maandag 24 oktober 2022

Whitsand Bay – South West Coast Path (13)

De vrouw die die ochtend haar hondje uitliet vertelde het ons, dat daar het mooiste strand was, voorbij Portwrinkle: Whitsand Bay. Te zien als het eb was. Maar het was geen eb, en daardoor zagen we weinig strand, maar er stonden wel heel veel huisjes, zomerhuisjes, kriskras door elkaar, waar je over kleine paadjes bij kon komen.

Soms kruisten de paadjes het kustpad of het kustpad de paadjes. Het ging alle kanten op, omhoog en omlaag. Net als in die cottage aan het einde van de kreek, tussen Noss Mayo en Newton Ferrers, kon je het vast lang uithouden hier, in zo'n zomerhuisje, met zulk uitzicht en een plankje boeken.

Ergens zo'n paadje af was er ook een café, waar een vriendin van de vrouw met het hondje werkte, het Cliff Top Café.


vrijdag 14 oktober 2022

Rame Head – South West Coast Path (12)

Ongeveer op het midden tussen Portwrinkle en Plymouth ligt Rame Head, een landtong, heuvel in zee, met daarop een kapel. Uit 1397. Er staan pony's om. Stil en schuw. Het is moeilijk om ze zonder andere toeristen op de foto te krijgen. Toeristen op platte schoenen. Die verraden dat er een parkeerplaats vlakbij is. Maar die zien wij gelukkig niet. Alleen de kapel en de pony's, op deze meer dan prachtige plek, met uitzicht naar alle kanten. Wat moet je er verder nog over zeggen? De pony's zijn dartmoorpony's.





dinsdag 4 oktober 2022

Portwrinkle – South West Coast Path (11)

Portwrinkle, met de bushalte aan zee, op Finnygook Lane.

In Portwrinkle waren we afgestapt, in juni, terwijl we tot Plymouth zouden lopen. Dat was ons doel.* Maar we pakten de bus en gingen nog eens terug naar Polperro. Om twee Cornische mokken aan te schaffen. En dan konden we ook nog even naar die leuke pub, waar we zo lekker gegeten hadden. Maar de pub was dicht en die mokken hadden we ook wel elders kunnen vinden. En Polperro, dat leuke plaatsje, voelde niet meer hetzelfde als toen we er voor de eerste keer waren. Hadden we nou maar gewoon doorgelopen, zoals het plan was.

Portwrinkle op 20 september.

Kortom: Portwrinkle begon te wringen. What's in a name. Begon zodanig te wringen dat we besloten dit laatste stuk, en nog een stukje extra, alsnog te gaan lopen. In september. Bij de 207 kilometer van juni konden we dan nog zo'n 40 kilometer optellen. Dat stukje extra was tot Wembury. En ook nog eens vanuit Wembury weer terug naar Plymouth, een kilometer of 13 voor stukken die we ooit hadden overgeslagen, strafkilometers.

Portwrinkle op 27 juni.

Bij dezelfde bushalte waar we ooit waren opgestapt naar Polperro, stapten we op 20 september weer uit. Om alsnog naar Plymouth te lopen. Er zaten een kleine drie maanden tussen, 12 weken om precies te zijn. Net als toen was het ook nu zonnig weer, bijna windstil, de bloemen van toen waren uitgebloeid, maar er bloeiden weer andere, nieuwe bloemen, en het pad, dat was geen steek veranderd, alsof je er gisteren nog op gelopen had en een dag later de draad weer oppakte.

Omkijken naar Portwrinkle.

Achteraf mogen we concluderen dat het laten schieten van de laatste etappe om twee aardewerken mokken niet voor niets is geweest. De kilometers die we nu alsnog gelopen hebben, plus nog wat kilometers extra, hebben ons tal van nieuwe ervaringen opgeleverd en een leuk stel vrienden. Waarmee maar weer eens bewezen is dat niets voor niets is in het leven.

Het uit 1909 daterende Whitsand Bay Hotel, dat in 2018 zijn deuren sloot en sindsdien te koop staat.

* Oorspronkelijk zouden we van Penzance tot Plymouth lopen, zo'n 240 kilometer.

maandag 26 september 2022

Noss Mayo – South West Coast Path (10)

Noss Mayo, met de kerk uit 1882.

In het dorpshuis van Noss Mayo zijn de ouderen druk bezig met de voorbereidingen voor de lunch. Het is de gezamenlijke maaltijd waarmee het winterseizoen wordt ingeluid, vertellen ze. We mogen gerust even binnenkijken in het verenigingsgebouwtje. Tafels, stoelen, en achter in de zaal een heus toneel, waarvoor nu een gordijn hangt. In het halletje om de hoek staan de toetjes al in de koelkast, zie ik. Dat wordt smullen.

Het dorpshuis, de Newton & Noss Village Hall.

Op een bord naast de ingang staat dat de Princess Royal het gebouwtje in 2007 opnieuw in gebruik heeft genomen.* De paar ouderen die buiten staan leggen ons uit dat de Princess Royal prinses Anne is, de dochter van Elizabeth en de zus van Charles. Ze liep maandag achter de kist, naast haar broer, vertellen ze nog ter verduidelijking. Nu weten we wie het is. Wij zaten gedurende de dienst in Westminster Abbey net toevallig in de metro, van Kingscross naar Paddington Station. Daar kwamen we in de twee minuten stilte terecht. Het was twaalf uur. We stonden in een grote kring in de stationshal, met de andere reizigers, de perronwachters en de politie. De trein die ons naar Plymouth zou brengen vertrok daar niet meer, dus moesten we opnieuw de metro in, naar Waterloo Station. Maar erg was dat niet. Want terwijl de meeste mensen boven de grond waren om naar de stoet te kijken, was het in de underground uitgestorven. Uiteindelijk kwamen we op dezelfde tijd als verwacht in de 'Ocean City' aan, nog vijf minuten vroeger zelfs.

Maar nu was het donderdag en waren we in Noss Mayo. Die ochtend waren we uit Wembury vertrokken over een klein stukje kustpad de heuvel over naar de ferry die ons over de Yealm Pool zou zetten. De 'poel' ligt op een driesprong tussen de zee, de rivier de Yealm en de Newton Creek.

De heuvel over.

Om aan de overkant te komen klap je een bord uit en dan ziet de ferryman dat je staat te wachten. Maar nu hoefde dat niet, want hij was juist aangekomen om een stel passagiers af te zetten, waardoor wij gelijk aan boord konden.

Op de terugweg later die dag moesten we het bord wel uitklappen. Het was een verrassing om de ferryman opeens uit het niets te zien verschijnen, tussen alle voor anker liggende bootjes op de rivier.

De Yealm Pool.

Noss Mayo ligt ten zuiden van de Newton Creek. Als je bent overgevaren kun je er zo naartoe lopen. Ten noorden van de kreek ligt Newton Ferrers. De kreek stroomt leeg bij eb en vol bij vloed. Het water komt van zee via de Yealm Pool. De twee dorpen met de bootjes ertussen vormen een wereld op zich.

Onderweg langs de Newton Creek.

De smallere zijkreek op de voorgrond, daarachter de Newton Creek en Newton Ferrers.

Er zijn twee doorwaadbare plekken over een betonnen dam. Zo'n plek noemen ze een voss. Een loopt er over een smallere zijkreek in Noss Mayo, een gaat er over de hoofdkreek naar Newton Ferrers. Een man voor het dorpshuis zegt dat we er nog wel overheen kunnen. Maar als we bij de voss komen, zien we een vrouw met een hond die al moet zwemmen. Ze zegt: 'It's now or never!' We doen onze schoenen uit en stropen onze broekspijpen op, maar komen niet ver. De betonnen dam is glibberig door de afzetting van klei en waterplanten. Dat gaan we niet doen.


We maken nog even een foto dat we het water zijn in geweest en besluiten om toch maar om te lopen. Om de kreek. Die ergens in een punt ophoudt. Opdroogt. Daar staat een mooie oude cottage, op instorten, zien we. Als je die toch kon opknappen en daar dan kon wonen, aan het einde van de kreek, met een boekenplankje met de mooiste boeken.

De cottage aan het eind van de kreek.

Newton Ferrers is minder idyllisch dan Noss Mayo, maar je hebt vanaf de overkant wel een mooi uitzicht op de mooiste van de twee. Na nog wat foto's is het tijd om terug te gaan, want we hebben gereserveerd in The Ship Inn, voor ónze lunch, niet ver van het dorpshuis.

The Ship Inn, aan de zijkreek in Noss Mayo.

Het is nog een heel stuk lopen, weer om de kreek. Tot we ingehaald worden door de man die ons de voss wilde laten oversteken. Hij heeft zich vergist in de tijden van eb en vloed, zegt hij. Maar daarvoor is hij niet naar ons toe gereden. Hij moest nog twee maaltijden brengen naar een paar ouderen in Newton Ferrers die ziek zijn en niet bij de gezamenlijke lunch konden zijn. Maar nu hij hier toch is wil hij ons wel een lift aanbieden. We maken er dankbaar gebruik van.  

Een mooi hoekje in Noss Mayo.

Onderweg vertelt hij waar hij woont, in een huis uit 1880. We rijden erlangs. Het is in dezelfde tijd gebouwd als de kerk hier op de heuvel.** In het huis woonde toen de caretaker, een soort conciërge, die koster was en de begrafenissen regelde. Toen waren hier nog heel weinig huizen. Nu is het oud en nieuw door elkaar.

Zo roep je de ferry op.

* Het gebouwtje dateert uit 1839, lees ik op de website. Tot 1882 was het een kapel, en daarna, tot 1959, was er een schooltje in gevestigd.
** De kerk verving in 1882 de kapel waarin nu het dorpshuis gevestigd is.

zaterdag 17 september 2022

Net Madurodam – South West Coast Path (9)

 

Klik op het plaatje voor het filmpje.

Toen we Mevagissey uit liepen, het klif op, draaide ik me nog één keer om, voordat dit mooie plaatsje uit beeld verdween. Wat ik zag was betoverend, in de zomerse ochtendstilte. Misschien dat je nog een meeuw hoorde, maar dat was het dan. Ik keek naar Mevagissey en moest denken aan Madurodam.

Ik zag een bootje de haven binnenvaren, op het stille en vlakke water. Toen het bootje bijna bij de visafslag was aangekomen, ging op de kade een busje rijden. Alsof het zo was geprogrammeerd. Alles op railtjes, onder water en in de straat. Er liepen geen mensen door het beeld. Dat verhoogde het madurodameffect. Iedere tien minuten werd dit tafereel herhaald.

Wat ik niet gefilmd heb is dat het bootje als het bij de visafslag geweest is, verder vaart. Achter de visafslag is onder de rotswand, waar die huizen op staan, een tunnel naar zee. Daar vaart het bootje doorheen om dan later weer vanuit zee de haven in te varen. Die tunnel zie je niet als bezoeker van het miniatuurlandschap. Het busje op de kade rijdt verderop linksaf en achterom door een straatje en komt dan weer tevoorschijn als het bootje bij de visafslag aankomt. Dat gaat zo de hele dag door.

woensdag 14 september 2022

Mevagissey, of 'Of je mee gaat vissen!' – South West Coast Path (8)

De buitenhaven.
 
Van Mevagissey was het moeilijk afscheid nemen. Een dorp waar je blij van wordt. De haven met al die vlaggen eromheen. Het uitzicht vanuit ons hotelraam – we logeerden in The Wheel House – op de visafslag, waar altijd beweging was, met een bootje dat aanmeerde, gelost werd en weer wegvoer, waar met kratten vis gesjouwd werd, een visboer de vis weer ophaalde en zo door. Een mooie plek om te wonen als je erop uitkeek.

De binnenhaven, met rechts de visafslag.

Mevagissey. Met de ijsjes schuin onder het hotel. In een hoorntje geschept door een oude mevrouw, die als je aan de beurt was zei: 'Yes, darling...', en dan kon je zeggen welke smaak je wilde. Vooral weer heel vaak lemon crunch. En weer van het merk Kelly. Wat een verwennerij. Goed dat je daar geen week bivakkeerde op die plek, want je zou tonnetje-rond worden.

De fish-and-shipsshop.

Iets verderop in de straat de fish-and-shipsshop: The Fishermen's Chippy. Links om de hoek bij het Order Point kon je zeggen wat je wilde eten en rekende je af. Dan vroegen ze je naam en wachtte je tot die omgeroepen werd bij het Collection Point. Om een uur of zes 's avonds, etenstijd, zat de hele haven langs de kades rondom vol met fish-and-ships etende mensen. Dat zag er heel gezellig uit, met meeuwen die hier en daar genadeloos toesloegen. We hebben wat verwondingen gezien! Wij namen onze afhaalmaaltijd lekker mee naar onze kamer, maar hielden de ramen dicht. Daar werd zelfs voor gewaarschuwd: bij een zijraam stond een bordje in de vensterbank dat je dat raam niet open mocht doen, omdat er op het platte dak ervoor een jonge meeuw zat die af en toe gevoerd werd door zijn ouders.

Mevagissey. Ze hielden van versieren, van aankleding in dit dorp, de vlaggen, en ook die gehaakte kroontjes waren van hier. Mevagissey. Een plaatsnaam waarbij je je gemakkelijk vergiste, want soms sprak je het verkeerd uit, als Megavissey, alsof je zei dat je mee ging vissen. 'Wat zeg je?' 'Of je mee gaat vissen!'

woensdag 31 augustus 2022

Ma 90 jaar! Hieperdepiep hoera!

Met zus Wil.
Niet te bevatten. Of, zoals ze het zelf altijd zegt: 'Alles is negentig. M'n handen, m'n ogen, m'n oren, m'n haren, m'n hart, m'n longen, het is allemaal negentig. Kun je dat nou begrijpen?' Maar gelukkig is ze nog jong van geest, altijd negentien gebleven.

woensdag 24 augustus 2022

De lange wandeling naar Lizard Point – South West Coast Path (7)

Lizard Point, het zuidelijkste puntje van Groot-Brittannië.

De tweede etappe zou lang zijn. Van Porthleven naar Lizard Point, en dan nog een stukje verder, naar Cadgwith.

De huizen aan Harbour Road met in de verte het kerkje.

Van Porthleven hadden we voordat we op reis gingen al vaak filmpjes zitten kijken, van stormen waarbij de golven over de pier slaan. Tegen het kerkje op de punt van de haven en de huizen daarachter, langs Harbour Road, dat om de hoek overgaat in Cliff Road. Dat de huizen hier wat hoger staan is wel verstandig, als de golven zo hoog komen. De huizen aan Harbour Road hebben, doordat ze zo hoog staan, ook van die typisch Engelse 'terrastuinen', met een trap vanaf de straat. Meestal wordt dit soort straten met een hoge tuin daarom ook aangeduid als 'Terrace', maar hier niet.

Vanaf het kustpad terugkijkend op Loe Bar Road.

We gaan de hoek om, om het kerkje heen, en lopen Cliff Road op. Je woont hier mooi, met dat uitzicht op zee. Cliff Road gaat over in Loe Bar Road. Aan het einde van de weg komen we weer op het kustpad. Bij een prachtig huis, dat zo in een film kan, dalen we af naar de Loe Bar, een zanddijk die een inham met een meer afsluit, The Loe. Er liggen prachtige kiezels, waarvan we er een paar meenemen voor thuis.

De Loe Bar.

Na de Loe Bar gaat het weer omhoog, het kustpad op, en dat zou je het eigenlijke begin van de wandeling kunnen noemen, voor vandaag, de lange wandeling naar het zuidelijkste puntje van Groot-Brittannië.

Poldhu.

Met nog maar één dorpje waar we langskomen, helemaal aan het begin, Poldhu, waar we nog wel even verplicht zijn te stoppen. Maar dat is geen straf. Het bestaat uit een paar huizen en een haventje met een helling waarop de vissersboten op het droge getrokken worden én... ijs van Kelly's!

Lemon crunch is onze favoriet.

Daar stoppen we altijd voor, hoe ver we nog moeten.

Er zit een poes voor het raam en er staat een groot hotel aan zee, dat nu een verzorgingstehuis is, het Poldhu Care Home.

Wat een uitzicht heb je als je daar verzorgd wordt!

Tekst op de achterzijde van het Marconi-monument.

Poldhu is ook nog bekend van een radiostation dat hier gestaan heeft, waar de eerste draadloze radiosignalen over de Atlantische Oceaan werden uitgezonden. Vandaar dat hier een monument voor Marconi staat.

Het is net de kop van een kat, rond met van die puntoortjes. De tweede poes vandaag al. En het is net of deze kat een lange jas aanheeft, door de begroeiing op de zuil. Veertien jaar geleden betraden we ook al zo'n monumentale plek, toen we langs Porthcurno kwamen, vanwaaruit de telegraafkabel naar India de zee in ging.

Maar we zijn onderweg naar Lizard Point. Na Poldhu wordt het afzien. We volgen het pad over een plateau, kilometers, waar geen einde aan lijkt te komen. Je loopt maar en je loopt maar, van het ene veld in het andere. Het pad is niet overal even duidelijk aangegeven, maar als je een uitsparing ziet in een muur van keien zal het daar wel verdergaan. Met hier en daar een groepje runderen, gelukkig net niet voor zo'n uitsparing.

Naarmate de middag vordert, hoe ver is het nog, wordt het mistiger en mistiger op het plateau, met afgronden, hoge wanden de zee in.

Als je goed kijkt (of de foto aanklikt), zie je mensen op het strandje.

Na uren en uren dwalen over de vlakte zien we een parkeerplaats. Na een flinke omweg door een dal met een riviertje komen we er. Daar zijn mensen. Daar kunnen we de weg vragen, naar Lizard Point, hangt misschien wel een plattegrond. En inderdaad. Beide ingrediënten om onze weg te vervolgen zijn aanwezig.

We lopen met een groepje Engelsen mee over een public footpath naar het dorp The Lizard. Nog niet het zuidelijkste puntje: Lizard Point. Maar dat komt nog. Op de achtergrond horen we de misthoorn al van het vuurtorencomplex dat daar staat.

Want je moet er natuurlijk niet tegenaan varen, dat zuidelijkste puntje. Er liggen wat vervaarlijke rotspunten in zee. Dat zal de werkelijke reden voor dat geluid wel zijn. Verder is Lizard Point een verzameling hutjes op de wal. Niet zo erg als de 'kermis' van Land's End, gelukkig. Maar eerst eten we een pasty, daar zijn we wel aan toe, onze eerste op deze reis, er zullen er nog vele volgen, en dan lopen we maar eens op het geluid van de misthoorn toe, na wat we gelopen hebben een wandelingetje van niks.