Als het lente is, lees ik een krant op een terras en drink een latte uit een glas. Of om het even een boek met een cappuccino of een dubbele espresso. Maar dat kan ook als het zomer is. 's Winters ga je binnen zitten.
zondag 30 juni 2019
Willy Zuid
Soms kwamen we er een heel jaar niet. Ik moet zeggen: een heel seizoen. Want Willy Zuid staat er alleen in de zomer. Als enige. Begin oktober wordt de tent weer opgeborgen in de winteropslag om er in maart weer uit tevoorschijn te komen. Zoals dat hoort met strandtenten. In de winter hoort het strand leeg te zijn. Is het van de elementen, van storm en kou en striemende regenvlagen.
Willy Zuid, de enige strandtent die nog een beetje normaal is. En goed toeven. We waren er vandaag, voor de eerste keer weer deze zomer. Laat al, maar het is nog juni. Nog wel. De laatste dag van de maand en dan is het alweer juli. Maar toch, nog drie maanden om hier iedere dag te kunnen neerstrijken. Na een prettige wandeling naar de Wassenaarse Slag, zoals ze in Katwijk zeggen. (Met dat de dus; klein verschilletje met het Nederlands, maar wat een effect!) Je moet een doel hebben.
Het was eb. Een vlak strand toen we weggingen. Lekker uitwaaien. Niet blijven hangen in de 'kermis' van het Wassenaarse strand, maar gelijk omkeren en naar Willy Zuid, geen stap verder, om niet noordwaarts in de Katwijkse 'kermis' terecht te komen, die het strand daar tegenwoordig geworden is, met al die vaste bebouwing. In oktober moet je weg zijn, in maart mag je weer terug. Zo was het, en had het altijd moeten blijven.
donderdag 20 juni 2019
Echte souvenirs 4 – een steen uit Bretagne
Deze steen komt van waar het allemaal begonnen is: Le Croisic. Nog altijd is het voor mij een paradijs, zoals ik mijn eerste blogbericht noemde. Een kleine plaats in Bretagne waar hogesnelheidstreinen aankomen uit Parijs. Omdat dat vroeger ook al zo was met langzame treinen. Wat Zandvoort was voor de Amsterdammers, was Le Croisic voor de Parijzenaars. Sommige hadden er zo'n mooi groot huis aan het strand, waar ze een paar maanden in het jaar verbleven en wat verder leegstond. Ze komen er nog steeds, Parijzenaars. Naast ons appartement met uitzicht op zee hadden we een stel. Ik vertelde erover in hetzelfde jaar waarin ik mijn eerste bericht hier opschreef. Met hem ging ik oesters van de rotsen bikken en zij beschilderde kiezelstenen. Aardige mensen. Hoe ze heten weten we niet. We hebben ook geen adres. Maar ze kwamen uit Parijs. En toen we afscheid namen, kregen we die steen.
![]() |
| Wilma met de mevrouw en meneer uit Parijs (26 mei 2007). |
zaterdag 25 mei 2019
Een echte Niek van der Plas
Gisteren toen ik met mijn moeder naar De Ster geweest was – ze moest een blouse en een vest hebben – viel mijn oog er al op, door het spiegelende raam, op de hoek van de Princestraat. Allemaal kleurige parasols en wolkjes in de lucht. Vooral die wolkjes maakten me blij. De parasols waren vanzelf al blij. De wolkjes kreeg je er gewoon bij.
's Avonds vertelde ik dat aan Wilma, een beetje terloops, dat mijn oog op een schilderij gevallen was in de etalage bij Barnhoorn. Ja, het was wel wat, geloof ik, een rij parasols op het strand in vrolijke kleuren, heel licht, veel licht, en die wolkjes. Die waren zo prettig. 'Nou, zoals jij dat nu vertelt, wil ik dat wel zien. Is het niet wat in plaats van die plaat achter de deur?'
Ik maakte nog een schetsje van wat ik ongeveer gezien had. 'Kijk, dit is het idee. Rijtje parasols, wolkjes.'
'Dan moeten we morgenochtend maar gelijk gaan kijken. Anders is het weg.'
'Ja, ik werd er wel blij van.'
En zo waren we vanochtend binnen in de zaak van Barnhoorn, er werd een ladder bij gepakt, het schilderij van de muur gehaald. De spiegelende ruit had me niet bedrogen. Want hier vielen wij allebei voor. Ons eerste en enige, echte schilderij, een echte Niek van der Plas.
vrijdag 24 mei 2019
De grens loopt daar, bij die sloot
![]() |
| De grens. |
Pas sprak ik Cornelis die op de Boulevard van Oegstgeest woont. Tenminste, dat riep ik naar hem. 'Jij woont hier mooi, op de Boulevard van Oegstgeest.' Hij hield me staande. Ik kom er iedere dag langs. Van de week zag ik hier nog een zwaan met haar jongen, wel zeven. Het zal wel door dat weiland komen, die associatie met Oegstgeest: weiland – groen – natuur – veel groen – nog een boomgroep ook – Oegstgeest. Maar het was natuurlijk Leiden, de Boulevard van Leiden, want de Nachtegaallaan met dat grandioze grootse uitzicht op dat weiland, met runderen, schapen, ganzen en een ooievaarsnest op een paal, is nog helemaal Leiden. En ik dacht dat de grens daar liep, in de lengterichting over de straat. Maar dat was niet zo. 'Nee, kijk,' zei Cornelis, 'de grens loopt daar, bij die sloot.'
woensdag 15 mei 2019
Echte souvenirs 3 – drijvers van Culatra
Ronin heeft nog scherpe ogen. Op Culatra op het strandje bij de haven vond hij deze drijvers. Om het net omhoog te houden in de zee. Net voor de veerpont ons weer naar Olhão zou brengen. Soort van samengeperste kurk of kunststof. Mocht ze zomaar van hem hebben. Daar ben je opa voor. Mooie herinnering aan een puur en prachtig eiland.
Als in Afrika.
Of aan de Hollandse kust in de achttiende eeuw.
Als we de antennes en schotels wegdenken.
woensdag 8 mei 2019
Oppassen
Wij hebben nog wel eens opgepast op een huis op de boulevard van Katwijk. Het is lang geleden. Augustus 2005. Dat is echt lang geleden. We voelden ons echt op vakantie. En als we wat vergeten waren, of we misten iets, dat was zo makkelijk, dan gingen we het gewoon halen in Leiden.
maandag 22 april 2019
Echte souvenirs 2 – het heilige gras van St Andrews
Dit is het gras van de oudste golfbaan ter wereld, die van St Andrews. Ook wel 'The Cathedral of Golf' genoemd. Heilig gras. Wij hebben erop gelopen in 2006. Kort gehouden door maaimachines die er de hele dag overheen snorren.
Het zit in een busje, een kokertje, waar je vroeger een fotorolletje in bewaarde. Ouderen herkennen het nog wel. Voor de foto moest het er even uit, het gras. Gelukkig stond er geen wind. Na de foto is het er tot en met het laatste sprietje weer gauw in gegaan. Dor en droog. Het mocht eens wegwaaien. Een echte souvenir. Maar hoe hou je gras groen?
Op de golfbaan is een bruggetje waarop de winnaars gehuldigd worden: de Swilcan Bridge. Het overspant het riviertje de Swilcan Burn en verbindt de eerste golfbaan met de achttien andere banen die het terrein rijk is. Behalve op het gras moesten we natuurlijk ook nog even op het bruggetje staan.
zaterdag 13 april 2019
Een zeeman in Venetië (2) – over de foto die een halve eeuw later een belangrijke rol gaat spelen in een film van James Bond
![]() |
| De foto uit de jaren vijftig die in 2006 een belangrijke rol gaat spelen in de film Casino Royale van James Bond. |
Hier is nog een keer de foto met de palazzi waar mijn vader langs voer met de vaporetto. We zien zijn hoofd rechts uit de waterbus steken. Maar het gaat nu niet om zijn hoofd maar om de gebouwen rechts op de foto. Wat een voorzienigheid, die foto. Voorzienigheid? Hoezo? Nou, eerst heb je dat palazzo met dat uitbouwtje boven op het dak, dan rechts daarvan iets meer naar voren nog een palazzo en dan niks meer, om de hoek. Het lijkt een gracht die daar uitkomt op het Canal Grande. De rij gebouwen houdt er op. Maar een halve eeuw later, in 2006, gebruiken ze juist die plek uit de foto om er een palazzo in na te bouwen, voor de James Bond-film Casino Royale.
Maar er is natuurlijk helemaal geen enkel gebouw ingestort voor deze film. Ze bouwden het na op schaal. Niet op die plek op de foto uit de jaren vijftig. Hoe dat ging, vertelt Martin Archer in het volgende filmpje.
In werkelijkheid staat er, meer naar achteren, een gebouw in rode baksteen.
Of dat gebouw er al was in de tijd dat mijn vader er langsvoer, weet ik niet. Het kleine witte puntje boven zijn hoofd – en je moet goed kijken, het zit ongeveer halverwege, net boven het bovenste raam van het gebouw op de hoek, tussen zijn kruin en de rand van de foto – kan de dakrand van het gebouw geweest zijn of het dak van de vaporetto.
De tweede en laatste foto komen van deze blog over James Bond-locaties.
Met dank aan John Frankhuizen, die mij tipte over de filmlocatie.
zondag 7 april 2019
Een zeeman in Venetië
![]() |
| Links op de brug mijn vader. |
Mijn vader is ook ooit in Venetië geweest. In de jaren vijftig. Hij vond er niet veel aan. Ik begrijp dat wel. Als je de golven van de noordelijke Noordzee gewend bent.
Een herinnering gevat in twaalf foto's.
De vierkante zwart-witfoto's zijn van mijn vader. Dat weet ik door de camera waarmee ze gemaakt zijn. Een Agfa Isolette. Daarin ging een rolfilm voor twaalf opnamen van 6 x 6 cm.
![]() |
| Rechts vanuit de vaporetto het hoofd van mijn vader. |
Mijn vader heeft in Venetië negen foto's gemaakt.
De drie kleurenfoto's zijn van een ouder stel waarmee hij meereisde. Ik moet eens vragen wie dat waren. Wat zal het formaat van de negatieven geweest zijn? 4,5 x 6 cm? Ze gingen uit eenzelfde rolfilm als voor een 6x6-camera, maar dan natuurlijk kleur.
Het idee dat mijn vader daar heeft rondgelopen. Met zijn Agfa Isolette. Ik ontdekte de foto's bij toeval in zijn album. Hij heeft het er nooit over gehad.
Het Venetië uit de tijd dat er nog alleen Italianen woonden.
En alleen Italianen de restaurants runden.
Het maakt je stikjaloers.
zaterdag 6 april 2019
De Fondaco dei Tedeschi in Venetië – het uitzicht
Het uitzicht vanaf het dak van de Fondaco dei Tedeschi is adembenemend. Het Canal Grande, vanboven de Rialto-brug, de andere kant op over de daken heen de Basilica di San Marco en de Campanile di San Marco. Bekende plaatjes. Maar betoverend.
zondag 31 maart 2019
De Fondaco dei Tedeschi in Venetië
Het komt allemaal langs, in het mooie en grote boek over Venetië van Eric Min en Gerrit Valckenaers. Zoals de Fondaco dei Tedeschi, het 'magazijn van de Duitsers', dat al in de 13e eeuw bestond en na een brand in het begin van de 16e eeuw herbouwd werd. Hier zaten Duitse handelaren en bankiers.*
We liepen er onvermoed naar binnen, getroffen door de mix van oud en nieuw, de overdekte binnenplaats, een rode roltrap, de eerste die we in de oude waterstad aantroffen. Misschien is het ook de enige.
Wat een pracht. Het gebouw is door Rem Koolhaas tussen 2009 en 2016 in opdracht van Benetton voor 100 miljoen verbouwd. Nu zit er alweer een ander in. Hoe verdien je dat ooit terug?
* Eric Min & Gerrit Valckenaers, De klank van de stad. Een cultuurgeschiedenis van Venetië, 2019, p. 50.
Wat een pracht. Het gebouw is door Rem Koolhaas tussen 2009 en 2016 in opdracht van Benetton voor 100 miljoen verbouwd. Nu zit er alweer een ander in. Hoe verdien je dat ooit terug?
* Eric Min & Gerrit Valckenaers, De klank van de stad. Een cultuurgeschiedenis van Venetië, 2019, p. 50.
zondag 24 maart 2019
Rondje bibliotheek - Hoogvliet
'Maar die pillen, die had je van dokter Römer dan?'
'Ja, altijd al, dat zijn bloeddrukpillen.'
'O ja.'
'En ik denk, wie weet wat-ie in het ziekenhuis krijgt met die benen, van die rotzooi allemaal daarin, en dan ga je denken en dan slaap je niet meer.'
'Nee, precies.'
Mijn moeder heeft net een artikel gelezen over bloeddrukverlagende medicijnen waarin kankerverwekkende stoffen zouden zitten. Mijn vader krijgt pillen voor zijn benen die niet meer willen. We zijn onderweg naar de bibliotheek.
'Nou, goed dat je het las dan, in de krant.'
'Ja, gewoon zo'n stukje onderin. Dat heb ik eruit geknipt.'
'Dat stukje, ja.'
'Ja, maar er staan mooie stukjes in de krant, hoor.'
'O, kijk uit, een kuil. Voorzichtig!'
'Hé, er staan een mooie stukjes in de krant. Over allemaal dat soort dingen allemaal. Die kinderen die de ziekte van Bobbe kunnen hebben.'
'De ziekte van...'
'Bobbe.'
'Bobber?'
'Bob-ber! Twee b's!
'Wat is dat dan?'
'Dat is, die moeten elke dag, ja, het klinkt raar hoor, voor zeu-ven-hon-derd euro medicijnen hebben.'
'Ja, dat heb ik gehoord. En die medicijnen willen ze afschaffen, hè?'
'Ja, dus dan zie je.'
'Absurd.'
'Dus dat staat allemaal in de krant, Leen. Dat is voor mij kost.'
'Ja.'
'Ik zet een bakje en ik gaat de krant lezen.'
'Ja.'
'In de krant staat heel veel tegenwoordig. Heel veel. Waarom ze in de gevangenis zitten en waarom niet en dit en dat.'
'Ja.'
'Het is een heel boek wat ik uitlees.'
'Ja, geweldig! Je hebt er eigenlijk een boek bij per dag, met die krant.'
'Ja.'
'En dan heb je ook je bibliotheekboeken nog.'
'Ja.'
'Kijk uit, want daar ligt al die stront weer.'
'Ja, maar 's ochtends, met het uit bed komen, is niet leuk hoor tegenwoordig. Want eer ik eens gaat zitten met een bakje thee. En eer ik dan de krant eris heb. Want om zeven uur word je er al uit gehaald, uit bed. Maar om negen uur gaan pas m'n ogen open.'
'Ja. Maar het is wel lekker weer nou.'
'Ja, kijk. Ik heb elke dag lekker eten. En hij haalt alle boodschappen nog. Maar ik denk wel, hoelang zal dat duren? Niet lang meer.'
'Nee.'
'Want hij kan echt niet meer lopen.'
'Nee, dat is zielig.'
'En dan is-ie ook nog doof.'
'Ja.'
'Want hij was al heel gauw doof. Ik heb eens een keer mee geweest op zo'n schip dat uit twee helften was, weet je wel, dat het splijt.'
'Ja, zo'n splijtbak.'
'Ja. En daar was het een herrie! Ik zeg, nou weet ik waarom je doof wordt.'
Mijn vader heeft vroeger bij de firma Adriaan Volker op een zogenaamde splijtbak gevaren. Dat was een schip, een 'zandbak', van 80 meter lang en 12 meter breed waarmee zand vervoerd werd, van de ene plek naar de andere, gebruikt bij de aanleg van de Maasvlakte en de Flevopolders. Hoe werkte zo'n splijtbak? Een zandzuiger spoot de bak vol met zand van de zeebodem. Dat zand was vermengd met water, anders kon het niet door de buizen. Als de bak vol was, werd hij naar een plek gevaren waar het zand gelost werd. Een plek in het water. Het mooie van zo'n splijtbak was dat hij niet weer leeggezogen hoefde te worden door een zandzuiger (waarbij het zand in omgekeerde richting het land werd op gespoten), maar dat hij met één druk op de knop in tweeën kon splijten. De bak, die over de volle lengte scharnierde, klapte dan open en het zand viel er aan de onderkant uit. Dit gebeurde door het eigen gewicht van het zand. Als het zand eruit was, kwam de splijtbak in één keer omhoog. Gevuld met zand lagen de gangboorden bijna onder water, leeg lag het schip opeens twee meter boven water. De twee helften (de zijkanten) kwamen door het splijten voor even schuin te staan, maar klapten vervolgens ook weer dicht. Ook dat ging vanzelf, maar nu door het eigen gewicht van de zijkanten. Wat een uitvinding! Bij het splijten van het schip bleven het stuurhuis met de woonvertrekken achterop horizontaal, doordat ze op rails stonden.
'Ja, die machinekamers, maakt ook herrie.'
'Kijk, daar heb je Janie. Hai, Jaan.'
'Hallo. Aan de wandel?'
'Leuk jackje heb je aan.'
'Ja.'
'Heb je weer een boekje gehaald?'
'Ja.'
'Hij brengt voor mij boeken mee, maar dan zijn ze zo dik, dat is veel te zwaar in mijn armen.'
'Veel te zwaar. Ja.'
'Gaat het voor de rest goed?'
'En met jou?'
'Ook goed.'
'Ook wel goed? Nou ja, minder lopen natuurlijk. We worden steeds ouder.'
'Jij bent toch ouder als ik?'
'Jij ben toch tweeëntachtig?'
'Ik word zevenentachtig.'
'Ja, ik ook, in december. Jij?'
'Ik in augustus.'
'O, nog effe eerder als ik. Ja, ja.'
'Ja, nou, we zullen wel zien. Waar het schip landt.'
'Elke dag is er een. Vind je niet?'
'Ja.'
'Nou, het is lekker weer nou, hè?'
'Ja, ik voel me nog wel, niet ziek of zo. Maar ik heb zere armen. Die spieren.'
'Ja, nou, maar dat heb ik ook, maar ik geef die kar de schuld, hoor. Ja, het is dit.'
Janie wijst naar de handvatten van haar rollater. En mijn moeder ook.
'Ik wil een keer nasi koken, en hij weet wat ik hebben moet.'
'Almaar bezig blijven, Nel. Almaar bezig blijven.'
Janie zegt gedag en loopt weer verder.
'Zij wordt ook zevenentachtig.'
'Ja, in december.'
'Hele christelijke mensen. Hele christelijke mensen.'
'Ja, dat zie je wel aan haar.'
'Niet dat je zegt, ze lopen te pronken, en nou gaan we naar de kerk. Nee, kerktelefoontje aan.'
'Nou, dan gaan we met de lift. Kijk, hij staat al klaar. Ga er maar in. Rustig aan.'
'Kijk, deze deur, die krijg ik niet meer open. Die is te zwaar.'
We zijn in de bibliotheek en gaan met de lift naar beneden, naar de boeken voor volwassenen.
'We zijn er.'
'Ik zou wel een zomerjurk aan willen met dit weer, maar dan moet ik naar boven.'
'Nou, dan pakken wij die zomerjurk toch voor je. Zo, zullen we eerst de boeken inleveren?'
'Moet je mijn bibliotheekkaart hebben?'
'Nee, die hebben we straks nodig, niet voor het inleveren.'
'O ja.'
'We gaan nu boeken uitzoeken, toch? Misschien is die ene er wel, van die Buwalda, weet je wel, die schrijver?'
'Maar die moeten dan met veertien dagen weer weg. Die heb ik pas thuis gehad.'
Nieuwe, pas uitgekomen boeken, mag je maar twee weken lenen.
'Nee, dat kan niet. Buwalda heb je toch nog niet gehad?'
'Een mooie bibliotheek, hoor.'
'Kijk, Danielle Steel. Moet je die hebben? Dat leest wel lekker.'
'Nou, voor mij is het een beetje te eenvoudig.'
'Hotel Sacher, is dat wat?'
'O, dat lijkt me wel leuk, een hotel. Dan lees je van alles en nog wat.'
'Nou, Buwalda, die ligt er niet hoor. Die hebben ze allemaal mee natuurlijk. Kijk, Straf, van Ferdinand von Schirach. Dat is wel een mooi boek. Meenemen?'
'Nou, dan heb ik wel genoeg.'
'Kijk, Vlammen boven de rivier.'
'Nou, nee. Nee, dat is een raar boek.'
'Dansen in het donker. Dat is een beetje psychologisch.'
'O. Neem maar mee.'
'Klaar zijn we dan alweer.'
We laten de geleende boeken registreren en gaan weer naar de uitgang.
'Kijk, hij staat er nog, de lift.'
We gaan de lift in.
'Even kijken hoor... "Uitgang Schelpendam".'
Ik druk op de knop. De lift gaat omhoog.
'Kom, we kunnen er weer uit.'
We zijn weer buiten.
'Het is wel goed weer, hoor.'
'Ja. Dan gaan we nu naar de Hoogvliet.'
'Ja.'
'Nou, ben je nog wezen stemmen van de week?'
'Jij dan?'
'Ja.'
'Ja, nou, wij zijn al zo oud.'
'Ja, je hoeft niet meer te stemmen.'
'Dan moet je uit je huis, dan moet je met een belbus, weet ik het.'
'Ja, een toestand.'
'Ik heb nog, toen ik bij dokter Broek was, ik zeg, ik zou zo graag willen douchen.'
'Ze zegt, nee, zegt ze, het is jammer, maar jullie hadden allang een andere douche kunnen laten maken. En dan had je lekker elke dag gekund.'
'Ja.'
'Ja, maar ik ben nou toch al moeier dan toen ik zesentachtig werd.'
'Hm.'
'Maar dat komt omdat de dokter, dokter Römer, die heeft een halve pil gegeven. Hij hielp me met een grote pil, van zeg maar, zet 'm op, maar dat bongsde almaar in mijn oren, en toen vroeg hij zelf, ik had nog niets gezegd, van nou, zal ik je maar een halfje geven?'
'O ja.'
'Die dokters, die kunnen rommelen met pillen. Half, of volop!'
'Ja, het is ongelofelijk.'
'Ja, als het zaakje maar blijft draaien, weet je wel? Dus daarom moest ik ook door de echo. Ik denk dat ik in geen tien jaar geweest ben.'
'Maar ben je dan moeier, als je een halve pil hebt?'
'Hijgerig. Ja. Hijgerig.'
'Maar het is misschien wel beter?'
'Ja.'
'Dan gaan we hier eraf. Dan gaan we hier de stoep af. Kom.'
'Ik heb toch deze week van die ontzettend jeukende wenkbrauwen gehad. Van die zalf die ik van de dokter heb gehad. Die moet heel lang intrekken. Dan gaat het net boven mijn wenkbrauwen de hele dag jeuken, Leen. Nou heb ik weer zalf gehad. Nou, ik mag de dag prijzen dat het daar niet jeukt. Je blijft het kapotkrabbelen. Dus dat kunnen ouwe mensen allemaal krijgen. De een dit en de ander dat. Zo zal iedereen wel wat hebben. En je vader, die zit met die benen, ja, die worden niet meer warm, die heeft allemaal verstoppingen in die benen. Dat duurt echt niet zo lang. Zijn voeten, een deken eromheen, de kachel hoog aanzetten. Vandaag of morgen kan hij echt niet meer lopen, hoor.'
'Ja.'
'Want ik weet nog van iemand van onze zang, dat waren gewoon lucifertjes, die benen. Kaarsrecht. Heel dun. Dan kan je niet meer lopen.'
Mijn moeder zong vroeger op het Christelijk Oratoriumkoor Hallelujah.
'Oe, kijk uit!'
'Ja, zag je dat, hè?'
'Ja, dat is een bobbel waar je overheen gaat.'
'Je moet zó uitkijken.'
'Ik zag hem komen.'
'Ja.'
'Ja, maar je ging over een bobbel.'
'Ja.'
'Zonnig pleintje.'
'Hè? Hier heb ik al wat gelopen om boodschappen. De winkels waren allemaal dicht bij ons. Maar als je niet kan lopen...'
'Dan heb je er niet zoveel aan.'
'Alle winkels. Je zou gewoon een robot in huis moeten nemen en zeggen van 'Joh, je moet even om dit of om dat'.
We gaan supermarkt Hoogvliet binnen. Mijn moeder wil de volgende dag nasi maken.
'Weet je het allemaal nog wat je moet halen?'
'Ja. Je hebt het briefje toch bij je?'
'Ja, dat heb ik bij me. Hier, kijk.'
'Nou, ik weet het wel uit m'n hoofd.'
'O.'
'Nou, dan gaan we even kijken, hoor. Heb je nog gewone uien, om te snijden?'
'Ja.'
'O, maar die heb je eigenlijk niet nodig. Heb je nog knoflook? Je hebt geen ui nodig, dat zit allemaal in dat nasipakket.'
'Die snij jij toch in hele fijne flintertjes, die ui?'
'Nee, je hoeft geen ui, dat zit in dat pak. Knoflook snij je fijn.'
'O, zit dat in dat pak?'
'Ja, anders wordt het zo uiig.'
'O, dat zit er al doorheen?'
'Nou, wat voor vlees wil je, wil je kip of wil je hamlappen?'
'Nou, wat zou jij doen?'
'Hamlappen is misschien veiliger, hè?'
'O, dat is goed.'
'En een beetje bacon voor de smaak, een paar plakjes.'
'Is dat dan genoeg voor de hele pan?'
'Ja, het is alleen voor een beetje smaak.'
'Ja, juist.'
'Ik haal even de bacon. Blijf je even staan?'
'Ja.'
Een minuut later ben ik terug.
'Kijk ma, hier heb je maar een paar plakjes van nodig, voor de smaak.'
'Jaja. En dat gaat met de knoflook samen.'
'Nou, en dan een nasipakket hè, kijk, die liggen hier. Dan zoek ik altijd een beetje een mooie uit. Kijk. Die peper, die gooi je eruit, dat wordt te heet. O, er zit geen peper in. O, er zit ook geen taugé in.'
'O.'
'Wil je wel of geen taugé? Je kan het er ook los bij doen. Wil het er los bij?'
'Ik vond het wel erg lekker.'
'Dan doen we het los. Kijk.'
'Heb je nou knoflook dan?'
'O, dat ligt daar.'
'Hoeveel pitten doe jij erin?'
'Nou, een teentje of drie wel, hoor.'
'Deze doen, of wil je biologische?'
'Nou, doe maar die twee hoor, Leen.'
Er zitten twee knoflookbollen in een netje.
'Wat heb je dan nog meer nodig? We hebben de basis binnen. Heb je nog rijst?'
'Nee, dat heb ik niet.'
'Dan gaan we naar dit pad. Heb je nog gebakken uitjes?'
'Nee.'
'En kroepoek?'
'Dat heb ik nog.'
'En pindasaus?'
'Heb ik ook nog.'
'O, rijst. Kijk, welke rijst wil je?'
'Die jij hebt, die Bas...'
'Basmati. Wil je die?'
'Niet van die kleine rijstjes?'
'Deze is lekker. Die had ik ook.'
'En hoeveel gebruik je daarvan?'
'Een kopje, niet meer dan een kopje.'
'O ja.'
'Augurken, heb je die al?'
'O nee, die kan je mee terug nemen, die eten wij niet.'
'En ander zuur ook niet?'
'Nee.'
'Nou, dan gaan we naar de kassa.'
'O, weet je wat je ook nog kan doen, een stukje gember. Blijf je even staan? Dan ga ik het halen.'
Na een minuut ben ik terug.
'Kijk, ma.'
'Daar heb ik nog nooit mee gewerkt. Nog nooit. Hoe doe je dat?'
'Nou, dan doe je een duimpje, zo'n stukje, die schil je een beetje en die snij je net als de knoflook helemaal fijn. Met de knoflook mee.'
'O ja.'
'Wil je een keer door de zelfscan heen?'
'Nee, dat heb ik nooit gedaan.'
'Dan kan je dat een keer ervaren. Is ook wel eens leuk.'
'Doe jij dat ook altijd dan?'
'Ja, meestal wel. Kijk, dan scan je hier de streepjescode en dan leg je het op de band. Kijk, daar gaat-ie. Weg is je product.'
'Goeiendag, zonder dag te zeggen. Kijk, zonder dag te zeggen.'
dinsdag 12 maart 2019
Gevilte vachten
![]() |
| Cotswold |
Ze heeft hem speciaal voor ons uit Engeland laten komen, een echte Cotswold. Want die vonden wij zo mooi bij Wil en Arris op de bank, met al die krullen. De Lincoln die ze al die tijdje voor ons bewaard had als mogelijk alternatief, is inderdaad een wat dun vachtje. We zien ze nu naast elkaar. De Cotswold is veel voller en glanzender. Zo aardig van Paulette om die vacht nog even helemaal voor ons te prepareren.
![]() |
| Bluefaced Leicester |
Al die wol, zo'n hele vacht moet, ook als hij vervoerd wordt, bij elkaar blijven als een dikke lap, want er zit geen huid, geen schapenvel aan. Het is alleen de afgeschoren vacht, het schaap hoeft er niet voor dood. Dat is een mooie gedachte. Als de vacht hier aankomt, wordt hij door Paulette van De groene aarde gevilt (met een t). Dat betekent dat er wol van een bergschaap tegen de achterkant aan 'geplakt' wordt. Die wol is daarvoor goed geschikt. Ze wordt met water en groene zeep zo lang gewreven tot er tegen de achterkant van de vacht een vilten lap ontstaat. Een wollen deken eigenlijk. Die soepel valt en niet uitdroogt zoals een schapenvel dat doet.
![]() |
| Walliser Schwarznase |
Met de Cotswold heeft Paulette ook nog Bluefaced Leicester geïmporteerd en gevilt. Die nemen we gelijk ook maar mee. Net dreadlocks, die vacht. Prachtig. Leggen we bij het bed. Wil neemt ook nog een vacht mee, van een Walliser Schwarznase. Het lijkt wel beatlehaar, of is het een punkkapsel? We moeten ze maar gaan verzamelen. In het heerlijke lichte huis van Paulette hangen de vachten zelfs aan de muur. Dus als banken, fauteuils, bedden en vloer ermee bezaaid zijn, heb je altijd nog de verticale ruimte tot je beschikking. Tussen de vachten hangen ook nog prachtige vilten kunstwerken, van alleen maar het pure vilt. Heerlijke plek om even rond te hebben mogen kijken.
En wat een mooie gedachte (ja, nog een) als we weer thuis zijn in die drukke Randstad, om nog voor we de Cotswolds bezocht hebben daar al een echt en supermooi souvenir vandaan te hebben, via Friesland tot ons gekomen. Als dat geen dubbeldikke voorpret is.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
















































