Als het lente is, lees ik een krant op een terras en drink een latte uit een glas. Of om het even een boek met een cappuccino of een dubbele espresso. Maar dat kan ook als het zomer is. 's Winters ga je binnen zitten.
vrijdag 19 juni 2015
Eerste levensbehoeften
De regering wil boeken, tijdschriften en kranten onder het hoge, duurdere btw-tarief laten vallen en dagelijkse, eerste levensbehoeften in het lage, goedkopere houden. Het zegt iets over een regering, die boeken, tijdschriften en kranten niet als eerste levensbehoeften ziet.
maandag 15 juni 2015
Relikwieën en documenten (4) – Weer wit
Ik heb m'n opa's klomp weer wit geverfd, zoals het hoort. Eigenlijk moet ik niet zeggen 'weer', want hij was niet wit. Het was gewoon een houten klomp, zonder kleur, ooit. Maar ik had 'm, ook ooit, in een onbezonnen bui, geel geverfd. Daarom is ook de voetzool wit. Omdat die geel was meegeverfd. Maar dat hoort natuurlijk helemaal niet, een geverfde voetzool. Want dan kan je er niet gelijk op lopen na het verven. Maar nou zeg ik weer iets raars. Want het was niet eens verf, heel vroeger. Het was krijt, waarmee klompen werden gewit. Maar ook dan, ging je niet ook je voetzool meekrijten. Misschien moet ik, om die voetzool niet te zien, en zodat het klopt en eruit ziet zoals het hoort, er plantjes in zetten. Daar hield m'n opa van.dinsdag 9 juni 2015
Duinen, van Adri van Beelen
Al een tijdje volg ik in De Katwijksche Post de familiekroniek 'Duinen' van Adri van Beelen. Om z'n sfeer, z'n goeddorpse sfeer, de verbeelding van het gewone, op zo'n manier opgeschreven dat het allemaal maar zomaar vanzelf lijkt te gebeuren. Dat is waardoor ik erdoor gevangen raakte. Iedere week staat er weer een deel van dit feuilleton in de krant. Eén keer had ik een deel gemist en later nog eens een deel en toen werd ik nog slordiger, maar toen ik de krant weer eens opsloeg, ontdekte ik een internetadres waarop je alle voorgaande afleveringen kunt nalezen – zegen van de moderne tijd. En al die afleveringen achter elkaar, dat is zo mooi, dat leest dan al helemaal als een boek, vanzelf, zonder moeite, al die schijnbaar onopvallende terloopse dingen die gebeuren – ik zei het al. En al die plekken en gebouwen die passeren en die dit dorp zijn eigenheid gaven, en er niet meer zijn, maar in het verhaal opnieuw tot leven komen, door de ogen van Willem. Je bent weer eventjes binnen in het weeshuis, het gasthuis, noem maar op. Je loopt erdoorheen. 'Duinen' is zó móói. Je kunt erin wegdromen, in wegraken, wegverdaege, zeggen ze in Katwijk.
Gauw lezen dus! In de krant of op katwijkschepost.wordpress.com. En hopen dat de schrijver er nog eens een echt boek van maakt, met een kaftje eromheen.
30 juli is Adri van Beelen in de Strandbibliotheek in Katwijk om over 'Duinen' te vertellen, en over zijn nieuwe boek De vrouwenverzamelaar.
maandag 1 juni 2015
Op het schrijversstrand (11) – Jef Last
Ach, had jai Káttik maer ekend
die lange raie, laege huisies!
De Voorstraet door, van end tot end
gaen 's-avons al de mooie meisies!
In 1941 kijkt hij terug op die tijd: 'Alles bij elkaar genomen was dus mijn tijd aan de Alma Mater er een van verrijking en van verdieping, maar desondanks begon ik mij al zeer spoedig meer en meer uit het eigenlijke studentenleven terug te trekken. Mijn aardige kamer aan de Oude Woerd met mijn meubeltjes en mijn boeken stond ik aan een minder bedeelden studiemakker af en zelf huurde ik mij een zolderkamertje bij een visschersgezin in Katwijk. Al heel gauw was ik er de beste maatjes met de bevolking, ik schafte me witte klompen aan, een visschersmonk, een visscherstrui en broek met steekzakken en voelde me nooit gelukkiger dan wanneer ik zoo, aan de 'beurs',* tusschen de andere jongens over zee uitkeek. 's Avonds trok ik mijn goeie pak aan voor de colleges in Leiden, in mijn vacanties maakte ik reizen met de haringloggers en de trawlers. (...) Ik voelde, dat ik veel meer bij de Katwijksche visschers (...) hoorde dan bij mijn medestudenten, die zich met zooveel ijver voor een goed betaalde burgerlijke betrekking voorbereidden.'** Het zolderkamertje waar Last het over heeft, bevond zich in de Jan Tooropstraat. Hij was er in de kost bij Teun van Duijn.***
Al in zijn studententijd komt de dichter en schrijver Jef Last (1898-1972) vaak naar Katwijk. Niet dat hij een hekel aan studeren heeft, maar liever dan tussen de studenten te vertoeven brengt hij zijn tijd door in het dorp met de eenvoudige vissers. In Leiden studeert hij Chinees – hij maakt er nog de colleges van professor Bolland mee. Dat Last naar Katwijk komt, moet zo omstreeks 1917 begonnen zijn. Als onderdeel van zijn 'ontdekkingstocht naar het werkelijke volksleven'. Een ontdekkingstocht die hij zeer serieus neemt. Want hij woont er niet alleen, in Katwijk, hij werkt er ook en vaart er mee op de vissersboten.
Last maakt zijn studie niet helemaal af. Hij wil geen tolk worden en voelt ook niet voor een loopbaan als staatsambtenaar in Indië of China. Na zijn Katwijkse tijd monstert hij aan op de grote vaart: 'Zoo verdween ik op een goeden of slechten dag, zonder iemand te waarschuwen, uit Leiden, monsterde als jongste op een haringlogger, daarna als matroos onder de gage op een schoenertje naar Singapore.'**
Maar hij blijft ook terugkomen in Katwijk. Samen met filmmaker Joris Ivens en Mannus Franken maakt hij er in 1928 opnamen voor de film Branding, die in 1929 in Amsterdam in première gaat. Last schrijft het scenario en speelt zelf ook mee in film. Om de kosten te drukken, doen er nog wat andere bekenden mee, zoals Piet van Duijn, de zoon van zijn vroegere kostbaas, en de tekenaar Hein Block. In 1930 verschijnt er van het bewerkte scenario van de film onder dezelfde titel een novelle.****
![]() |
| Scène uit de film Branding met op de achtergrond Hein Block en Piet van Duijn en op de voorgrond waarschijnlijk Co Sieger. Foto uit Katwijkse knip-sels, oorspronkelijk Nederlands Filmmuseum / Eye. |
Maar er is nog iets anders moois dat Last de Katwijkers heeft nagelaten. In 1926 verschijnt in de bundel Bakboordslichten zijn gedicht 'Ballade',***** geschreven voor een Katwijkse geliefde. Met die prachtige zinnen over het oude Katwijk met zijn lage huisjes – wat een sfeertekening! – en de mooie meisjes die er heen en weer lopen over de Voorstraat – daar was vroeger de 'huwelijksmarkt'. Maar dat niet alleen. Want het gedicht is ook nog eens helemaal in Katwijks dialect! En dat voor de Hagenaar die Last toch was.
Alles bij elkaar genomen maakt het Jef Last wel tot een op-en-top gegadigde voor de serie 'Op het schrijversstrand'. Hij woonde in Katwijk, hij werkte er, en paste zich volledig aan aan het leven in de vissersgemeenschap, en als hij erover schreef, deed hij dat ook nog eens in de taal van het dorp.
Ballade
'Wé nou, 't is waer, ik mócht die meid,
jae, kaik maer naer dat geel portretje,
ik heb de waerheid jou ezeid:
'k hiéuw van die meid. Niet voor een pretje,
niet zoo as nou, van die of die,
van blonde Trees of lange Betje:
'k hiéuw van die meid. En as ik 't zie
kraig ik haest traene bai 't portretje.
Wé nou maet! Is 't zoo baister gek?
Denk jai nou: Piet de Sik is creesie(1)
Omda'w hier zitten, dronken leezie?(2)
Toe, laet dat kerel, houd je bek.
Ach, had jai Káttik maer ekend
die lange raie, laege huisies!
De Voorstraet door, van end tot end
gaen 's-avons al de mooie meisies!
Vooruit nou! Geef dat ding weer ier!
Nou? niet dan! 't was main overbuurtje
en as ik werkte in ons schuurtje
hoord ik der lachen van plesier.
En s'aevens sting ik op de straet
te kouwen op m'n cigaretten:
'een goeie teelt', zee'k tot m'n maet,
terwail m'n ooge op haer letten.
Was ze voorbai, dan ik der nae.
Zoo, sjokkesjok, op holleblokke.
Ze had zoo dikke blonde lokke
die sloeg ik uit de verte gae.
En 'k hoórde ze niet om me smoese
je weet wel: jonges viesevas,
voor main begon de waereld pas
bai haer figuurtje, en haer bloese.
Denk jai nou: wat een vuile ploert?
Die is al an z'n derde druiper
en praet asof.....' Maer 'k ben gien gluiper
'k heb altaid niet in strond eroerd!
Jai weet ook, hoe de jonges praete
daervoor ha 'k hielegaer gien oor.
Ik werkte hard, daer sting ik voor,
hun rotzooi het main kaeuwd elaete.
Ik ging naer zee, de logger op:
acht weekies uit, drie daege tuijs,
een rottig werk, de vuilste luis
het beter leve op jouw kop.
't Was sjappele steeds, m'n hand wier hard,
'k wier as die gaste lomp en raeuw
En toch, al wier 't leven graeuw
ik hieuw een lichie in m'n hart.
Da's net as dat je Kattik ziet
wanneer je 's-nachts allien de wach hebt.
Met zwarte zaele 't schip zich voortrept
allien dat lichie in 't verschiet.
Je houdt de helmstok vast in hand,
je hoort immers de branding ruischen
Straks, doór de wind, spatten de buizen
in je gezicht. Toch voel je 't land.
Ik leefde met, en as die knulle
maer, praete ze,..... stoor der niet an!
Ik liet ze zuipe, liet ze lulle
maer main geheim..... wie wist ervan!
Kwam 'k met behouwe teelt an land
las 'k in haer ooge vraeg op vraegie,
al was 't maer voor een enkel daegie
wai vond' elkander, hand in hand.
Wat lul je? Kon ik wat beginnen?
Ach man, je praet naer je verstand!
As ik naest haer lag an 't strand
kreeg ik zooiets niet in m'n zinnen.
En toch, 'k wás geil, 'k had in me lenden
daernae soms soodemieters pijn.
't Is raer, niet dan, maer 'k wou niet schenden
Wat main toen scheen, zoo mooi te zain.
Eens he'k er durreve vraege,
't was voor m'n eerste reisie,(3)
nog weet ik, hoe van 't meisie
verschrikt de ooge zaege.
'K zee, mo'k dan naer de meide
In vreemde lande gaen?
Ze het, om 't te vermeide
me willetje edaen.
En 'k heb me koesjt ehaeuwe
in Nantes en Bordoo
Ze vonde main een flaeuwe
een jongen, van zoo zoo.
Maer 'k ging niet naer de hoere
al keeke ze ook scheel.
Ik had m'n aige meissie,
daervan hieuw 'k veuls te veel!
Wé nou!..... Hoe of 't is afeloope?
Toen liet ik dat portretje zien
as nou an jou. En 'k zee misschien
te veul. Een hieuw z'n oore oopen
en schreef an haer een vuijle brief.
Om haer te waerskouwe, begraip je?
Je kent hem wel, ons donkie, Lijpje.
Nou loop ze met die vuijle dief.
En wat nog meer?..... Vooruit, dat gaet
weer onder in m'n portefulje.....
En wat nog meer?..... Nou maet, dat zul je
toch ook wel weete, hoe 't nou staet!
Nou kruyp ik met elk del in bed
da'k lekker vin as'k heb ezoope.
Maer as ik bai der ben ekroope
dan denk ik aen dat geel portret.
En nou..... soeda! Een rottig leven!
Heb jai nog centen voor een biertje?
Drie pennie nog! Ik heb gien ziertje
Kom, gaene w' op de hoek nog eeve
en dan naar kooi, en morrege voort.
Vergeet maer wat je heb ehoord
Ik lul wat veel, as 'k heb gedronke.
Stoor der niet an..... straks gaan we ronke!
* Bedoeld is hier de plek in het dorp waar jongeren en mannen van middelbare en oudere leeftijd samenkomen, meestal aan de boulevard.
** Citaten uit Jef Last, Van een jongen die een man werd. Baarn, De Nederlandsche Uitgeverij, 1941, pp. 11, 16-17 en 19.
*** J.P. van Brakel, Katwijkse knip-sels. Grepen uit de geschiedenis en volksleven van de beide Katwijken. Katwijk, 1974, pp. 36-37.
**** Jef Last is nog een derde keer in Katwijk geweest. Dat was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zat toen ondergedoken bij Lies van Duijn, de dochter van Teun van Duijn, die woonde aan de Kortenaerkade (de latere Industrieweg). Last werkte voor het illegale blad De Vonk. In maart 1942 werden medewerkers van dit blad door de Duitsers opgepakt in Amsterdam. Last ontsnapte naar Katwijk.
***** Jef Last, Bakboordslichten. Verzen. Met houtsneden van Hein Block. Amsterdam: N.V. 'Ontwikkeling', 1926, pp. 36-41.
Noten bij het gedicht van Jef Last (enigszins aangepast):
(1) creesie = crazy = gek.
(2) leezie = lazy = lui.
(3) op de grote vaart.
Met dank aan Arie Duindam voor het meedenken. Met dank ook aan Jannet van Duijvenboden-Hoek en Rudi Wester, van wie ik na verschijnen van dit blogbericht nog interessante aanvullingen ontving, grotendeels verwerkt in noot ****.
woensdag 27 mei 2015
Door Delft naar het Bieslandse Bos en verder
Perron 1/2 verlaten via trap, roltrap of lift naar boven (begane grond). Poortjes en stationshal (met winkels en horeca) door. Hal verlaten en rechtdoor.
Op een mooie pinksterdag waren we in het mooie stadje Delft. Het heeft een nieuw station. We waren er voor de NS-wandeltocht Bieslandse Bos. Die start in dat station en gaat door Delft.
Je bent er zo doorheen, door Delft. Maar niet als het zonnetje schijnt en zo stil is op straat. Dan slenter je maar wat, op je dikke wandelzolen, en sta je hier eens stil en daar eens, door alle mooie plaatjes die er op je netvlies verschijnen. Het fototoestel maakt overuren.
Plaatjes, zoals van de toren van de Oude Kerk, die de Oude Jan genoemd wordt. Mooi hoe die daar voorovergebogen over de Oude Delft staat te leunen. Naast de kerk is een mooi pleintje, in de zon en uit de wind, voor koffie met appelgebak. Dat moeten we maar doen.
Want we hebben nu al een halve kilometer gelopen. Ja, wat een rust gaat er van het stadje uit. Geen haast hoor, met die wandeltocht. Je weet het niet, maar misschien hebben we mooiste al gehad.
Via de Hippolytusbuurt komen we op de Markt, met rechts het Stadhuis en links de Nieuwe Kerk, waar de Oranjes begraven liggen. Het orgel klinkt en er is gezang. Even binnenkijken. De grote deuren naar het plein staan al uitnodigend open. Voorzichtig duwen we nu ook de kleine tochtdeur open. Op de kansel zien we een dominee staan, en ook de kerkmensen zijn opgestaan, voor de slotzang. Voorbij de tochtdeur staan nog meer toeristen. Japanners met fototoestellen. Over de hoofden van de gelovigen, in het door de ramen gefilterde zonlicht in de verte, kan ik nog net het praalgraf van de Vader des Vaderlands ontwaren. Bijzonder om hier ter kerke te mogen gaan.
Met dat in m'n hoofd, de kerkdienst binnen en de graffiti buiten, gaan we verder en komen we op een plein dat ik nog niet kende. De Beestenmarkt. Er is geen foto van te maken. Tenminste, het lukt ons niet. Al dat zonlicht dat hier in een massa kleine vlekken door de bladeren valt. Maar wat een mooi plein!
Nog één poging.
Om mooie plekken te zien, laten de makers van de NS-wandeltocht je soms een stukje omlopen. Zo kom je bijvoorbeeld langs het Klaeuwshofje.
Na het hofje lopen we door de Oostpoort via de Oostsingel en de Bieslandse Kade de stad uit.
We komen langs een snackbar met daarnaast in een oude telefooncel een 'minibieb' met alleen maar hele bekende boeken. Zo'n beetje de hele wereldliteratuur op een paar plankjes bij mekaar en in prima staat. Een goudmijn voor wie het maar wil hebben. Gratis!
Een beetje lezer reist nu met een flinke koffer meteen af naar de Bieslandse Kade. Wij hadden slechts een rugzakje bij ons, voor water en zonnebrand. Op de foto zie ik nog wel een heel klein cameraatje dat alles in de gaten houdt.
Nu nog een kort stukje door de Delftse Hout en dan komen we via een kerkenpad dat dwars door het weiland loopt eindelijk waar we wezen moeten, in het gebied waar de wandeltocht naar genoemd is, het Bieslandse Bos.
Je loopt er een beetje langs en doorheen, met eerst polderland en dan moerasland met kreken en jonge bosaanplant. Op het papier van de wandeltocht lees ik dat 'in 1986 [...] met de aanleg van het Bieslandse Bos [is] begonnen. Het bos bestaat uit loofbos met essen en eiken, populieren en wilgen. Het maakt deel uit van de in ontwikkeling zijnde en deels aanwezige groenstructuur tussen Delft en Zoetermeer, die zal bestaan uit Delftse Hout, Bieslandse Bos, Dobbeplas, Balij en het voormalige Floriadebos. Het Bieslandse Bos ligt in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en is genoemd naar de Polder van Biesland.'
Er zitten heel wat vogels, en sommige blijven ook stilzitten.
Op een gegeven moment komen we aan in Pijnacker. Daar hadden we de eerste mogelijkheid om de NS-wandeling te stoppen en met de Randstadrail weer in de richting van de ons bekende wereld te reizen. Maar dom dom, we zijn nog helemaal doorgelopen naar Zoetermeer, via dat voormalige Floriadebos, waar je vooral veel grote honden met erachteraan mensen tegenkomt. Een saai stuk van vier kilometer. En waar je dan terechtkomt... Zoetermeer is zeker wel de droevigste plek op aarde. Maar gelukkig heeft het een station, waar ook treinen vertrekken.
dinsdag 19 mei 2015
Mooi Friesland (2)
Van de week was ik weer eens in mooi Friesland, bij Wil en Arris. We fietsten er langs de Tjonger en deden de Pontjesroute. Bij het laatste pontje kregen we een dropje. Iedereen die oversteekt, krijgt een scheepsknoop. En het was fris die dag, dus dat dropje, in een enkel geval waren het er zelfs twee, was hartverwarmend.
Aan het begin van de week kwamen we langs de rand van het Oranjewoud nog langs het huisje van Hans en Grietje. Je zal d'r wonen...
Langs de Tjonger fietsen is wel veertien kilometer heen...
... en ook weer terug.
Dus mochten we wel even op een bankje zitten.
En het koolzaad bloeide uitbundig, in bermen en velden. Ja, overal.
Je zal d'r wonen... daar achter dat veld.
En als we niet buiten waren, gingen we naar binnen om te biljarten, op een groen laken.
En wist je dat een koe voor al onze liters melk ieder jaar een kalfje moet baren, zagen we op de televisie.
Aan het begin van de week kwamen we langs de rand van het Oranjewoud nog langs het huisje van Hans en Grietje. Je zal d'r wonen...
... en ook weer terug.
Dus mochten we wel even op een bankje zitten.
En het koolzaad bloeide uitbundig, in bermen en velden. Ja, overal.
Je zal d'r wonen... daar achter dat veld.
En als we niet buiten waren, gingen we naar binnen om te biljarten, op een groen laken.
En wist je dat een koe voor al onze liters melk ieder jaar een kalfje moet baren, zagen we op de televisie.
vrijdag 8 mei 2015
The (Old) Rectory – Hermans was hier bijna geweest. Of was het toch ergens anders?
Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Ooit logeerden we in The Old Rectory, 'de oude pastorie', in Bray in het graafschap Wicklow. Dat is aan de oostkust van Ierland onder Dublin. Bray is een stadje aan de monding van de rivier de Dargle. Ten zuiden daarvan ligt Greystones, waar Marten en Phiny Toonder woonden. In biografie van Wim Hazeu lezen we dat zij het hier erg naar hun zin hadden. Terwijl Marten in Greystones, 'met op zijn hoofd de ruiten pet van een landlord, de dag [begon] met een wandeling langs het plaatselijke kerkje, het huis van een gepensioneerde Engelse kolonel en het kranten- en snoepwinkeltje van Paddy, over de vervallen kade van de zelden gebruikte haven, die uitzicht bood op groene heuvels en een door rotsen omzoomd kiezelstrand', deed Phiny 'met de auto boodschappen in het zes kilometer verderop gelegen plaatsje Bray, omdat in Greystones niet alles te koop was. Zo'n ritje vond zij wel gezellig, want de weg voerde langs de zee en de bergen op de achtergrond. Iedere dag weer anders van kleur en stemming. Soms stopte zij om te kijken en na te denken. Thuisgekomen bakte zij brood, maakte soep en tikte Martens teksten over, om daarna in haar atelier te gaan schilderen en tekenen of op haar balkon te lezen.' Marten was dan ook al aan het werk.*
Greystones of Bray. Het had niet veel gescheeld of Willem Frederik Hermans was hier ook komen wonen, aangetrokken door de gunstige regeling dat kunstenaars in Ierland geen belasting betalen. In de biografie van Willem Otterspeer lezen we dat 'hij op 4 juni 1972 een briefje [schreef] aan Eiso Toonder, de zoon van Marten, over een huis in Ierland, The Rectory geheten. Hij wilde na de veiling ervan de prijs weten, zodat hij zich een beetje kon oriënteren.'** Maar het gaat niet door. Uiteindelijk wordt het toch Frankrijk, met een appartement in Parijs, waarnaar zijn voorkeur uitgaat.
Is The Rectory misschien The Old Rectory, die victoriaanse Villa Kakelbont, waarin wij in 2009 logeerden? We weten het niet. Wat we wel weten, is dat The Rectory in Greystones nog in gebruik is als pastorie en The Old Rectory in Bray nu een B&B is maar misschien in 1972 wel ter veiling aangeboden. Maar dat we daar dan gebivakkeerd hebben, in een pand dat Hermans misschien wel op het oog had om er te gaan wonen...
* Wim Hazeu, Marten Toonder. Biografie. Amsterdam, De Bezige Bij, 2012, pp. 330-331.
** Willem Otterspeer, De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel 2 (1953-1995), Amsterdam, De Bezige Bij, 2015, p. 525.
Labels:
boeken,
Frankrijk,
Ierland,
Parijs,
schilder- en tekenkunst
vrijdag 1 mei 2015
Binnenkijken (2) – Een geheime schat
![]() |
| Samen met m'n beer op de foto. Dat gaatje moet ergens voor de wagen onder de sisal mat in een plank zitten. |
Waar ik opeens aan moet denken is dat gaatje in de zoldervloer. Waar nu die grote slaapkamer is die je op Funda ziet, waar we vroeger met gordijnen ertussen met z'n vieren sliepen als we beneden badgasten hadden, daar ergens onder de vloerbedekking die er nu ligt, moet die plank zijn met dat gaatje, waar die kwast uit is. Daar stopten we van alles in, centen en stuivers en legoblokjes, als ze erin pasten.* Je kreeg dat geld en die blokjes er dan niet meer uit. Dus dat ligt daar allemaal nog onder de vloer. Een geheime schat. Ik weet nog precies waar. Iets voorbij de schuine balk die de overgang vormt naar de betimmering van het dak, daar recht onder, onder die plank. Misschien dat de volgende bewoners de vloer daar eens open moeten maken...
* Ik denk dat guldens net te groot waren, maar stuivers en dus ook kwartjes, en dubbeltjes zeker, gingen er met gemak in. En van legoblokjes: viertjes, achtjes, en ook de langere blokjes, twee breed, dat ging makkelijk. Misschien liggen er onder die vloer ook nog wel briefjes verborgen met m'n eerste schrijfsels.
vrijdag 24 april 2015
Binnenkijken (1)
Dat is gek. Het huis uit Vroege herinneringen staat te koop. Het is sinds ik er woonde twintig keer zoveel waard geworden. De binnenkant is helemaal veranderd. De deuren in signaalkleuren uit de jaren zestig (grijze deuren voor de slaapkamers, een blauwe deur voor de wc en een gele voor de douche en misschien ook voor de keuken – zodat je nooit misliep) zijn allemaal wit geworden. En verder zie ik waar vroeger een raam tussen de hal en de woonkamer was, een wand in de kleur taupe. Die kleur komt vaker terug. En de schoorsteen waar nu een open haard in is maar waar vroeger een kolenkachel voor stond, staat er ook nog, midden in de woonkamer, zo lijkt het. Dat komt natuurlijk omdat ze de slaapkamer ernaast erbij getrokken hebben en de schoorsteen niet weg konden halen. Maar het heeft wel wat. Er is een raam bij gekomen opzij van het huis en de twee kleine slaapkamers zijn nu één grote kamer geworden. Het enige wat ik nog herken op de foto's op Funda is de granieten drempel onder de deur van de keuken naar het balkon. En dan dat heerlijke platte dak... waar niemand je kon zien, 'omdat het hoger lag dan de huizen eromheen. Als je wilde, kon je er gewoon in je blootje lopen. Maar dat deed je niet natuurlijk.'*
Toen een paleis, nu nog een paleis! Ik ben er nooit meer binnen geweest, maar wat ben ik blij dat ik via Funda nog één keer binnen kan kijken.
* Citaat uit Leendert de Vink, 'Vroege herinneringen', www.huizezeezicht.blogspot.nl, 29 mei 2012.
vrijdag 17 april 2015
Late Rembrandt
Zo dichtbij. Dat heeft iets magisch, betoverends.
De streken, de spatten verf. Alsof het er gisteren op gezet is.
En wat dat doet, die verf... wat je ermee kan...
Nog tot en met 17 mei in het Rijksmuseum!
maandag 13 april 2015
Op het schrijversstrand (10) – Bilderdijk
![]() |
| Het oude tolhuis. |
![]() |
| Huize Bijdorp, met in de verte de poort naar de tuin. |
In de tijd dat Bilderdijk er woonde, was hier een groot buiten: huize Bijdorp. Het huis zelf stond aan de Oude Rijn, aan een straat die, ook nu nog, de Overrijn heet. Daarachter was er een enorme tuin, bijna tot waar het kasteel gestaan had, 'een tuin als een lusthof (...), waarin ook het koetshuis stond, met stalling voor zes paarden, hooizolder en tuinmanswoning (...), met vijvers, een eendenkom, een perceel bos, een moestuin, een boomgaard met exquise vruchtbomen en zelfs een druivenkas'.* In deze tuin stond het huis waar Bilderdijk en zijn gezin in januari 1808 hun intrek namen. Maar het verblijf zou van korte duur zijn. Begin mei waren ze alweer weg. Want Bilderdijk had het er niet naar zijn zin, in Katwijk.
![]() |
| De poort naar de tuin. |
Hij zit er dan ook niet vrijwillig. Door de ramp met het kruitschip aan het Leidse Steenschuur op 12 januari 1807 is zijn huis aan de Hogewoerd ontzet en staat op instorten. Bilderdijk en zijn gezin vinden onderdak in Den Haag. Maar in die stad houdt hij het niet uit, door de verstikkende moerasdampen en de volkse drukte op straat. Hij wil weer naar Leiden. Maar daar kan hij door de ramp voorlopig geen woning krijgen. Zodoende zit hij noodgedwongen in Katwijk. In een brief van 27 januari 1808 aan Hendrik Willem Tydeman schrijft hij: 'In Leyden geen woning kunnende krijgen, en in de Haag niet wetende uit te houden van wegens de lucht en 't gewoel, ben ik thands in Katwijk. Niet uit verkiezing, maar uit nood, daar ik nergens een intrek wist te vinden.'
![]() |
| Willem Bilderdijk aan Hendrik Willem Tydeman, brieffragment 27 januari 1808, Universiteitsbibliotheek Leiden, sign. LTK 1099. |
En dat huis in die tuin in Katwijk is ook al niks. In een brief van 19 februari 1808 aan Matthijs Siegenbeek beschrijft hij het als 'een doorvochtig, uitgewoond, en in allen opzichte onbewoonbaar gat van een huis, daar men zich nergens voor wind en kou bewaren kan'.
![]() |
| Willem Bilderdijk aan Matthijs Siegenbeek, brieffragment 19 februari 1808, Erfgoed Leiden en Omstreken, archiefblok familie (Siegenbeek) Van Heukelom. |
In het gedicht 'Mijn buitenverblijf' (Katwijk, 1808) vraagt Bilderdijk zich hardop af wat hij er zoekt, op het platteland van Katwijk:
Mijn Vrienden, 't mag zoo zijn. Ik ben de Haag ontvlucht.
Ik adem, vrij van stank, gewoel, en straatgerucht,
En Haagsche beestlijkheên die voor beleefdheid gelden,
En ruilde 't walglijkst hol voor ruime en frissche velden.
Voorzeker dit 's een goed! wie twijfelt of 't dit zij?
Maar ach! genot van 't Land, is dat gemaakt voor mij?**
Gelukkig, nog voor de zomer kan hij alweer terug naar Leiden, de stad die hij roemt om zijn zuivere lucht.
Bronnen:
*W.A. Poort, De droom van de dokter. Hij stond aan de wieg van een badplaats. Katwijk, Van der Lee, 1979, p. 6.
Wap, Bilderdijk. Eene bijdrage tot zijn leven en werken. Leiden, E.J. Brill, 1874, p. 92.
Met dank aan Gerard Brouwer, Dik Parlevliet en Rick Honings.
![]() |
| Willem Bilderdijk, door Charles Howard Hodges, olieverf op doek, 79 x 63 cm, collectie Rijksmuseum Amsterdam. |
Bronnen:
*W.A. Poort, De droom van de dokter. Hij stond aan de wieg van een badplaats. Katwijk, Van der Lee, 1979, p. 6.
**Willem Bilderdijk, 'Mijn buitenververblijf'. In: De dichtwerken van Bilderdijk. Twaalfde deel. Haarlem, A.C. Kruseman, 1858, p. 104-108. Het fragment staat op p. 104.
Peter van Zonneveld, '"Een verkwikkende wijkplaats". Het Hollandse buitenleven in de Nederlandse literatuur'. In: Rob van der Laarse & Yme Kuiper (red.), Beelden van de buitenplaats. Elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw. Hilversum, Verloren, 2005, pp. 212-213.
Rick Honings & Peter van Zonneveld, m.m.v. Marinus van Hattum, De gefnuikte arend. Het leven Willem Bilderdijk (1756-1831). Amsterdam, Prometheus - Bert Bakker, 2013, pp. 266-273.
Met dank aan Gerard Brouwer, Dik Parlevliet en Rick Honings.
vrijdag 10 april 2015
Het Andreasplein – wat willen de mensen?
![]() |
| De muziektent in het Vondelpark in Amsterdam. |
De reacties zijn gepeild: wat willen de mensen?
De mensen willen gewoon een mooi open plein met rondom wat bankjes, wat boompjes op de hoeken, en ergens in het midden of opzij, een mooie, vaste muziektent, waar op warme zomeravonden een orkestje speelt.
Voorbeelden te over van zo'n muziektent. Er is zelfs een bedrijf dat ze nog maakt, geheel volgens de traditie: muziektenten.nl. Ik zou zeggen, beste gemeentebestuurders van Katwijk, heren en dames politici, steek daar nou je licht eens op!
Vergeet dat cultuurhuis, vergeet die duin. Ik hoorde zelfs – en las! – dat er een Katwijkse bakker is die geld aan de gemeente heeft geschonken voor zo'n vaste muziektent!
donderdag 2 april 2015
Dat eeuwige gerommel op het Andreasplein
Open brief aan de gemeente Katwijk
Het houdt maar niet op met het Andreasplein. Na de plannen voor een cultuurhuis zijn er nu plannen om een duinlandschap op het plein los te laten. Om de duinen naar het dorp te brengen. Dan hoef je er zelf niet heen. Maar hebben we gevraagd om een duin in het dorp? Nee, want voor wie het niet weet: die duinen liggen voor de Katwijkers vlakbij, ten noorden en ten zuiden van datzelfde dorp. Maar zo ver zijn die nieuwe ontwerpers niet gekomen. Ze hebben nog een reden voor dat duin op zo’n beetje het enige normale plein dat Katwijk rijk is: omdat de kerk ooit met wat duinen op de achtergrond op een romantisch schilderij gezet is. Ja, zo ken ik er nog wel eentje. Weet u dat er vroeger, heel vroeger, mammoeten rondliepen over het Andreasplein, toen wij er nog helemaal niet waren? Kortom: allemaal valse argumenten om het plein weer op de schop te kunnen nemen, maar vooral om weer eens flink in de geldbuidel te kunnen tasten.
Wij hebben de opdracht van de gemeente Katwijk uitgevoerd, het resultaat is geaccepteerd en daarom maak ik bezwaar tegen de inbreuk die de gemeente Katwijk op het auteursrecht dreigt te gaan maken.
Maar wat ik, als belastingbetaler, ook vooral niet snap: waarom een heel nieuw plan voor een plein dat net vijf jaar geleden helemaal is opgeknapt? In gewoon Nederlands noemen we dit kapitaalvernietiging!
Het houdt maar niet op met het Andreasplein. Na de plannen voor een cultuurhuis zijn er nu plannen om een duinlandschap op het plein los te laten. Om de duinen naar het dorp te brengen. Dan hoef je er zelf niet heen. Maar hebben we gevraagd om een duin in het dorp? Nee, want voor wie het niet weet: die duinen liggen voor de Katwijkers vlakbij, ten noorden en ten zuiden van datzelfde dorp. Maar zo ver zijn die nieuwe ontwerpers niet gekomen. Ze hebben nog een reden voor dat duin op zo’n beetje het enige normale plein dat Katwijk rijk is: omdat de kerk ooit met wat duinen op de achtergrond op een romantisch schilderij gezet is. Ja, zo ken ik er nog wel eentje. Weet u dat er vroeger, heel vroeger, mammoeten rondliepen over het Andreasplein, toen wij er nog helemaal niet waren? Kortom: allemaal valse argumenten om het plein weer op de schop te kunnen nemen, maar vooral om weer eens flink in de geldbuidel te kunnen tasten.
Daarvoor moest eerst al bijna het waterkunstwerk sneuvelen
en ook bijna de vissen die rond het kunstwerk en richting zee zwemmen. Ja, daar
is wel eens iemand over gestruikeld, werd er gezegd. Nog zo’n argument van niks
waarmee geprobeerd wordt om de nieuwe plannen door te drukken.
Maar: mag ik de gemeente erop wijzen dat het hele
waterkunstwerk, inclusief de vissen en de daarop aangebrachte tekst, volgens de
wet auteursrechtelijk wordt beschermd. Dat betekent dat de gemeente niets aan
dit kunstwerk mag veranderen en dat het moet blijven zoals het nu is.
Het waterkunstwerk is destijds in opdracht van de gemeente
Katwijk ontworpen door de ontwerpers van Handle with care onder leiding van
Sjoerd Hoogma en beeldend kunstenaar Alice Helenklaken. Mij werd gevraagd om de
tekst voor het kunstwerk te leveren. De tekst moest, ook in opdracht van de
gemeente Katwijk, gaan over Katwijk en de visserij. De zin die ik heb gekozen,
is afkomstig uit het handschrift van een Katwijkse bomschuitschipper, Leendert Buijsertszoon van der Plas, van omstreeks 1779. De tekst luidt: De zeyltyes opgedoukt / ent schuytye vast /
gaad elk naa seyn huys / todt de klink gaadt. In hedendaags Nederlands:
‘Nadat de zeiltjes zijn opgedoekt en het schuitje is vastgelegd, gaat iedereen
naar huis, tot de bekkenslag van de dorpsomroeper klinkt.’ Deze zin legt vanuit
het verleden een verbinding met de huidige tijd: de vissers komen met hun
schuit op het strand aan, gaan naar hun huis en gaan daarna weer naar het
strand terug voor de visafslag. De visafslag symboliseert de handel, die zich
ook nu nog grotendeels in het centrum van het zeedorp afspeelt. En zonder het
dorp met name te noemen, gaat de hele zin over Katwijk.
Wij hebben de opdracht van de gemeente Katwijk uitgevoerd, het resultaat is geaccepteerd en daarom maak ik bezwaar tegen de inbreuk die de gemeente Katwijk op het auteursrecht dreigt te gaan maken.
Maar wat ik, als belastingbetaler, ook vooral niet snap: waarom een heel nieuw plan voor een plein dat net vijf jaar geleden helemaal is opgeknapt? In gewoon Nederlands noemen we dit kapitaalvernietiging!
Het waterkunstwerk ligt daar fantastisch in de ruimte, op
een plein met zandgele stenen, die mooi overgaan in de oude kerkmuur. De oude
kerkmuur, met daarachter een pracht van een monument. Daar ga je niet aan
rommelen, met een duinlandschap of een plantsoen.
Beste gemeente Katwijk,
Laat het Andreasplein nu eindelijk eens met rust! Laat er muziekkorpsen overheen marcheren en zet er op Koningsdag een gezellige muziektent neer. Want dan is het feest, op het enige echte plein dat Katwijk rijk is!
Laat het Andreasplein nu eindelijk eens met rust! Laat er muziekkorpsen overheen marcheren en zet er op Koningsdag een gezellige muziektent neer. Want dan is het feest, op het enige echte plein dat Katwijk rijk is!
Abonneren op:
Posts (Atom)











































