vrijdag 29 januari 2016

Renger


In november waren we in de Pulp Clup in Leeuwarden bij de presentatie van Renger van Nyk de Vries. Het is het beste boek dat ik ooit gelezen heb.

De presentatie in de Pulp Clup (in Atelier Kesanova) was een grootse happening. Met optredens van Anneke ClausElmar KuiperKlaske OenemaMeindert Talma en Douwe Dijkstra. De crème de la crème van het hoge noorden. Van de laatste vind ik niks op Facebook, maar dat geeft niet, want hij staat op YouTube, met het nummer 'Henkie Zeemok'.


Daar vlak vooraan op dat bankstel zitten wij, mijn oom, mijn tante en ik. Tussen voor de rest alleen maar allemaal Friezen.

Klaske Oenema

Meindert Talma

Anneke Claus las een gedicht voor van haar telefoon en Elmar Kuiper uit een boek met een harde kaft. Ooit uitgegeven te worden in een boek met een harde kaft was altijd zijn ultieme droom geweest. Klaske Oenema maakte beelden met een overheadprojector waarbij zij mooi zuiver zong en blokfloot en Meindert Talma kwam met zijn lied 'Oekie Hoekema'.

Nyk de Vries

Tussen de optredens door was er de overhandiging van Renger en las de schrijver daaruit het verhaal voor van de verjaardag van zijn vader. De zus van de De Vries noemde het een kwetsbaar boek, met ruimte voor eigen invulling.

Het boek is met vaart geschreven en leest als een roadmovie. Bijna letterlijk, door de ritten met de Volvo, allemaal in en om Amsterdam. De stad met zijn kunstenaarstypen. Door het verhaal in Amsterdam loopt een tweede verhaallijn, van de familiegeschiedenis in Friesland, waar de fiets het vervoermiddel is. Amsterdam versus Friesland, een tegenstelling, niet alleen in ruimte en tijd maar ook in cultuur, van het kunstenaarsleven tegenover het familieleven, met daarbinnen nog de verhouding vader-zoon.
De stijl en sfeer in de roman zijn vederlicht. Alsof er niets gebeurt, maar ondertussen gebeurt er van alles. Met de mysterieuze Renger in zijn witte pak. Amsterdam, met Chris. Madrid, met Anne-Fien. Groningen, waar de hoofdpersoon uit het boek met een medestudent geschiedenis een literair tijdschrift begint. (Ik moest denken aan Martin Bril en Dirk van Weelden, ook studenten in Groningen, maar dan in de filosofie, die ook een blaadje beginnen en zo verder.) De verdwijning bij de benzinepomp en wat er gebeurde bij de melkfabriek. De vrouw van de snacktent, die alles gezien heeft.

Iemand vatte het als volgt samen: 'Het boek leest als een open verhaal met veel uitstapjes die de schrijver daarna laat liggen. Enkele lijnen laat hij steeds weer terug keren. Intrigerend, soms bizar (zoals met het geld van vader) en steeds maakt de schrijver je nieuwsgierig. Absoluut de moeite waard om te lezen.'

Renger kan zo verfilmd worden!

Lees hier de flaptekst.

En hier nog een optreden op literatuurfestival 'Het Grote Gebeuren' in Groningen op zaterdag 7 november 2015. Maker van de film is Rob Bruijgoms.

zaterdag 16 januari 2016

Voor de allerlaatste keer


Hoe vaak heb ik dit boek al bestudeerd? Voor de eerste keer misschien toen ik nog een jonge jongen was, ik leende het van de bibliotheek in het dorp. Later, veel later, wat serieuzer voor de werkgroep taalvariatie, in het tweede jaar van mijn studie. Ook op de universiteitsbibliotheek bleken ze het te hebben. Ik gebruikte het boek ook voor mijn doctoraalscriptie en daarna weer voor mijn proefschrift. Ettelijke keren heb ik het doorgebladerd, voor dat proefschrift wel heel minutieus. Want wat bedoelde Overdiep bijvoorbeeld als hij schreef:

'De verzwaring van den woordvorm houdt ook verband met de "woordsymboliek". Ten eerste is er het bekende verschijnsel van de wisselvormen in den woordaanhef. Ten tweede is het mogelijk, dat het woordéinde wordt verzwaard; zoo bestaat er in Katw. een vorm klors naast klos (garen; ook: stamper). Het werkwoord kneuzen luidt in het Katw. kneurse, het deelw. is ekneurst. Met zou kunnen denken aan invloed van knoerse (verknoeide); maar er bestaat een Drentsch kneurn naast kneuzen (...). Aan afwisseling van scherpe t en zachte d in den woordaanhef zou men kunnen denken bij het werkw. toppe-doppe (nu en dan met de toppen van de masten in de golfdalen zichtbaar zijn). Maar een werkwoord doppen (dompelen èn duiken) is elders bewaard (doppen is duiken bij Gezelle (...)), en dat is verwant met doopen. Dit neemt niet weg, dat dan naast doppen onder invloed van "top" de vorm toppen is ontwikkeld.
Het werkw. tobben heeft den vorm toppe, verl. tijd topte; lubben (de visch van ingewanden ontdoen) heeft luppe. Er is een werkw. skrobbe, met de beteekenis jeuken en jeuk verdrijven door krabben; dit heeft in den verleden tijd den scherpen vorm skropte. In de gewone beteekenis is het skrobde. Deze verscherping (uit hij skropt?) is te vergelijken met die van maent-maente (...).'

Of:

'Er zijn ook gevallen van wat men dissimilatie pleegt te noemen: waenburreg (waarborg), ferwâal (flewâal, fluweel). De wisseling van r en l is bijzonder grillig. Er is in Katw. een werkwoord reutele (oprakelen van de kachel); er is een oud werkwoord loteren (leuteren) dat de beteekenis "in onvaste beweging brengen, schudden" had. Reutels zou hiervan een "dissimilatie" kunnen zijn, wanneer we uitgaan van een ouder Katw. leutelen. Er is nl. in het Ned. Wdb. voor de visscherijtaal een subst. leutel geconstateerd, als bijvorm van reutel, waarmee men een schopje of spaan aanduidt, speciaal een warleutel om gekaakte haring met zout te mengen (warren). In het Katw. heet dit voorwerp een reutel, ook wel leuter. Déze twee vormen zou men kunnen verklaren uit oorspr. warleuter geassimileerd èn gedissimileerd tot warreutel, of uit oorspr. warreutel gedissimileerd tot warleuter naar analogie van andere namen van werktuigen op -er. Werkwoorden als reutelen en leuteren en rakelen behooren door hun symboliek beteekenis (beweging, geluid en sensatie) bijeen.'

Ingewikkelde kost.

Nu heb ik het boek al jaren zelf in huis en bestudeer ik het voor de laatste, allerlaatste keer. Jaap kijkt ook nog een paar boeken na. Want we willen niks missen, voor ons Katwijks woordenboek dat straks verschijnt. Alles moet erin. Voor de allerlaatste keer loop ik het boek van Overdiep door en dan mag het voor eeuwig stof vergaren in mijn boekenkast.

Pagina 80.

Pagina 74.

Citaten uit: G.S. Overdiep, met medewerking van C. Varkevisser, De volkstaal van Katwijk aan Zee. Antwerpen, 1940, p. 105 en 102-103.

Het boek De volkstaal van Katwijk aan Zee is ook online raadpleegbaar op de site van de DNBL.

dinsdag 12 januari 2016

David Bowie 1947-2016


Zo'n kaartje moet je altijd bewaren. Ik weet nog hoe hij neerdaalde op het podium, zittend in een kuipstoeltje met een telefoon in zijn hand, in een rood pak.

donderdag 31 december 2015

Op een mooi jaar

Huis met oleander in Chalki op Naxos, 17 september 2015.

Voor de vluchtelingen en de mensen in Parijs, de Grieken en al die andere mensen die het niet zo makkelijk hebben. Voor de zieken en de armen, de uitgebuitenen en verdrukten. Voor de dieren, de poezen, de honden, de paarden, de pony's, de kippen, de mussen en de kolibries en alle andere vogels in de lucht, de vlinders en ook dat ene kleine mugje. Een mooi jaar.

zondag 20 december 2015

Bij Podium Witteman


Vanavond waren we bij Podium Witteman. Dit gebeurde er achter de schermen.

Harpiste Lavinia Meijer.

Bandoneonist Carel Kraayenhof en sopraan Roberta Alexander.



De Hallen in Amsterdam, waar de opnames zijn.

En door op deze link te klikken kun je de uitzending zien.

vrijdag 18 december 2015

Aafje Heynis 1924-2015

Van mij hadden ze vanmorgen alle andere nieuwsitems mogen schrappen en het hele journaal mogen vullen met de zang van Aafje Heynis.


'Het was Pasen, of Pinksteren, een feestdag. Ik zat buiten, op een houten stoepje, ik zag de zon, de bomen, daar liep een poes. Ik begon te zingen. En dat zingen in combinatie met de natuur, dat was één geheel.'

Citaat uit: Guido van Oorschot, 'Aafje Heynis zong zolang ze zich kon herinneren'. de Volkskrant, 18 december 2015.

maandag 14 december 2015

Slurf – Edinburgh Hogmanay (5)

Edinburgh Airport, 28 december 2009.

Zo'n slurf uit een vliegtuig, met zo'n lichte en hol klinkende vloer waar je dan overheen loopt, associeer ik altijd met de zomer en warme landen. In de winter moet je een jas aan als je erdoorheen gaat, is het of je buiten loopt, met die dunne wanden, alsof je door een hele lange snijkoektrommel gaat, waarvan de blikken bodem bij elke stap klikklak zegt. Een hele overgang als je dan in de aankomsthal aankomt, met de dikke vloerbedekking.

maandag 7 december 2015

Soeboer


Gisteren hebben we, alvast voor mijn verjaardag, bij Soeboer gegeten, waar ook de minister-president van alle Nederlanders iedere week komt eten, maar op welke dag, dat zeggen ze niet. Vandaag ben ik gewoon jarig, net als onze toekomstige vorstin. Net als iedere Nederlander moet zij gewoon naar school, en ik aan het werk. Het is maandag.

Schoon op.

zondag 29 november 2015

Wil 65


Kijk, hier is zij 11 jaar en ben ik 7 maanden. Vandaag is ze 65 geworden, m'n lieve tante.

zaterdag 21 november 2015

Hoe mijn Märklin-trein door de schoorsteen kwam – Vroege herinneringen (2)*

Märklin H0 S0974 – startset met locomotief en twee wagens.

Op een keer was ik mijn bed uit gegaan toen we onze schoen hadden gezet. Heel zachtjes sloop ik door de gang, langs de kamer van mijn zusje en de kamer van mijn vader en moeder. Op de plek van onze schoenen, voor de kachel, was de wasmand neergezet. De gele wasmand met de zwarte oren. Er zaten allemaal cadeautjes in. Gauw ging ik weer mijn bed in, want ik had natuurlijk niks gezien. Maar slapen kon ik niet meer. Zou in die grote doos, die er bijna niet in paste, die Märklin-trein zitten?

Een Märklin-trein die alleen maar rondjes kon rijden. Ovale rondjes. Want je had ook rechte stukken rails. Er zat een blauwe transformator bij, met een zwarte of rode knop, dat weet ik niet meer. En ook nog een lampje. Er kwamen twee snoertjes uit, die naar de rails gingen. Als je de knop te ver draaide, vloog de trein uit de bocht. Hadden ze geen betere treinen in Spanje? De trein bestond uit een locomotiefje en twee laadwagonnetjes. Het locomotiefje was zwart, de laadbakjes bruin.

Maar hoe hadden Sinterklaas en Zwarte Piet dat door de schoorsteen gekregen? Ik begreep het niet. Ze hadden zeker aangebeld deze keer? Maar ik had geen bel gehoord. Zouden ze dan op de deur geklopt hebben? Maar die deur was helemaal beneden. Dat zouden mijn vader en moeder nooit gehoord hebben. Of op het raam getikt? Maar de ramen zaten veel te hoog. Ook vanaf het dak kon je er niet bij. En dan, ze hadden handschoenen aan. Sint witte en Piet zwarte. Dat kon je nooit horen op die deur of dat raam. Hoewel, Sint had een ring aan zijn handschoen en Piet een takkenbos, een roe. Die hoorde je wel. Maar ze hadden vast een afspraak gemaakt met mijn vader en moeder, wanneer ze kwamen, Sinterklaas en Zwarte Piet, en toen de zak met cadeautjes in de wasmand geleegd. En die hadden m'n vader en moeder dan weer bij de kachel gezet. Zo zat het.

Omdat ik vlak na Sinterklaas jarig was, was de trein ook gelijk voor mijn verjaardag. Dat vond ik niet erg, dat onze verjaardagen zo kort na elkaar waren. En ook dat Sinterklaas eerder jarig was dan ik, vond ik niet erg. Dat mijn vader de dag na mij jarig was, was eigenlijk veel erger, omdat we dan toch onderhand wel een beetje verjaardagsmoe begonnen te raken, na de verjaardagen van Sint en mij.

* Het eerste deel van Vroege herinneringen verscheen op 29 mei 2012.

zondag 1 november 2015

De koude lucht... – Edinburgh Hogmanay (4)


'De koude lucht, zwanger van de vorst en rook uit talloze schoorstenen – de lucht van kolenkachels.' Maar daardoorheen ook altijd nog, winter en zomer, de lucht van gist, van bier – had ik dat al verteld? –, uit de stadsbrouwerij, Caledonian Brewery, een paar straten verderop. Ik heb er één foto van, uit 2004, toen ik het Fife Coastal Path gelopen had en voor het eerst bij Mrs Burns logeerde. Je ziet de wolk van damp boven de huizen uit.


Ik wil nou na al die jaren wel eens weten waar die brouwerij zit, waar die damp, die lucht vandaan komt. Het adres dat ik van de website haal, tik ik in op Google Maps: '42 Slateford Road' en... daar komt de rest al: 'Edinburgh, Verenigd Koninkrijk'. Kijk, daar onder die omgekeerde druppel met een A erin, is het. En Gilmore Place is die straat met die knik erin, een beetje rechts boven het midden, onder het kanaal. Gilmore Place 67, van het guesthouse, is net voorbij de knik naar het zuidwesten, waar ik m'n pijltje maar even heb neergezet – je moet even zoeken om het te vinden. Dat is ongeveer een kilometer van de brouwerij vandaan. Als je uit het guesthouse wat naar links kijkt en de wind staat goed, kun je dus inderdaad die wolk zien.

Rechts, iets ten zuidoosten van het guesthouse, zie je de golfvelden van Bruntsfield Links en Bruntsfield Place (de A 702) met ten noorden daarvan Home Street. Dat is waar Gilmore Place op uitkomt. Tussen Bruntsfield Place en Home Street zitten nog twee stukken straat, achtereenvolgens van zuid naar noord Barclay Place en Leven Street, maar die zie je pas als je op die plek op het plaatje inzoomt. Leven Street is waar Bennets Bar zit, naast het Kings Theatre.


Ik zoom eens wat in op de brouwerij. Kijk, een schoorsteen, een veelheid aan gebouwen en gebouwtjes, twee ketels op het erf, een spoor voor de trein, maar ik zie geen perron bij de brouwerij, wel een muur rechtsboven en daarachter een begraafplaats met veel groen, North Merchiston Cemetery. Slateford Road loopt onder in beeld voor de brouwerij langs. Het spoor voor de trein gaat naar Haymarket Station in het noorden. Dat is een kopstation, waar je de trein kunt nemen die over de Forth Rail Bridge gaat, het achtste wereldwonder dat over de Firth of Forth ligt.


Ik zoom nog wat verder in. Kijk, daar staan de pallets met biervaten, om de pubs te bevoorraden. Nou, daar hoef je geen modelspoorbaan voor aan te leggen, zo makkelijk als dat dichterbij halen gaat. Kijk, en er lopen overal zebra's over het terrein. En voor de brouwerij stopt een bus.

zaterdag 17 oktober 2015

The New Yorker – Sempé (3)

Jardin du Luxembourg (Paris)

Op 14 mei 2013 zond de AVRO een reportage uit over de kunstenaar Jean-Jacques Sempé, met prachtige opnames in de Jardin du Luxembourg, onder andere voor het Vrijheidsbeeld dat daar staat. Sempé maakte ooit de omslagen voor The New Yorker. Vandaar. Er staat nog een Vrijheidsbeeld in Parijs, voor een brug in de Seine, vlak bij de Eiffeltoren.* Een exacte kopie op ware grootte van alleen de vlam van het Vrijheidsbeeld in de Baai van New York staat in op de Pont de l'Alma. Het beeld van de vlam is jarenlang gebruikt als monument ter nagedachtenis aan prinses Diana, die in de tunnel onder deze brug verongelukte.


* Het Vrijheidsbeeld in de Jardin du Luxembourg is het eerste exemplaar dat Frédéric Bartholdi maakte.