Posts tonen met het label parken en tuinen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parken en tuinen. Alle posts tonen

zaterdag 12 juni 2021

Ons eigen Jardin du Luxembourg


't Wordt hier steeds meer het Jardin du Luxembourg, of le Luco, zoals de Fransen zeggen. We missen alleen nog de beelden, les statues, en de vijver met de zeilbootjes, om ze quasi nonchalant omheen te draperen, de stoelen en fauteuils van de firma Fermob. Ooit wonnen ze die prijsvraag, in 1990 uitgeschreven door de Senaat, om al die stoeltjes in de Parijse parken te vervangen.

De kleur 'romarin' combineert perfectement met 'vert tilleul'.

Ik droomde daar wel eens van als ik in Parijs was, van zo'n stoeltje, dat ik er eentje had. Wie niet? Ik was vast niet de enige met zulke dromen. Op een gegeven moment ontdekte ik dat je die stoeltjes van die Franse firma heel dicht bij huis kon krijgen, bij Extra Vert, in een bollenschuur in Voorschoten. In lindegroen, de kleur van het meubilair in de Parijse parken. Er waren nog wel wat meer kleuren. Maar 'vert tilleul', dat was de kleur. Die wou ik hebben. Dat was elf jaar geleden. Ik zette ze gewoon binnen, om de eettafel. Want dat kan natuurlijk ook.


Bij mijn oude huis was geen tuin. Nu is die er wel. En zitten we er buiten op, die lindegroene stoelen. En onlangs zijn er dan die fauteuils bij gekomen – want je wil ook wel eens onderuit –, in de kleur 'romarin', rozemarijn. Binnen lijkt dat grijs, maar het is groen, donker, maar ook licht, dat zie je heel goed buiten, in de zon. De perfecte kleur, zou je denken. Maar bestaat die wel? Het is een kleur die heel goed combineert met het lindegroen van de stoelen. En het is prachtig, helemaal met die voetenbankjes erbij, die je ook als bijzettafeltjes kan gebruiken, met een zijvak voor het magazine, dat je op dat moment aan het lezen bent. We wanen ons hier in een verre voorstad van Parijs in ons eigen Jardin du Luxembourg. We voelen ons een beetje van huis als we thuis zijn. Op vakantie. En voyage.

Vandaag zijn ook de bijzettafeltjes c.q. voetenbankjes gearriveerd.

Er is trouwens nog een prachtig filmpje over hoe de stoelen gemaakt worden bij de firma Fermob. Klik daarvoor op de link in de vorige zin of bekijk het hieronder via YouTube.


vrijdag 2 augustus 2019

Bloesembomen in het Amsterdamse Bos

Niek van der Plas, Bloesembomen in het Amsterdamse Bos,
Amsterdam, 2018. Olieverf op paneel, 54 x 64 cm.

Nieuw leven en de vergankelijkheid ervan. Dat symboliseert dit bos in het Amsterdamse Bos. Een bos met vierhonderd Japanse kersenbomen. Met allemaal een naam. Tweehonderd met Japanse vrouwennamen en tweehonderd met Nederlandse vrouwennamen. Als het voorjaar is, gaan we er beslist naartoe. Dan komt iedereen daar samen, Japanse mensen en Nederlandse mensen en mensen uit alle andere landen van de wereld, om het nieuwe leven te vieren, en ook stil te staan bij de vergankelijkheid ervan. Als het voorjaar is. Maar wij mogen er nu al van genieten, het hele jaar rond, met deze prachtige nieuwe Niek van der Plas. Onvergankelijk!

Klik op de foto om het schilderij groter te zien.

vrijdag 19 juli 2019

'Pavillon de la Fontaine' van Niek van der Plas

Niek van der Plas, 'Pavillon de la Fontaine', Jardin du Luxembourg, Parijs, 2017.
Olieverf op paneel, 46 x 58 cm.

'Maar dat hang je toch niet op zolder!'
'Maar als het daar nou zo mooi staat, bij die schelpen uit Portugal en dat zeilbootje op de kast.'
'Ja, het staat daar wel heel mooi.'
'Voor mijn part hangen we het hele huis vol met Niek van der Plas. Dan beginnen we een museum. Langs de gevel hangen we dan een banier, hoe noem je dat, zo'n vlag langs de gevel? Nou, je weet wel wat ik bedoel.'
'En dan in de lengte, van boven naar beneden, alleen die vier letters: N I E K. Staat wel artistiek.'
'Gaan we om beurten suppoosten.'


Pavillon de la Fontaine van Niek van der Plas is gevat in een originele handgesneden lijst. Een Fránse handgesneden lijst. Dat betekent dat het schilderij een typisch Frans formaat heeft. De lijst is 'over de hoek', zoals Niek ons dat heeft uitgelegd. Dat betekent dat je geen kepen ziet, geen zaagsneden. De lijst loopt door, zonder einde en zonder begin.

Adri van Beelen, die niet alleen verstand heeft van muziek maar ook van alle andere kunst, wat zeg ik, cultuur in de ruimste zin van het woord, vindt het schilderij wel wat weg hebben van Max Liebermann, met die lichtvlekken overal. Ik ben eens gaan zoeken. Er is zo'n schilderij.

Max Liebermann, 'De Oude Vink', restaurant in Leiden, 1905. Olieverf op doek. Kunsthaus, Zürich.

Ook met van die lindegroene stoeltjes onder de bomen bij een paviljoen. We hebben ze ook in de tuin staan. De kleding is in een eeuw tijd wel wat luchtiger geworden en er worden geen hoeden meer gedragen, alleen nog bij speciale gelegenheden. Op het schilderij van Van der Plas ontwaren we zelfs een laptop, op het tafeltje rechts vooraan bij het uitklapbord. Stilletjes hoop ik dat dit attribuut van de moderne tijd een menukaart is. Je weet het niet hè, wat de het schildersoog gezien heeft, hoe de schilder het interpreteert, hoe de impressie bij hem is overgekomen, en vervolgens bij ons zal overkomen.

Je moet het zien, en er soms op gewezen worden door de schilder zelf, want kijk eens wat er allemaal gebeurt achter het terras en paviljoen in het Jardin du Luxembourg, al dat licht. Dat wil naar voren, maar je oog wil er ook naartoe. Hetzelfde zien we bij dat schilderij van een eeuw geleden. Dat licht in de achtergrond, dat naar je toe wil.

zaterdag 16 april 2016

De Highlandgames


We zijn ook een keer naar de Highlandgames geweest. Dat was in de Keukenhof. Ik moet eigenlijk zeggen, bij Kasteel Keukenhof, want je kunt je moeilijk voorstellen dat ze tussen die lieftallige tulpen met boomstammen gaan gooien of keien gaan werpen. Dan ben je nergens meer met je rollator of rolstoel. Ervan uitgaande dat een flink deel van de Keukenhofbezoekers op leeftijd is met de bijbehorende vormen van slijtage en gebreken. Dus doen ze dat zware-dingen-gooien aan de overkant van de weg waaraan de bloementuin ligt. Bij het kasteel.


Er renden ook honden om schapen heen, om ze bij elkaar te houden. En er traden mannen in rokken op, met een doedelzak. Het geluid van die doedelzakken is prachtig. Een sonore grondtoon, je hoort dat de instrumenten zich vullen met lucht, dat duurt een paar seconden, misschien wel tien, en dan begint het, en mooi als het er dan veertig zijn of zo, met die muziek, dat massale geluid. En roffels op strak afgestelde snaredrums. Er was een tentenkamp, een markt, een beetje blubberig, maar dat hoort erbij, met veel landlevenproducten en andere quasiauthentieke spullen. Kleren uit oude tijden, helmen en zwaarden, kleden en dekens, kaarsen, honing, hammen, ringen en halskettingen met runentekens, en hier en daar een oude ambachtsman of -vrouw die dat fantasievol in elkaar aan het zetten was. Een kakafonie aan spullen en uitbeeldingen van hoe het misschien ooit waarschijnlijk wel eens geweest zou kunnen zijn. Gezellig, maar de meeste kramen loop je zo voorbij. Je trekt eens een oude landlevenjas aan of zet een helm op, neemt een bak koffie met een of andere stevige haverkoek, en zo banjer je daar dan tussendoor.

zaterdag 21 maart 2015

Een buitengewoon betoverende charme – Sempé (1)

Jardin du Luxembourg (Paris)

'Ik denk dat een tuin (...) altijd een beetje weemoedig stemt.

Ik word gefascineerd door de Jardin du Luxembourg. Ik vind het hier van een buitengewoon betoverende charme. Heerlijk.

Ik ben hier zelfs een keer gestoken door een bij, in die hoek waar de bijenkasten staan. Ik ben hier wel komen tennissen, en later ook schaken. Ik verloor met allebei, met tennis en met schaken.

Ik teken vaak mensen uit deze omgeving. De omgeving van het Luxembourg. Het is een beetje burgerlijke wijk, traditionele gezinnen. En ook wel een beetje saai. Maar dan is er altijd een grootmoeder of een oudtante bij zo'n gezin, een oudere dame die moeilijk loopt.'

Woorden van de kunstenaar Jean-Jacques Sempé in de schitterende reportage die de AVRO over hem maakte en uitzond op 14 mei 2013.