donderdag 30 juli 2020

Rondje Oegstgeest


Of moet ik het een Tour d'Oegstgeest noemen? Want dit dorp is deftig. En dan heb ik het vooral over Oud-Oegstgeest, met zijn mooie villa's, gelegen in landelijk groen.

We hadden wel zin in een groene tocht dit keer, van bos naar bos, te beginnen in het Bos van Van Wijckerslooth, met ck en th. Toe maar!* Maar we sloegen dat bos nu toch maar even over om door de naastgelegen villawijk te kunnen wandelen. En dat is alsof je door een dorp in de Cotswolds loopt. Heerlijk! Engels! Met een bruggetje in de straat en tussen de huizen een vijver met een hekje eromheen en eenden, een pool. Je verzint het niet. Hier wil je wonen. De rust. Ik herinnerde me van een fietsritje een paar weken geleden nog dat huis op de hoek, het leek wel een boerderij, maar was dat niet. Het was een oude villa met strooien dak, met grote struiken blauwe en roze hortensia's ervoor. Een beeld dat voorbijschoot, op die fiets, in mijn ooghoek. Schitterend! En dan schit-te-rend met nadruk uitgesproken, in losse lettergrepen. Nu kwamen we er weer langs, lopend. En kon ik het vastleggen dat beeld, als die bloemen nog niet uitgebloeid waren. Ha, daar was het weer. Het zat nog op mijn netvlies.

Kasteel Endegeest.

Na het Bos van Van Wijckerslooth, met ck en th, zouden we het groen rond Endegeest pakken, het gekkenhuis. Onderweg huizen met erkers en balkonnetjes met baldakijnen erboven, hoe verzin je het. Alles in zomerse stemming. Rechts van de weg het gemeentehuis in paviljoen Rhijngeest, het staat nog boven de deur, vroeger onderdeel van het gekkenhuiscomplex. Paviljoen... er is geen ander woord voor zo'n gebouw. In het trappenhuis van het gebouw zitten nog tralies, mooie tralies, in jugendstil, zodat de patiënten niet naar beneden sprongen. Tegenwoordig kun je er trouwen, wat we dan ook gedaan hebben.

Land(je) van Bremmer.

Wat verderop kun je langs het vroegere Witte Huis, waar je rijexamen deed en wat nu een verzorgingstehuis is voor vermogende bejaarden, naar het kasteeltje van Endegeest wandelen. Descartes heeft daar nog gewoond, van 'Ik denk, dus ik ben' ('Cogito ergo sum'), een filosoof in het gekkenhuis, je verzint het niet (of juist wel). En Maarten Biesheuvel verbleef er, groot schrijver, vandaag overleden. Achter het kasteeltje loop je via de kwekerij van de inrichting over het Pad van Bremmer, langs het Land(je) van Bremmer, dat oude weiland, die groene oase, met koeien, schapen, een ooievaarsnest, tegenover het voormalige Zendingshuis Hendrik Kraemer aan de Leidsestraatweg**. Nu zagen we het weiland ook eens van de andere kant. Loop je het Pad van Bremmer af, dan kom je uit op de Nachtegaallaan.

De Leidse Hout.

Rechts van die laan ben je opeens in Leiden en wandel je via de Vogelwijk richting het Bos van Bosman, met het landgoed Nieuweroord, waar een paar jaar geleden nog de zusterflat van het Academisch Ziekenhuis stond, die ze gesloopt hebben en waar ze nu die oude villa van het landgoed weer aan het neerzetten zijn, niet terugrestaureren maar opnieuw opbouwen, met appartementencomplexen ernaast. Dat laatste hadden ze niet moeten doen. Want o, wat is hier gebeurd! Het ziet er vol uit, heel vol! Een 'benauwde veste', om met Vondel te spreken. Gek genoeg oogde het landgoed veel ruimer toen die lelijke zusterflat er nog stond. En in de tijd voor de zusterflat, met alleen die oude villa, was het natuurlijk helemaal prachtig. Nee, die appartementencomplexen zijn een miskleun van de eerste orde. Wie heeft dit bedacht? Het tennisbaantje waar prinses Juliana een eeuw geleden nog met de jongeheren van oude Nieuweroord een balletje opsloeg, heeft het in alle nieuwbouwdrift ook al moeten ontgelden. Een paar jaar geleden was het er nog en werd er ook nog getennist.

Kasteel Oud-Poelgeest.

Vanaf de bouwplaats steek je de Rijnsburgerweg over, ga je iets naar links en dan rechts langs de voormalige sportzaak van Wout Bergers en daarna weer rechts langs de Leidse Houtschool, een gebouw uit de jaren dertig in de stijl van die tijd, en dan links langs het Diaconessenhuis de Leidse Hout in. Langs de kinderboerderij en het theehuis en de grote vijver met muziektent. Dan rechts het voetpad en fietspad over – dit is de oude, smalle Haarlemmerdijk; moet je een keer overheen fietsen en meemaken als je in de buurt bent, zo smal tussen het water door –, het terrein van UVS over en langs de keet van IJsclub Oegstgeest via een bruggetje het terrein van kasteel Oud-Poelgeest op, waar Wim en Hendrike getrouwd zijn ('van een bruiloft komt een bruiloft', zie boven) en Boerhaave gewoond heeft. Twee kastelen en drie beroemdheden op één tocht. Van villawijk naar kasteel naar bos, naar weer een bos en naar weer een kasteel, waar vind je dat op deze oppervlakte? 9,3 kilometer op de teller, iets meer dan de helft van de vorige week, maar de wandeling was er niet minder om: een rondje Oegstgeest, met een randje Leiden.


* Hiermee bedoel ik: het kan niet op, zulke deftige combinaties van letters. 'Van Wijkersloot' had al mooi genoeg geweest.
** De straatweg/straat heeft hier eigenlijk twee namen: Leidsestraatweg heet het aan aan de kant van het voormalige zendingshuis, Geversstraat aan de kant van het weiland.

donderdag 23 juli 2020

Een beetje om – van Oegstgeest naar Katwijk en terug

We zaten lekker van ons appelgebak te genieten, toen Wilma opperde:
'Zullen we via de Zuidduinen langs de Soefitempel teruggaan?'

We hadden nog een bon van de bruiloft, voor bij de Sunset, en het was mooi weer. Weer voor een wandeling. En iedere dag dertig minuten wandelen is goed voor zowat alles, lezen we. Dus namen we de bekende route, via Oegstgeester Kanaal en Oude Rijn, om zo bij het strand uit te komen en die tent op de boulevard.
Sinds vorig jaar, toen we aan het oefenen waren voor de Cotswolds, had ik niet meer zo ver gelopen. 7,8 kilometer van huis naar zee. Heen en weer zou dat nog geen 15 kilometer zijn. Iets voor de avondvierdaagse of de Kippenloop. We zaten lekker van ons appelgebak te genieten, toen Wilma opperde: 'Zullen we via de Zuidduinen langs de Soefitempel teruggaan? Kan dat?'
'Wow! Het is een beetje om, maar het moet kunnen. Er is een pad, als je naar de meertjes gaat en dan linksaf langs die uitkijkduin met die bunker erop, dat je bij de watertoren uitkomt. En dan zo via Katwijk-Binnen en Rijnsburg terug.'
'Dan kunnen we achter de camping langs.'
'Waar we Louca nog een keer hebben gedragen omdat ze niet meer kon.'
'Och, Loucaatje. Ik mis haar wel hoor.'
'Zo oud was ze toen nog niet eens.'


We gingen op pad, over het pad over de zeereep en de boulevard en doken de duinen in. Dit zou dan de training voor het South West Coast Path (SWCP) worden, waar we ooit een stukje van gelopen hadden, van Newquay naar Penzance.* En dat we volgend jaar wilden vervolgen. Langs Polperro, van de puzzel, in ieder geval. Maar ook langs dat plaatsje waar Raynor Winn en haar man Moth nu wonen, Polruan, tenminste in dat boek (De wilde stilte), en Fowey, aan de overkant. Er groeien palmbomen. Zij hadden in het eerste boek (Het zoutpad) het hele kustpad gelopen. 1014 kilometer! Aan de hand van die optimistische wandelgids van Paddy Dillon: The South West Coast Path.
Maar dit wat wij liepen leek onderhand ook al wel een hele toeristische route te worden, door de duinen langs die tempel en de watertoren, langs een groepje tiny houses – had je die in Katwijk ook al?**  – met akkertjes eromheen, café 't Wachtje en molen De Geregtigheid in Katwijk aan den Rijn, het tolhuis aan de Sandtlaan, het graf van Floris V en de Vliet door Rijnsburg. Al die indrukken. Voor je het wist was je weer thuis. Zo liep je in duin, zo zat je weer in je tuin.


De werkelijkheid was dat we ons nogal op de afstand hadden verkeken. Het was flink om. Geen kleine 15 maar 18,3 kilometer. Die drieënhalve kilometer extra hakte er behoorlijk in.

* Ik lees in de link dat dat was in 2008. Volgend jaar al 13 jaar geleden. Het wordt tijd voor een inhaalslag.
** Ja, juist! Want big houses waren er onbetaalbaar.

vrijdag 10 juli 2020

Katwijks woordenboek... Tweede druk in de winkel!

Voor wie 'm gemist heeft... Een nieuwe voorraad!

Want dat het zo hard zou gaan, had niemand verwacht. De boeken vlogen bijna letterlijk de winkel uit. Het woordenboek heeft ondertussen in menig huis een plek gevonden en wordt er regelmatig opgeslagen. Wat een rijkdom!

Het Katwijks woordenboek geeft antwoord op tal van vragen. Zoals wanneer je lappe ken kakke of wanneer je zegt dat iemand Lààis haer heeft.* Of wat een kaemizooltje is of wat haelemedijtjies zijn. Of waarom de vuurtoren van Noordwijk de Gloeiende Spijker wordt genoemd. En wat de uitroep Wat haegemaeker! betekent. En dat je een strijkbout (en een natte doek) nodig hebt om de pisvauwe uit je brouk te krijgen en dat het weer buiten best te doen is als je 'n dròòge verlòòp hebt. Dan zal je in ieder geval niet verknettere. Het woordenboek vertelt ons ook wat het verschil is tussen een boekje en een boukje, dat ien toet mem uit het Frans komt en wat Truzelot en Alfred Hitchcock met elkaar gemeen hebben. Als je de bladzijden zo omslaat, merk je wel dat het woordenboek er niet vanzelf gekomen is, want voor de wind gaet 'n bos stròò.

Het Katwijks woordenboek is te koop in Katwijk bij Het BakenThe ReadshopPrimera en het Katwijks Museum, in Rijnsburg bij The Readshop, in Oegstgeest bij de Rijnlandse Boekhandel en De Kler, in Leiden bij Kooyker en De Kler, in Noordwijk bij Van der Meer, en verder natuurlijk in alle andere boekhandels in Nederland.

Daarnaast is het boek ook te bestellen bij uitgeverij Primavera Pers.

De prijs voor deze luxe gebonden editie – met linnen band en leeslintje – is slechts € 22,50 (deze aanbieding geldt tot 1 september, daarna wordt het € 24,90).

* Zie ook het Leidsch Dagblad van zaterdag 13 juni.

maandag 29 juni 2020

Gedachten bij Schiermonnikoog


Zo moet het geweest zijn. Een kerk, een kar met paard, die ratelt op de keien, een raadhuis met een pomp ervoor, een zandweg tussen koren door, het vee, de boerderijen. De koeien, geiten, in 't duin, als op een ansichtkaart, de boot met gasten, een groot hotel, en nog een groot hotel, het dorp, met simp'le huizen tussen groen, ik weet nog hoe het was, het tuinpad, en een fiets, die knispert over 't schelpenpad, een vogel kwinkeleert, in het besef dat deze rust, deez' onverand'rlijkheid, alleen bestaat, door 't water dat ’t omgordt.














maandag 22 juni 2020

Een wagentje op strand met een hoge ketel

Het wagentje met de hoge ketel, met voor de ketel onder de schoorsteen het bijeen-
gesprokkelde hout van het strand om de ketel te stoken. Foto's: Koos Dubbeldam.

Ik heb daar een keer over geschreven, over een wagentje op strand met een hoge ketel met een vuur eronder. Het was aan het einde van de zomer. Ze kookten water in die ketel, ik denk zeewater, en daar gingen dan de versgevangen garnalen in. Zo uit zee. De mensen kwamen met emmertjes en pannen om ze te kopen. Net als wij. En dan gingen we ze thuis pellen op een krant. Dat was de herinnering.

Het 'horren' (zeven) van de garnalen door Jan Jonker. Foto: Koos Dubbeldam.

In het DunaAtelier hield ik er een praatje over en ik had Jaap Jonker gevraagd om een foto van dat karretje met die ketel erop. Het karretje met de ketel was van zijn vader of opa. In mijn jeugdige verbeelding was die heel hoog, die ketel. Hoe klein zal ik geweest zijn? Er was geen foto van.
Onlangs, in de week dat het woordenboek verscheen, herinnerde Jaap zich mijn vraag en meldde dat er in de tussentijd foto's via de Facebookgroep Nostalgisch Katwijk tevoorschijn waren gekomen. Altijd fijn als mensen hun foto's, en daarmee gemeenschappelijke herinneringen, delen. Deze had ik gemist. Maar nu zijn ze er. Dat is met alles zo: als je maar lang genoeg wacht, komt het vanzelf bovendrijven. Hier is het wagentje met de hoge ketel. Maar ook foto's van hoe de garnalen met een kar met paard ervoor langs de deuren werden uitgevent. Door de opa van Jaap. Jaren zestig in Katwijk. Heerlijke plaatjes. Een weegschaal met gewichten. Ze keken niet op een garnaaltje meer of minder.

Foto: Koos Dubbeldam.

Het uitventen van de garnalen door opa Jaap Jonker. Foto: Koos Dubbeldam.

De familie Jonker had ook ezels en pony's op het strand, een karretje op luchtbanden met een paardje ervoor waarmee ritjes gemaakt konden worden en een boot waarmee je naar de Deiningmeter kon varen, een witte boot met vlaggetjes. In de winter lag die geparkeerd in het Duinpad, tot de volgende zomer. Jaap vertelt dat ze met die pony's, dat karretje en de boot (met een loopplank vanaf het strand; waar we als kinderen vanaf doken) steeds een plekje verder verhuisden als de stroom badgasten opdroogde. Zo kon het gebeuren dat je met de boot een paar honderd meter verder terug op het strand kwam dan waar je was opgestapt.

Het karretje met het paardje ervoor.

De zwart-witfoto's zijn uit 1966.

woensdag 17 juni 2020

Even wat anders


Vandaag waren we in Amsterdam – wat waren we daar lang niet geweest –, naar het Van Gogh Museum, op afspraak, het was er heerlijk rustig, alsof het speciaal voor ons openging, en aansluitend naar 't Blauwe Theehuis in het Vondelpark – ze schenken er alles van Brouwerij 't IJ – we zijn een half jaar getrouwd! Joechei! Dat is toch wel het gekste woord dat ik ooit heb opgeschreven.

Je moet even rust nemen, in dit gekkenhuis. Want wie weet wat we allemaal nog meer gaan beleven met dat woordenboek. Vanochtend om kwart voor acht zijn we volgens Mark van Dijk genoemd op Radio 538 – het oude Veronica –, en inderdaad, even zoeken op uitzending gemist rond 1 uur en 41 minuten in de Ochtendshow met Frank Dane. Vooral het woord flenter (voor het Nederlandse piemel) bleef hangen. Wat betekent dat we landelijk zijn doorgebroken. Straks komen we nog bij Frits Spits! Je weet het niet. Wat we wel weten is dat vandaag de tweede druk van het Katwijks woordenboek in productie is genomen.

vrijdag 12 juni 2020

Het Katwijks woordenboek... er komt een tweede druk!

Vanochtend op de uitgeverij.

Er was een man die ging in zijn slaapzak voor de winkel liggen toen het boek nog moest uitkomen. Een ander stond iedere dag heel vroeg op om meteen weer verder te lezen. Weer een ander nam het boek mee op reis en liet zijn dochter eruit voorlezen. Sommigen konden het boek niet meer loslaten. Een vrouw kocht er een voor zichzelf en drie voor haar zoons. Een ander een voor zichzelf, een voor haar vader en een voor haar schoonvader. 'Ik denk dat iedere Katwijker dit koopt,' werd er geroepen. 'Je loopt heel wat mis als je dat niet doet.' En: 'Dit boek is thuiskomen op een bijzondere manier.' Of: 'Ongeduldig zit ik thuis. Heb een aantal exemplaren van het woordenboek besteld bij de uitgeverij...' En: 'Ja, dit wordt een gezellig familieuurtje met Katwijkse herinneringen. Ik heb zoveel van deze woorden gehoord in mijn jeugd.' En ga zo maar door.

We zijn een week verder.

Er is wat loos in Katwijk. Het heeft 15 jaar geduurd, maar nu gonst het door het dorp.

Het Katwijks woordenboek is te koop in de boekhandel of het museum: in Katwijk bij Het BakenThe ReadshopPrimera en het Katwijks Museum, in Rijnsburg bij The Readshop, in Oegstgeest bij de Rijnlandse Boekhandel en De Kler, in Leiden bij Kooyker en De Kler, in Noordwijk bij Van der Meer, en verder natuurlijk in alle andere boekhandels in Nederland.

Het boek is ook te bestellen bij uitgeverij Primavera Pers.

Geniet ervan!

vrijdag 5 juni 2020

Het Katwijks woordenboek... is er nu echt! Helemaal!

Vanochtend op de uitgeverij.

Voor het eerst zo’n boek zien, vasthouden, eraan ruiken... het blijft iedere keer weer een sensatie.

Vanmorgen kwam de pallet van de drukkerij en mochten we ons woordenboek voor het eerst ook echt aanschouwen. De linnen omslag, met een bestempeling in zwart, blauw en zilver, het leeslintje, om de weg niet kwijt te raken in al die 364 dichtbedrukte bladzijden. Vanaf morgen, 6 juni – D-day – kunnen we ook echt allemaal lezen wat er staat.

Vanaf die dag is het Katwijks woordenboek te koop in de boekhandel of het museum: in Katwijk bij Het Baken, The Readshop, Primera en het Katwijks Museum, in Rijnsburg bij The Readshop, in Oegstgeest bij de Rijnlandse Boekhandel en De Kler, in Leiden bij Kooyker en De Kler, in Noordwijk bij Van der Meer, en verder natuurlijk in alle andere boekhandels in Nederland.

Daarnaast is het boek ook te bestellen bij uitgeverij Primavera Pers.

Geniet ervan!

vrijdag 29 mei 2020

Het Katwijks woordenboek... volgende week ook in de winkel, maar nog eventjes geduld, tot D-day!


Ten voeten uit! Of hoe noem je dat? Van onze tekenaar Bert van der Meij, gisteren in De Katwijksche Post, treffender plaatje heb ik zelden gezien.

Door de toestand in de wereld zal het Katwijks woordenboek er iets later zijn, ook in de boekwinkel. Op 6 juni, D-day! Tot die tijd is het boek gewoon al wel te reserveren bij uitgeverij Primavera Pers.

vrijdag 22 mei 2020

Het gaat snel, met het Katwijks woordenboek. Reserveer 'm nu alvast!


Voor u misgrijpt! Een boek waar iedere Katwijker en niet-Katwijker veel plezier aan gaan beleven! Al was het maar door die heerlijke voorbeeldzinnen die erin staan. Zoals bij oetele, een woord dat 'stuntelen' betekent: Wat lòòp je weer te oetele mit-tat dienblaedje; de kommetjies gaen alle kante-n-op. Of knurref, in de figuurlijke betekenis van 'hoorn van het (vroegere vaste) telefoontoestel': Pak-tie knurref effe-n-op; we worde-n-ebeld! Nog een aardige voorbeeldzin hebben we bij de uitdrukking zitte te trauwe, dat 'genieten (van het eten, het zonnetje, enz.)' betekent: We zitte te trauwe zòò, mit 'n borreltje en 'n mòòi fillempje op-te tillevisie. (De uitdrukking zitte te trauwe verwijst naar de prettige en ontspannen sfeer op een bruiloft.) Enzovoorts, enzovoorts. Het Katwijks woordenboek is een boek om lekker doorheen te bladeren en te lezen welke soorten knip (voor de Nederlanders: een soort janhagel) er waren of welke rederijmerken van de bomschuiten, wat een trewullefje was en een verwullefje. Misschien woont u zelf nog wel in zo'n huis met een trewullefje of verwullefje. Een boek met een uitgebreid register, zodat je alles kan vinden, en weet dat je voor het Nederlandse brutaal onder de a en de moet zoeken, voor het Katwijkse astrant en onterjuin. Te veel om op te noemen. Een boek dat je er gemakkelijk even bij pakt als je iets hoort waarvan je denkt: is dat nou Katwijks?

Reserveer uw Katwijks woordenboek nu alvast door op de knop reserveren te drukken. De rest wijst zich vanzelf.

Het Katwijks woordenboek verschijnt op 3 juni bij Primavera Pers in een luxe gebonden editie, met linnen band en leeslintje. € 22,50 (deze aanbieding geldt tot 1 september, daarna wordt het € 24,90).

zondag 3 mei 2020

Een straatje in Parijs

Niek van der Plas, Stadsgezicht Parijs, 2017. Olieverf op doek, 38 x 46 cm.

De kunstenaar 'kan geen andere ambitie hebben
dan het onvergeetbare werk te creëren'.
(Jeroen Brouwers)


Uit dezelfde Parijse periode, ik bedoel dezelfde periode als van dat paviljoen in het Jardin du Luxembourg, is dit straatje van Niek van der Plas. Met weer dat licht in de achtergrond, dat ongrijpbare licht, waar je wel naartoe getrokken wordt maar niet bij kan. Is dat het geheim van de schilder? Ik weet het niet. Want ik zie nog meer. Al die mensen, in de straat en links op de terrassen. Met allemaal een lichtvlek op het hoofd. De zon. De zon die rechts het schilderij in valt, met mooie slagschaduwen, die de straat nog meer diepte, verte geven. Bomen die hemelhoog reiken en eindigen in een helblauwe naar groen zwemende lucht. Pure impressie. Bomen die de lucht kleuren. Bomen die de huizen, typisch Frans, nog hoger maken. Dat witte gebouw, wat verderop in de straat. Je zou er willen rondkijken, vertoeven. Aan alles zie je dat dit Parijs is, volgens de schilder ergens bij de Boulevard Saint-Denis. Maar dan nog, blijft het een impressie.
Typisch Frans is niet dat Franse vlaggetje – dat is te gemakkelijk –, wel de kiosk daaronder, de stoelen op het terras, van namaakrotan. Frans is ook de ober met zijn lange schort en zijn de goedgeklede Parijzenaars. Warm, met jassen. Zitten we in het voorjaar? Is het het einde van een mooie lentedag? De blaadjes aan de bomen zijn nog vers, lichtgroen. Frans is de reclamezuil,* de blinde muur daarachter. Vroeger zou je daar ook reclame op verwachten.

Er is nog iets aan de hand, en de schilder weet dit vast ook, want hou je het schilderij een beetje schuin, of makkelijker, kijk je er van de linkerkant tegen aan, dan zie je al die hoofden van al die mensen als een kleurige sliert, een waaier, hoe moet je het noemen, aflopend van breed naar smal. Wacht, laat ik de lezer van dit bericht een beetje helpen. Het valt niet mee het met de camera in beeld te brengen – het is stoeien met de scherptediepte –, maar dit is wat ik bedoel:


Zoals het stoeien is met de scherptediepte, is het dat ook met de kleuren. De kleuren van het schilderij aan de muur krijg je nooit hetzelfde op een foto. Je ziet dat al als je de foto's in dit blogje met elkaar vergelijkt. Het is maar net hoe het licht door de ramen valt, wat voor weer het is, een zonnige dag of een dag met regen, wat is de werkelijkheid? Het is als met de zee of met de lucht. Hetzelfde schilderij, hetzelfde plaatje, is iedere dag weer anders. En daardoor, juist daardoor, blijft het een plezier ernaar te kijken.

* Een zogenaamde 'Colonne Morris', genoemd naar Gabriel Morris, de drukker van theateraffiches. Ze bestaan al sinds 1868.

vrijdag 24 april 2020

Hoerenhondjes

De hondjes, met helemaal links daarvan twee beeldjes, een van het slimste en edelste dier
onder de dieren, het varken, en een van de mus. Daarnaast een portretje van mij en mijn
vrouw, links achter de hondjes een schilderijtje van Bert van der Meij voor ons trouwen,
op de voorgrond een vilten kat, gekregen bij een fles wijn van het merk Gato Negro,
daarnaast een door Cor Rovers gehaakt visje, gekregen bij de presentatie van het boek
Gekkengetal van haar man Piet Rovers, rechts achter de hondjes een spiegel met reclame
voor Hero en rechts daarvan een Brownie Holiday-camera van Kodak uit 1953.
Klik op de foto voor de details.

Als er bezoek was, keken ze naar binnen. Ging het bezoek weer weg, dan mochten ze weer naar buiten kijken. Wachtend op het volgende bezoek. Dit is het bekendste verhaal achter de hoerenhondjes. Ze stonden in de vensterbank bij de dames van plezier. Zo komen ze aan hun naam. Kijken ze daarom zo verdrietig? Een ander verhaal is dat ze als dekmantel dienden voor bordeelbezoek. Met het kopen van een of twee hondjes betaalde de prostituant voor het avontuurtje dat hij achter de winkel had gehad. Met hetzelfde doel waren er vroeger in Amsterdam en Rotterdam veel door vrouwen gedreven sigarenwinkels.

En détail.

Het oorspronkelijke verhaal achter de porseleinen hondjes is dat vissers ze meebrachten uit Engeland en Schotland, als souvenir voor hun geliefde of moeder. Soms eerst het ene hondje, en bij een volgende reis het andere. Ze worden dan keurig schoorsteenhondjes genoemd. Omdat ze vaak op de schoorsteenmantel werden gezet. Tegen de muur. De achterkant is plat. Soms vinden we ze ook weer voor het raam, maar nu 'wachtende op de thuiskomst van een geliefde zoon, vader of grootvader. De zee was verraderlijk en de hondjes wachtten trouw. Trouw op de zeeman waar ook ter wereld.'*

De hondjes hierboven komen van de Shetlandeilanden en zijn uit 1860. Ik heb ze alweer een hele tijd geleden, met z'n tweeën, voor honderd gulden gekocht bij 't Stuivertje, een antiek- en curiosazaakje aan het Andreasplein in Katwijk. Ik weet dat ze van een familie Zuiderduin geweest zijn. Ooit moeten ze, een voor een of met z'n tweeën tegelijk, zijn meegekomen met een bomschuit, die Lerwick als tussenstop had om in de noordelijke wateren te gaan vissen. Die reis met dat scheepje zo ver over zee, maakt de hondjes voor mij wel extra speciaal. Ik kan ook zeggen: bizar bijzonder.

Je vindt de hondjes niet alleen in de Nederlandse kustplaatsen, maar ook in het binnenland, op de schoorsteenmantel van boerderijen. Ze zijn daar terechtgekomen door de boerenknechts, die als er geen werk was op de boerderij een reisje meevoeren op zee. En ook in de provincie Groningen komen we veel hondjes tegen. Dat komt omdat de schippers uit de Veenkoloniën in de negentiende eeuw op Liverpool voeren. De hondjes werden daar dichtbij gemaakt, in het graafschap Shaffordshire. Vandaar de Engelse benaming Shaffordshire dogs. Vanuit het graafschap werden deze goedkope en als massagoed geproduceerde souvenirs gedistribueerd over de kustplaatsen om daar aan de zeelui te worden verkocht. De hondjes zouden geïnspireerd zijn op de King Charles-spaniël van princes Victoria, de latere koningin, die het bordeelbezoek flink aan banden zou leggen.**

Prinses Victoria met Dash, door Sir George Hayter, 1833.

* Citaat op pagina 6 van Elise van Ditmars, Hendrik Andries Hachmer, Eline Janssens & Jan Kuiper, Ik wou dat ik twee hondjes was. Aardewerken hondjes – Staffordshire dogs. Veendam, 2019. (Veenkoloniaal Museum Veendam).
** Ibidem p. 10.

vrijdag 17 april 2020

Gras – de Cotswolds 9

Longborough.

Groen is het gras in de Cotswolds. Met daarop een oorlogsmonument. Midden in het dorp. Op onze tocht door de Cotswolds was het vaak zo dat je van het ene war memorial naar het volgende liep. Geplaatst in een mooi gazon.

Bourton-on-the-Water.
Natuurlijk ga je even kijken of de QR-code werkt.