zaterdag 24 januari 2015

Dag lieverd

mei 2001 – 23 januari 2015 

Vandaag hebben we Zorro begraven. Hij is nu bij Beer.

Dank je, Zorro, voor al je liefde, voor al die lieve kopjes die je gaf. Je was altijd zo blij en opgewekt. Dank je voor al die blije begroetingen, waarmee je iedereen, ons allemaal zo gelukkig maakte. Ik ga je heel erg missen. Je zit voor altijd in m'n hart.

De sneeuwklokjes bloeien al, net als bij Beer.

donderdag 15 januari 2015

Mager maar mooi


Zo mooi als dat je nog bent, maar al zo mager. Je zweeft al bijna.

zaterdag 10 januari 2015

Katholieke katten

Katholieke kat, in slaap gevallen tijdens de mis in Rosslyn Chapel.

Voor wie nog twijfelt en denkt, wat een onzin, dat verhaal over die hervormde katten, roep ik nog even in herinnering de foto uit het bericht van 21 oktober 2011. In ieder geval een bewijs dat katten ter kerke gaan. Katholieke katten in katholieke kerken en hervormde katten in hervormde kerken. Deze hier ligt nog bij te komen van de mis in Rosslyn Chapel. Inderdaad, een katholieke kerk, hier in Schotland en de rest van het Britse rijk episcopaalse kerk geheten. Nu moet hierbij aangetekend worden dat het buiten koud was en sneeuwde en binnen behaaglijk warm. Maar dan, als deze kat het koud had, had hij ook voor een andere kerk kunnen kiezen. Dat hij dat niet gedaan heeft, is eens te meer een bewijs dat we hier met een katholieke kat te maken hebben, een katholieke kat die vol overtuiging kiest voor een katholieke behuizing. En het is ook goed te zíén, dat het een katholiek is: zijn voetjes zijn wit en er is ook wat wit aan de buik en bef, maar hij mist de Katwijkse hervormde Oude Kerktoren op zijn neus, waarmee hervormde katten zich onderscheiden.* Hier in Schotland worden die laatste trouwens presbyteriaanse katten genoemd.

* Plus dat katholieke katten vaak wel weer drie of vier voornamen hebben.

zaterdag 3 januari 2015

Hervormde katten


Zei Reve ooit dat katten katholiek waren? Voor een gedeelte is dat waar. Want je hebt ook hervormde katten. Dat zijn katten met een kerkje op hun kop: de Oude Kerk van Katwijk aan Zee. Kijk maar. Deze katten zijn grotendeels zwart met meestal een witte buik en witte poten maar op hun zwarte kop dat witte kerkje. Je kunt ook zeggen dat ze een zwarte jas met capuchon aanhebben, maar 'getekend' zijn door dat kerkje. Mosje was zo'n kat, met die Katwijkse kerktoren op z'n neus en de twee zijbeuken daarnaast. En deze kat ook, die hier iedere dag op bezoek komt, dat is ook een Nederlands-hervormde kat.* Er zijn er veel van.

Vroeger waren dat nog katholieke katten, toen de Oude Kerk nog katholiek was. Maar na de Beeldenstorm van 1566 is dat allemaal veranderd. Toen waren ze opeens hervormd. Als je heel goed kijkt, zie je zelfs het haantje op de toren op hun kop.


Je moet het zien, die kerk, dat kerkje, je moet het toevallig weten. De meeste mensen zien het niet en delen de hervormde katten dan zomaar bij de katholieke in, waarmee ze deze minderheid onder de katten geen recht doen.**

* Tegenwoordig worden Nederlands-hervormde katten ook wel aangeduid als 'katten behorende tot de Protestantse Kerk in Nederland', afgekort P.K.N.
** Opgemerkt moet nog worden dat hervormde katten geen onderscheid maken tussen 'licht' en 'zwaar'. Ook dragen zij geen hoeden.

maandag 29 december 2014

Naar een nieuw jaar


Edinburgh op de laatste dag van het jaar 2009, enkele uren voor het grote vuurwerk wordt afgestoken vanaf Edinburgh Castle.* Op de voorgrond Princes Street Gardens, daarachter van links naar rechts de twee torens van de Assembly Hall, in het donker de toren van de Hub, dan het verlichte koepeltje van de Camera Obscura en de huizen van Ramsay Garden.

* En nergens, helemaal nergens in deze prachtige stad vind je sukkels met rotjes (lees: 'bommen') in de straten. In een volwassen land wordt het vuurwerk afgestoken door de gemeente op één centrale plek.

zondag 21 december 2014

Nee poes


'Nee poes, jij mag niet naar binnen. Want Zorro is oud. Meer ziek dan oud eigenlijk. Maar hij vindt het wel leuk dat je iedere dag op de trap zit, voor de deur. Je bent wel een keer naar binnen geweest, weet je nog? Helemaal tot in de keuken. En Zorro had dat geeneens door, want die zat in de huiskamer. Toen hebben we je weer naar buiten gejaagd. En Zorro wist niet eens dat je geweest was, helemaal tot bij zijn voerbak. Maar lief dat je iedere dag bij Zorro langskomt, als hij voor het raam zit en jij op de trap. Wacht, ik zal je es op de foto zetten. Want je bent een lieve kat. Krijg ik nog een kopje van je?'

vrijdag 12 december 2014

Op het schrijversstrand (9) – Borger


Op de oude begraafplaats van Katwijk aan Zee ligt een groot dichter begraven. Hij ligt er onder een eenvoudige steen, die alleen zijn naam vermeldt: 'Borger'. De steen markeert het einde van een bewogen leven.

Elias Annes Borger (Davidson, pinx. – Steend. L. Springer, Leijden),
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. 2255 A.

Elias Annes Borger wordt geboren in Joure in Friesland op 26 februari 1784. Als hij drie jaar is, leest hij al hele stukken uit de Bijbel. Later, op de dorpsschool, is hij zijn medeleerlingen en onderwijzers in alle vakken de baas. Zijn vader probeert hem nog een ambacht te laten leren, maar als hij zeventien jaar is, trekt hij naar Leiden om er theologie te gaan studeren. De veelbelovende student promoveert er in 1807 tot doctor, en nadat in 1815 de Fransen vertrokken zijn, wordt hij ook nog hoogleraar in zijn vak. In 1817 gevolgd door een hoogleraarschap in de algemene geschiedenis en Griekse letterkunde.

Thuis kent het leven van Borger minder geluk. Op 31 augustus 1814 treedt hij in het huwelijk met Abrahamina van der Meulen. Tien maanden later, op 16 juni 1815, wordt hun zoontje geboren. Maar enkele dagen later sterft de moeder in het kraambed. Borger blijft achter met het kind en is ontroostbaar.
Na vier jaar, op 15 april 1819, trouwt Borger opnieuw, nu met Cornelia Scheltema. Maar na tien maanden, in februari 1820, treft hem opnieuw het noodlot, als hun dochtertje wordt geboren, dat kort na de geboorte sterft, en enkel dagen daarna de moeder. Borger raakt in een diepe depressie, waar hij niet meer uit komt.

E.A. Borger, 'Aan den Rhijn', 1e en 2e strofe, handschrift,
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. LTK 1216.


Na de begrafenis van eerst zijn dochtertje en daarna zijn vrouw, schrijft Borger zijn ode 'Aan den Rhijn'. De Rijn, de Oude Rijn, die bij Katwijk in zee stroomt. De eerste strofe geeft een beschrijving van de rivier, die 'als grootvorst van Europa's stroomen (...) van der Alpen top gedaald, de stranden kust'. Ze vormt de inleiding op wat komen gaat, het diep menselijk leed dat in de volgende strofen verwoord wordt. Want daar waar de Rijn in zee stroomt, liggen zijn vrouw en kind begraven. Hij wil maar liever bij hen zijn, lezen we in de laatste regels van het gedicht. Een wens die kort daarna in vervulling gaat. Borger sterft op 12 oktober 1820 en wordt begraven bij zijn dierbaren. 


Aan den Rhijn,
in de
Lente van het jaar 1820

Zoo rust dan eindlijk 't ruwe Noorden
Van hageljagt en stormgeloei,
En rolt de Rhijn weêr langs zijn boorden,
Ontslagen van de winterboei.
Zijn waatren drenken de oude zoomen,
En 't landvolk, spelende aan zijn vloed,
Brengt vader Rhijn den lentegroet,
Als grootvorst van Europa's stroomen,
Die, van der Alpen top gedaald,
De stranden kust of scheurt de dijken,
De wereld splitst in koningrijken,
En 't vorstlijk regtsgebied bepaalt.

Ook ik heb onbewolkte dagen
Aan dezen oever doorgebragt,
En warm heeft mij het hart geslagen
Bij 't levenslot, mij toegedacht.
Een morgen gronds, een kleine woning,
Verheerlijkt door de liefde en trouw,
Was mij en mijner brave vrouw
De lusthof van den rijksten koning.
Als wij, in 't kunsteloos prieel,
Of onder 't ruim der starredaken,
Van God en 't eeuwig leven spraken,
En dankten voor 't bescheiden deel.

En nu – ik kan mijn haren tellen,
Maar wie telt mijner tranen tal?
Eer keert de Rhijn weêr tot zijn wellen,
Eer ik den slag vergeten zal,
Dien slag, die mij ten tweeden male
De kroon deed vallen van het hoofd. –
'k Heb steeds, mijn God, aan U geloofd,
En zal, zoo lang ik adem hale,
Mij sterken in uw vadertrouw,
Die nimmer plaagt uit lust tot plagen:
Maar toch, het valt mij zwaar, te dragen
Dien zwaren last van dubblen rouw!

Te Katwijk, waar de zoute golven,
O Rhijn! u wachten in haar schoot,
Daar ligt in 't schrale zand bedolven
Mijn kostbaar offer aan den dood.
'k Wil tranen met uw waatren mengen;
Belast u met dien zilten vloed:
De droeve zanger heeft geen moed,
Die tranen op het graf te plengen
Der gade, nooit genoeg beschreid. –
Gij, oude Rhijn! wees gij mijn bode,
En voer ter rustplaats mijner doode
De tolken mijner menschlijkheid.

Groet ook het kind, welks lijkje de aarde
Reeds had ontvangen in haar schoot,
Eer zij, die mij dat lijkje baarde,
Voor 't levenslicht hare oogen sloot.
Ik heb mijn dochtertje opgegraven,
Toen 't pleit der moeder was beslist,
En lei het in de groote kist
En aan de borst, die 't wicht moest laven,
Dat nimmer laafnis noodig had.
Ik dacht, één huis behoort aan beiden:
Wat God vereent, zal ik niet scheiden;
En sloot in de urn den dubblen schat.

Noem' hij deze aarde een hof van Eden,
Wie altijd mogt op rozen gaan:
Ik wensch geen stap terug te treden
Op de afgelegde levensbaan.
Ik reken iedren dag gewonnen,
Met moeite en tranen doorgesloofd.
God dank, mij draaiden boven 't hoofd
Reeds meer dan vijf en dertig zonnen!
De tijd rolt, als deez' bergstroom, voort.
Druk zacht mijn dooden, lijkgesteente!
En dek ook eerlang mijn gebeente
Bij 't overschot, dat mij behoort.


Borgers ode 'Aan den Rhijn' raakt landelijk bekend en wordt veelvuldig door iedereen gereciteerd. Het gedicht wordt ook vertaald, in het Frans, Duits, Engels en Latijn.

E.A. Borger, 'Aan den Rhijn', 3e en 4e strofe, handschrift,
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. LTK 1216.

E.A. Borger, 'Aan den Rhijn', 5e en 6e strofe, handschrift,
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. LTK 1216.


Bronnen:
Elias Annes Borger, Gedichten. De Jouwer [Joure], De Hynsteblom, 1984, pp. 5-19, 114-117. 
Peter van Zonneveld, 'Ellendig leven. Elias Annes Borger'. In: De Gids, 1983, jrg. 146, pp. 469-474.

Met dank aan Teun Barnhoorn.

vrijdag 5 december 2014

Geen foto

Ik weet nog dat Mandela een eredoctoraat in ontvangst kwam nemen in Leiden in de Pieterskerk.* Het stond rijen dik. Beatrix stapte uit, Claus stapte uit, Mandela stapte uit. We hadden een goeie plek.
Iemand, iedereen riep hem. Nelson lachte. Vol in de lens. Z'n tanden bloot. Je ziet het voor je. Ik zie het voor me, nóg voor me. Ik zie de foto nog voor me. Breed lachend. Ik weet nog precies op welke plek. Maar ik heb 'm niet, de foto. Want er zat geen rolletje in m'n toestel.**

* Dat was op 12 maart 1999. Hier is een impressie met foto's, niet van mij, en een filmpje.
** Op datzelfde rolletje zouden bedden met tulpen staan, in de Keukenhof. Strakke foto's, van bovenaf genomen. Ik voel me nog staan, me ver uitrekkend boven die tulpenbedden, om ze maar mooi recht van bovenaf te kunnen fotograferen. Ik heb ze niet. Maar deze foto's kunnen nog altijd over, die van Mandela niet.

vrijdag 28 november 2014

Bewaard voor de eeuwigheid: een bokking in de bieb

'Niet geschikt voor consumptie', bokking, 1997, sign. 20642 C 1: 24.

Tussen de zeldzaamste handschriften en de prachtigste boekwerken, meest uit lang vervlogen tijden, bevindt zich in de kluis van de universiteitsbibliotheek te Leiden nog een ander bijzonder object. Het is een in plastic folie verpakte bokking.* De vis is in 1997 als bijlage verschenen bij een speciale editie van de Laatste Post en opgeborgen én aan te vragen onder signatuur 20642 C 1: 24.**

Het begeleidende artikel op pagina 3 van de Laatste Post.
(klik op de foto voor een vergroting)

* Voor de zekerheid is er ook nog een plastic bus om gedaan.
** Fred Dijs & John Heymans (red.) m.m.v. Rob Bindels e.a., Laatste Post, speciale editie, Amsterdam, BIS, 1997. Bijlage: vacuüm verpakte bokking. (De Enschedese School 20 jaar, deel 4).

Met dank aan Jan Cramer en John Frankhuizen voor hun hulp bij het in beeld brengen van het object.

zaterdag 22 november 2014

Brons – kijken bij bronsgieterij Hans Steylaert

Foto: Gerard Brouwer

Vandaag waren we met de groep van het Duna-atelier in Waardenburg. Dat is bij Zaltbommel, boven de Waal. Dat is waar Gerard Brouwer zijn beelden laat gieten in de bronsgieterij van Hans Steylaert. Hij komt er iedere twee weken, wij kwamen er voor het eerst.


Na een lekkere kop koffie op deze frisse maar zonnige novemberochtend begonnen we aan de rondleiding. Gerard en Hans vertelden ons van alles over was: boetseerwas en gietwas; en mallen, met een positief en een negatief; over gietgaten en gips en chamotte – dat zijn harde stukjes klei die de buitenkant bros maken voor de ontluchting voor als er brons in de vorm gegoten wordt. We leerden over ovens die wel tot 650 graden kunnen, om de gietwas uit te branden, en ja, zelfs wel 1600 graden, om het brons mooi vloeibaar te maken – het smeltpunt van brons ligt bij 1300 graden. En dat een beeld als het wat groter of complexer is, in losse delen gegoten wordt en later aan elkaar gelast en dat je dat niet ziet. Ook de gietgaten worden dichtgelast. Tussen alle verhalen door zagen de mooiste beelden, die we soms wel herkenden van buiten op straat. En begrepen eindelijk ook wat er allemaal komt kijken voordat zo'n beeld daar uiteindelijk staat.





Toneel in het bos



Leuk hoor, zo’n theater in het bos, in de open lucht. Heel leuk zelfs. En zeker als het donker wordt. Een donker bos.


Maar wat jammer nou, van die acteurs, dat toneel, van mij... het kan me niet bekoren. Zijn het die typetjes? Is het de uitsloverigheid waarmee ze worden neergezet, uitgebeeld? Zijn het de altijd weer clichézinnen waarin toneelspelers spreken? De clichégrappen? Ik kan er niet om lachen. Misschien is het de taal, het Nederlands. Of de traditie waarin ik ben opgegroeid. Na vijf minuten ben ik de aandacht helemaal kwijt en zit ik me de komende twee uur te vervelen. Te kijken hoe het decor in elkaar zit. De techniek. Ik heb het ook bij film. Maar daarbij lukt het me toch de aandacht wat langer vasthouden. Omdat het allemaal net wat echter lijkt? Al ga ik me na een tijdje dan ook weer bezighouden met de bijzaken, de achtergrond en hoe ze bepaalde dingen hebben opgenomen.


Wat wel grappig is, is hoe iedereen altijd gaat zitten picknicken voor zo'n buitenvoorstelling begint.


In het Amsterdamse Bostheater zagen we deze zomer De laatste zomer van Carlo Goldoni.

maandag 17 november 2014

Op het schrijversstrand (8) – Deelder

Foto: Dick Hogewoning   

In 2005 was Jules Deelder op het Katwijkse strand, voor de opening van de strandbibliotheek. Speciaal voor de gelegenheid maakte hij een gedicht en droeg het voor. Dick Hogewoning fotografeerde 'de nachtburgemeester van Rotterdam' voor de witte kerk aan zee. Groter contrast bestaat niet.

We lopen langs het stille strand
De lucht staat strak
Scheve bunkers in het zand
De oorlog zwijgt
Opkomend tij
M'n moeder pakt me bij m'n hand
Ik ben niet bang
Wel klein

Met dank aan Dick Hogewoning.

donderdag 13 november 2014

Katwijk in Zee

Het eiland Katwyk in de Chinese Zee.



In de Chinese Zee ligt een eiland dat naar Katwijk is genoemd. Een naam gegeven in de koloniale tijd. Op deze oude kaart uit 1830 uit de Bodel Nijenhuis-collectie van de Universiteitsbibliotheek Leiden zien we het liggen. In de Glossary of Names - South China Sea zien we dat het hier eigenlijk om twee eilanden gaat: Little Catwick en Grand Catwick. De eilanden horen bij Vietnam en heten in de taal die daar gesproken wordt Hon Da Ty en Cu Lao Thu.*

Hier is nog wat meer van omgeving te zien.

En hier is de hele kaart: Die Ostindischen Inseln (1830),
Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. COLLBN 56 Port N 23.

* In de Glossary of Names - South China Sea zijn de twee namen allebei één plaats verschoven.

Met dank aan Lam Ngo, die het eiland ontdekte... op de kaart.