dinsdag 28 juli 2026

We gaan op weg – Coast to Coast (7)

Na het pad waar de honden worden uitgelaten gaan we links om het kerkje heen, het kerkje dat gewijd is aan de heilige Mary en Bega. Dat betekent dat we op de omleidingsroute terecht zijn gekomen. Tot december 2025, toen het klif instortte, kwam je daar nooit langs als je de Coast to Coast liep. Het is een nieuwe route, die niet langs St Bees Head en de vuurtoren voert. Maar als je daar nooit geweest bent, vind je dit ook mooi. Je weet niet beter.

Heel in de verte, achter de heuvels vooraan, kondigen zich de bergen van het Lake District aan.

We lopen boven langs een uitgestrekt groen dal, waar treinrails doorheen lopen, die van of naar het stationnetje van St Bees gaan – op een gegeven moment zien we er ook een trein overheen rijden. Tot we op het punt komen waar de nieuwe route en de oude route die vanaf St Bees Head komt, elkaar ontmoeten. Daar ga je met een scherpe bocht naar beneden, het groene dal in, tot je een lang stuk krijgt over een pad dat ook als fietspad dienstdoet – je kan de Coast-to-Coast-route ook fietsen –, richting Dent, de eerste echte berg.

Maar net als we de omleidingsroute zijn op gegaan, nog aan het begin dus, worden we voor een van de bekendste wandelproblemen gesteld: runderen. (Een ander is bijvoorbeeld prikkeldraad of hekken die niet opengaan en waar je overheen moet.) We houden in, bekijken de situatie van een afstandje. Wat zijn het? Moederrunderen met hun kroost, vaderrunderen daar in de buurt, hoe zit dit in elkaar? Ah kijk, die andere wandelaars gaan er ook gewoon langs. Ze hebben zelfs een hond bij zich, niet ongewoon in dit land. Bewegen ze, de runderen, of blijven ze op hun plek? We lopen nog maar net, we kiezen voor gewoon maar erlangs gaan, we zullen toch niet meteen al door die logge lijven vertrapt worden nu we nog maar net begonnen zijn, nu we nog maar net dat beroemde door Alfred Wainwright bedachte en uitgezette pad aan het bewandelen zijn? In onze eerste kilometers, zeg maar.

Maar alles gaat goed. Eén rund, een wit, het staat een een beetje afgedwaald van de kudde, kijkt ons zelfs nog wat verbouwereerd na. Het zal de warmte zijn.

zaterdag 25 juli 2026

Het begin – Coast to Coast (6)

De schoenen zijn gloednieuw.

'Maar wanneer begint nou die wandeling? Want al die stukjes vooraf en gelijk al het einde, de finish, aan het begin, wat kopen we daarvoor? De mensen willen spektakel. De bezoekers van je blog willen het pad zien, willen de bergen zien, Lakeland, de rollende heuvels van de Yorkshire Dales en daarna de uitgestrekte veengebieden van de Yorkshire Moors.' – 'Al goed, al goed.'

Op de ochtend van de 20ste juni trokken we dus eerst naar het strand, waar een ouder echtpaar ons vereeuwigde voor het monument dat daar staat, om een mooie kiezel in onze zak te stoppen en onze schoenen in de zee te dopen.

Rechts van het midden de aardverschuivingen.

Het klif, St Bees Head, lag er uitdagend bij in het heldere ochtendlicht. Maar daar mochten we niet langs van de autoriteiten. Het was gedeeltelijk ingestort. Dat was in december gebeurd. Van het strand liepen we naar de boulevard (of promenade) en toen terug naar het pad waar de honden worden uitgelaten. Om daarna na het kerkje dat gewijd is aan de heilige Mary en Bega de omleidingsroute op te pakken.

Een oude Engelsman, inwoner van St Bees, groette ons en we hadden het over de wandeling. Hij vertelde dat je daar gemakkelijk langs kon, langs het ingestorte klif, dat er niks aan de hand was. Zo'n verhaal, je zal het altijd zien, de mensen die er wonen weten hoe het werkelijk zit, kennen de plek. Je moest een beetje aan de binnenkant blijven van het draad, een stukje door de weilanden en dan kon je na de instorting gewoon weer doorlopen, het pad op. Het bracht ons aan het twijfelen. Maar we waren op het strand geweest, hadden onze schoenen gedoopt, de kiezel opgepakt en waren al bijna bij het hondenpad en hadden daarna nog die hele wandeling voor de boeg. Alles op onze eigen voeten. Heel vriendelijk van deze man, deze inwoner van St Bees, en we geloofden hem, dit advies, hij had gelijk, echt waar, maar om weer helemaal terug te gaan...


We hadden dat natuurlijk eerder moeten onderzoeken, hadden er ook alle tijd voor gehad, dan hadden we de omleidingsroute kunnen negeren, want als ik nu, achteraf, de berichtgeving zie op de BBC en de foto's erbij, stelt het inderdaad maar weinig voor, die landslip. En hoeveel landslips zijn we niet al tegengekomen op het South West Coast Path? Ook daar zijn we allemaal omheen gegaan.

dinsdag 21 juli 2026

De prelude – Coast to Coast (5)

Wij gaan iets heel anders doen, de middag van aankomst. Als we onze kamer op mogen, na eerst een lekkere ale – die hebben we wel verdiend na de lange reis –, frissen we ons wat op en trekken onze regenjassen aan. Het zal die middag voor het laatst regenen. We lopen de straat uit, langs het stationnetje waar we om 14.28 uur zijn aangekomen, een weiland en het pad waar de honden worden uitgelaten, onderweg naar het kerkje van St Bees. Het kerkje dat gewijd is aan de heilige Mary en Bega. Twee heiligen. En oeroud is. Oorspronkelijk was het onderdeel van een klooster, een priorij, vandaar de benaming St Bees Priory. 12e-eeuws, maar de geschiedenis van de plek gaat nog verder terug, tot de 9e eeuw, wat ook te zien is aan het beeldhouwwerk rond de kerkdeuren, dat door regen en westenwinden in al die tijd vrijwel onherkenbaar is geworden. Maar het is er nog. Zoals ook de binnenkant van het kerkje, waar alles juist nog heel herkenbaar is. Want hier waait en regent het niet. Een vrouw en een man zijn er aan het schoonmaken. Voor de dienst die zondag gehouden wordt. De man is aan het stofzuigen. Als hij ons ziet zet hij de stofzuiger uit. En vertelt met zachte stem.


Over het koor dat zo bijzonder is – met een voorhangsel alsof het van filigraan gemaakt is, zo licht – en de rest van het interieur. We luisteren aandachtig. Dan begint hij – met een zekere geheimzinnigheid, want hij gaat nog zachter praten – over wat hier in 1981 gevonden is: de 'St Bees Man'. Daar komen de mensen hier voor. In een vervallen zijbeuk van het koor troffen archeologen van de universiteit van Leicester in dat jaar een loden kist aan met daarin het in een lijkwade gewikkelde lichaam van een middeleeuwse ridder die hier in de 15e eeuw begraven was. Het lichaam was na al die eeuwen nog vrijwel intact. De man wijst ons op een vitrine in de hoek waar alles over de vondst te vinden is. We moeten er maar even gaan kijken. Voorzichtig lopen we ernaartoe. Maar of we hier nou trek in hebben, zo aan het begin van onze vakantie? Straks gaan we er nog over dromen. In de vitrine liggen foto's van de kist en wat daarin zit, de lijkwade en het uitgepakte lijk, met een bijna zwart geworden gezicht met een open mond en holle ogen. Gelukkig niet het lijk zelf, dat zullen ze wel weer begraven hebben, maar wel nog een pluk haar van de ridder. 'Ik hoef hier geen foto's van,' zeg ik. Die kunnen de lezers van Huize Zeezicht later wel zien met een linkje naar de site erover. Eigenlijk moet daar dan nog een waarschuwing bij, bij dat linkje. Hoewel... je weet het als je dit land bezoekt of erover leest, al die gruwelverhalen horen er gewoon bij.

We kijken nog wat rond en ontdekken een gigantisch orgel opzij van het koor. De man van de stofzuiger vertelt dat het bijna 2000 pijpen heeft. Een Father Willis-orgel uit 1899. Qua grootte hoort het eigenlijk in een kathedraal thuis. 'Dat zou ik weleens willen horen,' opper ik, 'maar jammer dat we morgen alweer verder moeten.' 'Nou,' zegt de man en hij begint te glimlachen, 'het toeval wil dat ik de organist ben. Ik kan wel wat laten horen.' Hij kruipt achter het orgel, zoekt wat tussen de partituren en begint te spelen. Het bezorgt ons kippenvel. Dit privéconcert door de organist en koorleider van St Bees Priory. Frank Bowler, want zo heet de organist, speelt een gedeelte uit de prelude uit de 1e Symphonie pour Grand Orgue van de Franse componist Louis Vierne. De klanken schallen door de ruimte. Waarmee die enge vitrine gelukkig gauw vergeten is. Na afloop van zijn optreden wenst de organist ons een mooie wandeling en raadt ons nog een pub aan voor als we in Ennerdale Bridge aankomen: The Fox and Hounds Inn.

Frank Bowler, organist en koorleider van St Bees Priory.

De muziek galmt nog na, als we de volgende dag onze schoenen aandoen voor het eerste gedeelte van de kilometerslange tocht dwars door Engeland. Een prelude... een mooier begin van onze wandeltocht kunnen we ons niet voorstellen.

vrijdag 17 juli 2026

Dat je na al die voorbereiding het belangrijkste nog zou vergeten – Coast to Coast (4)

Carlisle Railway Station.

Jenny en Magchiel hadden we al in de trein vanuit Carlisle ontmoet. Daarna hadden we nog met ze in de bus gezeten en nog een keer in een trein van een paar minuten, tot we bij het startpunt waren. Ze logeerden in dezelfde straat in St Bees, schuin aan de overkant van The Manor Inn, waar wij logeerden.

Ze kwamen daar 's avonds wel dineren – ik denk dat The Manor Inn ook de enige plek was waar dat kon in St Bees – en ik weet nog dat wij een heel kort praatje aan hun tafel hadden, waarin zij vertelden dat ze die middag (we waren al om 14.28 uur in St Bees) alvast verkend hadden waar je morgen moest beginnen. Dat ze al hadden uitgezocht waar het pad naar het strand liep. Dat ging voor het kerkje van de heilige Mary en Bega langs, waar ook de honden werden uitgelaten.

Het kerkje van de heilige Mary en Bega de volgende dag gefotografeerd vanaf het hondenpaadje.

Het was maar goed dat ze daarover begonnen waren, anders zouden we de volgende ochtend misschien wel vergeten zijn onze schoenen in de zee te dopen en de 'pebble' op te halen, zoals de traditie wil, en meteen de omleidingsroute zijn op gelopen. Die gaat namelijk niet meer via St Bees Head, het klif waarvan bij een storm in december 2025 een deel in zee is gestort. Omdat je niet meer via dat klif vertrekt kom je ook niet meer langs de vuurtoren op St Bees Head. Maar het strand met de kiezelsteen en de schoenendoop kun je door die omleiding dus ook zomaar missen.

dinsdag 14 juli 2026

De mensen maken het pad – Coast to Coast (3)

Cat en Jayne haalden ons in. Zij waren net voor ons binnengekomen. En daarvoor waren onze Amerikaanse vrienden Sandy en Peter aangekomen. En na ons zie ik Andrew en Louise uit Australië in het gastenboek staan. En dan Brad, de Amerikaan uit Californië die onderweg muziek luisterde en podcasts en meestal ver voorop liep. Wanneer die over de finish kwam weten we niet, en dat vermoedelijk Duitse stel, waarmee we die mooie foto in het korenveld hebben. En Hetty en Stijn, die toen in de pub in Danby Wiske, toen Engeland tegen Congo speelde, bij ons aanschoven voor het avondeten.

In de pub in Danby Wiske, met Jenny, Magchiel, Stijn en Hetty. Aan het tafeltje
daarachter Sandy en Peter.

Iedereen die op of rond de 20ste juni vertrokken was vanuit St Bees aan de Ierse Zee, vormde een soort treintje van mensen die elkaar zo af en toe tegenkwamen. Soms een hele dag of dagen niet en dan opeens weer een paar dagen wel. Dan liep je met elkaar op en na een tijdje liet je elkaar weer los.

Aankomst in Ingleby Cross, met Jenny en Magchiel. Foto: Sandy Nash.

In het begin was je nog volstrekte vreemden voor elkaar, tastte je een beetje af of mensen wel zin hadden in een praatje of liever op zichzelf wilden blijven, maar langzamerhand werd alles wat losser en vertrouwder en ontstonden er vriendschappen, ging je elkaar soms zelfs missen als je elkaar een paar dagen niet gezien had.

In The Lion Inn (Blakey Ridge), met Jenny, Magchiel, Peter en Sandy.

Dit weerspiegelt de gedachte dat de ware waarde van het leven niet schuilt in het bereiken van de eindstreep, maar in de onderlinge banden die we smeden. Zoals de 192 mijl lange Coast-to-Coast-trail – bedacht door Alfred Wainwright – wordt gekenmerkt door de dorpen en medewandelaars die men onderweg tegenkomt, worden onze grootste avonturen gevormd door onze reisgenoten.

Met Hetty, Jenny en Magchiel in de tuin van het Horseshoe Hotel. Foto: Stijn.

Eenvoudiger gezegd: het is niet de overwinning die telt, maar het zijn de mensen die je onderweg tegenkomt. Zij maken het pad. Dat maakt de weg ernaartoe waardevoller dan de uiteindelijke bestemming.

zondag 12 juli 2026

Aankomst in Robin Hood's Bay – Coast to Coast (2)

Met de kiezelstenen uit de Ierse Zee in Robin Hood's Bay.

Jenny en Magchiel kwamen dinsdag binnen. Dat kwam doordat zij één stop, één B&B, meer hadden in het laatste traject. Het lange stuk van 29 kilometer van Egton Bridge in de Esk Valley tot Robin Hood's Bay aan de Noordzee was bij hen in tweeën geknipt. Daarom kwamen wij al op maandag aan. Na Cat en Jayne. Die meteen naar ons toe renden om het allemaal vast te leggen, de glorieuze aankomst. Waarbij, zoals de traditie wil, de 'pebble' uit de Ierse Zee, die je zestien dagen dwars door Engeland in je broekzak met je meegedragen hebt, in de Noordzee geworpen dient te worden. Een belangrijk ritueel.


Hierna werden we vereeuwigd bij het bord aan de buitenmuur van The Bay Hotel. Binnen tekenden we vervolgens het gastenboek en mochten we onze oorkonde in ontvangst nemen. Zo was alles goed en dubbel en dwars vastgelegd.


En zaten de 309 kilometer (192 mijl) erop. In werkelijkheid liepen we natuurlijk nog wat meer kilometers, ruim 323 om precies te zijn (het Garmin-polshorloge gaf 323,4 kilometer aan), door kleine stukjes om naar afgelegen B&B's, of doordat we 'lost' raakten en door medewandelaars of vriendelijke Engelsen weer de weg gewezen werden, naar het pad. Want dat is geen rechte lijn. 323 kilometer vol belevenissen!

Met Cat en Jayne, die alles vastlegden.

vrijdag 10 juli 2026

In the cue – Coast to Coast (1)

Wilma, Jenny, Magchiel en vier Engelsen 'in the cue'.

De vorige keer had ik er nog geen plaatje van, van een rij bij een ijswagen. Tot onze wandelvrienden Jenny en Magchiel binnenkwamen en ons op een ijsje trakteerden. Toen stonden we er zomaar in. Op het strand van Robin Hood's Bay.