zaterdag 25 september 2021

Nijntje an zae gepresenteerd in Katwijkse bibliotheek

Vanochtend mocht nijntje an zae dan eindelijk naar buiten en kon ze met d'r skep en d'r nemmer om skillepe op strand.

Een prachtig initiatief van Anne Pauwels, mede mogelijk gemaakt door de stichting Herinneringsfonds D.F.E. Meerburg en Spaarbankfonds Katwijk. Uitgeverij Bornmeer maakte er een echt nijntje-boekje van en Adri van Beelen las voor hoe dat volgens de vertalers Jaap van der Marel en Leendert de Vink moest klinken. Zo dus:

vrijdag 24 september 2021

Christelijke Opleidingsschool gemeentelijk monument!

Vandaag een fantastisch bericht in het Leidsch Dagblad. De Christelijke Opleidingsschool wordt een gemeentelijk monument! Zowel de binnen- als de buitenkant! Het verstand heeft gezegevierd.

vrijdag 17 september 2021

We hebben er weer een ereburger bij!

Burgemeester Cornelis Visser en Dicky en Jaap van der Marel,
vanmiddag voor Hotel Noordzee. Foto Jaap van der Marel jr.

Vanmiddag is door burgemeester Visser aan Jaap van der Marel de erepenning van de gemeente Katwijk uitgereikt. Wegens zijn grote verdiensten voor het behoud en de beschrijving van het dialect van Katwijk aan Zee.

zondag 12 september 2021

Langs de Amstel naar Amsterdam

Bijna in Amsterdam.

Vandaag was het er helemaal het weer voor. Eerst naar de Tolhuissluis bij Bilderdam, en vandaar de Amstel langs, met al zijn bochten. Gewoon op de analoge fiets.

Het pontje bij Ouderkerk aan de Amstel.

Met even een pauze.

Eindelijk in Amsterdam.

En op de Dam.

Het IJ, met rechts de circustent van Hans Klok op de Javakade.

Bij Hannekes Boom.

Kortom, een uitgelezen dag.

zondag 5 september 2021

Om braam

En terwijl een uitzinnige menigte van 70.000 man/vrouw onder leiding van prins Poen coureur Verstappen over de finish ziet razen, zoeken wij de stilte. Gelukkig zijn wij onder een ander gesternte geboren en niet in een gespreid bedje ter wereld gekomen. Daardoor hebben wij nu de mogelijkheid om in een andere kustplaats, iets zuidelijker gelegen dan waar op ditzelfde moment het tumult uitbarst, 'om braam' te gaan, zoals dat daar heet. In de zomerse warmte van het duingebied in wat oudtijds de aardappelveldjes zijn geweest net voorbij de lichtmasten die de velden van de zaterdagamateurs omgorden, leren wij onze kleinkinderen wat eentjes, tweetjes en drietjes zijn, bramen met respectievelijk (slechts) één bes of twee of drie bessen, maar ook wat besuikerden zijn, bramen die dauwrijp zijn, waar zo'n blauwige mist overheen ligt. Je hebt dat ook bij druiven. Het is stil in duin, en vredig, en de planten en struiken en al het geboomte dat onder de hemel is, tiert welig. Het enige geluid in deze ongereptheid is het gejoel dat uit onze kelen komt, als we weer een plek gevonden hebben met wat meer bramen dan op de plek daarvoor. Die besuikerden staan vooral tussen het hoge gras, waar de grond wat vochtiger is.


zondag 29 augustus 2021

De boomhut, nog even in z'n volle glorie!

Voor de tekenaars en architecten onder ons: zo doe je dat dus, op het oog, zoals ze vroeger een bomschuit bouwden, of een andere boot.

zaterdag 28 augustus 2021

Een boomhut, nauwelijks van echt te onderscheiden


Als je maar lang genoeg vraagt, het maar zo lang mogelijk onder de aandacht weet te brengen, komt-ie er wel, die boomhut. Op vier stammetjes maar liefst en helemaal uit de wind en uit de regen, wat wil je nog meer. Dat je er maar lang plezier van mag hebben!

Met zus Petra als de behanger en dochter Marjolein als de schroevendraaier.


Alleen de raampjes nog.

donderdag 19 augustus 2021

Reizen met Charley van John Steinbeck

Na het dikke boek van Geert Mak, Reizen zonder John, moest ik natuurlijk ook Reizen met Charley lezen, waar het dikke boek op gebaseerd is. In 2010 deden Geert Mak en zijn vrouw de reis van John Steinbeck en zijn hond nog eens opnieuw, precies vijftig jaar later. Om te zien hoe Amerika veranderd was. Net als Steinbeck dat gedaan had. Steinbeck reist 'van Long Island naar de Pacific en via Texas en het diepe zuiden terug naar New York. Hij reist met een speciaal voor deze reis gebouwde camper, de Rocinante, via kleine stadjes en groeiende steden naar schitterende oases in de wildernis en doet uitgebreid verslag van de obsessies en eigenaardigheden van de Amerikanen die hij onderweg tegenkomt.'* Wat dat boek zo bijzonder maakt, is zijn reisgenoot, een Franse poedel. De gesprekken die Steinbeck met hem voert. Gedurende de reis, ook al duurt die nog geen jaar, voel je Charley ouder worden, misschien is het de vermoeidheid, en dan is het de oude baas tegen de oude hond, en andersom, in al zijn aandoenlijkheid, zoals wanneer Charley de camper uit loopt en niet terugkomt en zijn baas hem gaat zoeken:

Charley was niet teruggekomen. Ik deed de deur open, floot hem en kreeg geen reactie. Dat bracht me terug tot de werkelijkheid. Ik greep mijn zaklantaarn en richtte zijn doordringende straal op de canyon. Het licht flitste op in twee ogen op zo'n vijftig meter afstand. Ik rende het pad op en trof hem starend in de ruimte aan, net zoals ik had gedaan.

'Wat is er, Charley, ben je niet in orde?'
Zijn staart wuifde langzaam zijn antwoorden. 'Ja, hoor. Het gaat prima, geloof ik.'
'Waarom kwam je niet toen ik je floot?' 
'Ik heb je niet horen fluiten.' 
'Waar staar je naar?' 
'Weet ik niet. Naar niks, denk ik.' 
'Nou, wil je niets eten dan?' 
'Ik heb niet echt honger. Maar ik zal wel doen alsof.' 
In de hut liet hij zich op de grond vallen en legde zijn kin op zijn poten. 
'Kom op bed liggen, Charley. Laten we ons samen ellendig voelen.' Hij gehoorzaamde, maar zonder enthousiasme, en ik woelde met mijn vingers door zijn kuif en achter zijn oren zoals hij lekker vindt. 'Hoe is dat?' 
Hij draaide zijn kop. 'Iets meer naar links. Ja, daar.' 
'We zouden armzalige ontdekkingsreizigers zijn. Een paar dagen van huis en we hebben al medelijden met onszelf. De eerste blanke die hier kwam – ik geloof dat hij Narváez heette en ik meen dat zijn uitstapje zes jaar duurde. Schuif eens op. Ik zal het opzoeken. Nee, het duurde acht jaar – 1528 tot 1536. En Narváez zelf heeft het niet tot hier gehaald. Vier van zijn mannen wel. Ik vraag me af of zij ooit medelijden met zichzelf hadden. Wij zijn slap, Charley. Misschien is het tijd voor wat hoffelijkheid. Wanneer ben je jarig?' 
'Weet ik niet. Misschien net als een paard, op 1 januari?' 
'Zou het vandaag kunnen zijn?' 
'Wie weet?' 
'Ik zou een taart voor je kunnen bakken. Wel met cakemix, want dat is het enige wat ik heb. Maar met genoeg stroop en een kaarsje erbovenop.' 
Charley bekeek de operatie met lichte belangstelling. Zijn malle staart hield een subtiel gesprek. 'Iedereen die je een verjaardagstaart voor een hond zou zien maken waarvan hij niet eens weet of hij jarig is, zou denken dat je van lotje getikt was.' 
'Als je met die staart van je niet netter kunt spreken dan zo, is het misschien maar goed dat je niet kunt praten.' 
Hij lukte vrij goed: vier lagen cake met stroop ertussen en een stompje van een mijnwerkerskaars erbovenop. Ik dronk op Charleys gezondheid met pure whisky terwijl hij at en de stroop oplikte. En toen voelden we ons allebei beter. Denk dan eens aan die groep van Narváez – acht jaar. In die tijd bestonden er nog echte mannen. 
Charley likte de stroop van zijn snor. 'Waarom ben je zo melancholiek?' 
'Omdat ik niets meer zie. Als dat je overkomt, denk je dat je nooit meer iets zult zien.' 
Hij stond op en rekte zich uit, eerst zijn voorpoten en daarna zijn achterlijf. 'Laten we een stukje de heuvel op lopen,' stelde hij voor. 'Misschien begin je weer iets te zien.' 
We inspecteerden de berg gebroken whiskyflessen en liepen daarna verder over het pad. De droge, bevroren lucht kwam in pluimpjes rook uit ons naar buiten. Een vrij groot beest sprong de heuvel vol gebroken stenen op, of misschien een klein beest en een grote kleine lawine. 
'Wat was dat volgens jouw neus?' 
'Niet iets wat ik herken. Een soort muskusachtige geur. En ook niet iets waar ik achteraan ga.'  
De nacht was zo donker dat hij doorgeprikt was met vurige spikkels. Mijn licht werd beantwoord door een flits op de steile, rotsachtige oever. Ik klom er stuntelig uitglijdend heen, raakte de echo van licht kwijt en vond hem weer, een klein, net gespleten steentje met een stukje mica erin; geen fortuin maar een mooi ding om te hebben. Ik stopte het in mijn zak en we gingen slapen. 

Wat is dat toch met boeken met honden?  

* Tekst op de omslag van John Steinbeck, Reizen met Charley. Een zoektocht naar Amerika. Vert. door Tineke Funhoff. 12e druk. [Amsterdam]: Olympus, 2019.
** Ibidem pp. 203-205.

vrijdag 13 augustus 2021

Het begon met een loopoor


Binnenkort ga ik naar de kno-arts van het ziekenhuis, omdat ik doof ben aan mijn rechteroor en voor mijn linkeroor ondertussen misschien wel een gehoorapparaat nodig heb. Ik zeg steeds vaker 'hè'.

Lange tijd dacht ik dat ik sinds mijn tiende, elfde of twaalfde doof was aan dat rechteroor. Later dacht ik dat het rond mijn achtste geweest moest zijn, dat ik niets meer hoorde met dat oor. Sinds zondag weet ik dat ik vijfenhalf was toen het gebeurde. Dat kwam zo.

Mijn moeder vertelde dat ze zich herinnerde dat het zomer was en dat we op het platte dak waren – het huis waar we woonden had een omheind plat dak waar je door een deur in de dakkapel op kon komen –, met mijn zus, die toen anderhalf was – we schelen vier jaar –, toen er iets bruins uit mijn oor kwam. Dat was een loopoor. Ik had een gaatje in mijn trommelvlies waar het spul uit kwam. Ik vertelde het verhaal aan mijn zus en die vertelde dat ze een foto in haar fotoboek had waarop we samen op een fauteuil in de woonkamer zitten en ik met een pleister op mijn oor. Ik kende de foto niet. Het onderschrift geeft ondubbelzinnig de tijd aan: zomer 1967.

Ik heb altijd begrepen dat er een huisarts langskwam, Hueting, volgens mijn moeder was het Den Dulk, die te sterke bruisdruppels voorschreef en dat daardoor (toen pas) mijn trommelvlies klapte. Er volgden twee operaties in het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL), om mijn trommelvlies te repareren, maar dat lukte niet. De artsen kregen ruzie boven mijn hoofd. Ze hebben toen mijn oor maar gauw dichtgemaakt. Daardoor zitten hamer, aambeeld en stijgbeugel aan elkaar verkleefd, waardoor ik helemaal niks meer hoor, met dat oor.

Mijn moeder zei: 'Dan kan je dat vertellen als je straks in het ziekenhuis komt.'

vrijdag 6 augustus 2021

nijntje an zae

Na het woordenboek mochten we weer buiten spelen, op strand dit keer. Al vroeg ook deze tekst wel even serieus de aandacht. Elk woordje, elk lettertje is gewogen.

nijntje an zae vanaf 25 september overal verkrijgbaar.

De vertaling is van Jaap van der Marel en Leendert de Vink.

Meer informatie is te vinden onder deze link.

maandag 2 augustus 2021

Herman van Veen in Carré

Vroeger werd gezongen en gefloten in de straat,
had de slagersjongen nog een opera paraat,
de metselaar kon zingend op de steiger staan,
de melkboer lengde fluitend zijn melk een beetje aan.*

Je moet maar durven, in een zaal vol mensen, allemaal twee keer gevaccineerd.

Al twee keer uitgesteld, van november naar maart en nu, zaterdag 31 juli, in de 564ste voorstelling (Toon Hermans al lang en lang voorbij), in al die tijd ook nog van naam veranderd, van 75 'Dat kun je wel zien dat is hij' naar 76 'Dat kun je wel zien dat is hij'. Een jaartje ouder, maar je merkt er niets van. Dat springt en danst. Als altijd groots, in alles, alle liedjes, sketches, zoveel positiviteit, poëzie, samengebald in anderhalf uur – we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.** Als in een cocon gevangen, zo zaten we daar, in een tijdreis van de jaren zestig tot nu. En die stem... van 'Anne' tot 'Suzanne' en van 'Onder aan de dijk' tot 'Liefde van later' en 'Moenie weggaan nie', niet te evenaren.

En die stem...



* Uit: 'Hilversum 3' van Herman van Veen.
** Uit: 'Opzij, opzij, opzij' van Herman van Veen.

vrijdag 30 juli 2021

Het Roze Huisje (3)

De ochtendzon die over de straat strijkt, zet de huizen in een getemperd licht. 

De steigers zijn weggehaald. Nu zou je denken dat dit huisje wel klaar was. Maar onder aan de gevel moet nog een spatrand worden aangebracht, een 'boerenslimheid', lees ik onder deze link. Dan zal het toch wel af zijn. Maar wat zien we daar?

Aan de middelste trede aan de rechterkant? Als de schilders die maar niet vergeten zijn...

In het namiddaglicht, met de zon erop, verbleekt dat steenrood toch wel enigszins. De zon maakt alles en iedereen blij en zorgeloos.