er niet op, wil je er niet van weten, bestaat het niet. Regen op je vakantie, je wil er niet van weten, maar soms lijkt het er toch tijdelijk (voor deze ene keer dan) bij te moeten horen, wordt wat je meemaakt er alleen maar beter van, zoals tijdens de beklimming van de Devil's Staircase, onderdeel van de West Highland Way. Die 'duivelse trap' van slingerende paadjes om rotsblokken heen, bepaald geen kleinigheid, al moeten we het niet overdrijven, wordt alleen maar mooier, geduchter, als het blijft plenzen. De waterstroompjes, de waterstromen om je heen, die niet meer weten waar ze hun weg moeten zoeken, zo veel water hebben ze te verstouwen. Dramatische beelden. Maar de voldoening als je zo'n klim achter de rug hebt.


donderdag 11 augustus 2011

Oesters

Naast ons appartement aan zee (zie Een paradijs) zat een stel uit Parijs. Zij beschilderde kiezelstenen en hij trok er iedere dag op uit met een emmer, een hamer en een schroevendraaier. Want hij had ook wat met stenen. Hij zette er geen kunstwerkjes op maar haalde ze ervanaf. Na een halfuurtje, drie kwartier kwam hij dan terug met een emmer met oesters.
Ik ging dat eens afpeilen, zag hem bij laagwater het strand op lopen, een beetje naar rechts en dan het water door naar de rotsen, niet heel erg in de verte. En daar was hij dan bezig. Toen hij weer terugkwam, groette ik hem en informeerde naar wat hij daar bij zich had. Een beetje vragen naar de bekende weg, om aansluiting te krijgen, want ik wist het natuurlijk al. Oesters. Een delicatesse, zo vers uit zee van de rotsen gebikt. Daar wilde ik ook wel mee thuiskomen.
Ik besloot de volgende dag eens mee te lopen, waarbij ik af en toe een Frans woord uit mijn beperkte voorraad opdiepte. Ik had voor een emmertje gezorgd en hij begreep waarvoor dat emmertje was en kwam met nog een schroevendraaier aan. Dat bikken kon wel met een steen. De man uit Parijs wees mij de dikkere, grotere, weldoorvoede exemplaren aan en ik ging aan de slag. Het was even werk maar dat had je snel onder de knie.


En zo kwamen we terug met de emmers. Een verraste reactie van de vrouwen. Maar wat als je dat nog nooit gegeten had, zomaar uit de zee. Na ze eerst rauw geprobeerd te hebben, besloten we de oesters toch maar te pocheren. Een minuutje in de magnetron. Dan liet je ze in hun eigen sap gaarkoken. Je kreeg de schelpen dan ook gemakkelijker open. En zo kreeg het fenomeen 'oesters bikken' zijn tweede betekenis erbij.
Koel, met een natte lap erover, hou je zo'n emmertje oesters gemakkelijk een paar dagen goed. Onze buren namen ze op die manier ook gewoon mee naar Parijs.

dinsdag 31 mei 2011

Het zout van de zee

Een fiets, zo'n lage Franse, huur je bij de plaatselijke Peugeot-garage. De bakker zit twee deuren verder. En zo kan het gebeuren dat je met het heerlijkste brood van de hele wereld thuiskomt voor het ontbijt. Overdag is het heerlijk landerig fietsen door de zoutlanden van het achterland...



...en in de avond kan het uitzicht aan het strand er zwaar romantisch zijn.


Le Croisic

Wat Zandvoort is voor de Amsterdammers is Le Croisic voor de Parijzenaars. Zoals er al heel lang een trein van Amsterdam naar zee gaat, zo gaat er ook al heel lang een trein vanuit Parijs die kant op. Amsterdam - Zandvoort en Parijs - Le Croisic, een parallel met alleen een verschil in kilometers. Dat de Parijzenaars er al heel lang komen, in Le Croisic (en in Batz-sur-Mer), zie je aan de buitenhuizen en de zogenaamde résidences, die hier al zo'n honderd jaar staan. Oude chique vakantieverblijven voor de welgestelden van vroeger, nu, wat aangepast en verbouwd, voor iedereen beschikbaar. Frisse zeelucht voor de stadsbewoner. Het is niet zo vreemd dat er in dit kleine havenplaatsje een TGV stopt, want het spoor, en het stationnetje op slechts enkele tientallen meters van zee, zijn hier al net zolang als de toeristen hier komen, en de TGV is in Frankrijk een hele gewone trein.


zondag 29 mei 2011

Een paradijs


Dat is voor mij deze plek in Batz-sur-Mer - Le Croisic, een plaatsje in de zuidoosthoek van Bretagne, bij de zoutvelden. Uitzicht vanaf het terras van het schitterende fin-de-siècle vakantiegebouw Résidence Valentin Plage op het gelijknamige strand. Met mooie grote losse huizen, als in de bekende film van Jacques Tati: Les vacances de Monsieur Hulot. En een heuse zeilschool.


We waren er september 2007. Hieronder nog een plaatje uit de folder van het vakantiegebouw tijdens de zomermaanden.