Dit is het veldje in de duinen waar we altijd zaten. Op de plaid. Met koffie of thee voor m'n ouders in de thermoskan, limonade voor ons, de kinderen. Of Sisi, maar die flessen konden ontploffen. Dus ik denk toch limonade. En froufrous. Toffees van Verkade. Topdrop. En pelpinda's. Altijd pelpinda's, van de groenteboer. M'n tante en oom en de kinderen gingen ook wel eens mee. Zij hadden dan ook een plaid en ook allerlei lekkers. Dit is het veldje in de duinen waar we jokari speelden – wij noemden dat 'ballenklappen' – met een balletje aan een elastiek van een meter of vier, dat vastzat aan een blok hout met een gat om het balletje in op te bergen.* Als je tegen elkaar speelde omspande je met de bats – de 'ballenklappers' – dus zo'n meter of acht. Ook scheerden we met een frisbee. Die kwam soms buiten het veldje terecht. In een ander veldje. Dan moest je het pad over of de rails die daar lag van het treintje dat er reed. Soms hadden we ook een bal en een vlieger of gingen we badmintonnen. De veldjes lagen lekker beschut tegen de wind. We hadden ook een keer een spel mee met een houten hamer waarmee je een bal door poortjes moest slaan. Het heet met een deftig woord croquet. Maar het gras van het veldje was daar te hobbelig voor. De bal ging alle kanten op. Croquet komt van het Franse woord crochet, al associeerde je de vorm van de hamerkop gemakkelijk met een kroket. Een keer speelden we ook een spel dat lijkt op het Baskische pelote, waarbij je een bal moest vangen in een halfrond vangding. Het vangding was zwart en de bal was wit met gaten erin. Tegenwoordig bestaat het spel ook in een wat kleurrijker uitvoering. Dit is het veldje in de duinen, net voorbij het draaihek. We zaten daar altijd een beetje in de hoek, in de zon en uit de wind, op de plek waar ze nu die doornige struiken hebben neergeplant. Waarom?
Als het lente is, lees ik een krant op een terras en drink een latte uit een glas. Of om het even een boek met een cappuccino of een dubbele espresso. Maar dat kan ook als het zomer is. 's Winters ga je binnen zitten.
zaterdag 20 februari 2021
Het veldje in de duinen
Dit is het veldje in de duinen waar we altijd zaten. Op de plaid. Met koffie of thee voor m'n ouders in de thermoskan, limonade voor ons, de kinderen. Of Sisi, maar die flessen konden ontploffen. Dus ik denk toch limonade. En froufrous. Toffees van Verkade. Topdrop. En pelpinda's. Altijd pelpinda's, van de groenteboer. M'n tante en oom en de kinderen gingen ook wel eens mee. Zij hadden dan ook een plaid en ook allerlei lekkers. Dit is het veldje in de duinen waar we jokari speelden – wij noemden dat 'ballenklappen' – met een balletje aan een elastiek van een meter of vier, dat vastzat aan een blok hout met een gat om het balletje in op te bergen.* Als je tegen elkaar speelde omspande je met de bats – de 'ballenklappers' – dus zo'n meter of acht. Ook scheerden we met een frisbee. Die kwam soms buiten het veldje terecht. In een ander veldje. Dan moest je het pad over of de rails die daar lag van het treintje dat er reed. Soms hadden we ook een bal en een vlieger of gingen we badmintonnen. De veldjes lagen lekker beschut tegen de wind. We hadden ook een keer een spel mee met een houten hamer waarmee je een bal door poortjes moest slaan. Het heet met een deftig woord croquet. Maar het gras van het veldje was daar te hobbelig voor. De bal ging alle kanten op. Croquet komt van het Franse woord crochet, al associeerde je de vorm van de hamerkop gemakkelijk met een kroket. Een keer speelden we ook een spel dat lijkt op het Baskische pelote, waarbij je een bal moest vangen in een halfrond vangding. Het vangding was zwart en de bal was wit met gaten erin. Tegenwoordig bestaat het spel ook in een wat kleurrijker uitvoering. Dit is het veldje in de duinen, net voorbij het draaihek. We zaten daar altijd een beetje in de hoek, in de zon en uit de wind, op de plek waar ze nu die doornige struiken hebben neergeplant. Waarom?
woensdag 10 februari 2021
Sokken van Lappen
Deze sokken kreeg ik zondag van Wilma. Ze zijn gemaakt door Lappen, bij wie ze in 2015 op bezoek was. Tegenwoordig noem je die mensen Samen of Sami. Ze leven altijd in de sneeuw. Je moet er niet aan denken. Dezelfde sokken als m'n oma breide. Ik ben er heel blij mee, want ze zijn lekker warm en zitten helemaal goed.
woensdag 3 februari 2021
Akenfield. Portret van een Engels dorp
Het is wel even doorbijten, ik heb er denk ik wel twee, drie jaar over gedaan, met tussenpozen, iedere dag een kapitteltje. Maar ik heb ervan genoten, de verhalen van de smid, de dorpsdokter, de medewerker van een fruitkweker, de paardenman, de gepensioneerd wijkverpleegkundige, de boerin en voorzitter van de Vereniging voor Plattelandsvrouwen, de dichter, want die heb je ook in een dorp, het hoofd van de parochiale geestelijkheid (anglicaans), de klokkenluider en torenwachter, de schaapherder, de smidsjongen, de ploeger, de onderwijzeres, de magistraat en voorzitter van de rechtbank, de tuinman, de wagenmaker. Alle mensen uit het dorp komen aan het woord, systematisch, stuk voor stuk leggen ze hun getuigenis af, over hoe het leven is, in het dorp, op de grens van, de overgang naar de nieuwe tijd. Een waar tijdsdocument. En ik kan het iedereen aanraden het te lezen. Langzaam, iedere dag een kapitteltje, zoals ik al zei, om het tot je door te laten dringen, in wat voor tijd wij leven.
De flaptekst: In Akenfield vertelt Ronald Blythe het verhaal van een klein dorp in het zuidoosten van Engeland. Het hele dorp komt aan het woord: gedurende de winter van 1966-'67 interviewde Blythe de smid, de leraar, de agent, de rechter, de fruitplukkers en priesters over religie, landbouw, onderwijs, welzijn, het leven en de dood. Het levert niet alleen een ontroerend en volledig portret van het dorp op, maar ook van een periode niet eens zo heel lang geleden, en toch bijna onvoorstelbaar in onze digitale wereld.
woensdag 27 januari 2021
Teken de petitie! Stop de sloop! Maak monument van Christelijke Opleidingsschool!
Deze week in De Katwijksche Post:
Enkele Katwijkers, onder wie Adri van Beelen en Leendert de Vink, zijn een petitie gestart om te voorkomen dat het gebouw van de Christelijke Opleidingsschool verdwijnt. Het schoolbestuur heeft plannen het gebouw en de naastgelegen gymzaal aan de Parklaan in Katwijk aan Zee af te breken omdat het niet meer zou voldoen aan de eisen van deze tijd. Daarom wil het bestuur voorkomen dat het de status van gemeentelijk monument krijgt.
Er is al genoeg afgebroken, vinden de starters van de petitie. 'Er is al genoeg uit de Katwijkse geschiedenis verloren gegaan,' zegt Van Beelen. 'Ook van na de Tweede Wereldoorlog: laten we nog iets van de architectuur uit de naoorlogse periode van de wederopbouw redden en restaureren. Daarom moet de Christelijke Opleidingsschool blijven staan en worden beschermd als gemeentelijk monument.'
Zoals een van de ondertekenaars het zegt: 'Je kunt het maar één keer verkeerd doen.'
'Er moeten andere oplossingen voor sloop en nieuwbouw voorhanden zijn,' voegt Leendert de Vink eraan toe. 'Als het schoolbestuur samen met de gemeente de handen ineenslaan, komen er zeker andere oplossingen dan het slopen van dit unieke gebouw.'
Van Beelen, De Vink en anderen doen een beroep op de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk om zich in te zetten voor het behoud van het bijzondere gebouw. Van Beelen: 'Laten we niet opnieuw de fout maken een karakteristiek gebouw te slopen en daarvan achteraf spijt hebben. Dus laat dit schitterende pand ongemoeid en zoek naar andere oplossingen. Laat de Christelijke Opleidingsschool niet verloren gaan!'
Iedereen die wil dat het gebouw een gemeentelijk monument wordt, wordt opgeroepen om de petitie te tekenen op petities.nl.
dinsdag 19 januari 2021
In kleur
We hadden haar al in zwart-wit, op die foto op dat muurtje, met zusje Wil en broertje Wim, maar nu is ze er ook in kleur.* En zie je pas echt hoe donker mijn moeder altijd was. Een bijna Joods uiterlijk, in ieder geval oosters. De foto is uit 1951. Later is ze ook nog wel met koningin Elizabeth vergeleken, maar dat was op haar trouwfoto. Die houden we nog tegoed.
donderdag 14 januari 2021
De Christelijke Opleidingsschool, een échte school, waar kinderen heel gelukkig zijn!
Reactie op de ingezonden brief van Rindert Venema, zoals die vandaag in De Katwijksche Post verschijnt, maar dan uitgebreider.
Graag willen wij reageren op de ingezonden brief van Rindert Venema van 24 december jl., waarmee hij reageert op het artikel van Berend Oudshoorn in deze krant van 17 december.
Venema ziet het gebouw van de Christelijke Opleidingsschool aan de Parklaan het liefst vandaag nog afgebroken. Zijn hele betoog is daarop gericht. Hij vergelijkt de school met een huis uit 1955 dat nooit veranderd is, zoals ze staan in het Openluchtmuseum in Arnhem.
Sorry, meneer Venema, maar dit soort huizen zijn er nog steeds, ook buiten het Openluchtmuseum! En zolang we er nog van kunnen genieten, hoeven die huizen en gebouwen niet te worden afgebroken. Bij de Christelijke Opleidingsschool komt daar nog bij dat school en gymzaal mooi opgaan in de omliggende bebouwing. School en huizen, en ook de verderop gelegen voormalige Calvijnschool vormen één lange zichtlijn, een coherent geheel, oogstrelend, voor wie het nog niet doorhad.
Meneer Venema, uw betoog lijkt wel één grote trukendoos. Maar daar trappen wij niet in. Zo heeft u het over de speelplaats (wij noemen dat het schoolplein) die veel te klein zou zijn en niet meer zou voldoen aan de huidige eis van minimaal 600 vierkante meter. Maar weet u wel waarom dit plein zo klein is, meneer Venema? Door die lelijke nieuwbouw die ze ooit aan de school hebben toegevoegd en helemaal het plein op waaiert. Wij gaan ervan uit dat bij de restauratie van de school als gemeentelijk monument dit aanhangsel verwijderd wordt en het plein zijn oude allure weer terugkrijgt. Dan is het weer een groot plein, waarop de kinderen kunnen spelen! Of om met uw woorden te spreken: was er maar nooit verbouwd aan deze school uit 1953, dan hadden we voor het grote, oorspronkelijke plein zoals het ooit was niet helemaal naar het Openluchtmuseum gehoeven.
Het is een bekende truc: zeggen dat kinderen de dupe zullen zijn, waardoor mensen geneigd zijn uw kant te kiezen. Maar het is gewoon niet waar dat kinderen op deze school vol licht en ruimte niet zouden kunnen functioneren, en geen ruimte zouden hebben op het schoolplein. Wat een onzin, meneer Venema. De Christelijke Opleidingsschool is een prima schoolgebouw, waar al generaties lang prima onderwijs wordt gegeven en genoten. Veel andere schoolbesturen zouden jaloers zijn op zo'n schoolgebouw.
En wat zo leuk is: bij restauratie wordt de school nog mooier dan zij al is. Zo zullen de oorspronkelijke metalen kozijnen worden teruggeplaatst. Zij vormen een karakteristiek onderdeel van de naoorlogse architectuur. U als ontwikkeld mens moet dat toch begrijpen? Deze kozijnen zijn een stuk dunner dan de kunststof kozijnen die er later in gezet zijn en laten weer net zoveel licht binnen als er vroeger naar binnen kwam in deze o zo zonnige school. Wij horen u al roepen, dat dat ijzer roestte en dat de kozijnen daarom vervangen zijn. Maar wist u, dat is zo mooi aan deze moderne tijd van de vooruitgang (als je er met de juiste blik naar weet te kijken), dat de materialen die tegenwoordig gebruikt worden een stuk duurzamer zijn. Kijk maar naar de woningen die er nu weer gebouwd worden in de stijl van de jaren dertig, met metalen kozijnen.
Bij restauratie van de school worden al die lelijke niet-oorspronkelijke elementen gelukkig weer uitgewist. Wat dacht u van het weghalen van de verlaagde plafonds? Het maakt de klaslokalen nog lichter en ruimer dan ze al zijn. En nog functioneler. Maar wij horen u alweer roepen: de stookkosten! Ook daar zijn vast moderne oplossingen voor te bedenken.
Het mooie aan de Christelijke Opleidingsschool is dat veel van de oude, naoorlogse elementen nog aanwezig zijn in de school: het trappenhuis in de oorspronkelijke kleuren van 1953, de kenmerkende gevlamde terrazzoachtige vloeren (die je nergens anders ziet!), de binnenramen tussen de klaslokalen en de hal. Het is allemaal nog prachtig en in een prima staat.
En weet u waarom er elk jaar zoveel ouders voor hun kinderen opnieuw voor deze school kiezen? Omdat die ouders dezelfde ervaring als hun kinderen hadden en er het beste onderwijs genoten hebben dat er in de omgeving te vinden was. Wij kunnen dat zelf beamen. Het was een school waar je met veel plezier iedere dag naartoe ging, een échte school, een school waar het voor je gevoel altijd zomer was, en waar we veel geleerd hebben, want wat een functioneel gebouw was dat! Nog net als nu!
Leendert de Vink
Adri van Beelen
oud-leerlingen van de
Christelijke Opleidingsschool
Wij roepen iedereen op de petitie voor het behoud van de Christelijke Opleidingsschool te tekenen op petities.nl.
donderdag 31 december 2020
Dat had ik eerder moeten lezen
Een jaartje eerder, om precies te zijn. Dan had ik op oudejaarsdag beter opgelet. Maar dat ik er nou een jaar later toevallig over lees, over hoe je je voeten moet neerzetten als je niet over een vlakke straat loopt, da's wel heel sterk.
En dat zo'n boek dan misschien al jaren heeft liggen wachten bij De Slegte. Een boek van de grote Alfred Wainwright.
donderdag 24 december 2020
In Edimbàrà schijnt altijd de zon!
En weet je dat het helemaal niet koud was in Edinburgh, die laatste dagen van december. Veertien, vijftien graden. Er woei een zuidelijke wind. Uit Spanje. Het zonnetje scheen. Al maanden. Warm en droog. Terwijl we in Nederland verzopen. En nog hadden de dijken niet genoeg, water. Water, zodat ze niet barstten. De dijken. De dijken in Nederland, die altijd water nodig hebben, water. Edinburgh, december, het leek die zomer van 2010 wel, toen we de West Highland Way liepen, met nog een paar dagen Edinburgh, warm. Warm, wat zeg ik, met de Military Tattoo en 'I Vow to Thee, My Country' aan het slot en ook nog het 'God Save the Queen'. Helemaal ondergedompeld in de tradities! Genieten! Maar nog eerder, met het Fife Coastal Path dat we gelopen hadden, met ook een paar dagen Edinburgh erachteraan, in 2006, al veertien jaar geleden inmiddels, was het ook al zo warm. En wat waren we jong...
donderdag 17 december 2020
vrijdag 11 december 2020
De man en het bankje
Hier zie ik 's ochtends altijd een man van z'n fiets af stappen en een shagje draaien. Om halfacht. Hij kijkt naar de dieren in de wei. Het is naast de bushalte. Nu hebben ze er een bankje neergezet. Met de rug naar de weg en de bussen die voorbijgaan.
Iemand van de gemeente, een ambtenaar van de buitendienst, moet dat ook gezien hebben, dat die man daar iedere ochtend naast z'n fiets staat en naar de dieren in de wei kijkt terwijl hij een shagje staat te draaien. Aan de rand van het gras. Nu staat er een bankje.
woensdag 18 november 2020
Wandelen in je hoofd (2) – de Coast to Coast Walk
De Coast to Coast Walk is een langeafstandswandelpad dat dwars door Engeland loopt, van St. Bees Head aan de Ierse Zee naar Robin Hood's Bay aan de Noordzee. Alfred Wainwright (17 januari 1907 - 20 januari 1991) schreef er ooit, in 1972 een praktisch reisgidsje over. De tocht voert door drie natuurgebieden, drie nationale parken: het Lake District, de Yorkshire Dales en de North York Moors. Je kan dat in twee weken lopen, maar het advies van Wainwright is er een paar dagen langer over te doen, zodat je af en toe ook even stil kan staan om van het uitzicht te genieten. (Want wandelen en kijken tegelijk, dat gaat niet. In Memoirs of a Fellwanderer zegt de schrijver: 'Watch where you're putting your feet. Do this and you will not have an accident.') De Coast to Coast Walk staat hoog op mijn lijstje van langeafstandspaden die ik nog wil doen.
Het bijzondere aan het reisgidsje is dat het helemaal handgeschreven is, voorzien van pentekeningen, en dat het ook zo is uitgegeven. Er komt geen drukletter in voor, zelfs niet in het colofon. Het reisgidsje heb ik nog niet zo lang. Het fotoboek dat er later door Derry Brabbs bij is gemaakt, heb ik al wel een tijdje. Ik ben er onlangs weer in begonnen te lezen. Met de foto's erbij beleef je de tocht dan alvast in je hoofd. Dat is een waar genoegen. Dat ik het originele reisgidsje erbij heb aangeschaft, is omdat ik ook die tekeningetjes en al dat handgeschrevene wel eens wilde zien. Ook dat is een groot genoegen.
A Coast to Coast Walk is er een uit een lange reeks. Wainwright begon die reeks met het Lake District. Hij deelde het gebied in in zeven delen, waarvan evenzovele reisgidsjes verschenen, tegenwoordig verkrijgbaar in een mooie box. (Ik schrijf steeds reisgidsje(s) omdat ze van een handig zakformaat zijn.) Alleen dat Lake District kostte de schrijver-tekenaar al dertien jaar van zijn leven. Hij begon op 9 november 1952. Niet meteen met de bedoeling het ook uit te geven. Dat idee moest nog rijpen. En ging met vallen en opstaan. Zoals toen hij na 100 bladzijden geschreven hebben (hij was inmiddels acht maanden verder!) omdat de bladspiegel hem niet beviel – het was toch mooier als de regels uitgevuld waren* – weer helemaal opnieuw begon, met schrijven en tekenen. Alles met een pennetje met Oost-Indische inkt. Een bladzijde per dag, per avond eigenlijk (als hij terug was van zijn werk als boekhouder bij de gemeente of een tocht door de natuur). In totaal schreef Wainwright 59 boeken, waarvan 40 reisgidsen. Over een werkzaam leven gesproken.
De film eindigt bij een meertje boven op Haystacks (1958 ft). Het is Wainwrights meest favoriete plek in de Lakelands, met uitzicht over Lake Buttermere. In A Pictorial Guide to the Lakeland Fells. Volume 7 The Western Fells schrijft hij: 'for beauty, variety and interesting detail, for sheer fascination and unique individuality, the summit area of Haystacks is supreme. This is in fact the best fell top of all – a place of great charm and fairyland attractiveness.' Overeenkomstig zijn laatste wens werd hier na zijn overlijden in 1991 zijn as uitgestrooid. In het slothoofdstuk van Memoirs of a Fellwanderer merkt hij daarover op: 'This book is not a personal lament for the end of fellwalking and the end of active life, but a thanksgiving for the countless blessings that have been mine in the last eighty years. All I ask for, at the end, is a last long resting place by the side of Innominate Tarn, on Haystacks, where the water gently laps the gravelly shore and the heather blooms and Pillar and Gable keep unfailing watch. A quiet place, a lonely place, I shall go to it, for the last time, and be carried: someone who knew me in life will take me and empty me out of a little box and leave me there alone. And if you, dear reader, should get a bit of grit in your boot as you are crossing Haystacks in the years to come, please treat it with respect. It might be me.'
* Waarbij hij geen woord afbrak. Hoe kun je al schrijvend zo vooruitkijken?!
vrijdag 13 november 2020
In de grotemensenstoel
Opa was naar de kapper geweest. Toen hij thuiskwam was zijn kleinzoon op visite. Zijn moeder klaagde dat hij vreselijk lang haar had en dat hij ook nodig naar de kapper moest. Maar bij de kinderkapper kon hij pas op 5 december terecht. Zou opa even bellen voor een afspraak bij zijn kapper? Ja, dat was goed, met opa wilde hij wel naar de nieuwe kapper. Opa gaat meteen bellen. 'Je kan om twee uur terecht.'
We komen aan bij de kapper. De kapper schuift de kinderstoel naar voren en wijst... 'Of wil je in de grote stoel?' Een resolute knik met het hoofd. Bij de kinderkapper moet ik altijd al in de kinderstoel. Nu wil ik in de grotemensenstoel. Net als opa. Die kan het hele tafereel mooi volgen via de spiegel.
zondag 8 november 2020
De boomhut
![]() |
| De boomhut, met een vogelhuisje. |
Mijn kleinzoon vraagt maar steeds: 'Opa, ga jij een boomhut met mij maken?' Ik zou dat heel graag doen, jongen, maar dan moeten we wel een boom hebben. In de tuin hebben we geen bomen die een hut zouden kunnen dragen, en buiten de tuin zou ik in de omgeving van waar wij wonen niet zomaar een boom weten die we daarvoor mogen gebruiken, met het gevaar dat wanneer zo'n openbare boomhut dan klaar is, een ander hem inpikt. Al het werk voor niets.
Maar het snijdt door je ziel, dat 'Opa, zullen we een boomhut maken?'
Het snijdt door je ziel, als je denkt aan de tijd waarin je zelf die leeftijd had en er overal ruimte was om hutten te bouwen, iedere dag opnieuw, zoveel je maar wilde, van sloophout, en je gewoon kon fikkie stoken op strand. Een tijd voorgoed voorbij.
Op een ochtend waren we in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het ligt er vol met takken, kreupelhout. En bij de Action, weer een heel andere omgeving, kun je ijsstokjes krijgen waaraan geen ijsjes zitten, heel veel in een pakje. Als je de ronde uiteinden eraf knipt, worden het net planken. Ze zijn niet zwaar. Opa gaat voor jou een boomhut maken, Ronin, voorlopig maar in miniatuur. En als-ie af is, laat je je eigen fantasie er maar op los. Want die heb je. En dat is het mooiste wat er is. En mochten we ooit nog eens in de gelukkige omstandigheid komen een echte boomhut te maken, dan hebben we hier alvast een voorbeeld.
Aan het begin van de avond van de dag dat we 's ochtends naar de Amsterdamse Waterleidingduinen geweest waren om een stronk, was-ie af, de boomhut.
![]() |
| Het hek kan open... |
![]() |
| ...en weer dicht. |



























