Als het lente is, lees ik een krant op een terras en drink een latte uit een glas. Of om het even een boek met een cappuccino of een dubbele espresso. Maar dat kan ook als het zomer is. 's Winters ga je binnen zitten.
dinsdag 22 mei 2012
Flapjacks
'Echte Engelse flapjacks!' staat er als ondertitel bij het recept op de receptensite van Yummy in my Tummy. En dat is helemaal waar. Want in zowat iedere pub in Engeland kun je deze lekkernij bestellen, heerlijk bij een kop echte Engelse thee met melk, maar ook bij de koffie, of zomaar tussendoor. Deze hier zijn met sesamzaadjes erbovenop, maar je kan er ook gedroogd fruit of rozijnen doorheen doen en noten, maar de laatste houden mijn tanden niet meer.
Mijn eerste flapjack at ik toen we het South West Coast Path liepen, in Cornwall in 2008, in een kroegje in een dorp van drie huizen. Zo'n dorp waar iedereen elkaar nog vertrouwt en je met een gerust hart je mobiele telefoon op de bar kan laten liggen als je even buiten een sigaretje wil opsteken. Dat kroegje heette The Driftwood Spars, in de cove, ('baai, inham') van St Agnes, vlak achter het strand. Je liep er vanaf het zand zo naar binnen, een eeuwenoud stenen optrekje. Dat er een heel hotel achter verscholen zat, interesseerde ons natuurlijk niet.
Die eerste flapjack was met van alles erdoorheen: rozijnen, krenten, sucade, vijgen, noten, stukjes appel, sinaasappelschilletjes en nog zo wat zaken waarop je een Elfstedentocht kan uitrijden. Als ik ze zelf maak, wil ik er ook nog wel eens wat rozijnen doorheen doen, maar zonder al die extra's zijn deze 'muesli-repen' ook al niet te ontwijken.
Je maakt ze in slechts vijf minuten, tussen de bedrijven door, en de dertig minuten die erbij komen, zijn voor de oven. En alles om je heen, de hele keuken blijft er schoon bij. Da's ook wel eens prettig. En kneden hoeft niet. Je krijgt er geen vuile handen van. Politici kunnen er dus ook nog wat van leren...
Kortom: smelt 125 gram roomboter in een pan, voeg 3,5 eetlepel honing en 50 gram bruine basterdsuiker toe. Roer, met dezelfde eetlepel, tot de suiker is opgelost. Doe er voor nog meer smaak flink wat kaneel bij. Roer 250 gram havervlokken* door het botermengsel en schep deze massa vervolgens op een met bakpapier bekleed bakblik. Duw de massa met de bolle kant van nog steeds diezelfde eetlepel als waarmee je zojuist geroerd hebt, goed plat. Bak de flapjacks 30 minuten in een voorverwarmde oven op 190 graden Celsius. Laat de massa afkoelen en snijd deze in stukken. Voor het bakblik hierboven heb ik alle hoeveelheden verdubbeld. Da's dubbel genieten.
* Ik gebruik de havervlokken van Hahne, blauw pakje, onder andere te koop bij de Digros, 500 gram voor 38 cent.
zondag 20 mei 2012
Alkmaar
Stad van de kaas, en van de bloemen en de planten, van de mensen en de smalle straten. De grachtjes niet te vergeten.
Hier begon de victorie! Op 8 oktober 1573.
maandag 7 mei 2012
Lugdunum – Relikwieën en documenten (2)
Lugdunum, dat letterlijk 'stad van (de god) Lugh'* betekent, was ooit een Romeinse nederzetting in de buurt van het huidige Katwijk.**
In de tijd van de renaissance ging de stad Leiden zich in officiële documenten Lugdunum noemen. Dat klopte niet. De antieke naam voor Leiden is Matilo. Dat was een fort aan het begin van het kanaal van Corbulo, in wat nu de woonwijk Roomburg is. Om het nog wat ingewikkelder te maken, voegden de Leidenaren aan Lugdunum de aanduiding Batavorum toe. Dit om onderscheid te maken met een ander Lugdunum, dat in Frankrijk lag. Dat was Lyon. Het Leidse Lugdunum lag in het gebied van de Bataven. Maar dat was opnieuw een historische vergissing, want het oorspronkelijke Lugdunum, dat bij Katwijk lag, lag in het gebied van de Kaninefaten.
Er is in Leiden een voetbalclub die Lugdunum heet, en de Latijnse naam voor de universiteit is Academia Lugduno Batava. We lezen dat in het zegel van de universiteit, waaraan nog is toegevoegd de zinspreuk Libertatis Praesidium, wat vertaald moet worden met Bolwerk van Vrijheid.
Als je in Leiden afstudeert of promoveert, krijg je een prachtige, in het Latijn gestelde bul, met daarop in gekalligrafeerde letters je naam, de datum van de dag en nog zo wat vermeldingen. Dat kalligraferen gebeurt door de pedel.*** Hij heeft me daar eens over verteld. Hij doet dat in een apart zaaltje in het Academiegebouw, waar hij niet wordt afgeleid. De doctorsbullen krijgen ook nog een zegel.**** Ook daarvoor is de pedel verantwoordelijk. Maar dat is zo'n precisiewerkje, dat hij dat liever thuis doet. De bullen moeten daarvoor dan wel op reis, terug naar de plek waar het allemaal begon...
Want daar, op de zolder van zijn Katwijkse huis, heeft de pedel een pannetje. Daarin verwarmt hij de zegellak. Als de lak vloeibaar is, plaatst hij linksonder op de bul een mal. Daar giet hij de lak in, om er vervolgens het zegel van de Leidse universiteit in te stempelen. Op een zolder, een bolwerk van vrijheid, in het ware Lugdunum.
* Lugh is de Keltische zonnegod. Hij werd gezien als de god van de kunsten, de ambachten en de handel, voor de Romeinen een hele belangrijke god, een zogenaamde vadergod.
** We zien dat op de Tabula Peutingeriana, de Peutinger kaart. Dat is een kopie van een Romeinse reiskaart uit de derde tot vierde eeuw. De oudst bekende kopie is uit de dertiende eeuw en wordt bewaard in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen.
*** De pedel (spreek uit: pùdèl) is aan de universiteit de functionaris die promoties en oraties leidt en voor de stoet uit loopt met zijn staf. Boven op de staf staat Minerva, de godin van de wijsheid. Aan het eind van een promotiezitting komt de pedel de zaal binnen en roept 'hora est', wat Latijn is voor 'het is tijd'. Daarmee wordt de discussie, het vraag-en-antwoordspel, tussen aan de ene kant de promotiecommissie, bestaande uit professoren en doctoren, en aan de andere kant de kandidaat, de aankomende doctor, beëindigd. Het maakt daarbij niet uit of je midden in een vraag of antwoord zit. Tijd is tijd. Als de exact drie kwartier dat de zitting duurt bijna voorbij zijn, hoor je de pedel al aankomen, door de rammelende zilveren wapenschildjes die aan zijn staf hangen. Daar kun je als kandidaat handig gebruik van maken als je net moet beginnen met weer een vraag te beantwoorden.
**** Het grootzegel van de Universiteit Leiden meet ongeveer 8 centimeter in doorsnee. In het midden staat de godin Minerva afgebeeld, met links van haar het wapen van Holland, rechts het wapen van de stichter van de universiteit, prins Willem van Oranje, en onder haar voeten het wapen van Leiden. Het randschrift luidt: Signum maium Academiae Lugdunensis apud Batavos. In het Nederlands: 'Grootzegel van de Universiteit van Leiden bij de Bataven'. Op het lakzegel ontbreekt de toevoeging Libertatis Praesidium.
Labels:
Katwijk,
Leiden,
Relikwieën en documenten
zaterdag 5 mei 2012
Besef
...dat we in een vrij land leven.
Waar alles kan en alles mag. Waar zomaar 'een schreeuwer' kan opstaan, uit dat gedicht van Willem Wilmink.
Wakker blijven dus!
vrijdag 4 mei 2012
Ben Ali Libi
Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.
Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.
Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.
Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.
En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel?
Hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.
(Uit: Willem Wilmink: Je moet je op het ergste voorbereiden. Amsterdam: Bert Bakker, 2003.)
maandag 30 april 2012
dinsdag 24 april 2012
Wat ik mis (7) / Relikwieën en documenten (1)
M'n oma, neuriënd in de keuken. Maar alleen het puurste van het puurtste: psalmen, gezangen en liederen uit de bundel van Johannes de Heer – in die volgorde.
Het kopje thee. De haarspelden in het asbakje, met een vuurtorentje erbovenop. De appels in de schaal op het tafeltje in de hoek. In de andere hoek een elektronisch orgeltje, een Philicordia, als ik het wel heb. En als je door de kamer liep, het rammelen van de ruiten van de kopjeskast. Boven op de kast het bomschuitje van opa.
M'n oma. Dit waren de sokken die ze voor me breide. Al meer dan 25 jaar geleden en nog helemaal heel. Afgelopen winter, toen het zo koud was, heb ik ze nog aangehad. 's Avonds, lekker warm aan je voeten, met de kachel aan.
Ik zie haar nog zitten, in de stoel naast de televisie. Nooit vóór de televisie. En maar gaan met die pennen – wat zal het geweest zijn, pen 3, of 4? Af en toe keek ze op, voor de visite, of opzij, als er wat op de televisie was. Maar daar was toen ook al niet veel op te zien.
Hoe ging dat, zo'n sok? Eerst het teenstuk, dan de voet, dan het hielstuk en dan de rest? Of andersom, eindigend bij het teenstuk? Met drie breipennen in de rondte?
En hoe lang zal ze erover gedaan hebben, over zo'n sok? Een dag? Een middag en een avond? Zou ze m'n sokken alles bij elkaar in nog geen week gebreid hebben? M'n oma, nooit een minuut stil gezeten.
Het kopje thee. De haarspelden in het asbakje, met een vuurtorentje erbovenop. De appels in de schaal op het tafeltje in de hoek. In de andere hoek een elektronisch orgeltje, een Philicordia, als ik het wel heb. En als je door de kamer liep, het rammelen van de ruiten van de kopjeskast. Boven op de kast het bomschuitje van opa.
M'n oma. Dit waren de sokken die ze voor me breide. Al meer dan 25 jaar geleden en nog helemaal heel. Afgelopen winter, toen het zo koud was, heb ik ze nog aangehad. 's Avonds, lekker warm aan je voeten, met de kachel aan.
Ik zie haar nog zitten, in de stoel naast de televisie. Nooit vóór de televisie. En maar gaan met die pennen – wat zal het geweest zijn, pen 3, of 4? Af en toe keek ze op, voor de visite, of opzij, als er wat op de televisie was. Maar daar was toen ook al niet veel op te zien.
Hoe ging dat, zo'n sok? Eerst het teenstuk, dan de voet, dan het hielstuk en dan de rest? Of andersom, eindigend bij het teenstuk? Met drie breipennen in de rondte?
En hoe lang zal ze erover gedaan hebben, over zo'n sok? Een dag? Een middag en een avond? Zou ze m'n sokken alles bij elkaar in nog geen week gebreid hebben? M'n oma, nooit een minuut stil gezeten.
Labels:
muziek,
Relikwieën en documenten,
Wat ik mis
dinsdag 17 april 2012
500 x Kappie
Daarnet ging de telefoon, zoals iedere dinsdag. Ik zie al in de display wie het is: 'Ha Bert!'
'Ha Leen! Hoe is het?'
'Goed. Met jou?'
En dan bespreken we het leven. Daar begint het gesprek meestal mee. En dat kan ook wel even doorgaan. Maar dan, en dat is een kwestie van aanvoelen, besef van beide kanten, moet er gewerkt worden. Dan moet de Kappie vertaald.
Al vijfhonderd keer, al ruim tien jaar lang (de laatste jaren wordt het werk in de zomerperiode stilgelegd) belt Bert mij voor de vertaling van de strip Kappie in Katwijks dialect. Kappie is een aan lagerwal geraakte kapitein met het uiterlijk van een meeuw, die commentaar geeft op de actualiteit in het dorp.
Na het telefoontje staat de strip donderdag in De Katwijksche Post, links onderaan op de voorpagina. Sommige lezers zijn alleen op de krant geabonneerd vanwege die strip. Je ziet het voor je, de gevechten die uitbreken in de gezinnen, de grote gezinnen die hier en daar in Katwijk nog moeten bestaan, om de krant als eerste te pakken te krijgen, als-ie net op de deurmat gevallen is. Flarden papier om de oren, en ergens tussen die flarden, gelukkig nog drie snippers strip.
Bert heeft die dinsdag eerst naar de redactie van de krant gebeld, naar Paul of Sandra, wat het nieuws is. Uit de belangrijkste onderwerpen die er die week in het dorp spelen, komt er eentje bovendrijven. Daar kan hij wel wat mee, daar kan hij een strip over maken. Daar zit een grap of een clou in. Het verbaast mij altijd weer dat iemand iedere week de inspiratie heeft om zoiets te bedenken. Kronkels waar een normaal mens niet op komt, zelfs niet als je zo dichtbij staat dat je iedere week die strip mag vertalen. Het is elke keer weer een verrassing. Vaak maken we achteraf nog wel een quasi-indeling over de sterkte van de grap. Van de hele goeie tot een enkele flauwe. Maar flauwe grappen kunnen ook heel goed zijn. Dus een echte indeling is eigenlijk niet te maken. De beste strips hebben natuurlijk helemaal geen tekst nodig. Maar dan valt er ook niks te vertalen. Bert belt dan wel trouw op, om dat te melden, en dan hebben we wel nog even dat gesprek over het leven. Als ik er niet ben, doet Jaap de vertaling. Reuzetrots zijn we op de strip waarop Jaap en ik zijn afgebeeld, werkend aan het Katwijks woordenboek, terwijl Dicky, de vrouw van Jaap, met de versnaperingen binnenkomt. Zo'n tekeningetje, dat is Bert ten voeten uit.
Als we gewerkt hebben, dat wil zeggen: de strip vertaald, mompelen we nog wat en hangt Bert op met de legendarische woorden: 'Ik ga 'm maken!'
Vijfhonderd Kappies, tien jaar mooie momenten. Te veel om op te noemen. Daarom noem ik er nog twee (want alle goede dingen bestaan uit drie). Legendarisch, of hilarisch, net zo je het noemen wilt, was de strip over die 1 aprilgrap waarbij Jaap en ik voorspeld hadden dat in het stucwerk aan de binnenkant van de Katwijkse vuurtoren de oudste resten van het dialect te vinden moesten zijn, eeuwen geleden vastgelegd door stukadoors. Omdat stukadoors altijd zingen en praten tijdens hun werk. De liederen en verhalen uit die tijd zouden via de stucspecie in de muren zijn beland. Een Italiaanse professor had dat ontdekt. De trillingen van de stembanden worden via de borstkas aan de armen doorgegeven en vervolgens via de handen naar de spaan die op zijn beurt minieme ribbeltjes achterlaat in de zachte stucspecie. De ribbeltjes zijn zonder hulpmiddelen met het oog nauwelijks waarneembaar, omdat stukadoors voor hun werk een vaste hand moeten hebben. Dat was goed te zien aan het pleister van de Sixtijnse Kapel, dat rimpelloos lijkt, maar waar professor Alessandro Lugano van de Universiteit van Turijn via speciale audiografische apparatuur toch uiterst fijne trillingen had weten waar te nemen. De moderne technieken die in Sixtijnse Kapel waren toegepast, zouden die woensdag in april ook worden toegepast in de Katwijkse vuurtoren. De Italiaanse professor en zijn team waren er speciaal voor naar Katwijk gekomen. Er zou een wagen van TNO bij de vuurtoren staan, met allemaal kabels die naar binnen gingen, en op de avond van die dag zouden de teksten met geluid zichtbaar worden gemaakt op een groot scherm op het Andreasplein achter de Oude Kerk. Het hele verhaal was uitgebreid te lezen in De Katwijksche Post. En dit maakte Bert ervan...
...met die kabel vanuit de vuurtoren helemaal door de Koninginneweg naar het Andreasplein, en al die serieuze gezichten bij dat bord. Wat dat betreft heeft Bert met Kappie toch wel wat nieuwe dimensies aan het dorp toegevoegd, iets waar hij zich vooral heel prettig aan te buiten is gegaan met zijn Grote Katwijk Puzzel.
Als laatste nog een strip over Kappie met zijn vrouw, waarvan er heel veel zijn. Ze wonen in een Rooie Buurt-huisje, in de Noord. Betere plek om te wonen kun je niet bedenken voor dit paar. Deze gaat over Koninginnedag, met de oranjetompoezen die in de aanbieding zijn. Heerlijk getekend.
'Ha Leen! Hoe is het?'
'Goed. Met jou?'
En dan bespreken we het leven. Daar begint het gesprek meestal mee. En dat kan ook wel even doorgaan. Maar dan, en dat is een kwestie van aanvoelen, besef van beide kanten, moet er gewerkt worden. Dan moet de Kappie vertaald.
Al vijfhonderd keer, al ruim tien jaar lang (de laatste jaren wordt het werk in de zomerperiode stilgelegd) belt Bert mij voor de vertaling van de strip Kappie in Katwijks dialect. Kappie is een aan lagerwal geraakte kapitein met het uiterlijk van een meeuw, die commentaar geeft op de actualiteit in het dorp.
Na het telefoontje staat de strip donderdag in De Katwijksche Post, links onderaan op de voorpagina. Sommige lezers zijn alleen op de krant geabonneerd vanwege die strip. Je ziet het voor je, de gevechten die uitbreken in de gezinnen, de grote gezinnen die hier en daar in Katwijk nog moeten bestaan, om de krant als eerste te pakken te krijgen, als-ie net op de deurmat gevallen is. Flarden papier om de oren, en ergens tussen die flarden, gelukkig nog drie snippers strip.
Bert heeft die dinsdag eerst naar de redactie van de krant gebeld, naar Paul of Sandra, wat het nieuws is. Uit de belangrijkste onderwerpen die er die week in het dorp spelen, komt er eentje bovendrijven. Daar kan hij wel wat mee, daar kan hij een strip over maken. Daar zit een grap of een clou in. Het verbaast mij altijd weer dat iemand iedere week de inspiratie heeft om zoiets te bedenken. Kronkels waar een normaal mens niet op komt, zelfs niet als je zo dichtbij staat dat je iedere week die strip mag vertalen. Het is elke keer weer een verrassing. Vaak maken we achteraf nog wel een quasi-indeling over de sterkte van de grap. Van de hele goeie tot een enkele flauwe. Maar flauwe grappen kunnen ook heel goed zijn. Dus een echte indeling is eigenlijk niet te maken. De beste strips hebben natuurlijk helemaal geen tekst nodig. Maar dan valt er ook niks te vertalen. Bert belt dan wel trouw op, om dat te melden, en dan hebben we wel nog even dat gesprek over het leven. Als ik er niet ben, doet Jaap de vertaling. Reuzetrots zijn we op de strip waarop Jaap en ik zijn afgebeeld, werkend aan het Katwijks woordenboek, terwijl Dicky, de vrouw van Jaap, met de versnaperingen binnenkomt. Zo'n tekeningetje, dat is Bert ten voeten uit.
Als we gewerkt hebben, dat wil zeggen: de strip vertaald, mompelen we nog wat en hangt Bert op met de legendarische woorden: 'Ik ga 'm maken!'
Vijfhonderd Kappies, tien jaar mooie momenten. Te veel om op te noemen. Daarom noem ik er nog twee (want alle goede dingen bestaan uit drie). Legendarisch, of hilarisch, net zo je het noemen wilt, was de strip over die 1 aprilgrap waarbij Jaap en ik voorspeld hadden dat in het stucwerk aan de binnenkant van de Katwijkse vuurtoren de oudste resten van het dialect te vinden moesten zijn, eeuwen geleden vastgelegd door stukadoors. Omdat stukadoors altijd zingen en praten tijdens hun werk. De liederen en verhalen uit die tijd zouden via de stucspecie in de muren zijn beland. Een Italiaanse professor had dat ontdekt. De trillingen van de stembanden worden via de borstkas aan de armen doorgegeven en vervolgens via de handen naar de spaan die op zijn beurt minieme ribbeltjes achterlaat in de zachte stucspecie. De ribbeltjes zijn zonder hulpmiddelen met het oog nauwelijks waarneembaar, omdat stukadoors voor hun werk een vaste hand moeten hebben. Dat was goed te zien aan het pleister van de Sixtijnse Kapel, dat rimpelloos lijkt, maar waar professor Alessandro Lugano van de Universiteit van Turijn via speciale audiografische apparatuur toch uiterst fijne trillingen had weten waar te nemen. De moderne technieken die in Sixtijnse Kapel waren toegepast, zouden die woensdag in april ook worden toegepast in de Katwijkse vuurtoren. De Italiaanse professor en zijn team waren er speciaal voor naar Katwijk gekomen. Er zou een wagen van TNO bij de vuurtoren staan, met allemaal kabels die naar binnen gingen, en op de avond van die dag zouden de teksten met geluid zichtbaar worden gemaakt op een groot scherm op het Andreasplein achter de Oude Kerk. Het hele verhaal was uitgebreid te lezen in De Katwijksche Post. En dit maakte Bert ervan...
...met die kabel vanuit de vuurtoren helemaal door de Koninginneweg naar het Andreasplein, en al die serieuze gezichten bij dat bord. Wat dat betreft heeft Bert met Kappie toch wel wat nieuwe dimensies aan het dorp toegevoegd, iets waar hij zich vooral heel prettig aan te buiten is gegaan met zijn Grote Katwijk Puzzel.
Als laatste nog een strip over Kappie met zijn vrouw, waarvan er heel veel zijn. Ze wonen in een Rooie Buurt-huisje, in de Noord. Betere plek om te wonen kun je niet bedenken voor dit paar. Deze gaat over Koninginnedag, met de oranjetompoezen die in de aanbieding zijn. Heerlijk getekend.
zondag 15 april 2012
Titanic
Vannacht was het 100 jaar geleden dat de Titanic op een ijsberg voer, en zonk. Vette pech. Ik heb er nog een ansichtkaart van, jaren geleden in het Scheepvaartmuseum gekocht.
Ik weet alleen nooit hoe ik die ansichtkaart moet houden...
woensdag 11 april 2012
Betoverend
Panorama Mesdag. Je komt er misschien drie keer in je leven. En iedere keer is het weer even betoverend. Tenminste, ik denk dat ik er nu drie keer geweest ben. Weer dat donkere trapje op, en dan... die ruimte, vol licht. Licht dat telkens weer verandert, terwijl je niet ziet waar het vandaan komt. Wat je ziet is een doek, een schilderij, van reusachtige afmetingen, helemaal rondom, zonder lijst en zonder einde. Met uitzicht naar alle kanten. En dat licht dat verandert, komt via het raam in het dak, op dat doek, dat telkens weer verandert, alsof het leeft.
Op zo'n dag als vandaag, met een zonnetje en wat losse wolken, kun je er gerust naartoe gaan. Dan is het doek één groot, bewegend spektakel. Een lust voor het oog!
Panorama Mesdag is Scheveningen in 1880 gezien vanaf het Seinpostduin. Het werd in slechts vier maanden geschilderd door H.W. Mesdag, bijgestaan door zijn vrouw S. Mesdag-van Houten, voor het dorp Scheveningen, Th. de Bock, voor de lucht en de duinen, en G.H. Breitner, voor de cavalerie en artillerie. De doorsnede van het panorama is 35 meter, de afstand van de leuning tot het doek is 14 meter, de hoogte van het doek is 14 meter, de omtrek 120 meter en de oppervlakte 1680 vierkante meter.
Alles over het grootste schilderij van Nederland op panorama-mesdag.com.
Labels:
Den Haag,
duinen,
schilder- en tekenkunst,
strand
dinsdag 10 april 2012
Vroege herinneringen – nog 37 nachtjes
Als ik goed geteld heb, nog 37 nachtjes slapen tot Vroege herinneringen.
Het hele verhaal, met unieke, nooit eerder gepubliceerde foto's!
Het hele verhaal, met unieke, nooit eerder gepubliceerde foto's!
maandag 9 april 2012
zondag 1 april 2012
De Matthäus
Vrijdag naar de Matthäus geweest. De vorige keer was al weer veel te lang geleden. Weer neem ik me voor nu ieder jaar te gaan. Ruim drie uur alleen maar luisteren. Met velen in stille verwondering bijeen, voor het zeldzaam mooie waartoe wij stervelingen in staat zijn.
Ik ben niet zo van de muziektermen. Dat kan Adri allemaal veel beter verwoorden. Wat mij aan de Matthäus wel altijd opvalt, is de volmaakte harmonie tussen woorden en muziek. Picander, de vaste tekstdichter van Bach, moet de woorden, de klanken in de woorden, heel precies en bewust hebben uitgezocht bij de muziek. Dat hoor je meteen al in het begin, bij de aria 'Buss und Reu', met al die herhalingen van oe- en oi-klanken, wat ook in de aria die volgt, 'Blute nur, du liebes Herz!', nog even wordt opgepakt. De oe-, oi- en ook de uu-klanken zijn in het Duits blijkbaar goed vertegenwoordigd. En dan is er dat liefdevolle duet tussen sopraan en alt, dat begint met 'So ist mein Jesus nun gefangen', waardoorheen het koor met het afgebeten 'Lasst ihn, haltet, bindet nicht!' al een voorschot neemt op het bliksemen en donderden in 'Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?' Ook één groot klankspel. Het perfectst gezongen onweer dat ik ken. Met die gespannen stilte middenin, waarna de vurige afgrond van de hel zich voor ons opent en alles beeft en siddert. Voor de koffiepauze is er dan nog dat prachtige, veelstemmige koraal 'O Mensch, bewein' dein' Sünde gross', waarna het kinderkoor naar huis kan – Bach hield in zijn tijd al rekening met de arbeidstijdenwet. Na de pauze is er het droefgeestige, door de alt gezongen 'Erbarme dich', met dat prachtige vioolspel. Als ik aan vioolmuziek denk, is dat deze muziek! Meteen daarna hebben we het gedragen, slepende en evenwichtige koraal 'Bin ich gleich von dir gewichen' en even verder is er weer zo'n prachtige aria met vioolmuziek, maar nu is daarbij de bas aan zet: 'Gebt mir meinen Jesum wieder!' We gaan hier de Matthäus niet uitputtend behandelen, maar wat ik zeker nog wil noemen is het ingetogen 'Aus Liebe will mein Heiland sterben', gezongen door de sopraan, begeleid door fluiten en hobo's. Daarna is er nog de mooie, alweer ingetogen vioolmuziek in de door de alt gezongen aria 'Können Tränen meiner Wangen'. Het geluid van de viola da gamba is te bewonderen in de door de bas gezongen aria 'Komm, süsses Kreuz'. Heel gedragen. Dan volgt het angstwekkende rezitativ 'Ach Golgatha, unsel'ges Golgatha!', door de alt gezongen en begeleid door hobo's da caccia. Nog ruim voor het einde is er het rustige koraal 'Wenn ich einmal soll scheiden'. Daarna worden we opgeschrikt door het voorhangsel van de tempel dat in tweeën scheurt, met de aarde die beeft, de rotsen die scheuren en de graven die opengaan, waaruit de lichamen van de heiligen tevoorschijn komen. Heel stil wordt het in de kerk bij de aria 'Mache dich, mein Herze, rein', weer met hobo's da caccia, maar nu de bas die zingt. Voor het slotkoor komen alle solisten nog een keer langs: bas, tenor, alt en sopraan, afgewisseld door het koor, dat zingt 'Mein Jesu, mein Jesu, gute Nacht', steeds weer opnieuw, en dramatischer naar het einde toe.
De Matthäus, dat gaat heel ver terug. Naar de tijd dat mijn moeder iedere week werd opgehaald door haar zangvriendinnen, om naar de repetitie te gaan. In het Jeugdhuis, in die prachtige zaal met de alkoof. De tijd van Admiraal, de dirigent. De tijd dat mijn moeder met de andere vrouwen van het koor jurken naaide. Wel zóveel jurken, van hele lange banen stof. Want de dames moesten er allemaal hetzelfde uitzien. En het oefenen in huis, met dat hele dikke, groenige boek, met al die noten onder elkaar, en soms maar heel weinig tekst over de bladzijde verdeeld. Mijn moeder was sopraan. Jaren heeft ze gezongen bij Hallelujah, tot ze niet meer op haar benen kon staan. Nu zit ze in de kerk als er een uitvoering is, en zingt ze stilletjes mee, met kleindochter Iris dicht tegen haar aangedrukt. Nu komen we voor mijn zwager Bert, die als tenor in het koor zingt. Zelf heb ik ook nog een blauwe maandag meegezongen in de Matthäus, als een van de vier jongens tussen voor de rest allemaal meisjes van kinderkoor De Lenteklokjes. Dat was nog in de Nieuwe Kerk. Drie liedjes, tot de pauze. Dan kreeg je nog een glaasje limonade en moest je naar huis. Dat is wel veertig jaar geleden, schat ik. Nu is de uitvoering al jaren in de Dorpskerk. En Adri, die voor zijn dochter kwam vrijdagavond, gaat er een mooi stuk over schrijven voor De Katwijksche Post.
Volg het koor op hallelujah.nl. En heeft u het vignet van het koor, dat harpje, wel eens goed bekeken? Houdt het iets schuin horizontaal voor u en kijk er dan van onderen af overheen. Wie goed kijkt, ontdekt in de snaren de naam van het koor.
![]() |
| Voor aanvang |
Ik ben niet zo van de muziektermen. Dat kan Adri allemaal veel beter verwoorden. Wat mij aan de Matthäus wel altijd opvalt, is de volmaakte harmonie tussen woorden en muziek. Picander, de vaste tekstdichter van Bach, moet de woorden, de klanken in de woorden, heel precies en bewust hebben uitgezocht bij de muziek. Dat hoor je meteen al in het begin, bij de aria 'Buss und Reu', met al die herhalingen van oe- en oi-klanken, wat ook in de aria die volgt, 'Blute nur, du liebes Herz!', nog even wordt opgepakt. De oe-, oi- en ook de uu-klanken zijn in het Duits blijkbaar goed vertegenwoordigd. En dan is er dat liefdevolle duet tussen sopraan en alt, dat begint met 'So ist mein Jesus nun gefangen', waardoorheen het koor met het afgebeten 'Lasst ihn, haltet, bindet nicht!' al een voorschot neemt op het bliksemen en donderden in 'Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?' Ook één groot klankspel. Het perfectst gezongen onweer dat ik ken. Met die gespannen stilte middenin, waarna de vurige afgrond van de hel zich voor ons opent en alles beeft en siddert. Voor de koffiepauze is er dan nog dat prachtige, veelstemmige koraal 'O Mensch, bewein' dein' Sünde gross', waarna het kinderkoor naar huis kan – Bach hield in zijn tijd al rekening met de arbeidstijdenwet. Na de pauze is er het droefgeestige, door de alt gezongen 'Erbarme dich', met dat prachtige vioolspel. Als ik aan vioolmuziek denk, is dat deze muziek! Meteen daarna hebben we het gedragen, slepende en evenwichtige koraal 'Bin ich gleich von dir gewichen' en even verder is er weer zo'n prachtige aria met vioolmuziek, maar nu is daarbij de bas aan zet: 'Gebt mir meinen Jesum wieder!' We gaan hier de Matthäus niet uitputtend behandelen, maar wat ik zeker nog wil noemen is het ingetogen 'Aus Liebe will mein Heiland sterben', gezongen door de sopraan, begeleid door fluiten en hobo's. Daarna is er nog de mooie, alweer ingetogen vioolmuziek in de door de alt gezongen aria 'Können Tränen meiner Wangen'. Het geluid van de viola da gamba is te bewonderen in de door de bas gezongen aria 'Komm, süsses Kreuz'. Heel gedragen. Dan volgt het angstwekkende rezitativ 'Ach Golgatha, unsel'ges Golgatha!', door de alt gezongen en begeleid door hobo's da caccia. Nog ruim voor het einde is er het rustige koraal 'Wenn ich einmal soll scheiden'. Daarna worden we opgeschrikt door het voorhangsel van de tempel dat in tweeën scheurt, met de aarde die beeft, de rotsen die scheuren en de graven die opengaan, waaruit de lichamen van de heiligen tevoorschijn komen. Heel stil wordt het in de kerk bij de aria 'Mache dich, mein Herze, rein', weer met hobo's da caccia, maar nu de bas die zingt. Voor het slotkoor komen alle solisten nog een keer langs: bas, tenor, alt en sopraan, afgewisseld door het koor, dat zingt 'Mein Jesu, mein Jesu, gute Nacht', steeds weer opnieuw, en dramatischer naar het einde toe.
![]() |
| Na afloop |
De Matthäus, dat gaat heel ver terug. Naar de tijd dat mijn moeder iedere week werd opgehaald door haar zangvriendinnen, om naar de repetitie te gaan. In het Jeugdhuis, in die prachtige zaal met de alkoof. De tijd van Admiraal, de dirigent. De tijd dat mijn moeder met de andere vrouwen van het koor jurken naaide. Wel zóveel jurken, van hele lange banen stof. Want de dames moesten er allemaal hetzelfde uitzien. En het oefenen in huis, met dat hele dikke, groenige boek, met al die noten onder elkaar, en soms maar heel weinig tekst over de bladzijde verdeeld. Mijn moeder was sopraan. Jaren heeft ze gezongen bij Hallelujah, tot ze niet meer op haar benen kon staan. Nu zit ze in de kerk als er een uitvoering is, en zingt ze stilletjes mee, met kleindochter Iris dicht tegen haar aangedrukt. Nu komen we voor mijn zwager Bert, die als tenor in het koor zingt. Zelf heb ik ook nog een blauwe maandag meegezongen in de Matthäus, als een van de vier jongens tussen voor de rest allemaal meisjes van kinderkoor De Lenteklokjes. Dat was nog in de Nieuwe Kerk. Drie liedjes, tot de pauze. Dan kreeg je nog een glaasje limonade en moest je naar huis. Dat is wel veertig jaar geleden, schat ik. Nu is de uitvoering al jaren in de Dorpskerk. En Adri, die voor zijn dochter kwam vrijdagavond, gaat er een mooi stuk over schrijven voor De Katwijksche Post.
Volg het koor op hallelujah.nl. En heeft u het vignet van het koor, dat harpje, wel eens goed bekeken? Houdt het iets schuin horizontaal voor u en kijk er dan van onderen af overheen. Wie goed kijkt, ontdekt in de snaren de naam van het koor.
Abonneren op:
Posts (Atom)























