zondag 29 september 2013

Zomers genieten

The Comedy - Katwijk

... gistermiddag op de boulevard van Katwijk aan Zee, met een Texelse Skuumkoppe bij The Comedy.


Boulevard Katwijk aan Zee

zaterdag 28 september 2013

Bramenjam


En de bramenjam, die we meekregen uit Friesland, is helemaal op!

dinsdag 24 september 2013

Slopen in 1578 (2)

Geen huis boven 'loze' deuren. In het boekje Leiden gebeiteld. Gevelstenen binnen de singels van Annemarie Postma (Leiden, 1993, p. 97) vond ik de oplossing van het raadsel in de Maarsmansteeg: 'Na het beleg van Leiden in 1574 werd het stadhuis enkele malen uitgebreid. De tekst op de gevelsteen herinnert waarschijnlijk aan de wens van de burgemeesters in 1578 tot afbraak van de daar aanwezige poort.'

zaterdag 21 september 2013

Slopen in 1578 (1)



In 1578 werd er in Leiden een huis afgebroken. Dat gebeurde op last van de burgemeesters.* Daaraan herinnert deze gevelsteen. Ik kwam hem tegen op vrijdagmiddag 24 mei, luttele ogenblikken nadat ik in de Breestraat de deur van de laatste boekwinkel achter mij had dichtgetrokken. Het begon te regenen. Ik zocht een schuilplaats in de buurt van waar ik mijn fiets had neergezet, haalde hem nog gauw even van het slot en positioneerde mijzelf met rijwiel onder het afdak van een winkel in de Maarsmansteeg. Toen ik zag dat het de winkel van een juwelier was, verplaatste ik mij vliegensvlug naar het afdak van de winkel ernaast. Mochten er juist op het moment dat ik daar stond mannen met bivakmutsen voorbij willen, dan stond ik niet in de weg en konden ze ongehinderd in- en uitlopen. En stel dat ik onder het afdak van de juwelier was blijven staan en door het voorval op de vlucht had moeten slaan, dan zou ik alsnog nat geworden zijn, want het was inmiddels harder gaan regenen. Het was in alle opzichten de juiste beslissing dat ik onder het afdak naast de juwelier was gaan staan. De bivakmutsen zouden mij niet zien, en ik zou hen niet zien, en ik bleef droog. Juwelen, daar kon je maar beter verre van blijven.

De 'loze' deuren in zonniger tijden.

Terwijl ik daar stond, ontwaarde ik tussen de schoenenwinkel en de porseleinwinkel aan de overkant die gevelsteen, boven twee 'loze' deuren. Loos, omdat er geen huis aan die deuren vast zat, er geen gevel met ramen boven te zien was, zoals dat bij normale huizen het geval is. Alleen een stukje opgemetselde muur, met daarin die gevelsteen. Uit de gevelsteen werd duidelijk dat er vroeger wél een huis gestaan had, dat in 1578, meer dan vier eeuwen terug, was afgebroken. Daarna had de grond waarschijnlijk voor langere tijd braak gelegen, was er een steeg, een slop, een achterom of andere doorgang geweest. Want de deuren die het gat nu vulden, waren duidelijk van een recentere tijd. Maar misschien dat ze andere deuren vervingen, die er al in de zestiende eeuw waren ingezet, of een poort of hek, om overlast tegen te gaan. Zoals wildplassen. Als dat woord in de zestiende eeuw al bestond. Of wildpoepen? Zulke goede sanitaire voorzieningen als in onze tijd hadden ze toen vast nog niet. Dus maakte het weinig verschil of men zijn of haar behoeften nu binnen of buiten, op straat, deed. Maar om dat nou 'wild' te noemen...


Twee etsen van Rembrandt Harmensz. van Rijn, links: Waterende man,
1631, 82 x 48 mm, rechts: Waterende vrouw, 1750-1850, 98 x 84 mm.

Om een lang verhaal kort te maken: toen de nieuwe deuren erin waren gezet, moet ook de gevelsteen zijn teruggeplaatst. De steen was ouder dan de muur waar hij ingemetseld zat. Blijkbaar was er heel wat te doen geweest rondom de sloop. De steen was overduidelijk een protest. Als de burgemeesters degenen waren die de sloop hadden gewild, waren de aanbrengers van de steen degenen die dat zeker niet hadden gewild.

Terwijl ik hier zo mijn gedachten over aan het laten gaan was, was het opgehouden met regenen. Ik kon mijn weg vervolgen. Het kleine oponthoud – meer dan een kort maar stevig buitje was het toch eigenlijk niet geweest – had mijn kennis op onnavolgbare wijze vermeerderd.

* Daar waren er toen vier van.

dinsdag 17 september 2013

Dit is Friesland


Met heel veel groen. Het groen van de griene greiden, 'grazige weiden', van pompeblêden in de sloot. Zolang er geen ijs ligt.


Het afgelopen weekend werden we in het wonderschone Friesland gastvrij onthaald door Wil en Arris en Ellen en Willem, met heerlijke ontbijtjes, met versgebakken broodjes en eitjes van de kip, met cappuccino met cacao, met suikerbrood en allerlei lekkers uit de Thaise en Italiaanse keuken, en niet te vergeten de vele soorten whisky, Schotse whisky, van het eiland Islay en uit het plaatsje Dumgoyne in de Highlands, die in optocht voorbij kwamen. Die optocht begon met Bowmore 'Legend', licht en sprankelend, de smaak van citrus en honing staat er op de fles. Na een glaasje water volgde The Ileach 'Peaty',* met, zoals de toevoeging al aangeeft, wat meer een turf- en rooksmaak, wat voelt als een explosie op de tong. Derde in de rij was een twaalf jaar oude Caol Ila. Niet de smaak van de frisse morgenzon maar droppig. Nummer vier was een zestien jaar oude Lagavulin, die je mond weliswaar in brand zet, maar wel een mooie, zachte afdronk heeft. De optocht werd afgesloten met een twaalf jaar oude Glengoyne, whisky met de smaak van rum. Al deze single malts werden voorzien van het uiterst leerzame commentaar van Willem.


We genoten we van het Friese landschap, het Oranjewoud, met vier mannetjes bij een busje, eentje met een vlag, uren wachtend op een groepje lopers, die 35 kilometer liepen voor Kika. We liepen door het veen van de Deelen, kwamen door al die dorpjes, waarvan er zoveel zijn: Woudsend, St. Nicolaasga, Balk, Britswert en Indijk. En omdat je er van de laatste twee hebt, bóven en ónder Sneek, waren we Wiuwert helemaal kwijt. Die mummies blijven nog wel tijdje goed. En Workum. Dát is een mooi plaatsje! Met de warm-realistische schilderijen van Jopie Huisman. Wat een talent! Altijd voddenboer gebleven. Was dat zijn redding?

Exact ditzelfde botervlootje met suiker, maar dan op doek geschilderd,
is te zien in het Jopie Huisman Museum.

Ileach betekent 'man van het eiland Islay', vandaar de toevoeging op het etiket: 'The man from Islay'.

woensdag 11 september 2013

9/11

A linea on Brooklyn Bridge - May 23, 1994

Ooit waren de Twin Towers nog gewoon de Twin Towers en had ik een blaadje van en voor vrienden: A linea. Iedereen schreef erin en ik gaf het uit. Op een dag kreeg dat blaadje, zomaar uit het niets, een ISSN-nummer toegekend: 0924-9494, een uniek nummer waarmee het vanaf dat moment overal ter wereld te vinden zou zijn. Wat was ik trots. Dan moest het ook maar de wereld over.* En namen vrienden het mee op hun reis naar New York, om het op de Brooklyn Bridge neer te zetten, voor de Twin Towers.** Dat was 7 jaar, 3 maanden en 18 dagen voor 9/11.

A linea with Twin Towers and Woolworth Building - May 23, 1994

De Twin Towers, waar Philippe Petit ooit in het diepste geheim een touw tussen spande om er hoog boven de wereld overheen te lopen. Dat was 27 jaar, 1 maand en 4 dagen voor 9/11.


* Het nummer dat de wereld over ging, was A linea 2, met Guus op het omslag. Het verscheen op 27 juli 1990 in een oplage van 40 exemplaren.
** Je moet goed kijken. Daarom heb ik ook nog een foto toegevoegd waarop het omslag op het bord geplakt is dat aangeeft waar fietsers en voetgangers moeten fietsen en lopen. Met op de achtergrond behalve de Twin Towers ook nog het Woolworth Building.

zaterdag 7 september 2013

Het was eb...


'Het was eb; het strand was honderden meters breed. Nadat ze bij een kraan aan de kant van de boulevard de waterzak gevuld hadden, daalden ze af naar de door elkaar wriemelende drukte van het strand, zeulden hun zwaarbeladen fietsen door het mulle zand tussen al die halfblote, zonnebadende, stoeiende en spelende mensen en kinderen door, tot ze dicht bij de waterlijn een stevige zandlaag onder de voeten kregen. Daar konden ze zelfs fietsen en ze reden, met Chris voorop, in de richting Katwijk. Natuurlijk fietste Wim door het water en Kees, die zijn schrik nu pas te boven kwam, volgde zijn voorbeeld. De golven spoelden over hun wielen en één keer, toen een hoge schuimbedekte golf bruisend aan kwam rollen, moesten ze hun benen optillen om niet nat te worden. Maar Jaap wist, dat het zoute water het metaal van zijn nieuwe kar zou kunnen aantasten en hield wijselijk zijn velgen droog.'

Uit: Jaap en Gerdientje. Het leven is zo mooi. Leesboek voor de lagere school. Tiende deeltje voor het zesde leerjaar. Door Anne de Vries, met tekeningen van Tjeerd Bottema. 3e dr. 's-Gravenhage, 1956, p. 116-117.

vrijdag 6 september 2013

dinsdag 3 september 2013

Scrabbelen (2) – We komen er wel uit


Deze lijkt er nog het meest op, op de houten molen die m'n opa had gemaakt en waar m'n oma op scrabbelde. Alleen het houten blok waarover de kruiselings over elkaar gelegde balkjes ronddraaien, is hier een kruis. Maar verder klopt alles, de afgevijlde bout in het midden, de opstaande stukjes hout op de uiteinden van de balkjes, en hoe ingenieus, hier met een inkeping, een kleine verdieping voordat het opstaande stukje hout komt. Waar zou dat voor dienen?


M'n tante Wil kwam ermee, met deze molen. Het kan ook zijn dat hij door m'n ome Wim gemaakt is. Die is ook handig met hout. Of dat hij toch door m'n opa gefabriceerd is. Wie zal het zeggen? Bij m'n ome Cor en tante Trijnie ben ik ook nog langsgeweest, maar die hadden weer een andere zelfgemaakte molen. En m'n tante Agaath, die had een molen van Jumbo, zo'n kant-en-klare uit de winkel, met van die wieltjes.

Het bijzondere van de molen die hier is afgebeeld, is dat de tandafdrukken van Trix er nog in staan, de hond van m'n opa en m'n oma, die vaak met Wil en Wim meeging en later bij Wil en Arris introk. Op de foto hieronder, uit 1964 of 1965, ben ik een jaar of drie. Trix is dan vijf of zes. Maar de tandafdrukken moeten al van voor die tijd zijn, van toen ze nog een pup was. Zo'n hele lieve hond.

Met Trix op schoot bij opa (foto uit Vroege herinneringen)

zondag 1 september 2013

Fernando Lameirinhas en gasten in het Vondelpark

Fernando Lameirinhas with Maria Catharina Quartet

Tja, zo'n blog. Het is soms dringen om een plekje. Je hebt het ene nog niet gehad of het volgende dient zich alweer aan. Zoals de dag na het Prinsengrachtconcert. In het Vondelpark, in het Openluchttheater. Het laatste concert van deze zomer. En dan weer wachten tot de volgende zomer. Maar vooruit, eerst hebben we nog de Uitmarkt. Om vervolgens de theaters en concertzalen in te duiken. De bioscopen niet te vergeten. Een goed boek in een goeie stoel met de lamp aan. Lichtpuntjes in het naargeestige gebeuren van sneeuw en ijzel en ander ongeluk, dat ons telkenjare weer treft.

Fernando Lameirinhas with Eric Vloeimans

Maar goed, daar hoefden we nu nog niet over na te denken, tijdens het laatste, wel zeer zomerse optreden in de buitenlucht, met Fernando Lameirinhas – 'Hebben jullie het warm?' – en tal van gasten, waaronder Zou Diarra, Eric Vloeimans, Juan Pablo Dobal en het Maria Catharina kwartet. Ik neem het maar even over van zijn site, want ik heb het allemaal niet onthouden. Een mengeling van allerhande zuidelijke, salsa-achtige ritmes, tussen heel veel vriendelijke mensen, genietend van de zon in een zomers park.

Nog een filmpje om een indruk te geven hoe het klonk, daar in het park.


En nog eentje van een optreden van Eric Vloeimans en zijn band Gatecrash in de Melkweg in 2010, met nummers van het album Heavensabove. Om het ijle trompetgeluid.

zondag 25 augustus 2013

Prinsengrachtconcert

Concertgebouworkest op Prinsengrachtconcert 2013

De regen viel met bakken uit de hemel, gisterenavond tijdens het voorprogramma van het Prinsengrachtconcert. Het mooiste moment was tijdens het duet van de Parelvissers, toen de hoosbuien de muziek leken te ondersteunen en voor een dramatisch hoogtepunt zorgden. Dat was jammer voor de muzikanten en zangers en zangeressen van Opera per Tutti, maar ze hielden onder hun paraplu's de moed erin.
Om half tien, toen het de beurt was aan het Concertgebouworkest en de uitzending voor de televisie begon, werd het droog. De weergoden waren het 125-jarig orkest toch nog gunstig gezind. Kippenvel, toen de muziek werd ingezet met de ouverture La forza del destino van Verdi. Al die violen en andere instrumenten, van al die negentig musici, allemaal tegelijk, gepolijste muziek, maar mooi. Het geheel onder leiding van een gedreven Antonio Pappano. Met daarbij de stem van de Maltese tenor Joseph Calleja. De kracht en het enthousiasme waarmee hij de laatste aria 'Nessun dorma' uit Puccini's laatste opera Turandot vertolkte, bezorgde ons opnieuw koude rillingen. Net als Granada van Augustín Lara.


De avond werd besloten met de magistrale Ouverture 1812 van Tsjaikovski, niet met een kanon op het eind maar schietende musketiers.


De beelden uit mijn camera zijn niet zo scherp maar geven een aardige indruk van de onvergetelijke avond. Waarvoor in de week daarvoor 35 vrachtwagens op en neer reden om alles op te bouwen, podium, tribune, bekabeling, enz. enz. Voor wie het gemist heeft, is hier een link naar het programma van de avond.

De herhaling van het Prinsengrachtconcert is te zien op 31 augustus om 13.55 op Nederland 1 en nu al via uitzendinggemist.nl.

donderdag 22 augustus 2013

Lekkage


Je gunt het je ergste vijand niet: geen douche. Deze week kwamen ze met een kango de douchevloer eruit breken en konden we vijf dagen niet douchen. Nu weet ik wat onze ouderen in de bejaarden- en verzorgingshuizen elke week moeten meemaken.

zaterdag 17 augustus 2013

Scrabbelen – Wat ik mis (12)

Scrabbelen. Dat doet me altijd denken aan m'n oma. Je kon niet bij d'r langsgaan of het was: 'Leen, heb je zin om een spelletje te scrabbelen?' Je had niet altijd zin in zo'n hele pot scrabble, maar je deed het toch, omdat je wist dat je haar er een plezier mee deed.
Er werd thee gezet en dan kwam er zo'n hoge, geelwitte plastic bus, of emmer, op tafel, waarin vroeger de frietsaus gezeten had. Daarin zaten de lettertjes. Het originele zakje voor de letters was kapot of weggeraakt. En verder kwam er een nog door m'n opa gemaakte houten molen op tafel: een vierkant blok van ongeveer 12 bij 12 centimeter met een gat in het midden, een in het hout verzonken ijzeren huls. In dat gat, die ijzeren huls, kwam een pin. Dat was een bout waarvan de schroefdraad afgevijld was. Die bout ging door twee kruiselings over elkaar gelegde dunne balkjes, in het midden door een kruisverbinding met elkaar verbonden. De zeskantige kop van de bout zat verzonken in het balkje dat in de kruisverbinding over het andere balkje liep. Op elk van de vier uiteinden van de balkjes was een klein opstaand balkje aangebracht, van ongeveer twee centimeter hoog. Het was met een koperen spijkertje vastgetimmerd met daartussen houtlijm of bisonkit. Dat zag er ongeveer zo uit.


Daartussen werd het scrabblebord gelegd, met de opstaande balkjes in het midden van de zijkanten van het bord. Je kon het dan ronddraaien en naar je toe draaien als je aan de beurt was. Voorzichtig, want het wiebelde.

Ik zie m'n oma nog de letters pakken, met haar hand in die bus. Een voor een en soms twee of drie tegelijk, ondertussen kijkend welke letters ze erbij gepakt had, nadat ze aan de beurt was geweest, en ook alvast weer kijken, door haar bril en over haar bril, terwijl ik nog aan de beurt was en aan het nadenken, van de letters in haar hand en op haar plankje naar het bord, wat ze straks zou aanleggen. Heel gedreven, helemaal in het spel.
Ze wou ook altijd wel heel graag winnen en kwam soms met hele vreemde woorden, waarvan ik nog nooit gehoord had maar die dan volgens haar bestonden. Ja, m'n oma was heel fanatiek met scrabbelen. Ze probeerde het ook altijd wel zo te sturen dat ze zelf op de rode vakjes zou komen, met drie keer de woordwaarde. En hoe vaak ik haar plankje niet heb zien leeggaan, voor vijftig punten extra. Nee, er viel niet makkelijk te winnen van m'n oma.

Altijd maar scrabbelen. Op een gegeven moment, na heel veel jaren scrabbelen, waren de letters op de blokjes zo ver weggesleten en vervaagd dat ik ze met een dun penseeltje opnieuw heb ingeschilderd. Ik denk dat dat al zeker dertig jaar geleden is, maar ik weet nog hoeveel kramp in m'n handen me dat bezorgde.

De balkjes van de molen pasten op de een of andere manier nog in de scrabbledoos, maar dat blok niet meer. Dat lag erbovenop, net als de bus met lettertjes, die erbovenop stond. De scrabbledoos, waarvan de deksel kapot was en aan alle kanten bij elkaar gehouden werd met schildersplakband.



Ik zie het allemaal glashelder voor me, een blauwige scrabbledoos, ik weet het weer, niet het originele spel maar Boardscript, van Jumbo. Die molen die m'n opa gemaakt had. Afgelakt met vernis. Als ik aan m'n opa denk, denk ik aan balkjes, houtjes, mastjes voor z'n bomschuitjes, vernis en koperen spijkertjes. M'n oma die de zeiltjes naaide. Als dat stel uit Parijs dat die bootjes voor op de vijver in het Jardin du Luxembourg maakte.