zaterdag 17 september 2022

Net Madurodam – South West Coast Path (9)

 

Klik op het plaatje voor het filmpje.

Toen we Mevagissey uit liepen, het klif op, draaide ik me nog één keer om, voordat dit mooie plaatsje uit beeld verdween. Wat ik zag was betoverend, in de zomerse ochtendstilte. Misschien dat je nog een meeuw hoorde, maar dat was het dan. Ik keek naar Mevagissey en moest denken aan Madurodam.

Ik zag een bootje de haven binnenvaren, op het stille en vlakke water. Toen het bootje bijna bij de visafslag was aangekomen, ging op de kade een busje rijden. Alsof het zo was geprogrammeerd. Alles op railtjes, onder water en in de straat. Er liepen geen mensen door het beeld. Dat verhoogde het madurodameffect. Iedere tien minuten werd dit tafereel herhaald.

Wat ik niet gefilmd heb is dat het bootje als het bij de visafslag geweest is, verder vaart. Achter de visafslag is onder de rotswand, waar die huizen op staan, een tunnel naar zee. Daar vaart het bootje doorheen om dan later weer vanuit zee de haven in te varen. Die tunnel zie je niet als bezoeker van het miniatuurlandschap. Het busje op de kade rijdt verderop linksaf en achterom door een straatje en komt dan weer tevoorschijn als het bootje bij de visafslag aankomt. Dat gaat zo de hele dag door.

woensdag 14 september 2022

Mevagissey, of 'Of je mee gaat vissen!' – South West Coast Path (8)

De buitenhaven.
 
Van Mevagissey was het moeilijk afscheid nemen. Een dorp waar je blij van wordt. De haven met al die vlaggen eromheen. Het uitzicht vanuit ons hotelraam – we logeerden in The Wheel House – op de visafslag, waar altijd beweging was, met een bootje dat aanmeerde, gelost werd en weer wegvoer, waar met kratten vis gesjouwd werd, een visboer de vis weer ophaalde en zo door. Een mooie plek om te wonen als je erop uitkeek.

De binnenhaven, met rechts de visafslag.

Mevagissey. Met de ijsjes schuin onder het hotel. In een hoorntje geschept door een oude mevrouw, die als je aan de beurt was zei: 'Yes, darling...', en dan kon je zeggen welke smaak je wilde. Vooral weer heel vaak lemon crunch. En weer van het merk Kelly. Wat een verwennerij. Goed dat je daar geen week bivakkeerde op die plek, want je zou tonnetje-rond worden.

De fish-and-shipsshop.

Iets verderop in de straat de fish-and-shipsshop: The Fishermen's Chippy. Links om de hoek bij het Order Point kon je zeggen wat je wilde eten en rekende je af. Dan vroegen ze je naam en wachtte je tot die omgeroepen werd bij het Collection Point. Om een uur of zes 's avonds, etenstijd, zat de hele haven langs de kades rondom vol met fish-and-ships etende mensen. Dat zag er heel gezellig uit, met meeuwen die hier en daar genadeloos toesloegen. We hebben wat verwondingen gezien! Wij namen onze afhaalmaaltijd lekker mee naar onze kamer, maar hielden de ramen dicht. Daar werd zelfs voor gewaarschuwd: bij een zijraam stond een bordje in de vensterbank dat je dat raam niet open mocht doen, omdat er op het platte dak ervoor een jonge meeuw zat die af en toe gevoerd werd door zijn ouders.

Mevagissey. Ze hielden van versieren, van aankleding in dit dorp, de vlaggen, en ook die gehaakte kroontjes waren van hier. Mevagissey. Een plaatsnaam waarbij je je gemakkelijk vergiste, want soms sprak je het verkeerd uit, als Megavissey, alsof je zei dat je mee ging vissen. 'Wat zeg je?' 'Of je mee gaat vissen!'

woensdag 31 augustus 2022

Ma 90 jaar! Hieperdepiep hoera!

Met zus Wil.
Niet te bevatten. Of, zoals ze het zelf altijd zegt: 'Alles is negentig. M'n handen, m'n ogen, m'n oren, m'n haren, m'n hart, m'n longen, het is allemaal negentig. Kun je dat nou begrijpen?' Maar gelukkig is ze nog jong van geest, altijd negentien gebleven.

woensdag 24 augustus 2022

De lange wandeling naar Lizard Point – South West Coast Path (7)

Lizard Point, het zuidelijkste puntje van Groot-Brittannië.

De tweede etappe zou lang zijn. Van Porthleven naar Lizard Point, en dan nog een stukje verder, naar Cadgwith.

De huizen aan Harbour Road met in de verte het kerkje.

Van Porthleven hadden we voordat we op reis gingen al vaak filmpjes zitten kijken, van stormen waarbij de golven over de pier slaan. Tegen het kerkje op de punt van de haven en de huizen daarachter, langs Harbour Road, dat om de hoek overgaat in Cliff Road. Dat de huizen hier wat hoger staan is wel verstandig, als de golven zo hoog komen. De huizen aan Harbour Road hebben, doordat ze zo hoog staan, ook van die typisch Engelse 'terrastuinen', met een trap vanaf de straat. Meestal wordt dit soort straten met een hoge tuin daarom ook aangeduid als 'Terrace', maar hier niet.

Vanaf het kustpad terugkijkend op Loe Bar Road.

We gaan de hoek om, om het kerkje heen, en lopen Cliff Road op. Je woont hier mooi, met dat uitzicht op zee. Cliff Road gaat over in Loe Bar Road. Aan het einde van de weg komen we weer op het kustpad. Bij een prachtig huis, dat zo in een film kan, dalen we af naar de Loe Bar, een zanddijk die een inham met een meer afsluit, The Loe. Er liggen prachtige kiezels, waarvan we er een paar meenemen voor thuis.

De Loe Bar.

Na de Loe Bar gaat het weer omhoog, het kustpad op, en dat zou je het eigenlijke begin van de wandeling kunnen noemen, voor vandaag, de lange wandeling naar het zuidelijkste puntje van Groot-Brittannië.

Poldhu.

Met nog maar één dorpje waar we langskomen, helemaal aan het begin, Poldhu, waar we nog wel even verplicht zijn te stoppen. Maar dat is geen straf. Het bestaat uit een paar huizen en een haventje met een helling waarop de vissersboten op het droge getrokken worden én... ijs van Kelly's!

Lemon crunch is onze favoriet.

Daar stoppen we altijd voor, hoe ver we nog moeten.

Er zit een poes voor het raam en er staat een groot hotel aan zee, dat nu een verzorgingstehuis is, het Poldhu Care Home.

Wat een uitzicht heb je als je daar verzorgd wordt!

Tekst op de achterzijde van het Marconi-monument.

Poldhu is ook nog bekend van een radiostation dat hier gestaan heeft, waar de eerste draadloze radiosignalen over de Atlantische Oceaan werden uitgezonden. Vandaar dat hier een monument voor Marconi staat.

Het is net de kop van een kat, rond met van die puntoortjes. De tweede poes vandaag al. En het is net of deze kat een lange jas aanheeft, door de begroeiing op de zuil. Veertien jaar geleden betraden we ook al zo'n monumentale plek, toen we langs Porthcurno kwamen, vanwaaruit de telegraafkabel naar India de zee in ging.

Maar we zijn onderweg naar Lizard Point. Na Poldhu wordt het afzien. We volgen het pad over een plateau, kilometers, waar geen einde aan lijkt te komen. Je loopt maar en je loopt maar, van het ene veld in het andere. Het pad is niet overal even duidelijk aangegeven, maar als je een uitsparing ziet in een muur van keien zal het daar wel verdergaan. Met hier en daar een groepje runderen, gelukkig net niet voor zo'n uitsparing.

Naarmate de middag vordert, hoe ver is het nog, wordt het mistiger en mistiger op het plateau, met afgronden, hoge wanden de zee in.

Als je goed kijkt (of de foto aanklikt), zie je mensen op het strandje.

Na uren en uren dwalen over de vlakte zien we een parkeerplaats. Na een flinke omweg door een dal met een riviertje komen we er. Daar zijn mensen. Daar kunnen we de weg vragen, naar Lizard Point, hangt misschien wel een plattegrond. En inderdaad. Beide ingrediënten om onze weg te vervolgen zijn aanwezig.

We lopen met een groepje Engelsen mee over een public footpath naar het dorp The Lizard. Nog niet het zuidelijkste puntje: Lizard Point. Maar dat komt nog. Op de achtergrond horen we de misthoorn al van het vuurtorencomplex dat daar staat.

Want je moet er natuurlijk niet tegenaan varen, dat zuidelijkste puntje. Er liggen wat vervaarlijke rotspunten in zee. Dat zal de werkelijke reden voor dat geluid wel zijn. Verder is Lizard Point een verzameling hutjes op de wal. Niet zo erg als de 'kermis' van Land's End, gelukkig. Maar eerst eten we een pasty, daar zijn we wel aan toe, onze eerste op deze reis, er zullen er nog vele volgen, en dan lopen we maar eens op het geluid van de misthoorn toe, na wat we gelopen hebben een wandelingetje van niks.

donderdag 11 augustus 2022

The Paris Hotel – South West Coast Path (6)

Bij de wind kwam de regen. Zo maakte je zo'n dorp ook nog eens écht mee, niet alleen in zonnige, toeristische omstandigheden. Zoals het de hele wandeltocht wéér droog gebleven was – vandaag was het, vanaf Cadgwith, maar 10 kilometer (6 mijl) geweest. Tot we in de B&B van Ann waren aangekomen. Toen regende het. Om het dorp te verkennen hoefden we nu alleen nog maar onze regenjassen aan te doen. Dat was prettig. De spullen op de kamer brengen en dan het dorp in, waar je overal kon schuilen. We hadden de hele middag nog. In Coverack.

We togen naar de plaatselijke pub: The Paris Hotel. Zo heet die pub. Het is de enige pub. Met zo'n naam. Is dat niet een beetje overdreven? Hoe komt een pub in een dorp van maar een paar huizen aan zo'n grootse naam? We vroegen het ons af, en eenmaal binnen was daar meteen het antwoord.

Aan de muur hing een ingelijst document, in november 2011 blijkbaar cadeau gedaan aan een nieuwe eigenaar of nazaat die de pub had overgenomen. Ene Ian. Dat maakte ik op uit de geschreven tekst onderaan de getypte tekst.


Dit staat er:

PARIS

On 21 May 1899 the United States liner Paris, of New York, ran aground in misty weather at Lowland Point, near Coverack. Bound from Cherbourg for New York with general cargo, a crew of 370 and 386 passengers, she was the largest vessel to have stranded on the English coast up to that time. All the passengers were taken off by the Porthoustock and Falmouth lifeboats and then transferred to tugs and landed at Falmouth. After a tricky salvage operation, the Paris was pulled off the rocks by a fleet of tugs on 13 July and towed to Falmouth for temporary repairs. In November of the same year she was towed to Harland & Wolff's Belfast yard where she was almost completely rebuilt and renamed Philadelphia. In 1917 she became the United States armed transport Harrisburg and then, in 1925, she was sold to the New York–Naples Steamship Co for use as an emigrant ship. She was scrapped in Italy shortly afterwards.

With a gross tonnage of 10,449, a lenght of 560 ft and a beam of 63.2 ft, she had been built by J. & G. Thomson at Clydebank in 1888 as the City of Paris for the old Inman Line. In 1889 she gained the Blue Riband of the Atlantic, making the crossing from Queenstown to Sandy Hook in 5 days 23 hours 7 minutes.

To Ian: Best wishes from all the Staff. Nov. 2011.

Het stoomschip Paris is hier op 21 mei 1899 aan de grond gelopen, en alle opvarenden werden gered. Dat moet een gigantische operatie geweest zijn, 756 mensen van boord halen. Een enorme prestatie. Negen maanden daarvoor nog liep het minder goed af met het ss Mohegan, waarbij 106 van de 197 opvarenden verdronken. Dat was op slechts enkele meters afstand van waar nu de Paris vergaan was. Dat het bij de Paris wel gelukt was om iedereen van boord te halen moet indruk gemaakt hebben. Het was een gebeurtenis die nog jaren werd doorverteld. En het was natuurlijk een kanjer van een schip dat hier voor de kust lag. Niet zo vreemd dat je een pub, een hotel dan die naam geeft. The Paris Hotel is gebouwd in 1907. Wellicht dat de eerste eigenaar ook nog een van de redders was. Dat weten we niet. De barman die ik ernaar vraag, wijst me alleen naar het ingelijste document aan de muur. En boven de bar hangt een vitrine aan de muur met een model van het stoomschip.

Coverack, een plaats met een verhaal. Dat je nooit zou hebben geweten als je er voorbij was gelopen.

vrijdag 29 juli 2022

In de serre – South West Coast Path (5)

We stonken behoorlijk toen we terugkwamen van de fish-and-ships-shop. Dat kwam omdat we veel te lang hadden staan kletsen met Centa. Zo'n Engelse frituur is toch een hele belevenis natuurlijk, een wereld op zich, die wij helemaal niet kennen. Je kijkt je ogen uit. Neem alleen al dat bord aan de wand, met alles wat je kunt bestellen, met als hoofdmoot vis (geen kroketten en frikandellen). Of dat bootje voor de reddingsbrigade, dat z'n vaste plek op de toonbank heeft. Net als in de pub. Je kan er je wisselgeld in kwijt. En alles is vet, door de vette walm die hier de hele dag hangt. Of moet ik zeggen: rondwaart. Je weet het, want je raakt niets aan en je probeert je voor te stellen dat mensen daar de hele dag in werken. Wij hadden er misschien maar vijf of tien minuten in gestaan, maar dat was genoeg om het nog dagenlang te ruiken. We wilden het Ann niet aandoen dat ook onze slaapkamer naar de frituur zou stinken, dus aten we de kabeljauw met patat met salt and vinegar lekker in de serre op, de conservatory noemen ze dat hier. Lekker licht met al dat glas om je heen, ook als het regent.

Daar waren we ook al heerlijk ontvangen toen we aankwamen, met een kop koffie – echt Engels had het geweest als we voor thee hadden gekozen, met een scheut melk – en een stuk zelfgebakken cake. Zoals dat bij particuliere pensionhouders gaat. Zo lekker! Voor een beetje geluk is niet veel nodig.

donderdag 21 juli 2022

Ann – South West Coast Path (4)

De B&B van Ann.

Van Ann hadden we alleen een mailtje terug dat de kamer voor ons gereserveerd was. Verder niks. Niks via een officiële website waarop je de data van aankomst en vertrek aanklikt, digitaal moet betalen, enz. We hadden alleen een mailtje dat het in orde was en bij vertrek konden we haar gewoon de ponden in de handen drukken. Zo ging dat vroeger overal, maar nu was het een uitzondering op alle andere B&B's. Dat maakte het een beetje spannend toen we Coverack binnenliepen. Want waar was Ann's B&B? Door dat korte mailtje terug hadden we er niet zoveel aandacht meer aan besteed en verzuimd een adres op te schrijven. We dachten: het is een klein dorpje. We vinden het wel.

Met het beste breakfast dat we hebben meegemaakt,
met om te beginnen een halve crapefruit in partjes gesneden.

Het woei nogal die middag. We liepen naar de kleine haven toen daar opeens een man stond. Een oude man. Voorovergebogen tegen de wind. Op z'n stok. Hij was net uit zijn huis gekomen, zagen we, en nu wilde hij naar beneden, de straat af, maar dat lukte niet, hoe hij het ook probeerde. Hij worstelde tegen de wind. Radeloos. Kreeg z'n ene voet niet voor de andere gezet. Met geen mogelijkheid.

'Och, kijk die man,' zei Wilma, 'hij komt niet tegen de wind op. Zullen we hem een arm geven?' We staken in. Zij links, ik rechts. 'We'll help you!' riepen we. De man schrok even, maar was daarna ook opgelucht. Wie waren dit, zo plotseling uit het niets? Maar wat aardig. 'Thank you!' Hij moest maar een klein stukje. Naar de telefooncel om de hoek. Daar stond iemand met een auto te wachten om hem ergens naartoe te rijden.

Het haventje van Coverack.

Maar voordat de man kon instappen, wilden wij hem nog iets vragen. 'We helped you. Maybe you can help us? We're looking for the B&B of Ann. Do you know where it is?' Ann? De man moest even denken. Ann...? Ann...? 'O, Annie!' riep hij euforisch. Annie, nee, er was maar één Annie, dat kon niet missen, je moest rechtdoor en dan de eerste straat links omhoog, daar was de B&B van Annie.

De fish-and-ships-shop bij het haventje.

Die avond hadden we het nog een keer, toen we om fish and chips gingen. We zagen er niet zo Cornish uit, dus vroeg de vrouw achter de frituur waar we logeerden. Bij Ann. Weer was het: 'O, Ann!' Ze schreef haar naam op een briefje – Centa – en of we Ann de groeten wilden doen. Want iedereen kende Ann, hier op het dorp. Dat was wel duidelijk.

Binnen in de fish-and-ships-shop, met links Centa.

Toen we haar de groeten deden, vertelden we dat, dat iedereen haar kende, of dat iedereen zei dat iedereen haar kende. Ze glimlachte en reageerde met: 'Awful, isn't it?'

donderdag 14 juli 2022

Overal vlaggetjes – South West Coast Path (3)

De haven van Mevagissey.

Voordat we gingen wandelen, was het feest geweest in het rijk. Omdat zij al zeventig jaar op de troon zit. En dat het feest geweest was, was nog goed te zien, op de plekken die we onderweg passeerden. Overal vlaggetjes, en portretten van The Queen.

De All Saints' Church, Pentewan.

Maar ook andere uitingen, zoals een levensgrote bordkartonnen afbeelding van Her Majesty in het kerkje van Pentewan. Alsof ze daar echt stond, bij de piano. Ja, wat moet je dan zeggen?

Langs de weg in Coverack.

Of de versieringen langs de haven van Mevagissey. Die gehaakte kroontjes zagen er echt wel heel grappig uit. Dat zou pas een mooi souvenir voor thuis geweest zijn!

Het gemeentehuis van Marazion.

In The Five Pilchards Inn in Porthallow.

donderdag 7 juli 2022

In de puzzel – South West Coast Path (2)


In Polperro belandden we in de puzzel. Dit was natuurlijk een vooropgezet plan, omdat we deze reis al in januari hadden bedacht en de puzzel daarvoor al veel vaker in elkaar hadden gelegd. We zouden kijken of we vanaf de positie die de fotograaf, Andy Williams, had ingenomen precies hetzelfde kader konden krijgen, hetzelfde perspectief, en ook zouden we onszelf voor The Old Watch House, het huis op de puzzel, op de foto zetten. We konden het bord aan de gevel nu goed lezen.

Als voorbeeld konden we de hele puzzeldoos meenemen, of alleen de deksel, plat in de koffer. Maar wat een gedoe zou dat zijn. Gelukkig neem je zo'n plaatje tegenwoordig gemakkelijker mee in het geheugen van je telefoon. Die zetten we op het muurtje waarover de foto genomen is. En dan maar kijken of we precies hetzelfde zouden krijgen. Wat een gekkigheid, kun je denken. Maar Polperro ligt natuurlijk niet zomaar even om de hoek. Het is geen puzzel van een plek in Leiden of Amsterdam. Het is een lange reis om er te komen, en zeker met de omweg via Penzance, met de trein en wandelend over de kliffen. Ik pleit er trouwens voor weer meer van dit soort nostalgische puzzels op de markt te brengen, met mooie, gezellige plaatjes, van plekken die echt bestaan, fijn voor lange winteravonden.

In de puzzel.

Nu we de foto's naast elkaar hebben, van de puzzel en van 25 juni 2022, is het een kwestie van vergelijken, van zoek de verschillen. Er liggen andere bootjes, maar op de puzzelfoto liggen ze toch mooier gerangschikt. Op de puzzelfoto is er ook minder wind, waardoor het water blauwer oogt. De hortensia bloeit er al wat langer, en ook alle andere bloemen bloeien uitbundiger. Dat zou betekenen dat het op de puzzel al wat langer zomer is. Er staat een andere plantenbak rechts achter de struik. En ook de haak aan de muur is vervangen. Er zit nog steeds een kattenluik in de deur, de groene verf is eraf geschrapt en alles is in de vernis gezet. En voor wie goede ogen heeft: rechts naast de deur hangt nog steeds een bel met een klepel. En ook het leeuwtje op de hoek van de muur houdt dapper stand.

Het bord met 'The Old Watch House'.

Ondanks dat alles van tevoren zo bedacht was, was het een vreemde gewaarwording om op deze plek te zijn. Alsof het plaatje al die tijd en onveranderlijk zo precies op ons gewacht had. Alsof we écht in de puzzel waren gestapt.

vrijdag 1 juli 2022

Kilometers – South West Coast Path (1)

Het witte huis.

Waar moeten we beginnen, na 207 kilometer van het South West Coast Path? Je kunt het in tien dagen lopen. Er zijn er die 'm helemaal lopen, al die 1014 kilometers (630 mijlen).* Geen gewone kilometers. Want het gaat óp en néér. Klif op, klif af. Paden en trappen. Een trap van 90 treden, of 130. Geen treden zoals je die thuis hebt, maar treden zó groot, dat je, wil je naar beneden, steeds weer eerst je stok moet neerzetten, anders maak je een duik, dan je ene voet kan neerzetten, en dan de andere voet erbij. Voetje voor voetje. Omhooggaan is makkelijker, gaat sneller. En geen trede is gelijk. Dus je moet kijken, blijven kijken, je ogen hebben het druk, je hersenen maken overuren. Helemaal als je over keien moet een stuk. Die kei ligt zo, die zo, die ligt schuin, is glad, of is alleen maar een punt. Dus waar zet je je voet? Net balancerend op die punt, of toch op die steen ervoor? Zal ik dan eerst nog m'n stok neerplanten, of laat ik dat maar even? Zet ik m'n voet op dat stukje grond net tussen die stenen, waar het vlak is, of past m'n voet daar niet, kan ik dan zwikken, omdat m'n schoen blijft haken? Alles in tienden van seconden, je ogen, je hersenen. Constant beslissingen nemen.

Geen gewone kilometers. Simon ('Saimun' op z'n Engels) van B&B The Cottage zei het goed. Je mag ze gerust wel dubbel tellen. Wat het erger maakt, zijn die bordjes onderweg, waarop geen kilometers staan maar mijlen. Die moet je met 1,6 vermenigvuldigen. Je maakt dan sommetjes in je hoofd: 2 1/2 m is 4 km, maar 2 3/4 m, wat is dat? 4,4 km? Die mijlen zijn lang. Er komt geen einde aan. Het is alsof je van Katwijk naar Scheveningen loopt, in de tijd dat er nog kilometerpalen langs het strand staan, eikenhouten palen met een oranje kop met een nummer erop. Bij iedere volgende paal die in het zicht kwam dacht je: nu ben ik er. Maar dan doemde er weer een nieuwe op. Hier zijn het de kliffen waar je omheen moet, óver moet. Bij iedere bocht, ieder klif, denk je, nu komt dat haventje toch wel in zicht, maar om de bocht, over het klif, weer niet, weer geen Polperro, ons einddoel van vandaag. Waar blijft het?

De ferry naar Polruan.

Die middag was het ook nog gaan regenen. Dat is niet erg, als je erop gekleed bent. Het hele begin van de middag gaat het goed. Als we oversteken en de wind steekt op, tussen Fowey en Polruan, begint het te druppelen. We doen onze regenjassen aan. De kleine ferryboot begint al lekker te deinen, schudden, kan je beter zeggen, want de wind komt van opzij. Je ziet de golven ook wat wilder worden in de verte, waar de zee de inham binnenkomt. Behalve ons is er nog een man mee, met een hond. Alle Britten hebben honden, en ze mogen overal naar binnen, in alle pubs, bij iedere ijskraam is er ook doggy ice cream te verkrijgen. Wij houden ons vast en blijven een beetje onder de open stuurhut, waar de schipper staat, wijdbeens, stabiel, de golven komen van opzij, de regen van voren, op het raam, met een ruitenwisser bovenin, daar kijkt hij doorheen. Nat worden we niet, niet van de regen, en ook niet van de golven, er slaat er niet een over de rand. Dat vergt stuurmanskunst.

We gaan aan wal en lopen omhoog, de straatjes van Polruan in, langs de kerk met daarachter de pastorie waar Raynor Winn het manuscript voor The Salt Path schreef. De pastorie is niet te zien, maar hier, door dat hek, in dat steegje, die doorgang naast de kerk, daar moet het zijn, waar ze onderdak vonden, zij en haar man Moth. Hij moet blijven lopen, anders steekt zijn ziekte weer de kop op, corticobasale degeneratie (CBD). Zolang hij blijft lopen, gaat het goed. Zolang hij het Zoutpad blijft lopen. Zo noemen ze het South West Coast Path. Een man wijst ons de weg, daar, bij dat hek, maar het is private property hoor, dat we er niet doorheen gaan.

Het hek dat toegang geeft tot de doorgang naast de kerk.

Terwijl we foto's maken, begint het al wat serieuzer te regenen. We lopen verder. Na Polruan krijgen we eerst struiken, met doorns, stekels. We bukken en tunnelen ons erdoorheen, dekken onze ogen af tegen de takken, met de regenjassen aan voelen we er gelukkig niet veel van, die stekels. 'Tunnelen', we hebben erover gelezen bij Paddy Dillon, in zijn wandelgids voor het South West Coast Path, maar nu maken we het voor het eerst in het echt mee. Hiervoor hadden we eigenlijk alleen nog maar die metershoge varens gehad, met onderaan wat brandnetels. We hebben geen regenbroek aan. Dat hoeft ook niet. Als je sokken maar droog blijven. Daar komt de regen niet, zo laag, tussen die struiken.

'Polperro 5 m'.

Tot we het bordje met 'Polperro 5 m' passeren. 5 mijl, dat is 8 kilometer. Het tunnelen is voorbij. Voor ons zien we alleen nog varens, dicht op elkaar. Eén groene massa. Maar waar is het pad gebleven? Het kan niet weg zijn, toch? Het moet ons naar Polperro brengen. Er is geen andere weg. Het moet er zijn. Waar is het? We duwen de varens opzij. Zoeken. Dan ontdekken we in al dat groen, die zee van varens, heel vaag, een dunne kronkelende streep, een streep die verraadt dat daar ruim anderhalve meter onder ons, daar ergens tussen de planten, op de grond, een pad moet zijn. Een pad met ook nog af en toe een traptrede, merken we nu. Bijna niet te zien. Je moet goed naar beneden kijken, naar de grond, en rustig blijven, langzaam gaan, langzaam. We blijven dicht achter elkaar, en roepen, 'een tree, weer een tree, kijk uit, deze kan je bijna niet zien, hier een stukje naar links, nog een tree', hoog zijn die varens, de onderste bladeren hangen gebogen over het pad, druipend van het water... en dan, binnen vijf minuten, misschien zijn het er maar drie... of is het er één... lopen onze schoenen vol, met het water van de varens. Niet van de regen. Daar hadden we tot nu toe geen last van. Maar wel van de regen die óp de varens gevallen is.

Het is in een mum van tijd gebeurd. Onze voeten staan in het water, in die grote schoenen. We soppen verder, weer een bocht, nog geen Polperro. Vijf mijl, acht kilometer. Nog dat haventje niet, weer een bocht, nog een klif, varens, het pad wordt smal, vlak langs de rand, de afgrond, naar de zee, diep onder ons. Voetje voor voetje gaat het, langzaam, we geven elkaar signalen, 'kijk uit hier, hou je links, tegen de berg, kijk uit, hier is niks', daar moet je een grote stap maken, is de grond weggespoeld, een dun streepje is het pad, tussen de hoge varens, ergens onder ons, een streepje grond.

Dan houdt het op, opeens. Geen varens meer. Zo plotseling als ze er waren, zijn ze ook weer weg. Het pad gaat verder, geklemd tegen de rotswand. Daar komen bomen, is een bospad, wordt het breder, dat geeft hoop dat we vlak bij een dorp zijn. Bredere paden, bankjes, betekenen altijd dat er vaak mensen komen, die een wandelingetje maken, met de hond. Hondendrollen, helemaal goed, dan kan het dorp niet ver meer zijn. Daar, het witte huis, in de verte. Je ziet het, net voor de bocht naar het haventje. Het ligt aan de voorkant voorbij de havenmond, tegen het klif. Het witte huis, het is het eerste wat je ziet als je Polperro in komt. We zijn er! Kilometers, verdubbel ze maar, zei Simon.

*  Zoals die Duitser die we tegenkwamen, in acht weken. Of die vader met z'n zoon van tien en een kat van één. Of die man die geld inzamelde voor de Indische militairen, de Gurkha's, die voor de Britten gevochten hebben.

zondag 12 juni 2022

De tuin (1)

Pioenroos.

De dikformaten die we aan de voorkant hebben, hebben we nu ook achter liggen. Deze klinkers brengen rust in de tuin. En kleur. Want grijs is de hele wereld al. Ze voelen vertrouwd aan, als een oude strandopgang.


Heel blij zijn we met de border, die aan het eind, of aan het begin, het is maar van welke kant je het bekijkt, een verrassend ronde vorm heeft. Je moet maar durven. Zo'n cirkel breekt het terras ook mooi. En omdat de meeste bomen en bloemen ook niet vierkant zijn, versterkt die ronde vorm hun weelderigheid nog extra. Een feest om naar te staren, vanuit de lage stoelen. Een Engelse tuin, bijna.

En wat een bloemen! Het is juni. Terwijl mei toch de bloeimaand genoemd wordt. Maar dan begint het natuurlijk al, dat bloeien. Dat het een lieve lust is. Met de campanula, waarop twee bijen zoemen. De petunia, met al die witte klokken, die zwaar over de pot hangen.

De klokken van de petunia.

Kattenkruid, ik ben de Latijnse naam even kwijt –  katten snuffelen er even aan, gaan er niet in liggen, wat je zou verwachten, of als je de verhalen  moet geloven. Wij krijgen iedere dag een kat op bezoek en die doet dat niet. Hij maakt wel koprollen. Het is een lieverd. Een lapjeskat.

Kattenkruid.

De sering is al een tijdje uitgebloeid, waardoor we heel lang de lucht van geurige zeep om ons heen hadden. Niet normaal meer gewoon. Zelfs de strater viel het op. Een ruwe bonk van een kerel, die daar neus voor heeft. De sering heeft zich overigens wel keurig aan de officiële periode van de bloeimaand gehouden.

Salie, in de overgangsfase tussen rozerood en wit.

Dan de salie, waarvan de bloemen rozerood zijn en daarna wit kleuren, via een officieel gemengd stadium van rozerood en wit. Eetbaar ook natuurlijk, de blaadjes in ieder geval en misschien ook wel de bloemen. De lavendel, die in geen tuin mag ontbreken, vanwege de perfecte kleur van blad en bloem en het oproepen van een compleet zuidelijke leefwereld. En sinds dit jaar, ter nagedachtenis aan Laurenne, hebben we prikneuzen in de tuin, van een onooglijk bosje grijsgroene bladeren uitgegroeid tot een fiere plant met heel veel lichte bloemen. 

Prikneuzen.

Normaal ben ik nooit zo van de planten en de plantennamen geweest. Maar het schijnt de ouderdom te zijn dat je daar voor gaat interesseren. Het is leuk om iedere dag even een rondje langs de border te maken. Als je dan heel oud bent, komt daar een wandelstok bij of een rollator, maar het blijft te overzien.