dinsdag 29 november 2016

Tynjetaler – Mooi Friesland (3)

Friese tynjetaler, normaal met grote gaten, hier door de verpakking wat verfrommeld.

En een tynjetaler, da's gewoon een emmentaler uit Tynje. Zo eenvoudig is dat. Alleen, in Tynje zijn geen dalen. Maar... in Emmen ook niet.

De tynjetaler wordt exclusief gemaakt bij kaasboerderij De Gelder, in Tynje.*

* Tynje is hier op z'n Fries gespeld. In het Nederlands is het Tijnje, maar de uitspraak blijft 'tienje'.

donderdag 17 november 2016

Beelden van Gerard Brouwer – Overzichtstentoonstelling in het DunaAtelier

Gerard Brouwer: 'Een beeld waar muziek in zit.'

Ooit wel eens zoveel hartverwarmende beelden bij elkaar gezien? Kom dan deze winter naar de overzichtstentoonstelling van Gerard Brouwer in het DunaAtelier in Katwijk.

Op de tentoonstelling wordt ook zijn meest recente werk 'Maatjes' getoond. Een beeld waarvan hij hoopt dat het binnenkort levensgroot op de Boulevard wordt geplaatst.

Gerard Brouwer met 'Maatjes'.

Uit het persbericht: Galeriehouder Jan van Munster van Smelik & Stokking Galleries (Amsterdam en Den Haag) noemt Gerard Brouwer getalenteerd, hardwerkend, professioneel en bovenal ongelofelijk aardig. 'Dat zie je terug in zijn beelden,' zegt hij. 'Het is niet voor niets, dat veel van zijn werken terug te vinden zijn in de publieke ruimte. Allemansvrienden zijn het, in de goede zin van het woord. Zijn haringeters, zijn dartele koeien, een kalm grazende kudde, het bloemenmeisje, het zijn allemaal beelden die getuigen van een hartverwarmende eenvoud die velen tot de verbeelding spreekt en wordt gewaardeerd.'

De tentoonstelling in het DunaAtelier is te bezoeken van 27 november tot en met 5 maart 2017, op vrijdag, zaterdag en zondag van 14.00 tot 16.00 uur, met uitzondering van 25 december en 1 januari.
Het DunaAtelier is gelegen aan de Boulevard 73 in Katwijk. Parkeren kan in de ondergrondse parkeergarage aan de Boulevard, uitgang Voorstraat.

Meer beelden van Gerard Brouwer vindt u onder deze knop.

maandag 7 november 2016

Een plein in Venetië (1)


Dit is het plein tegenover waar we logeerden in Venetië. Een plein dat ook in Parijs had kunnen zijn. Bankjes, boompjes, oude mensen, jonge stelletjes, kinderen die eromheen spelen. Soms ook helemaal leeg. En als de zon in de avond zakt, nog warm in de schaduw.

zaterdag 5 november 2016

De taartjes van Venetië


Het begon met broodjes. Omdat het tijd werd voor een broodje. En we daar toevallig liepen. Want je kan overal lopen in Venetië.*


Op het pleintje waar we toevallig liepen, de Campo San Luca, kwamen heel veel straatjes uit, met heel veel hoeken – elk straatje heeft twee hoeken, dus ga maar na –, en op een van die hoeken zat een bakker. Ik moet zeggen: een patissier.


Want we kwamen voor de broodjes en gingen er vervolgens elke dag een gebakje eten.


Want ze hadden er vooral heel veel gebakjes, heel veel verschillende gebakjes ook vooral. Dat deden de Venetianen ook, zagen we, gebakjes eten, dus deden wij dat ook. Een toerist wil toch zo veel mogelijk niet toerist zijn en doen wat de autochtone bevolking doet. Pas dan word je helemaal een met de plek die je bezoekt, ben je los van waar je vandaan komt. Tenminste, dat denk je. Want de autochtone bevolking zal je altijd blijven herkennen, als toerist.


De broodjes kwamen om elf uur, ruim voor lunchtijd, als er aan de rechterkant van het buffet ruimte ontstond naast de gebakjes, de gebakjes daar een beetje op raakten. Als de broodjes dan weer op waren, zou de ruimte weer gevuld worden met gebakjes. Enzovoorts, enzovoorts, dag in, dag uit. Maar nu lagen er melkwitte boterhammen,** sandwiches, met van alles en nog wat ertussen en pistolets met lekker veel zaden erbovenop en pompoenpitten. Wij kozen voor de pistolets. Een mooie zaak, Marchini Time, met een lang buffet, waar iedereen even staand een kop koffie met wat erbij neemt.

* Lopen en verdwalen. De eerste dag zijn we ook echt verdwaald, omdat we terug de Rialtobrug genomen hadden, terwijl we dat heen niet hadden gedaan. Dan gaat het mis. Om eruit te komen, uit onze dwaling, moesten we de brug weer opnieuw nemen, maar nu de andere kant op dan dat we haar terug genomen hadden. Dan zouden we weer in onze uitgangspositie komen en konden we de brug vervolgens negeren, er niet meer overheen gaan, net als we op de heenweg hadden gedaan, en kwamen we weer op de goede weg. Verdwalen hoort bij Venetië, door die straatjes die alle kanten op gaan. Al kun je nooit helemaal echt verdwalen, omdat het eiland is en je er niet af kan.
** Ik zeg melkwit, maar ze waren bijna geel, die boterhammen, als brioches. Het is jammer dat ik er geen foto's van heb.

dinsdag 1 november 2016

De taartdoos van Venetië

Het dogepaleis met links de campanile en het San Marcoplein.

Het dogepaleis, van wie weet hoelang al geleden, dat ontwerp, als een strakke taartdoos, gebaksdoos. Niet helemaal wit of met het logo van de bakker, maar met een eenvoudig patroontje op de buitenkant. Tijdloos ontwerp dat nooit verveelt. Italiaans design in z'n vroegste vorm.

zaterdag 29 oktober 2016

Venetië in de verte

Venetië, gezien vanaf de brug tussen Burano en Mazzorbo. 11 oktober 2016.

Zo is het maar een streepje. Een rafelrandje. Zo'n randje wat je wel eens ziet boven aan de binnenkant van je kopje wanneer je je koffie op hebt.* De verzonken stad met z'n torens. Een streepje dat almaar dunner wordt, als je maar wacht... misschien nog een eeuw, twee eeuwen...

*Zo'n rafelrandje, ik heb het ook wel eens gehad in het ziekenhuis, toen ik omhoogkeek uit m'n bed, met m'n ogen half dicht, net boven het prikbord, de overgang van het schilderwerk van de muur naar een geverfde houten rand, noem het een lambrizering, ooit scherp gesneden door de schilder, maar dat ik in die overgang, die rafelrand, wat zal het geweest zijn, twee millimeter, toch een hele horizon zag, van dorpjes met kerktorens en daartussendoor het vlakke weiland met hier en daar een boom of struik.

zaterdag 8 oktober 2016

Albert Verwey, Willem Kloos en Frederik van Eeden – Op het schrijversstrand (13)

Frederik van Eeden, Gezicht op Katwijk. Olieverf, doek op paneel, 23 x 31,6 cm.
Drents Museum, inv./cat.nr S 329.

In de zomer van 1888 verblijven de dichters Albert Verwey en Willem Kloos in Katwijk. Zij logeren er in het pension van mevrouw Vooys in de Voorstraat. Zij is de vrouw van boer Hendrik Vooys. Verwey en Kloos maken deel uit van de redactie van De nieuwe gids, het literaire tijdschrift van de Tachtigers. In 1887 vertoefden zij voor hun 'zomeroverleg' ook al eens aan zee, in Zandvoort. Nu is de keuze op Katwijk gevallen. Dat komt vooral Verwey goed uit. Het biedt hem de mogelijkheid zijn vriendin Kitty van Vloten te ontmoeten. Zij logeert in dezelfde tijd met haar moeder aan de boulevard in Hôtel du Rhin, maar een paar minuten lopen van het pension.(2) Op 10 juni schrijft Verwey aan zijn vriendin:

'Gehuurd Vrouw Voos(3) Voorstraat Katwijk drie gulden per dag twee kamers twee maanden Albert. Dat 's 't telegram, Kit. Ik stuur het je maar per brief en niet met de telegraaf, omdat er niet zoo 'n érge haast bij is. Vind je 't niet mooi. Vrouw Voos is een zindelijke vrouw, die er gezond uitziet en dus waarschijnlijk goed kookt en omvangrijke begrippen heeft omtrent levensbehoeften en geriefelijkheden. De Voorstraat is een – enfin, een voorstraat, een straat voór-aan het strand: dat weet je, en heel netjes, wezenlijk een straat enfin! Het huis heeft jaloezieën en een deur met een stoepje tusschen twee ramen, en een boompje of zoo iets ervoor. En kloos zijn kamer is heel groot met een alkoofje en de mijne is heel klein zonder alkoofje, maar dat schaadt niet. En drie gulden per dag per persoon is wel niet weinig, maar te veel is het ook niet. En twee maanden is een heele tijd en twee maanden in Katwijk is een heele plezierige tijd, en twee maanden met Kloos als zieke en jouw als gezonde kameraad is een allemachtig prettige en plezierige tijd. Vind je oók niet?'(4)

Albert Verwey en Kitty van Vloten ontmoeten elkaar die zomer veelvuldig. Buiten het zicht van Kloos maken zij lange strandwandelingen en op een van die wandelingen besluiten zij zich te verloven.

Kloos zit ook niet zomaar in Katwijk. Hij is veel ziek, maar heeft dat vooral aan zichzelf te danken, omdat hij onmatig is in alles. Hij drinkt te veel en rookt de hele dag sigaren en is ook nog eens een veel te grote eter. Frederik van Eeden is met het idee gekomen hem naar zee te sturen. Van Eeden zit ook in de redactie van het tijdschrift en is behalve schrijver ook arts (psychiater). Hij schrijft Kloos het gebruik van zeebaden voor en veel bronwater te drinken.(5) Een advies dat Kloos lijkt op te volgen. Op 13 augustus 1888 schrijft Verwey aan zijn broer Chris:

'Kloos wil tegenwoordig maar niet uit zee. Vandaag is hij stilletjes weggeloopen en toen ik hem zoeken ging lag hij voor de tweede keer in 't water.'(6)

In de maanden dat de dichters bij mevrouw Vooys logeren, krijgen zij alleen Vichy-water te drinken. Ook de andere redactieleden(7) en dichters die in het pension hun intrek nemen, moeten aan het bronwater. Ondertussen doet de gastvrouw enorm haar best het de heren naar de zin te maken. Verwey schrijft aan zijn broer:(8)

'Ons leventje gaat nu rustig zijn gang, behalve als we baden zooals vanmiddag. Kloos heeft dan met zijn lange armen wel wat van een aangeschoten vogel, die klapwiekt, maar niet weg kan.
Paap en Boeken(9) zijn hier ook gekomen en hebben ieder een kamer gehuurd bij dezelfde vrouw Vooys, die nu letterlijk glimt van pleizier en van de warmte van het eten koken. Paap is hier om een boek te schrijven over wettelijke verordeningen op de dronkenschap, waarvoor hij natuurlijk absoluut nuchter zijn moet, wat hier makkelijk kan, bij gebrek aan bereikbaren drank.'

De redactie zelf zal ook nog aan het werk moeten. Want voor het augustusnummer van De nieuwe gids is veel te weinig kopij is binnengekomen.

De zomers én de zee in Zandvoort en Katwijk zijn voor Kloos ingrijpende belevingen. In 1888 schrijft hij voor 'zijn arts' Frederik van Eeden het bekende sonnet 'Van de Zee'.(10)


Van de Zee

Aan Frederik van Eeden

De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

Zij wischt zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm, en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O Zee, was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;

Dan had ik eerst geen lust naar menschlijke belustheid
Op menschelijke vreugd en menschelijke pijn;

Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij grooter is dan Gij, nóg grooter zijn.


Ook Frederik van Eeden laat zich die zomer in Katwijk niet onbetuigd. Behalve schrijver en arts blijkt hij ook nog een heel verdienstelijke kunstschilder te zijn. Achter op het balkon van het pension van mevrouw Vooys maakt hij een schilderijtje van het uitzicht. Zo komen we erachter waar het pension ongeveer geweest moet zijn. Ergens tussen de huidige boulevard en de Princestraat aan de kant waar nu het DunaAtelier staat, dus inderdaad 'voór-aan het strand'.


Van bijna zestig jaar later is er ook nog een foto, genomen vanaf ongeveer dezelfde plek, maar wel iets meer naar het noorden, vanaf de overkant van de Voorstraat. De Voorstraat loopt voor het huis met het platte dak langs. Een van de twee huizen daarachter, in het midden van de foto, het linkerhuis waarvan het raam openstaat of het huis waarvan de gevel grotendeels verscholen gaat achter het huis met het platte dak, zou wel eens een balkon aan de achterkant kunnen hebben, waar Frederik van Eeden in de zomer van 1888 aan zijn schilderij werkte. De hooiberg staat op dat schilderij namelijk wat dichterbij dan op de foto en er staan geen huizen tussen balkon en hooiberg. Het moet het erf van de boerderij van Hendrik Vooys zijn. Een van de twee huizen aan de Voorstraat moet het pension van zijn vrouw geweest zijn, waar in die zomer de schrijvers van de Beweging van Tachtig bijeenkwamen.
De foto is uit het begin van de oorlog, in 1945. De toren is al van de Oude Kerk af gehaald. De rest van de kerk blijft staan. Niet lang daarna worden, op last van de bezetter, wel alle huizen die we hier zien met de grond gelijk gemaakt.


Met dank aan Gerard Brouwer voor de tips.

Noten:
(1) Voluit: 'Beweging van Tachtig' (1880-1894).
(2) De familie Van Vloten komt dan al jaren in Katwijk.
(3) Vooys.
(4) A. Verwey aan K. van Vloten 10.6.88. In: Verwey 1995, pp. 451-452.
(5) Janzen 2013, pp. 336-339.
(6) A. Verwey aan C. Verwey 13.8.88. In: Verwey 1995, p. 490.
(7) Behalve Willem Kloos, Albert Verwey en Frederik van Eeden, bestond de redactie nog uit Frank van der Goes en Willem Paap.
(8) A. Verwey aan C. Verwey 6.7.88. In: Verwey 1995, p. 464.
(9) Hein Boeken.
(10) Gepubliceerd in: Willem Kloos, Verzen. Amsterdam 1894.

Literatuur:
Janzen 2013: J.W.P. Janzen, De Amsterdamse jaren van Willem Kloos. Deel I (1859-1888). Diss. Amsterdam. Instituut voor Cultuur en Geschiedenis. Voor dit blogbericht is gebruik gemaakt van hoofdstuk 18. Kloos en Verwey: een vriendschap (pp. 321-353).
Verwey 1995: Albert Verwey, Briefwisseling 1 juli 1885 tot 15 december 1888. Bezorgd, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Margaretha H. Schenkeveld en Rein van der Wiel. Amsterdam.

vrijdag 23 september 2016

Filmster

Willem van Rijn.

M'n overgrootvader, ik heb 'm niet gekend, was-ie in Hollywood geboren, dan was-ie vast een hele bekende acteur geweest.

zaterdag 3 september 2016

Bij het pierement – Koninginnedag negentiennogwat

Leuntje, Agaath en Pietje.

Zo moet het gegaan zijn. Op die Koninginnedag op de laatste dag van april. Het was lekker weer. Je kon op strand zitten. De dochters hadden moeder meegenomen. Ze hadden door de Voorstraat gelopen, tot ze bij het plein voor Hotel Noordzee waren. Daar stond dat beroemde draaiorgel van Perlee, helemaal uit Amsterdam gekomen.
'Moe, maakt u even een foto van ons?'
'Nee hoor, dat kan ik niet. Laat Maartje het maar doen. Ik hoef er niet op hoor.'

Maartje, Pietje, moeder Pietje, Leuntje.

Op het strand waren ze wel met haar op de foto gegaan.* Eerst had Agaath de foto genomen en toen Maartje, of was het andersom. Twee jongens zijn in het zand aan het graven. Het is druk op de Boulevard. De mensen hebben hun zondagse kleren aan. Nog gekocht voor de Pasen.

Op het draaiorgel staan vlaggetjes en de kinderen hebben sjerpen om. Kijk Pietje eens lachen naar ze. Ze heeft het helemaal niet door dat ze op de foto gaat. Leuntje wel, die lacht recht in de camera. Agaath lacht ook. Er wordt vast leuke muziek gedraaid. En dat jochie met die Mexicaanse hoed, zou dat een straatschoffie zijn uit Amsterdam, meegekomen met het orgel?**

Leuntje, Pietje, moeder Pietje, Agaath.

*De foto's moeten na 1953 genomen zijn, misschien vroeg in de jaren zestig. In 1953 werd Hotel Noordzee gebouwd, maar de hotels en restaurants daarnaast zijn van later tijd.
** Nader onderzoek leert dat het draaiorgel ook dichter uit de buurt kan zijn gekomen, omdat Perlee vooral als orgelbouwer bekendstond, niet zozeer als orgeldraaier. Met dank aan Pieter Allersma voor de informatie.

woensdag 31 augustus 2016

84


Vandaag is m'n moeder 84 geworden. Jarig gelijk met de ouwe koningin, die van voor Juliana nog. Dat zei ze altijd, dan hingen de vlaggen uit en hadden we allemaal sjerpen om en strikken in ons haar. En het was altijd warm.

vrijdag 26 augustus 2016

Bramen plukken – Vroege herinneringen (3)


We gingen ook bramen plukken in de duinen. Dat was aan het einde van de zomer, als ze goed dik waren. Die noemden we besuikerd. Dan vielen ze bijna van de struiken af. We zochten een dal waar heel veel van die besuikerde bramen waren. Dan had je zo een emmer vol. We gingen dan met z'n allen in dat dal langs de hellingen plukken met allemaal een eigen bakje en zetten de emmer in het midden waar we dan die bakjes in leegden. Maar soms had je alleen maar eentjes of tweetjes of drietjes. Dan had zo'n braam maar een, twee of drie besjes. Dan ging het niet zo hard.


We gingen wel eens stiekem in de zeereep. Daar mocht je niet komen, maar daar stonden wel heel veel bramen. Je kon er de duinwachter tegenkomen. Dan moest je rennen en gauw weer over het prikkeldraad, want anders pikte die duinwachter je volle emmer in en had je voor niks al die bramen lopen zoeken.
De braamstruiken prikten ook altijd heel erg aan je vingers. Als de zon heel heet was, deed je een zakdoek op je hoofd, met knopen op de hoeken. Je kwam ook wel eens thuis van het bramen plukken en dan zat je broek helemaal vol met klitten aan de onderkant. Als je een meisje was met lang haar, had je soms klitten in je haar. Die gingen er heel moeilijk uit. Dan moest je het haar eruit knippen. Op het fietspad waren allemaal paarse vlekken, van bramen die uit de emmers gevallen waren.
Mijn moeder kookte sap van de bramen en die kreeg je dan de hele winter in de gele vla, maar dan moest je wel eerst je eten opeten.

Met dank aan Lenny Haasnoot voor de foto's.

woensdag 3 augustus 2016

Schoenen passen

'Hoe vindt u deze?'

Aan de overkant van de straat had je de schoenenzaak van Van den Berg. Met nog enkele andere middenstanders de enige katholieken in het dorp.* Maar het waren de overburen en aardige mensen. Zelf was ze een van de laatsten die nog in klederdracht liepen. Iemand moet gedacht hebben, dat gaan we fotograferen, in onze moderne zaak. En haar dochter moet ook mee.
Ze hadden er speciaal een fotograaf voor laten komen, Jaap van Duyn, uit de Princestraat. Wat zal het geweest zijn, jaren zeventig, tachtig.** Er hangen nog lang geen Crocs in het rek. Om van Uggs maar helemaal te zwijgen.

Links tante Agaath, in het midden mijn overgrootmoeder Pietje van Rijn.
Wie anderen zijn weet ik niet.


* Ik heb me eens laten vertellen dat er op een zeker moment in het hele, overwegend protestantse dorp maar vijf katholieke families waren. Dat was zelfs nog na de oorlog.
** De foto's zaten in een bruin mapje – die had je in die tijd – met de naam van de fotograaf in modern vormgegeven kleine letters en ook alle overige tekst in een schreefloos font zonder hoofdletters. Het telefoonnummer (alleen het abonneenummer) bestond nog uit vijf cijfers. Het kengetal, dat er niet bij staat, bestond eveneens uit vijf cijfers: 01718. Nu is dat 071 en bestaat het abonneenummer uit zeven cijfers. De kleur van de opdruk zal oorspronkelijk matgoud zijn geweest. De foto's in het mapje zijn gedrukt op mat papier met putjes. Modern voor die tijd, maar het maakt ze niet scherp.

Gedeelte van het fotomapje.

zondag 17 juli 2016

Roodkapje en de wolf in het Vondelpark


Dat was wel een heel andere Roodkapje gisteren in het Vondelpark. Een Roodkapje die uiteindelijk verliefd werd op de wolf. Ze wou hem wel opeten, zo verliefd werd ze. Ze zou eerst koekjes naar grootmoeder brengen, maar die had nog genoeg koekjes, dus daar hoefde ze niet naartoe. Daarom ging ze maar wat wandelen. Ze wilde een keer een heel andere route nemen dan ze altijd in haar sprookje had gedaan. Omdat ze van het pad af ging, raakte ze helemaal de weg kwijt. Er lagen broodkruimels op het pad. Hoe kon dat nou? Er lag ook een appel in het bos. Toen Roodkapje daar een hap van nam, viel ze in slaap, want de appel was giftig. Maar ondertussen had Roodkapje ook een zilveren muiltje gevonden, waar een prins naar op zoek was, want dat muiltje had op de trap moeten liggen, waar het verloren was. Maar daar lag het niet. Er was een geitje dat op zoek was naar een klok om zich te verstoppen voor de wolf, die ondertussen de prins had opgegeten. Toen moest de wolf met het kroontje van de prins op zijn hoofd alleen nog Roodkapje wakker kussen en leefden ze nog lang en gelukkig.




Het Kleine Theater speelde Roodkapje in het Vondelpark Openluchttheater.