Als het lente is, lees ik een krant op een terras en drink een latte uit een glas. Of om het even een boek met een cappuccino of een dubbele espresso. Maar dat kan ook als het zomer is. 's Winters ga je binnen zitten.
vrijdag 24 augustus 2018
Op de foto – Volendam (5)
maandag 20 augustus 2018
Binnenkijken bij fotostudio Zwarthoed – Volendam (4)
Ondertussen aan de overkant van Hotel Spaander...
Je staat zomaar niet op de foto, bij foto Zwarthoed.
vrijdag 17 augustus 2018
zondag 12 augustus 2018
In de etalage – Volendam (3)
'Kijk, Gerard Joling, en daar, een nog jonge André Hazes. En Jan Smit en Jan Keizer. Wat een volk.'
'Maar die komen hiervandaan, die Jan Smit en Jan Keizer. Die zijn het gewend er zo bij te lopen.'
'Hé kijk, André van Duin houdt dezelfde accordeon vast als ik.'
zaterdag 28 juli 2018
Een schilderij uit Parijs
Laatst bij de verhuizing kwam dat schilderij weer tevoorschijn, dat ik toen op de Place du Tertre heb laten schilderen. Je hangt dat niet op. Nooit. Dus heb ik het maar uit de lijst gehaald en opgerold. Scheelt een hoop ruimte.
maandag 23 juli 2018
Naar Parijs – even de Voorstraat uit
![]() |
| Avenue des Champs Élysées. |
Het was de tijd (de tijd dat je 's nachts na het stappen om warme gevulde koeken ging bij Den Dulk, de tijd dat je uren in de rij stond bij het VVV-kantoortje onder aan de vuurtoren voor een kaartje voor de Stones, of voor Bowie; internet bestond niet en als je een brief moest tikken pakte je een typmachine, die tijd dus, van een krant en een vaste telefoon, aan de muur, met een draad, van de telefoon naar de muur) dat je voor het eerst naar Parijs ging. In een hip jasje met daaronder een T-shirt van The Cure. Met de nachttrein, die er wel acht uur over deed en langs al die Belgische en Noord-Franse stations kwam – Mons, St Quentin, Aulnoye –, waar iedereen in de gangpaden over elkaar heen lag. Midden in de nacht, bij de grens met Frankrijk, stond de trein ergens – het leek wel een rangeerterrein – heel lang stil en kwamen de grenswachten en gendarmes binnen, met kepies en norse gezichten en grote honden. Iedereen wakker maken, op zoek naar verdovende middelen. Maar die hadden wij zo goed verpakt dat ze niets roken. Teleurgesteld verlieten kepies en honden de trein. Je kon er jaren voor in de cel komen. Dus het was bloedlink. Ja, je deed wel meer domme dingen toen je jong was.
![]() |
| Bois de Boulogne. |
Ach ja. Alles in je leven bepaalt uiteindelijk wie je bent en wie je worden zal. Het kan alle kanten uit. En het duurt even voordat je je draai gevonden hebt. Het beste is als je die draai nooit helemaal vindt. Dan blijft het leven één lange ontdekkingstocht.
![]() |
| Tour Eiffel. |
woensdag 18 juli 2018
'Ons prinsesje' – De Voorstraat (17)
Aan het begin van de Hogeweg, alias de Heilige Berg, staat het huis met de naam 'Ons prinsesje'. Het werd in 1902 in opdracht van Jan Toorop ontworpen door architect Hendrik Jesse. Willem Wassenaar, een leerling van Toorop, ging er wonen.*
![]() |
| Jan Toorop. |
De naam 'Ons prinsesje' kreeg het huis pas in 1909. Hiermee is Juliana bedoeld, die in dat jaar op 30 april het levenslicht zag. Een prinsesje waar lang naar uitgezien was, omdat zij het koningshuis moest redden.
![]() |
| Prinses Juliana met koningin Wilhelmina in 1914. |
* Joyce Hoogeveen-Brink, H.J. Jesse, architect 1860-1943. Rotterdam, 1997, p. 40.
vrijdag 13 juli 2018
De Heilige Berg – De Voorstraat (16)
Dit is 'de Heilige Berg'. Zo genoemd om de dominees en de huisartsen die er woonden (en wonen). In de ogen van de Katwijkers waren (zijn) dat natuurlijk heiligen. In ieder geval halve heiligen.* Of dat nog zo is, weet ik niet.
De Heilige Berg is de bijnaam voor de Hogeweg, die aan het einde van de Voorstraat parallel daaraan als een ventweg omhoogloopt en voorbij de splitsing met de Zeeweg weer omlaag gaat.
* Huisartsen en dominees beschikken immers over lichaam en geest. Er woonden (en wonen) ook notarissen, aannemers, architecten en andere notabelen. Katwijkers zeggen notabélen.
woensdag 11 juli 2018
Tandarts Mast – De Voorstraat (15)
Naast bakker Den Dulk,* aan de andere kant van het plantsoen, zat tandarts Mast. Dat was een deftig huis met een hoge hal. De hal was achter de voordeur die wat meer naar achteren lag rechts naast het huis, nogal verstopt. Op de foto hierboven achter de rechterboom. Later verhuisde de tandarts naar de Boulevard, naar een van de witte huizen bij de vuurtoren.** Als je in de tandartsstoel zat, keek je zo op zee. Als je er de kans voor kreeg. Ik weet nog dat ik daar iedere twee weken voor mijn beugel heen moest. Mijn moeder ging dan met me mee. De tandarts bewoog dan even met zijn hand, waaraan een tangetje vastzat waarmee de metaaldraadjes van mijn beugel verbogen werden, en klaar was hij. Het klusje duurde ongeveer een minuut. 20 gulden betaalde mijn moeder daarvoor. Iedere keer weer. Het kan ook 12 gulden geweest zijn, laat ik niet overdrijven, in ieder geval een heel bedrag in de tijd dat een huis op de Boulevard nog een ton kostte. Ik weet niet precies meer hoe oud ik was, toen ik voor mijn beugel langs moest, ik ben van 1961, maar ik weet nog wel dat het een enorme beul was, tandarts Mast. Van schrik heb ik hem een keer, toen ik mijn mond niet ver genoeg opendeed, dat zal het geweest zijn, denk ik, een klap in zijn gezicht gegeven.*** Daarna hoefde ik nooit meer terug te komen.****
* Van de slogan 'Wie heeft zulk, alleen T. den Dulk'.
** Officieel horen deze huizen niet wit te zijn, zoals het huidige appartementencomplexje Seinpost op de hoek Boulevard-Seinpoststraat.
*** Misschien dat ik een jaar of negen geweest ben toen het gebeurde plaatsvond, en ik denk dat die klap meer een afwerende duw geweest is.
**** Met mijn tanden die scheef stonden, is het vanzelf goed gekomen.
zaterdag 16 juni 2018
Over azulejo's
Echt iedereen gaat naar de Algarve tegenwoordig. Voor wíj gingen, moest ik nog naar de kapper. Ik ga nog steeds naar dezelfde kapper, in Leiden. Deze had net de haren uit mijn oren gebrand* – mijn oren gloeiden nog na en het rook naar verschroeid haar – toen ik in de spiegel mijn collega Sufyan zag langslopen. Een vreemde gewaarwording. Sufyan zie ik nooit bij de kapper, ik wist niet dat hij bij dezelfde kapper kwam als ik, maar het was wel nodig, want hij had een flinke, verwilderde bos haar. Zo had ik hem nog nooit gezien. Daarbij was hij ook een stuk bruiner geworden. Daarom riep ik: 'Ben je weer aan het graven geweest, in een ver land?' Hij is namelijk archeoloog en gaat wel eens in de grond zoeken in Oman. Of die contreien.
'Nee, ik kom net terug uit de Algarve, voor vakantie.' Hij wisselde een paar woorden met de kapper, toen hij zijn telefoon tevoorschijn haalde. 'Kijk, hier.'
Hij liet een kaart in Google Maps zien. Morenos, daar had hij gezeten. 'Maar dat is vlak bij waar wij naartoe gaan, iets onder Santa Catarina en boven Moncarapacho.'
'Er is een fabriekje waar ze azulejo's maken.' Hij liet me een filmpje zien.
'O, gaaf, dat wil ik ook wel zien. Hoe heet het? Waar is het?'
'In Morenos. En je moet ook naar Alcoutim. En dan met een boot naar de overkant, naar Sanlúcar, dan zit je in Spanje. Daar is een kasteel. Op een berg.' Je stak dan de Guadiana over, de grensrivier.'
'Wacht, ik schrijf het op. Morenos tegelfabriek en Alcoutim. Bedankt voor de tips. Leuk!'
Met een geknipt hoofd verliet ik de zaak.
Thuis vertelde ik dat ik Sufyan was tegengekomen, die ook in de Algarve was geweest. Iedereen ging tegenwoordig naar de Algarve. En dat we naar dat tegelfabriekje moesten en naar Alcoutim en dat kasteel. Dat was nog vóór Adri ons vertelde dat de twee hoofdpersonen in zijn boek Verborgen daar een rol spelen, in Alcoutim.
Alcoutim was uiteindelijk gemakkelijk te vinden, maar dat tegelfabriekje in Morenos... Als we inzoomden op de naam, kwam er verder niets in beeld dan alleen die naam en een bergweg en zoomde je nog verder in in Google Maps, dan had je alleen nog die bergweg en was er van de naam niets meer over. Die loste op. Er was daar helemaal niets, net schuin boven onze quinta waar we logeerden. Maar Sufyan had het wel aangewezen op zijn telefoon. En het leek zo dichtbij. Een stukje over de N398 omhoog naar Santa Catarina, dan naar rechts over de N270, en dan de derde weg links, de M513-1. Die bergweg.
Het leek ons beter om zelf maar een fabriekje te zoeken. En dat lukte. Met wat googelen, op 'azulejo' en 'Algarve' en nog zo wat trefwoorden, vonden we er eentje vlakbij. Een fabriekje, een werkplaats, kun je beter zeggen. Want het gaat wel aan de lopende band, maar niet letterlijk. Zo zouden we later zien. Vanaf de quinta moesten we rechtsaf de weg omhoog – die kant waren we nog nooit geweest, terwijl we nu al voor de tweede keer hier waren – en dan nog een paar bochten en in een kwartiertje waren we er. We reden het terrein op en werden vriendelijk verwelkomd door de eigenaar van Terracota do Algarve. We mochten overal kijken, in de showroom en in de werkplaats. Maar wat een baan! Je zal hier werken! Niet iets om jaloers op te zijn. De ter plekke gewonnen rode klei wordt in een vormen gedaan op asbestplaatjes en daarna glad gestreken en dat doen die mensen dan de hele dag door. De plaatjes met de kleitegels worden ongeveer vijf dagen te drogen gelegd in rekken waarna ze gebakken worden. Hier volgen twee filmpjes over hoe die mensen aan het werk zijn.
Toen we weggingen, werden we weer vriendelijk uitgeleide gedaan door de eigenaar, die ons nog vertelde dat juist een week geleden de Nederlandse televisie was langs geweest. Hoe toevallig. Daarvoor moesten we maar even naar hun Facebookpagina gaan, die van Terracota do Algarve. Het was voor het programma Droomhuis gezocht, gepresenteerd door Sybrand Niessen. Wij zochten daar trouwens ook nog een droomhuis, in Olhao bijvoorbeeld, een leuk appartement om af en toe eens naartoe te gaan.
* Dat doet hij met een stokje met een dot watten erom gedraaid, die hij met spiritus of wasbenzine doordrenkt, aansteekt en tegen je oren slaat.
zaterdag 2 juni 2018
Rog
‘Hoe vind je dat nou? Dat wij ook naar die quinta gaan. Die foto van de kip heeft de doorslag gegeven voor Ineke.’
Adri appte mij een Katwijks zinnetje met een achteraan geplaatst bijwoord en of we dit soort grammaticaliteiten ook in het woordenboek opnamen en van het een kwam het ander. Ik stuurde een foto van een kip in de keuken met de mededeling dat we op de quinta zaten maar dat dat niks gaf.
Uurtje later hadden ze geboekt.
‘Wat leuk! Jammer dat wij dan alweer weg zijn.’ We hadden het over dat paleis in Estoi, hier vlakbij, en dat we aan de vis zaten in Tavira. Dorade en tonijn.
‘Tavira speelt ook een rol in mijn boek Verborgen en Estoi ook,’ appt Adri terug.
‘Die verse knoflook op de vis is zó lekker,’ zegt Wilma. ‘Wat zou dat groene spul zijn?’
‘Peterselie?’
‘Maar hoe vind je dat nou? Datte we ook die kant uitgaan?’
Ik vertelde alvast wat over de compound.
‘Mag je ook vijgen plukken?’
‘Ja, mag allemaal. We vinden het helemaal maf en leuk natuurlijk. Dat jullie deze kant op komen. Kunnen we na afloop, als we terug zijn allemaal, een avondje Quinta Corcunda met z’n vieren houden.’ Soort dia-avondje van vroeger.
Wilma poseert voor de veel te grote Citroën C-elysée die we gehuurd hebben. Gaat ook op de app.
‘Zo, blitse kar!’
‘Ja, we gaan ’m wel ruilen hoor. Te groot en te log met optrekken. Liever zo’n pittige Seat Ibiza.’
‘Staat de caravan rustig genoeg om lekker te schrijven?’ vraagt Adri.
‘Ja, helemaal apart. Een schrijvershut.’
Het is gezellig. Met een gezamenlijk reisdoel heb je veel te appen. In Fuseta, je mag het ook met een z schrijven, vanaf hier rechtdoor óver de kruising met de kustweg heen, daar kun je de lekkerste vis eten. We sturen een filmpje met daaronder: ‘In afwachting van de vis.’
Casa Corvo, en niet dat terras er vlak naast, daar moet je wezen. Daar zit het vol en staan de mensen in de rij, terwijl er op de andere terrassen nog ruim plek is. The winner takes it all. De ober die ons de eerste dag helpt heeft van die oud-Hollandse grapjes, dan tikt-ie je van achteren aan op je rechterschouder, knipoogt ondertussen naar je vrouw aan de overkant van de tafel en zet dan links van je de karaf met wijn neer. We eten zeebaars en zwaardvis. Giga vissen.
‘Mùrrege een rog. Die ben zòò gròòt. Mì-se twieje ete we die dan. Op.’
‘Rog, dat is mijn bijnaam. Van Beelen: hij is-t’r ien van de rog. Of van ’t rogje. Met De Vink hoefde dat niet. Ook niet met Grunstra.’*
‘Die mot je dan ààgelijk wel ete, de femilie indachtig.’
‘Ja,’ appt Adri, ‘dan moet ik in het Portugees om “um raio” vragen.’
‘Dat is goed, dat je dat zegt,’ app ik terug, ‘want we zagen net al een Duitse mevrouw vragen aan een tafel met Portugezen en ze kreeg in het Engels te horen dat die vis op tafel op een sole leek, een tong, maar dat is alleen hoe die zwemt over de grond. Raio onthouden we.’
‘Eu gostaria de comer um raio: ik zou graag een rog eten,’ appt Adri.
‘As ik maar uit m’n woorden kom. We schrijven het op.’
‘Gek, meestal eet je die van oktober tot en met december. Maar dat is in Nederland. In Portugal is het vast anders. En er zijn zo’n 450 verschillende soorten rog, dus je ken nog effe vooruit.’
Adri weet veel. Een wandelende encyclopedie. Hij krijgt gelijk. De volgende dag lees ik m’n briefje op.
* De bijnaam Rog is nodig om de vele families Van Beelen (en Van Beele) die er in Katwijk zijn, uit elkaar te houden. Het is een functionele bijnaam. Zie hierover Leendert de Vink, Aan boord van een Katwijksche bomschuit in de achttiende eeuw. Het handschrift van Leendert Buijsertszoon van der Plas. Leiden 2012, pagina 11.
dinsdag 29 mei 2018
Dag lieve kip
Och kip, zondagmiddag toen je op de mat zat hebben we samen nog naar die mooie pianomuziek geluisterd. Pikte je af en toe nog een graantje. Verder zat je een beetje voor je uit te suffen, je ogen op een kier. Had je ooit wel eens zulke mooie muziek gehoord? Samen met je zus, of vriendin?
Iedere dag weer, we zaten nog aan de koffie of daar kwamen jullie al aangelopen. Voor de haver. Voor de gezelligheid. Lieve kip, lieve kippen. Tòòòk tok tok tok tok, tòòòk tok tok tok tok. Eén keer hadden wij nog niet opengedaan, waren wij een tikje laat en was het tik tik tik, tegen de deur. Zo uit het kippenhok, de eerste gang. Uitgebreide begroetingen iedere dag. Met diepe buigingen, van jullie en van onze kant: tòòòk tok tok tok tok, tòòòk tok tok tok tok!
Maar met jou, lieve kip op de mat, ging het niet zo meer. Je zat daar wat versuft. Pikte nog een graantje. Maar niet zoveel als je zus, of je vriendin, die vandaag alleen over was.
Heb je ooit wel eens zulke mooie muziek gehoord? Lieve kip? Op de laatste dag dat je bij ons was. In de keuken, op de mat.
vrijdag 25 mei 2018
Liedje van een blinde Italiaan
Dat liedje van die blinde Italiaan, hoe heet-ie ook alweer, Andrea Bocelli, zit al een week in m'n kop. Gek word ik ervan. Ik had er nooit naar moeten luisteren. Ze zeggen dat je het alleen maar uit je hoofd krijgt als je het nog een keer afspeelt. Dat je het dan weer helemaal opnieuw beleefd allemaal en dat je het dan kwijt bent. Daar is onderzoek naar gedaan. Moet ik dat dan maar doen?
Abonneren op:
Posts (Atom)


























