vrijdag 30 april 2021

Met een draaiorgel van 1100 kilo helemaal uit Leiden gelopen

Koninginnedag 1953.*

Onlangs kreeg ik een leuke reactie van de firma G. Perlee over de foto met het draaiorgel op mijn blog van 3 september 2016. We kunnen die foto nu heel precies dateren: Koninginnedag 1953.** Een orgelman uit Leiden had het draaiorgel voor die dag gehuurd en kwam er met zijn medewerkers helemaal mee naar Katwijk lopen, 'ca. 1100 kg niet-aangedreven of geremd gewicht. Sterke hardwerkende mensen. En dan nog met de hand draaien.'

Op Wikipedia vinden we dat het draaiorgel op de foto in 1918 gebouwd is bij Joseph Bursens in Hoboken (België) en dat het De Vierenvijftig Bursens*** heette, naar het aantal 'toetsen' en de bouwer.**** Het orgel speelde jarenlang in de Amsterdamse Jordaan en is nog altijd eigendom van de familie Perlee. Na 1958 moet het orgel zijn overgeschilderd. Dan beginnen de tv-uitzendingen van Pipo de Clown, van wie een afbeelding op het onderpaneel kwam en die het draaiorgel de naam De Pipo bezorgde. Voor het open gedeelte kwamen twee poppen en op de zijpanelen werd Corry Brokken afgebeeld. 

Hoe het draaiorgel geklonken moet hebben in 1953 horen we hier:


Tot slot nog een foto van het draaiorgel van juli 1945 tijdens de Bevrijdingsfeesten in Amsterdam:

Bevrijdingsfeesten. Kinderen rond het draaiorgel 'De Vierenvijftig Bursens' ofwel
de 'IJskast' van Perlee, later bekend als 'De Pipo'. Juli 1945. Stadsarchief Amsterdam.

Zo'n draaiorgel, je geeft er een draai aan en er gaat een wereld voor je open.

* De oorspronkelijke foto is in zwart-wit.
** Koningin Juliana, regerend vorstin van 1948 tot en met 1980, was op 30 april jarig.
*** Wellicht dat er meer draaiorgels bestonden onder deze naam. Het kan een soort- of typeaanduiding zijn, vanwege de verwijzing naar het aantal 'toetsen'. Hier zien we hoe dat werkt, met die toetsen.
**** De naam Bursens wordt in de digitale archieven meestal als Burssens gespeld. Ik hou hier de naam van de orgelbouwer aan.

maandag 26 april 2021

Korrie Koninklijk!

De uitreiking van de koninklijke onderscheiding in de Pieterskerk te Leiden.*

Vandaag is Korrie Korevaart koninklijk onderscheiden en dat is dik verdiend!

Of zoals de burgemeester het verwoordde: 'Als Korrie Korevaart zich ergens mee bemoeit, gaat ze er helemaal voor. Ze is betrokken, betrouwbaar, enthousiast, creatief en zet zich dag en nacht in. Zo iemand verdient een lintje. En daar is onze koning het helemaal mee eens. Bij Koninklijk Besluit van 23 februari 2021 heeft hij daarom dr. Kornelia Johanna Jannetje Korevaart benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.'

De uitreiking is hier nog eens terug te zien, vanaf 1 uur, 1 minuut en 30 seconden:

Korrie Korevaart studeerde in 1982 cum laude af in Leiden in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en promoveerde daar in de Letteren op 30 mei 2001. In 2004 werd zij secretaris-directeur van de Faculteit der Kunsten van de Universiteit Leiden. Naast haar werk, zat zij onbezoldigd in de redactie van diverse tijdschriften, was zij actief voor de Alumnivereniging van Leidse Neerlandici, was zij secretaris van de Annie Romein-Verschoorlezing (ARV) en voor de werkgroep van de oude begraafplaats Maria Rust van de Historische Vereniging Westelijk Voorne. Binnen en ook buiten de Stichting Terebinth, waar zij vicevoorzitter is, zet zij zich in voor behoud en beheer van funerair erfgoed. Zij is verder sinds 2014 hoog gewaardeerd redactielid van het gelijknamige tijdschrift voor funeraire cultuur. Op de site van de Leidse universiteit wordt uitgebreid verslag gedaan van de grote verdiensten van Korrie Korevaart.


*Met dank aan Bert van der Meij voor het knippen van de screenshots. Bert, die vandaag bevorderd is tot hofleverancier.

maandag 19 april 2021

Braam plukken (4) – 'De Valstrik'

Voor de vierde aflevering van Braam plukken nemen we u mee naar De Valstrik, een uitspanning met speeltuin uit het begin van de twintigste eeuw.

De uitzending is vanaf maandag 19 april de hele week te zien op RTV Katwijk, om 12.00, 18.00 en 21.30 uur, na de sport. Via Ziggo op kanaal 41 of KPN 1385 maar nog makkelijker in het hele land op https://www.rtvkatwijk.nl/live-tv/ op de genoemde tijden. Later komt het programma op YouTube, waar het tot in alle eeuwigheid op ieder moment van de dag jaar in jaar uit te zien is.

Als je dus net bent ingeschakeld, om pakweg tien over zes, ben je nog helemaal op tijd, want het komt na de sport! Wordt het vijf voor halfzeven, dan moet je toch wel klaar gaan zitten. Want het begint opeens, zonder aankondiging, na de reclame.

Veel kijkplezier!

De drie eerdere afleveringen van Braam plukken vindt u op YouTube. Van jong naar oud zijn dat:

aflevering 3:


aflevering 2:

aflevering 1:

zondag 11 april 2021

I

Op m'n bureau van het merk Gazzda – ik zeg het nog maar eens, want ik ben er heel blij mee, niemand heeft zo'n mooi bureau, zelfs de president van Amerika niet – heb ik een presse-papier in de vorm van de letter I. Het lijkt erop dat ik hem speciaal heb laten maken voor op dat bureau. Het is de hoofdletter, zoals je die op een typmachine kan aantreffen. In de computerwereld noem je dat lettertype, dat font, de Courier. Hij is van ijzer. Wat voor ijzer weet ik niet, van welke dichtheid, maar het heeft een zeker gewicht. Waarmee deze 'papierdrukker', zoals de leenvertaling van het voorwerp luidt, de papieren die eronder liggen op hun plaats houdt. Gek dat je zo'n ding altijd met wind en tegenover elkaar openstaande ramen in verband brengt. Van Dale bevestigt dat, al komt deze gedachte voor de beschrijver van het lemma pas op de tweede plaats: 'sierlijk, zwaar stuk glas, marmer enz. om op losse papieren te leggen, teneinde te beletten dat ze door elkaar raken of wegwaaien'. In mijn opinie echter zullen de papieren pas door elkaar raken nadat de stapel is omgevallen of weggegleden of weggewaaid.

Waarom een I, en geen L bijvoorbeeld, of een stevige M? Dat komt omdat deze presse-papier uit het Smalspoormuseum komt, bij het Valkenburgse Meer. Daar lopen rails die vroeger door de Katwijkse Zuidduinen hebben gelopen. Blijkbaar hadden ze van die rails door de duinen wat stukken over. Die ze in stukjes van vijf centimeter hebben gezaagd. Er lag destijds, het zal zo'n drie jaar geleden zijn dat ik zo'n stukje op de kop tikte, een hele bak vol van.

Dat museum met dat stationnetje is leuk, hoor. Ze gaan de rails nu doortrekken om het hele meer heen. Maar zo'n open vlakte haalt het niet bij de indianenbergen in de Zuidduinen waar het spoortje vroeger doorheen liep.

Ik vind hem prachtig, die I, dat stukje rails, met het snijvlak in blank metaal, gepolijst als het ware, en de omtrek zwart, door een dun laagje teer. Ik kijk ernaar en denk: vijf centimeter rails uit de Katwijkse Zuidduinen, vijf centimeter rails waar ik ooit overheen gereden ben.

zondag 4 april 2021

Terwijl de perzik bloeit


En terwijl de perzik bloeit – zo uitbundig herinner ik de boom niet van andere jaren – moet ik denken aan die tuin in Cornwall, waar we thee dronken met Elisabeth – of heette ze Mary? Vierentachtig was ze en ze had alleen fluitje, voor als haar iets overkwam op het langeafstandspad.

Onderweg op het South West Coast Path, tussen Porthcurno en Mousehole – 26 juni 2008.

Soms liepen we met haar op, dan aten we weer eens samen, na een lange wandeldag. Nu dronken we thee. Ze kwam uit Londen, liep haar hele leven al, maar dit zou haar laatste lange wandeling worden, zei ze. Na Cornwall zou ze nog doorlopen naar Devon.


Als ik de tuin in kijk, waarin de perzik bloeit, moet ik ook denken aan het Fife Coastal Path, aan dat strand, die strook met die grote kiezels, met daarachter een muur, van een landgoed. Je kon er nauwelijks lopen, zo groot waren die kiezels.

vrijdag 19 maart 2021

Wat is er mis met nostalgie? Teken de petitie! Het kan nog tot 15 juni!

De Oude Kerk als rederijschuur, begin twintigste eeuw.

In De Katwijksche Post van 21 januari jl. reageerde de heer Venema op een artikel van de heren Van Beelen en De Vink, dat een week eerder verscheen in dezelfde krant. We lichten er hier één dingetje uit.

De heer Venema schrijft dat hij de indruk heeft dat de argumenten om de Christelijke Opleidingsschool te behouden 'sterk samenhangen met de nostalgie van de eigen basisschooltijd. De schrijvers van het artikel van 14 januari blikken terug en constateren dat ze, ruim veertig jaar geleden, op de school een heel goede tijd hebben gehad. Dat is mooi om te lezen.'

Om hier meteen bij aan te sluiten: wat fijn, meneer Venema, dat u zo van dit artikel heeft genoten. Wij genieten nog dagelijks, ook in deze tijd, van dit gebouw aan de Parklaan, een parel van de architectuur van de jaren vijftig. Weet u, meneer Venema, u bent zo iemand die we wel vaker hebben zien langskomen in de geschiedenis van Katwijk. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen het politiebureau aan de Tramstraat en het gast- en weeshuis aan de Voorstraat werden gesloopt. In de jaren negentig, toen de visrokerij van Schaap, in Katwijk beter bekend als De Krul, werd weggesaneerd. Maar ook al aan het begin van de twintigste eeuw hebben we u langs zien komen.

Want weet u, nostalgie, nostalgische gevoelens, als die niet bestaan hadden, als er niet een groepje mensen was opgestaan die de waarde ervan inzag, dan had de Oude Kerk, de Witte of Andreaskerk aan de boulevard van Katwijk, die schitterende kerk aan zee, al bijna een eeuw niet meer bestaan. De Oude Kerk, uit 1460. Gelukkig waren het destijds de kunstschilders die nog enig gevoel hadden, nostalgische gevoelens, of hoe je het noemen wil, gevoel voor cultureel erfgoed, voor architectuur. Want de kerk, vervallen tot rederijschuur, alle Katwijkers kennen het verhaal, zag er niet meer uit! Maar het waren de kunstschilders (mensen van buiten, altijd mensen van buiten, ik zeg het er maar even bij) die de sloop van de Oude Kerk toen hebben tegengehouden.

Wat is er mis met nostalgie? Wat is er mis met kinderen die in een nostalgische en sfeerverhogende omgeving les krijgen? Die hun laptopjes openklappen in sfeervolle lokalen. Wat is daar mis mee? Als de wifi in orde is, is daar helemaal niets mis mee.

U denkt toch niet dat kinderen onder dit gebouw te lijden hebben. Die gaan gewoon naar school, doen hun ding, maken hun huiswerk en geven daarvan acte de présence in de zonovergoten klaslokalen van een prachtig schoolgebouw uit de jaren vijftig.

En het restaureren van de school en gymzaal? Waar een wil is, is een weg! Met de Oude Kerk is het destijds ook gelukt. En daar moest behoorlijk wat aan worden opgeknapt!

Teken de petitie voor het behoud van de Christelijke Opleidingsschool op petities.nl.


zaterdag 13 maart 2021

Wandelen in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Dit keer waren we er bij de Oase in gegaan, in de Amsterdamse Waterleidingduinen (de AW-duinen). Daar heeft de omgeving wat van een Engelse landschapsstijl, maar dat heb ik zelf bedacht. Het is in ieder geval meer aangelegd dan bij de ingang bij het Panneland. Met rechte, diepliggende kanalen voor het water. Water dat nadat het gezuiverd is bij de Amsterdammers uit de kraan komt. Je moet daar niet naar beneden willen, van de kant af, zo steil is het naar die kanalen toe. Dan breek je allebei je benen. En armen.

We wilden nu eens kijken of we helemaal bij zee konden komen. Dat hadden we nog nooit geprobeerd. Maar dan niet via de bestrate hoofdwegen maar langs de kanalen over de paden. Daar lagen heel wat bomen om. Die laten ze liggen. Dat is wel mooi. Alsof het natuur is. Soms was het alsof we weer in de Cotswolds liepen of door een ander mooi gebied in Engeland. Heimwee. Ergens langs het pad zagen we herten met geweien. We liepen er voorzichtig naartoe. Maar hoe dicht we ze ook naderden, ze bleven gewoon dooreten. Mak als een lammetje. Was dit hun natuurlijke gedrag? Er waren ook bomen waarbij je kleine bomen had eromheen van dezelfde soort, netjes in een kring. Waren die uit de zaden ontsproten, die uit de boom in het midden vielen, of via de wortels omhooggegroeid, omgekeerd eigenlijk?


De zee was nog ver. Onderweg kwamen we een huis tegen, midden in de duinen, als in een roman. Het werd niet meer bewoond. Het was vast het huis van een boswachter geweest, of duinwachter. Ik heb het even opgezocht, het was tot 1917 het huis van de waterpompmachinist. De deuren stonden open. Door de voordeur kwam je via een gang gelijk bij de achterdeur, maar ze hadden er een soort straatje van gemaakt, van die gang, met straatsteentjes. Er ging een trap naar boven. In de gang was ook een dichte deur en als je van buiten door het raam in die ruimte keek, een soort woonkamer, zag je een tafel met allemaal koffiebekertjes. Het huis was gedegradeerd tot een keet voor de werkers in de duinen. Je kon dat ook omdraaien en zeggen dat de werkers in de duinen wel een heel luxe keet hadden als ze in dat huis hun pauzes hadden. Als je erdoorheen keek, en dat kon letterlijk bij dit huis, vanwege die voor- en achterdeur die altijd openstonden, kon het best een leuk optrekje worden om in te wonen. Boodschappen deed je dan in Vogelenzang of Zandvoort of deftiger, Aerdenhout, waar je Dieuwertje Blok kan tegenkomen bij de Albert Heijn. Heb ik eens gehoord. Dan is je dag gelijk goed. Dan kom je terug in je huisje in de duinen en zeg je tegen je vrouw: 'Weet je wie ik nu weer zag, in de supermarkt?' En dan zeg je die en die en sluit je af met de woorden: 'Er wonen hier allemaal mensen die we kennen in de buurt.' Zodat je je nooit eenzaam zou hoeven voelen in dat huis in de duinen.

Al pratend waren we bijna bij de zee. We zagen dat we een hoge duin over moesten bij de zeereep. Het huis lag dus ook nog eris goed beschermd tegen stormvloeden. Voor we bij de zee waren, moesten we eerst nog een klaphekje door, om de wilde beesten niet te laten ontsnappen, en hé, wat was dat? Het fietspad dat we wel eens gereden hadden. Tussen Langevelder Slag en Zandvoort. Bijzonder om dat te passeren. Toen we bij de zee geweest waren, moesten we nog helemaal terug. We wilden wel een gewei vinden. Maar dan moest je in de broedtijd zijn, zei mijn vrouw. Ze bedoelde natuurlijk de bronsttijd. Ik zag dat al voor me, al die eieren met kleine donzige hertjes erin, bamby-eitjes. En als ze dan uitgekomen waren, die eieren, dat ze dan meteen konden lopen, tussen het gras, en dat je op moest passen dat je niet op ze stapte, zo klein waren ze. Reigers en buizerds vormden ook een gevaar voor die net uitgebroede hertjes. Ze slokten ze zo naar binnen.

donderdag 25 februari 2021

Vliegeren op zee


Zaterdag was ik in Rockanje. Met Korrie liep ik over het strand. Wat een vliegers in de verte en wat waren er veel ver op zee. Die werden dan zeker achter een bootje aan getrokken? Er vloog een vliegtuig over. Later kwam het nog eens over. Het was niet hetzelfde vliegtuig als we tussendoor hadden gezien. Dat was een modelvliegtuig. Hier zaten mensen in. Maar wat ging-ie laag. We vroegen het een kitesurfer, die onder z'n surfplank een vin aan het monteren was met daaraan vast iets wat de vorm had van een modelvliegtuig. We vroegen waar het voor was. Dan kon je boven het water met je surfplank. Hij vertelde dat het vliegtuig met de mensen erin van de reddingsbrigade was, om te kijken of er niet iemand aan het verdrinken was. We zagen nu ook een reddingsboot van de K.N.R.M.* Dat stond in grote letters op de zijkant. Hij voer langzaam heen en weer tussen de kitesurfers. Opeens hadden we het door, al die vliegers die we zo ver op zee hadden gezien. Het waren er wel zeventig. We zagen nu ook van die kitesurfers met een modelvliegtuig onder hun surfplank, want die kwamen boven het water uit. Een gek gezicht. Ze gingen veel sneller dan de rest. Ik heb het even opgezocht, het heet hydrofoilen. En zo'n ding heet een hydrofoil. Daarmee kun je ook met weinig wind kitesurfen. Dat is het idee.


* Voluit: Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Drie letters hadden voldoende geweest, want de laatste twee woorden schrijf je in het Nederlands al heel lang als een samenstelling, met of zonder tussen-s: redding(s)maatschappij.

zaterdag 20 februari 2021

Het veldje in de duinen


Dit is het veldje in de duinen waar we altijd zaten. Op de plaid. Met koffie of thee voor m'n ouders in de thermoskan, limonade voor ons, de kinderen. Of Sisi, maar die flessen konden ontploffen. Dus ik denk toch limonade. En froufrous. Toffees van Verkade. Topdrop. En pelpinda's. Altijd pelpinda's, van de groenteboer. M'n tante en oom en de kinderen gingen ook wel eens mee. Zij hadden dan ook een plaid en ook allerlei lekkers. Dit is het veldje in de duinen waar we jokari speelden – wij noemden dat 'ballenklappen' – met een balletje aan een elastiek van een meter of vier, dat vastzat aan een blok hout met een gat om het balletje in op te bergen.* Als je tegen elkaar speelde omspande je met de bats – de 'ballenklappers' – dus zo'n meter of acht. Ook scheerden we met een frisbee. Die kwam soms buiten het veldje terecht. In een ander veldje. Dan moest je het pad over of de rails die daar lag van het treintje dat er reed. Soms hadden we ook een bal en een vlieger of gingen we badmintonnen. De veldjes lagen lekker beschut tegen de wind. We hadden ook een keer een spel mee met een houten hamer waarmee je een bal door poortjes moest slaan. Het heet met een deftig woord croquet. Maar het gras van het veldje was daar te hobbelig voor. De bal ging alle kanten op. Croquet komt van het Franse woord crochet, al associeerde je de vorm van de hamerkop gemakkelijk met een kroket. Een keer speelden we ook een spel dat lijkt op het Baskische pelote, waarbij je een bal moest vangen in een halfrond vangding. Het vangding was zwart en de bal was wit met gaten erin. Tegenwoordig bestaat het spel ook in een wat kleurrijker uitvoering. Dit is het veldje in de duinen, net voorbij het draaihek. We zaten daar altijd een beetje in de hoek, in de zon en uit de wind, op de plek waar ze nu die doornige struiken hebben neergeplant. Waarom?

* Preciezer beschreven stak er uit het blok recht omhoog een metalen veer van een centimeter of 15. Daaraan zat het elastiek. Als het balletje in het gat was opgeborgen werd de veer daaroverheen gebogen met het uiteinde in een gat. Het elastiek werd om het blok gewikkeld. Zo bleef alles op z'n plek.

woensdag 10 februari 2021

Sokken van Lappen

Deze sokken kreeg ik zondag van Wilma. Ze zijn gemaakt door Lappen, bij wie ze in 2015 op bezoek was. Tegenwoordig noem je die mensen Samen of Sami. Ze leven altijd in de sneeuw. Je moet er niet aan denken. Dezelfde sokken als m'n oma breide. Ik ben er heel blij mee, want ze zijn lekker warm en zitten helemaal goed.

woensdag 3 februari 2021

Akenfield. Portret van een Engels dorp

Het is wel even doorbijten, ik heb er denk ik wel twee, drie jaar over gedaan, met tussenpozen, iedere dag een kapitteltje. Maar ik heb ervan genoten, de verhalen van de smid, de dorpsdokter, de medewerker van een fruitkweker, de paardenman, de gepensioneerd wijkverpleegkundige, de boerin en voorzitter van de Vereniging voor Plattelandsvrouwen, de dichter, want die heb je ook in een dorp, het hoofd van de parochiale geestelijkheid (anglicaans), de klokkenluider en torenwachter, de schaapherder, de smidsjongen, de ploeger, de onderwijzeres, de magistraat en voorzitter van de rechtbank, de tuinman, de wagenmaker. Alle mensen uit het dorp komen aan het woord, systematisch, stuk voor stuk leggen ze hun getuigenis af, over hoe het leven is, in het dorp, op de grens van, de overgang naar de nieuwe tijd. Een waar tijdsdocument. En ik kan het iedereen aanraden het te lezen. Langzaam, iedere dag een kapitteltje, zoals ik al zei, om het tot je door te laten dringen, in wat voor tijd wij leven.

De flaptekst: In Akenfield vertelt Ronald Blythe het verhaal van een klein dorp in het zuidoosten van Engeland. Het hele dorp komt aan het woord: gedurende de winter van 1966-'67 interviewde Blythe de smid, de leraar, de agent, de rechter, de fruitplukkers en priesters over religie, landbouw, onderwijs, welzijn, het leven en de dood. Het levert niet alleen een ontroerend en volledig portret van het dorp op, maar ook van een periode niet eens zo heel lang geleden, en toch bijna onvoorstelbaar in onze digitale wereld.

woensdag 27 januari 2021

Teken de petitie! Stop de sloop! Maak monument van Christelijke Opleidingsschool!

Deze week in De Katwijksche Post:

Enkele Katwijkers, onder wie Adri van Beelen en Leendert de Vink, zijn een petitie gestart om te voorkomen dat het gebouw van de Christelijke Opleidingsschool verdwijnt. Het schoolbestuur heeft plannen het gebouw en de naastgelegen gymzaal aan de Parklaan in Katwijk aan Zee af te breken omdat het niet meer zou voldoen aan de eisen van deze tijd. Daarom wil het bestuur voorkomen dat het de status van gemeentelijk monument krijgt.

Er is al genoeg afgebroken, vinden de starters van de petitie. 'Er is al genoeg uit de Katwijkse geschiedenis verloren gegaan,' zegt Van Beelen. 'Ook van na de Tweede Wereldoorlog: laten we nog iets van de architectuur uit de naoorlogse periode van de wederopbouw redden en restaureren. Daarom moet de Christelijke Opleidingsschool blijven staan en worden beschermd als gemeentelijk monument.'

Zoals een van de ondertekenaars het zegt: 'Je kunt het maar één keer verkeerd doen.'

'Er moeten andere oplossingen voor sloop en nieuwbouw voorhanden zijn,' voegt Leendert de Vink eraan toe. 'Als het schoolbestuur samen met de gemeente de handen ineenslaan, komen er zeker andere oplossingen dan het slopen van dit unieke gebouw.'

Van Beelen, De Vink en anderen doen een beroep op de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk om zich in te zetten voor het behoud van het bijzondere gebouw. Van Beelen: 'Laten we niet opnieuw de fout maken een karakteristiek gebouw te slopen en daarvan achteraf spijt hebben. Dus laat dit schitterende pand ongemoeid en zoek naar andere oplossingen. Laat de Christelijke Opleidingsschool niet verloren gaan!'

Iedereen die wil dat het gebouw een gemeentelijk monument wordt, wordt opgeroepen om de petitie te tekenen op petities.nl.


Een Katwijkse jongere: 'De mensen die deze school willen afbreken, zijn behoorlijk de weg kwijt.'


'Ieder historisch gebouw zegt niet alleen iets over het verleden, maar ook over onze beschaving, over de context waarin we leven.' (Geert Mak, Reizen zonder John, Amsterdam/Antwerpen 2012, p. 211)