donderdag 21 mei 2026

The Undercliff – South West Coast Path (81)

Voorbij Beer, waar we aan de laatste honderdvijftig tot tweehonderd kilometer van het South West Coast Path begonnen zijn, komen we als we Seaton gepasseerd zijn al gauw op The Undercliff terecht. Hier is bijna twee eeuwen geleden een stuk klif de zee in gezakt, na hevige regenval op eerste kerstdag 1839. De regen drong in een strook zachte krijtrotsbodem die verzadigd raakte van het water en zo het stuk grond ervoor, gelegen op een gladde kleilaag, naar zee duwde. Het losgeraakte stuk grond kreeg de naam Goat Island.

De aardverschuiving trok veel bekijks. Tijdens een festival ter ere van de gebeurtenis werd een achtergebleven tarweveld op het eiland alsnog ceremonieel geoogst, koningin Victoria kwam langs op haar jacht en op een passerende raderboot met toeristen die de aardverschuiving vanaf zee bekeken werd een voor de gelegenheid gecomponeerd muziekstuk ten gehore gebracht, de Landslip Quadrille. In gedachten zie je die boot langsvaren, met dat orkestje erop. Engeland in optima forma!


Wij zijn vooral verrast door de overweldigende natuur die hier ontstaan is. Als je de kloof naar Goat Island oversteekt, of eigenlijk doorsteekt, merk je dat het pad omlaag gaat, kronkelend via allerlei trappen. Het is een heerlijk maar ook uitdagend parcours. Je moet goed kijken waar je je voeten zet en je stok en niet struikelen over de trapranden. In het filmpje dat we ervan hebben kunnen we het nog eens meemaken. Het lijkt het oerwoud van de Amazone wel, met al dat groen en al die soorten van lianen en al dat licht met overal van die doorkijkjes waar weer ander licht doorheen schijnt. Betoverend. Dit gaat zo 5 mijl door (7,6 kilometer), tot je bij Lyme Regis bent.

Het filmpje waarin we The Undercliff betreden.

Van de aardverschuiving werden vlak daarna tekeningen gemaakt.

De kloof en Goat Island, gezien vanuit het westen, getekend enkele dagen na de aardverschuiving
door Mary Buckland in december 1839 (plaat V in Conybeare et al., 1840).*

De aardverschuiving, gezien vanuit het oosten.

En dit is geologische schets van een doorsnede door het centrale deel van de aardverschuiving. 


Een kijkje achterom vanaf The Undercliff omhoog naar de krijtrotsen van het vasteland.

* W.D. Conybeare, W. Dawson, M. Buckland & W. Buckland, Ten Plates, comprising a plan, sections, and views, representing the changes produced on the Coast of East Devon, between Axmouth and Lyme Regis, by the Subsidence of the Land and Elevation of the bottom of the Sea, on the 26th December, 1839, and 3rd February, 1840. Londen: Oblong, 1840.

donderdag 14 mei 2026

Stanway House – de Cotswolds (10)

In de nieuwe roman van Herman Koch, De overbodigen, kom ik het tegen: Stanway House, (op bladzijde 55), een paar kilometer buiten Stanton. De romanpersonages staan er voor een gesloten hek. Ze lopen de Cotswolds Way. Toch maar eens kijken tussen de foto's die we daar in 2019 genomen hebben of dat dat landhuis is waar wij ook voor een dichte deur hebben gestaan. En over de muur nog wat foto's hebben genomen, als door een periscoop.

... als door een periscoop.

Ik vergelijk de foto's met plaatjes op internet. Of eigenlijk zoek ik het eerst op op internet, dat huis waarover in het boek gesproken wordt. Waar ik wel blij van wordt, want de plekken zijn dus niet verzonnen, de personages zijn dat natuurlijk wel, anders is het geen roman meer. Wat ik op internet zie blijkt inderdaad hetzelfde te zijn als wat wij op de foto's hebben en ik zie nu ook een bord naast een toegangspoort opzij waarop gewoon de naam staat: Stanway House. Met het voorplein bij de poort als een bijna Zuid-Franse plek.

... een bord naast een toegangspoort opzij waarop gewoon de naam staat: Stanway House.

Het huis, met zijn donkere, loodkleurige ramen, is omgeven door parkachtige tuinen en er is een vijver met een fontein die bij gelegenheid wordt aangezet door de landlord en ver de lucht in kan spuiten. Ik herinner me nog een een reportage, lang geleden, waarin hij in een groot vertrek – de salon? – een spel speelde dat op sjoelen lijkt, op meterslange tafel. Zonder opstaande randen. Geen sjoelbak dus. Aan het eind waren ook geen poortjes waarin de stenen verdwenen. Misschien dat het een mix was van sjoelen en petanque, dat je met je steen het dichtst bij een als eerste vooruitgeschoven kleinere steen (bij petanque zouden we zeggen de but of de cochonnet) moest proberen te schuiven, of met je steen gewoon het verst over de tafel moest zien te komen zonder aan het eind ervan over de rand te glijden. De reportage is gelukkig snel gevonden, maar het is niet die van toen, want de landlord van toen was een beetje mal, herinner ik me, maar hij heeft wel een opvolger, en aan het eind kijken we uit over het park en wordt – natuurlijk – wel weer de fontein aangezet, wat mooie regenboogkleuren oplevert.

Met het voorplein bij de poort als een bijna Zuid-Franse plek.

Dat doen ze in juni, lees ik op het bord naast de poort. Wij zijn er in september. Op de dag dat we erlangs lopen, eindigen we in Broadway. De dag daarop vraag ik mijn vrouw ten huwelijk op de Broadway Tower.

De reportage, met verteller en presentator Robin Shuckburgh.

zondag 3 mei 2026

Oefenen voor Engeland: het Nederrijnsepad XL

Alles dezer dagen staat in het teken van de Grote Wandeling: het inlopen van de schoenen, het kiezen van de juiste sokken, dikke of dunne – de dunne lijken het te gaan winnen van de dikke; de dikke bewaren we dan maar voor de koude winteravonden die er ook weer aankomen –, en dan nog het lopen zelf. Wilma had een mooi pad gevonden, het Nederrijnsepad, dat met z'n 27 kilometer kan wedijveren met wat we in Engeland gaan tegenkomen, compleet met klaphekken en overstapjes en in alle vlakheid ook nog wat klimmetjes en afdalinkjes en af en toe een boomstronk of steen waarover je kan struikelen, alles in het klein natuurlijk vergeleken met de enorme Britse werkelijkheid, maar toch. Met een paar stukjes verkeerd lopen, wat je altijd wel hebt, kwamen we uiteindelijk op 27,55 kilometer. Valt nog mee.

Een schilderijtje. In de verte de papierfabriek bij Renkum. Uit de schoorstenen komt stoom.

De route. Paars gekleurd. Wij liepen 'm met de klok mee,
links bovenin beginnend bij nummer 8 op de Wageningse Berg.

Kasteel Doorwerth.

Ergens van het pad af.


Het pontje bij Driel.

Een monstertocht. Nu ik het opzoek om het linkje in te plakken zie ik dat er XL achter staat. Nou, dat was het wel. Boven en onder langs de Nederrijn, met twee pontjes, bij Driel en Wageningen, en onderweg kasteel Doorwerth, met reusachtig lekker ijs. Net zo lekker als het ijs bij hotel Nol in 't Bosch, waar we logeren, hetzelfde hotel waar prinses Beatrix in haar jonge jaren nog had meegedaan aan paardrijwedstrijden, laat een collage van foto's in de hal zien. In de tijd van de pandemie verbleven we hier ook al eens, waarbij we het diner op onze kamer kregen opgediend. Nu eten we er in de serre van het hotel. Een hotel waar je je bij binnenkomst onmiddellijk thuisvoelt.


Prinses Beatrix te gast bij Nol in 't Bosch op 8 maart 1952.

De bovenkant van het Nederrijnsepad was wel wat spannender dan de onderkant. Boven kom je langs het kasteel maar ver daarvoor ook nog langs de oude papierfabriek van Van Gelder, nu in handen van het Ierse Smurfit Westrock Parenco. Aan de onderkant van de rivier zijn het de dijken en lange stukken langs de uiterwaarden waar je over en doorheen loopt. Dat was wel afzien op het eind. Dan gaan je voetzolen branden, vooral onder de bal van je voet, ook al loop je over goed geventileerde paden.

...ook al loop je over goed geventileerde paden.