dinsdag 30 april 2013

Het tennisbaantje van Juliana

tennisbaan Juliana

Heilige grond. Als je vanuit Katwijk op de Rijnsburgerweg voor de rotonde met de Wassenaarseweg rechts een pad in slaat, kom je op het terrein van het voormalige landgoed Nieuweroord. Op de plek waar ooit een landhuis stond, staat nu een hoog gebouw, dat ook al weer een paar keer van bestemming is veranderd: van zusterflat, voor de verpleegsters (en verplegers?) van het Academisch Ziekenhuis Leiden, via huisvesting voor studenten tot opvang van asielzoekers. Wie of wat er nu zit, weet ik niet. Als je links om het gebouw heen loopt, kom je ten zuidwesten daarvan op een tennisbaantje. Het ligt een beetje verscholen. Samen met het Bos van Bosman* is het het enige dat er nog over is van het landgoed. Het tennisbaantje dateert van het begin van de vorige eeuw en is nog door prinses Juliana bespeeld. Dat was tussen 1927 en 1932. Zij studeerde toen in Leiden en woonde in Katwijk.** Als ze niet naar college hoefde of aan zee vertoefde, was de prinses op Nieuweroord te vinden, om er met de jongeheren van het landgoed een potje te tennissen.***

Vandaag, op haar verjaardag, wordt haar kleinzoon koning.

De pijl wijst de tennisbaan aan.

* Genoemd naar de eigenaar van landgoed Nieuweroord, de textielbaron en multimiljonair Aleidus Gerardus Bosman (1871-1958).
** In villa 't Waerle. De ernaast gelegen villa Hoogcate was voor het personeel. De villa's bevonden zich ten zuiden van de in 2016 en 2017 teruggerestaureerde villa Allegonda (het vroegere hotel Savoy).
*** Bron: Peter van Zonneveld, Terug naar Leiden en Oegstgeest. Fietsen en wandelen met Jan Wolkers. Amsterdam, J.M. Meulenhoff, 2005.

dinsdag 16 april 2013

De Hoogstraat (2) – Nog even nagenieten


Deze foto's kreeg ik toegestuurd van Arie Duijndam.* Op het dammetje achter dit huis woonden zijn opa en oma. Het is het huis met de schutting waarachter de was te drogen hing uit het bericht hiervoor. Van de schutting is nog net een streepje te zien naast de man met het kind. Ongeveer van daaraf is de foto gemaakt van de Hoogstraat naar beneden toe. De voorgevel van het huis was op die foto niet te zien. Naast de reclameborden zag je nog wel een raam schuin op de hoek. Maar ís dat wel een raam? Als je goed kijkt, op die foto in het vorige bericht, zie je een stoepje. Daar zit dus een deur, en het raam voorbij de hoek, op de foto hierboven links in de voorgevel, lijkt wel een winkelraam te zijn geweest, omdat het groter is dan de twee ramen ernaast. Het winkelraam van de winkel waar ze het alkalivrije wasmiddel Echfalon verkochten, voor wol, en wijnen van de gebroeders Boer uit Vlaardingen.
Behalve de geparkeerde fiets zien we rechtsboven aan de gevel een straatnaambord, met tussen HOOG en STRAAT een spatie. Het huis op de foto heeft wel al een moderne, groenplastieken brievenbus. Dat is verplicht, omdat de voordeur 'zoveel' meter van de straat verwijderd is. Maar het huis heeft natuurlijk helemaal geen voordeur. Nooit gehad ook. Je ging door de winkel naar binnen. En nu de winkel geen winkel meer is, ga je achterom. En heb je zo'n brievenbus nodig. Misschien was het ook wel de brievenbus voor de mensen achter op het dammetje.

We lopen de Hoogstraat nog een keer naar beneden af. Hier is het huisje met het tuintje langs de gevel, met het spijlenhek ervoor, dat op de foto in het vorige bericht niet te zien was. Het staat voorbij het huis met de schutting, in de inham. Met een voordeur. Niet helemaal in het midden.

En hier de hoge schuur aan het einde van de Hoogstraat, waar de Havenstraat voorlangs loopt. Nu zien we ook hoe lang die schuur is (was). Rechts op de achtergrond is nog een oude haringschuur tussen het Prins Hendrikkanaal en de Tramstraat te ontwaren. Kom op, trappen jongens!

* Hij heeft ze weer van de Stichting Leefbaar Katwijk, van T. Janssens, die de foto's in 1989 maakte.

woensdag 10 april 2013

De Hoogstraat – Wat ik mis (10)


Alles op deze foto is weg. De schutting met de was erachter die te drogen hangt, de Echfalon-reclame op de muur, het bordje ernaast dat bijna niet te lezen is, maar waarop WIJNEN VAN GEBRS. BOER VLAARDINGEN staat. De schuur verderop, waarvan de dakgoot al half verdwenen is, en die als je ernaast stond, staande op je fiets, want je moest hard remmen met je terugtraprem daarbeneden aan de straat, opeens nog heel veel hoger was dan van het punt waar we nu staan, vanwaar de foto genomen is.

Dit is de Hoogstraat, een straat die nergens anders op de wereld was. Misschien alleen nog in een ver bergdorpje in de Pyreneeën, maar daar heette-ie beslist anders. De Hoogstraat was een straat, de naam zegt het al, zo hoog, of zo steil, dat je niet geloofde dat het kon. De straat liep niet gewoon omlaag maar met een boog, zoals een kind een brug tekent, of een berg, met huisjes en boompjes die er bijna vanaf vallen. Bij de schutting is het nog maar ongeveer honderd meter tot je beneden bent, maar je kan vanaf waar we op de foto staan het einde van de straat, het punt waar de Hoogstraat de Havenstraat raakt, de grond daar, niet zien. Mensen die daar lopen zie je vanaf hun knieën, en van fietsen die daar stoppen zie je een half wiel, alleen de bovenste helft. Dat komt omdat de straat zo bol loopt. 's Winters als het glad was, kon je maar beter schuifelend omlaag gaan, en 's zomers moest je met je fiets ook al vroeg beginnen met bij te remmen. Je móést ook wel remmen, omdat je niks zag, door die hoge schuur. Die mooie bolle Hoogstraat, zo hoog dat ze er nog een flauwe S-bocht in hadden gemaakt. Maar hoog bleef-ie. En in m'n gedachten altijd zomers, zoals op de foto. In de inham achter het raam naast de reclameborden – je kunt het op de foto niet zien – stond een prachtig huisje met een tuintje langs de gevel met een ijzeren spijlenhek ervoor. De voordeur was in het midden. Ook het witte huis met de dakkapel in de verte is er niet meer, maar dan ben je al in de Tramstraat.


maandag 1 april 2013

Het pakje Gauloises van Willem Frederik Hermans – Relikwieën en documenten 'Extra editie'*

Gauloises Willem Frederik Hermans

Wie er niet was, op het Boekenbal van 1988, was de grootste van de Grote Drie: Willem Frederik Hermans. Hij was die week wel in Amsterdam.** We kwamen hem tegen in De Brakke Grond,*** op een avond georganiseerd door de CPNB. Zwaar hoestend zat hij er achter een tafel, in een forumdiscussie met de Vlaamse dichter Eddy van Vliet. Het geprek ging over de relatie Nederland-Vlaanderen, het thema van de Boekenweek, en de gespreksleider was Joop van Tijn.

Na afloop praatten we nog wat na met de schrijver, en maakten foto's – Hermans wilde alles weten over de halfkleinbeeldcamera die Michel bij zich had. Er waren hapjes, happen, tafels vol, en bier en wijn vloeiden rijkelijk. De CPNB had aan alles gedacht. We staken nog een sigaretje op. En ik weet niet meer hoe het precies gebeurde, hoe snel ook, maar opeens duwde Michel dat pakje in m'n handen. Een leeg, verfrommeld pakje, achteloos op tafel gegooid.

Een kwarteeuw hangt het nu aan de muur, achter dik glas, op een donkere plek uit de zon, om het blauw blauw te houden, het blauw van Gauloises. De kreukels zitten er nog precies zo in als ze er ooit zijn in gekomen. Met de vingerafdrukken, of beter, handafdrukken van Willem Frederik Hermans. Een pakje uit Parijs, waar de schrijver woonde, aan de Avenue Niel 86. Echte Franse Gauloises, uit de bar-tabac om de hoek.

Voor de foto hierboven heb ik het glas nog maar eens goed opgepoetst. Mijn mooiste relikwie... Waarover moet ik nu nog schrijven?

Willem Frederik Hermans: De laatste roker

In 1991 verscheen de verhalenbundel De laatste roker. Daar was het pakje weer, uit dezelfde bar-tabac, maar nu platgevouwen.

Roken, je moet er maar niet meer aan denken, maar als je denkt aan de geur van een verse Gauloise... 's zomers in de zon...

* De serietitel (een label binnen deze blog) 'Relikwieën en documenten' verwijst naar Willem Frederik Hermans, Relikwieën en documenten. Een toespraak. Amsterdam, Uitgeverij De Bezige Bij, 1985. (Toespraak gehouden op 20 april 1985, toen de nieuwe behuizing van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag werd geopend.)
** Stad met een stadsbestuur onder leiding van Ed van Thijn, dat de schrijver na een serie lezingen in Zuid-Afrika in 1986 tot persona non grata verklaard had, een ban die in 1993 haastig werd opgeheven toen Hermans het Boekenweekgeschenk geschreven had. Hermans was in 1988 op 14 maart in Amsterdam. Dat was op maandag. Het Boekenbal was altijd op dinsdag, de dag daarna dus.
*** Toen voluit 'Vlaams Cultureel Centrum De Brakke Grond' geheten, nu 'Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond', aan de Nes 45 te Amsterdam.

donderdag 21 maart 2013

Hé Johnny!

Johnny van Doorn alias The Selfkicker (1944-1991)

Het is weer Boekenweek en dan moet ik altijd denken aan die gouden tijd van de jaren tachtig. De tijd van toen de Groote Schrijvers nog onder ons waren. Ergens in die jaren tachtig, ik denk dat het 1988 geweest is of daaromtrent, dus al ver in de jaren tachtig, stonden we bij de ingang van de Stadsschouwburg te kijken. Te kijken naar de Groote Schrijvers, de Groote Dichters, en alle andere gasten en meelopers, die naar binnen gingen voor het Boekenbal. Kijk! Die en die en die en die!

Tot een van ons riep: 'Hé Johnny!' Ik drukte af. De man met de magistrááále stem! Vol in de lens!

'Wat nu: Johnny van Doorn. Een literaire vuurpijl',
met Yvonne van Doorn en Bart Chabot (VPRO 2012).

'Wordt dronken' (naar 'Enivrez-vous'
van Charles Baudelaire).

'Een magistrale stralende zon'
(uit De tijdgeest (1968) van Johan van der Keuken).

zondag 17 maart 2013

Het Prospect van Constantinopel

De leeuw hangt er niet, maar wel die andere prachtplaat van Humbert de Superville, die van de zondvloed.

En verder de brief van Willem van Oranje van 28 december 1574 aan de Staten van Holland, die de oprichting van de Universiteit Leiden inluidde, een kleine anderhalve maand later, op 8 februari 1575.


En ook de bijbel die hij de universiteit daarbij ten geschenke gaf. De Polyglotbijbel (Biblia Polyglotta), in vier talen: het Hebreeuws, Aramees, Grieks en Latijn. In acht dikke delen, tussen 1568 en 1573 in een oplage van wel duizend stuks gedrukt bij Christoffel Plantijn in Antwerpen. Wat een onderneming moet dat geweest zijn, met al die duizenden vellen papier en al die loden lettertjes en al die mensen die daarmee bezig waren!


En dan dat tot de verbeelding sprekende Prospect van Constantinopel, dat ligt er ook. Het meterslange panorama van de stad, met daarop alle moskeeën en andere belangrijke gebouwen, tussen 1559 en 1561 getekend door de Deense kunstenaar Melchior Lorichs.


Ergens in al die meters beeldt hij zichzelf ook af, terwijl hij aan de tekening bezig is. Soort van droste-effect. De man met de tulband houdt de inktpot bij.

Nicolaes van der Wiele schenkt het panorama in 1598 aan de universiteitsbibliotheek.


Daar krijgt het een plek op de linkermuur van de leeszaal. Dat zien we op een prent van Woudanus uit 1610. Daarna verdwijnt de tekening voor lange tijd uit het zicht, tot ze op een zolder weer wordt teruggevonden, en wij er nu van kunnen genieten.

Dit en ander moois – onder andere een prachtige foto van een oude en breekbare Jan Wolkers – is nog tot 30 juni te zien op de tentoonstelling Wereldschatten! Van Cicero tot Erwin Olaf in de Lakenhal te Leiden, over de Bijzondere Collecties van de Universiteit Leiden.

donderdag 7 maart 2013

De leeuw van Katwijk

D.P.G. Humbert de Superville, 'De leeuw voor de Hollandse kust', zwart krijt, waterverf,
672 x 1020 mm, collectie Prentenkabinet Universiteit Leiden, PK T-1542.

Zo wordt-ie genoemd. Maar misschien kunnen we beter spreken van 'de leeuw voor Katwijk'. Want ooit, aan het begin van de negentiende eeuw was het de bedoeling om voor de kust van Katwijk in zee een standbeeld van een leeuw neer te zetten. Een reuzenstandbeeld, zo groot als de Sfinx van Egypte. Als symbool van het vaderland, en Holland in het bijzonder. Vóór Katwijk. Ook dat zal een reden gehad hebben. Katwijk, 'het "durrep" bij uitnemendheid', zoals het ooit genoemd werd,* waar Ot en Sien nog rondgelopen moeten hebben. Katwijk als centrum van Holland en de wereld, plek waar alle wegen samenkomen, belangrijker dan Rome. Oergrond, met een witte kerk aan zee, waar de vissers hun vangst aan het strand brengen. Mooier beeld van een dorp aan zee bestaat niet.

PK 1984-167

PK 1984-168

PK 1984-169

PK 1984-163

De leeuw van Katwijk is geen grap. Het plan heeft echt bestaan. In het Prentenkabinet van de Universiteit Leiden vinden we de tekeningen van de bedenker ervan, David Humbert de Superville (1770-1849). Mappen vol. Er is een tekening in kleur van de leeuw in de golven, zoals je hem tegen had kunnen komen als je er rondvoer – noem het een 'artists impression' – en er zijn enkele bouwtekeningen, alles uitgewerkt tot in de details. Er is een complete, in het Frans gestelde beschrijving van het plan en, heel curieus, zelfs een plattegrond van waar le géant de la côte, symbolisant la Hollande ('de gigant van de kust, die Holland symboliseert') precies moest komen voor het dorp. Al ontgaat me de precieze plek. Is het die beduimelde plek voor het Mallegat, de destijds verzande uitloper van de Oude Rijn?

PK 1984-T-67 c

In 2005 was er in Leiden ter gelegenheid van het 86ste lustrum van de Leidse universiteit in het Scheltemacomplex aan de Marktsteeg 1 (hoek Oude Singel) een manifestatie rond Humbert de Superville en zijn leeuw. De tekeningen waren er tentoongesteld en er zou ook een heuse leeuw komen, waarvoor een kooi met dikke tralies gereed stond, met daarin een verhoging, een sokkel. Daar moest ie dan keurig op gaan zitten. Ik heb die kooi gezien, en die sokkel. Maar de leeuw kwam niet, omdat het op het laatste moment verboden werd.


Dit jaar bestaat ons koninkrijk 200 jaar. Wat zou er mooier zijn... een mooier cadeau aan onszelf... dan een leeuw in zee? Het plan ligt er. Het hoeft alleen nog maar te worden uitgevoerd. Een leeuw voor de kust van Katwijk! Dat moet toch mogelijk zijn. In deze tijd, waarin we in een handomdraai de zee vol windmolens plempen. Misschien... als straks dat beeld van Willibrord op z'n paard op de boulevard staat, dat dan in het kielzog van dat paard die leeuw kan worden opgericht.** Een leeuw in zee, die ons grommend aanstaart.


* Op pagina 11 van De volkstaal van Katwijk aan Zee, door G.S. Overdiep & C. Varkevisser. Antwerpen, 1940.
** Al was het maar alvast in de vorm van een laserprojectie.

Met dank aan Nelke Bartelings, Sylvia Compaan, Jan Cramer, John Frankhuizen, Ernst-Jan Munnik, Joke Pronk, Rijk Rijkschroeff en Jef Schaeps.


Nota bene: de tekeningen van Humbert de Superville komen binnenkort opnieuw naar de Oude Singel, naar Museum De Lakenhal. Ze maken daar deel uit van de grote overzichtstentoonstelling Wereldschatten! Van Cicero tot Erwin Olaf. De tentoonstelling, ter gelegenheid van het 425-jarig bestaan van de Universiteitsbibliotheek Leiden, laat de absolute topstukken zien uit de Bijzondere Collecties, de schatkamer van de universiteit.

zondag 3 maart 2013

Boekenkast


Ik heb nog een ontwerpje liggen voor een oude boekenkast. Ik denk dat ik me daar de komende tijd maar eens op ga storten. Ik heb al cannelures voor opzij. Dat zijn een soort zuilen met gootjes of groeven in de lengterichting. Beetje Engels-klassiek. Voor daarboven zoek ik nog consoles of 'schnecken'. Schnecke is Duits voor slak. In de houtbewerking is een schneck een krul boven aan een pilaar of lijst, waarschijnlijk zo genoemd omdat ie op een slak met een huisje lijkt. Je ziet zo'n Holzwerker im Schwarzwald zo'n ding voor de eerste keer uitvinden. Uren is-ie ermee bezig. Met voor 'm een slak die model zit – het beest is toch niet vooruit te branden. Maar dan, geschrokken van een tak die knapt – heeft een slak oren? –, begint-ie te bewegen, en trekt een slijmerig spoor achter zich aan. De man uit het woud is ook de kwaadste niet en beweegt gewoon met de slak mee. Om het verhaal nog even af te maken, boven de schnecken ten slotte komt de kroonlijst. Die steekt een beetje trapsgewijs uit. Voor alle duidelijkheid: wat daarboven het scheepje getekend is, is het grondplan.

Een console of schneck.

Een cannelure.

donderdag 28 februari 2013

Hoed u voor salontafels!

Salontafels. Ik heb er heel wat versleten in m'n leven. Dat ik dat nog kan navertellen is een wonder. Eén keer is zo'n tafeltje me namelijk bijna fataal geworden.


Voor de tafel die er nu staat, die met het lariks bovenblad (zie Vet tafeltje), stond er deze. Te laag en daardoor, maar ook om een andere reden, levensgevaarlijk. Het tafeltje meet 14,5 centimeter in de hoogte. Als ik m'n koffie wilde pakken, kukelde ik zowat voorover van de bank. Maar dat was niet het gevaarlijkste. In het geïmpregneerde hout dat ik voor de bovenkant gebruikt heb, zit cyaankali, heb ik me door de man van de bouwmarkt laten vertellen. Een klein beetje maar, net als in het bekendste Nederlandse biermerk het geval is, is me ook ooit verteld. Ik heb het gelukkig aan alle kanten netjes dichtgelakt, maar je moet er niet aan likken, dat is wel duidelijk.

Voor het cyaankalitafeltje stond er een tijdje geen tafel. Dat was omdat het kleed er net was neergelegd en Zorro van z'n ondergesneeuwde voetbalbeld moest genieten vanuit z'n skybox. (Het kleed is wit.) Je koffie kon je kwijt op een lage tafel opzij, naast de fauteuil en naast de bank, die in de vorm van een hoek staan opgesteld. Waarom die tafel daar staat, vertel ik straks.


Voor het kleed was er een Miele-wastrommel als salontafel. Op wielen. Met een los bovenblad, dat erop lag als een langspeelplaat op een pick-up. Dat kon door die pin die aan één kant van de trommel zit, waardoor ie in de wasmachine ronddraait. Het blad had ik zwembadblauw geverfd. Zo heette die kleur in die tijd. Het stond op het blik. Maar dat kan eigenlijk niet meer, die kleur. En sinds het kleed er is, rolt ie ook niet meer zo lekker, de Miele-tafel.


Van heel lang terug dateert dit exemplaar, uit Noordwijk, uit huis nummer 49 aan de Koningin Astrid-boulevard. Nu is dat huis een hotel. Destijds woonde er een tandarts, mevrouw J.J. Ameling. Van haar was deze tafel. Ze had ook een indrukwekkende boekenkast, die van boven tot onder gevuld was met alleen maar Penguin-pockets. De kast kleurde er helemaal oranje van. De eigenlijke villa, waaronder nummer 49 viel, besloeg twee panden. Ook nummer 48 hoorde erbij. De villa werd in opdracht van E.G. Walter door architect H.J. Jesse gebouwd tussen 1903 en 1907 als landhuis Marezate. Huis nummer 49 is later in opdracht van mevrouw Ameling ingericht door architect Jan Rietveld (1919-1986), met meubels van zijn vader, Gerrit Rietveld (1888-1964). De families Ameling en Rietveld kenden elkaar. Ik ben er één keer langs geweest; m'n schoonmoeder was daar tandartsassistente. Ik herinner me onder andere de keuken, helemaal van hout, met een multiplex aanrechtblad, en ik weet nog dat er in de hal een zigzagstoel stond. Het hotel dat er nu zit, hotel Edelman, heeft de twee huizen weer tot één geheel gesmeed, maar van het interieur is niets meer over. Ook de buitenkant is danig verminkt.

In de nacht van 5 op 6 augustus 2002 ging ik 's nachts m'n bed uit om te gaan plassen. Ik voelde me een beetje duizelig worden en toen ik in de woonkamer was, werd alles zwart voor m'n ogen. Ik werd weer wakker toen ik op de grond lag. Ik was met m'n rug op de hoekpunt van de salontafel van Rietveld terechtgekomen en kon me niet meer bewegen – een ongeluk zit in een klein hoekje. Met gillende sirenes werd ik naar het ziekenhuis afgevoerd. Ik weet nog dat het heel hard regende. Dat zag ik door het dak van de ziekenwagen. Wekenlang heb ik toen met een corset om gelopen. Ik had een rugwervel gebroken. Het gebroken stukje van de wervelschijf, de 'schenkel', was net niet naar binnen gedrukt. Was dat wel gebeurd, dan had mijn leven waarschijnlijk een heel andere wending genomen. Ik heb haar nog wel, die salontafel, maar ze doet nu dienst als een soort sidetable. Vanwege de doodsmak die ik toen gemaakt heb. Toch koester ik haar, vergevingsgezind als ik ben. Het is die tafel die tussen de fauteuil en de bank in staat. Ze is ook eigenlijk veel te groot. Dat hele woord salontafel is natuurlijk ook een achterlijk woord. Je stelt je er een salon bij voor – dat is iets van flinke afmetingen –, en die vind je maar weinig in de krappe Nederlandse huizen. Liever zou ik daarom spreken van een 'lage tafel'.

Jan C. Rietveld – Foto: Nederlands
Architectuurinstituut

dinsdag 26 februari 2013

Vet boekje


Martin Bril reed jarenlang in een gele Volvo 850 T5R. In die kleur de enige die er bestond. Hij reed ook nog een tijdje in een Volvo 240, maar die gele, daar was ie bekend door. Het was zijn kantoor op wielen. Volvo Cars Nederland vroeg de schrijver een boekje over het Zweedse merk te maken. Dat was ter gelegenheid van de jaarwisseling 2008-2009 en alleen voor klanten. Ik heb het althans nooit in de winkel zien liggen. Een jaar geleden ging ik er maar eens naar op zoek. Ik mailde de opdrachtgever van het boekje maar kreeg nul op rekest. Ik liet dat zo. Tot een week geleden, ik weet niet waarom, maar toen popte het weer op. Op internet zag ik dat het boekje zo langzamerhand de status van collectors item had verworven en er flinke prijzen voor werden gevraagd. Eens kijken wie het had uitgegeven... HannaBoek. Die gemaild. Nog drie archiefexemplaren. Die deden ze niet weg. Maar misschien had fotograaf en medesamensteller Werry Crone nog wel een exemplaar. Dat was zo. Ik wil niemand jaloers maken, maar het is een mooi boekje, met twintig van de mooiste verhalen, verluchtigd met nog mooiere foto's, in Kodak Color.

maandag 25 februari 2013

Vet tafeltje


Met een blad van lariks. Het mooiste hout wat er zo'n beetje te krijgen is in de bouwmarkt. Ik moest er dan wel drie keer naartoe, naar die bouwmarkt, maar dat was vanwege het onderstel dat niet lukte. Hout is weerbarstig. Ik wou het mooi doen, klassiek, met deuvels. Dat zijn houten pennen waarmee je pen-en-gatverbindingen maakt. Dan heb je geen schroeven nodig. Maar het ging allemaal mis. Twee onderstellen zijn er mee heen gegaan, voordat nummer drie er stond. Al het gereedschap had ik in huis, inclusief dat dingetje om het tegenoverliggende gat mee af te tekenen. Of tekenen? Aanprikken is het wat je doet. En daarna kun je dat tegenoverliggende gat boren. Maar als ik zo'n onderstel dan in elkaar gezet had, met pennen en lijm, en één keer al geschilderd ook, was het iedere keer toch weer scheef. Twee keer alles in de vuilnisbak gemikt.
En dan weer naar de bouwmarkt. Ik stel het bezoek aan zo'n hal altijd maar zo lang mogelijk uit. Als je er één keer geweest bent, bij de Gamma, de Praxis of de Karwei, moet je altijd nog minstens drie keer terug. In mijn geval zou dat dan, even goed tellen, vier keer per tafeltje geweest zijn. Zo erg was het gelukkig niet. Niet bij dit project. Want ik noem alleen maar even het uitzoeken van een geschikte plank voor het tafelblad. Daar kun je wel even mee zoet zijn. Lariks heeft een prachtige nerf, prachtige vlammen, kan ik beter zeggen, maar het 'bloedt' aan alle kanten, zoals dat heet. Het hout zit vol kwasten en overal hangen lange druppels hars. Dat is mooi voor een schutting maar niet voor een tafel. Na ongeveer een uur bij de lariks planken vertoefd te hebben, toen ik het rek al helemaal had leeggehaald en alle planken door m'n handen had laten gaan, nam ik de beslissing dat dit dan maar de plank moest worden waar ik de drie plankjes voor m'n tafelblad uit zou halen.
Iets dergelijks had ik ook al meegemaakt met de plankjes voor het onderstel. Dat je voor zo'n rek staat en dat dan net de planken van de afmeting die jij nodig hebt allemaal krom zijn of vol met kwasten zitten. En je hebt maar één plank nodig en twee meter daarvan is genoeg. Uit arren moede daal je af naar het rek eronder, met een langere versie van dezelfde plank. Ondertussen ben je weer een uur verder met uitzoeken en als het tegenzit ga je met een nog langere versie van die ene plank naar huis. Wat moet je met al dat hout?
Maar om nog even op m'n salontafeltje terug te komen. Ik heb nu voor een eenvoudiger model gekozen, met schroeven van binnenuit. Dat is wel gelukt. En die lariks planken, die heb ik ingesmeerd met bijenwas. Dan zie je de vlammen zo mooi.

zondag 24 februari 2013

Gaat goed


'O, wat heb ik het naar m'n zin!' zegt Zorro. 'We zijn gisteren naar de dokter geweest en die zei dat er weer haar op groeit.'
'Je wordt dan ook wel overladen met aandacht tegenwoordig. Dus vind je het gek dat er weer haar op groeit? Je bent compleet veranderd door dat voer en die feromonen die uit het stopcontact komen. De mensen kennen je niet meer terug. Je krijgt ze nu al zo ver dat ze uit je favoriete stoel opstaan als jij er per se in moet liggen. Ik weet wel hoe de farao's over je dachten vroeger, maar dan hoef je je nog niet zo te gedragen.'